ADDENDUM dd. 13.11.2013 bij de circulaire nr. Ci.RH.233/629.295 (AAFisc Nr. 35/2013) dd. 01.10.2013
Algemene Administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Vennootschapsbelasting
ADDENDUM dd. 13.11.2013 bij de circulaire nr. Ci.RH.233/629.295 (AAFisc Nr. 35/2013) dd. 01.10.2013
Tarief van de PB
Roerende voorheffing
Aanslagvoet van de RV
Liquidatiebonus
Dividend
Inbreng in kapitaal zoals bedoeld in art. 537, eerste lid, WIB 92: verlenging van de termijn van de formalisatie van de inbreng tot 31.3.2014 voor bepaalde vennootschappen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C, sector DB.
1. Voor de toepassing van de overgangsmaatregel zoals bedoeld in art. 537, WIB 92, is vereist dat de dividenden die voortkomen van de vermindering van de belaste reserves worden ingebracht in het maatschappelijk kapitaal "tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1.10.2014" (zie art. 537, eerste lid, WIB 92 en art. 7, derde lid, PW 28.6.2013, BS 1.7.2013, Ed. 2, blz. 41482).
Voor de vennootschappen die hun jaarrekening per kalenderjaar afsluiten, betekent dit dat zij in principe de dividenduitkering evenals de inbreng in het kapitaal moeten verrichten uiterlijk op 31.12.2013.
De uitvoeringstermijn voor die verrichtingen is eveneens uitzonderlijk kort voor bepaalde vennootschappen die hun boekjaar afsluiten in de loop van het jaar (vb.: balans afgesloten op 30.12.2013 of begin 2014).
2. Gelet op de moeilijkheden die sommige vennootschappen ondervinden om de voormelde verrichtingen binnen de wettelijk voorziene termijn te verwezenlijken, zal er worden vanuit gegaan dat, ten name van de vennootschappen die hun jaarrekening afsluiten vanaf 1.10.2013 tot en met 30.3.2014, de in art. 537, WIB 92, voorziene voorwaarde met betrekking tot de uiterste termijn, geacht wordt vervuld te zijn voor zover voldaan is aan het volgende:
1° de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend zoals bedoeld in art. 537, eerste lid, WIB 92, moet worden verricht uiterlijk op 31.12.2013 of de laatste dag van het boekjaar dat wordt afgesloten vanaf 1.1.2014 tot en met 30.3.2014;
2° de vennootschap en de aandeelhouder(s) die de verlaagde aanslagvoet van de RV wensen te verkrijgen met betrekking tot de dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld in het kader van art. 537, eerste lid, WIB 92, verbinden zich wederzijds, - uiterlijk op de datum van de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend zoals bedoeld in art. 537, eerste lid, WIB 92 -, de eerstgenoemde, om de kapitaalsverhoging uit te voeren, en de laatstgenoemde(n), om ten minste het verkregen bedrag van het dividend in het kapitaal in te brengen (1);
---------------
[(1) Voor het begrip "verkregen bedrag", zie circ. van 1.10.2013, zelfde ref., nrs. 11 tot 14.]
---------------
3° de kapitaalsverhoging en de inbreng zoals bedoeld in art. 537, WIB 92, moeten vervolgens worden geformaliseerd uiterlijk op 31.3.2014.
3. Wat betreft de toepassing van de RV, is de uitkerende vennootschap er vanzelfsprekend toe gehouden om haar verplichtingen ter zake na te komen (aangifte, inhouding en storting van de RV aan de Schatkist) binnen de 15 dagen na de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend dat in principe onderworpen is aan de RV van 10% in toepassing van art. 537, eerste lid, WIB 92 (zie de art. 267 en 412, WIB 92).
In het eventuele geval dat de in nr. 2, 3° vermelde verrichtingen niet worden uitgevoerd binnen de in dat punt voorgeschreven termijn, zal de verlaagde aanslagvoet van de RV van 10% niet kunnen worden toegepast zodat de vennootschap een aanvullende RV van 15% zal verschuldigd zijn (verschil tussen de gewone aanslagvoet van 25% en de verlaagde aanslagvoet van 10%) op het uitgekeerde dividend, verhoogd met nalatigheidsinteresten (2).
---------------
[(2) Zie nr. 17, circ. van 1.10.2013.]
---------------
4. Het bestaan van de wederzijdse verplichtingen zoals vermeld in nr. 2, 2° kan worden geleverd aan de hand van een geheel van gewichtige en overeenstemmende feiten, zoals inzonderheid, een schriftelijke verklaring door de partijen, de storting van de in te brengen gelden op een bijzondere rekening conform het W. Venn., het revisoraal verslag met betrekking tot de inbreng in natura, …
5. Er moet worden vermeld dat de berekening van de termijnen van 8 of 4 jaar die respectievelijk worden bedoeld in art. 537, zesde en zevende lid, WIB 92, wordt verricht rekening houdende met de datum van de authentieke akte van de verhoging van het maatschappelijk kapitaal die wordt uitgevoerd in het kader van art. 537, eerste lid, WIB 92, met inbegrip van het geval dat de vennootschap de in de onderhavige circulaire vermelde tolerantie heeft genoten (er is dus geen verkorting van die termijnen).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
Roland ROSOUX
Adviseur-generaal dd. - Auditeur-generaal van financiën dd.
