Circulaire 2018/C/5 over de gewijzigde fiscale bepalingen voor elektrische fietsen

Commentaar op de gewijzigde regels bij het gebruik van een fiets in het woon-werkverkeer. Uitbreiding naar elektrisch aangedreven gemotoriseerde rijwielen en speed pedelecs.

Woon-werkverkeer ; vrijstellingen ; kilometervergoeding ; voordeel van alle aard ; beroepskosten

FOD Financiën, 16.01.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Personenbelasting

1. Wat wijzigt er?

De fiscale wet voorzag reeds een aantal voordelen bij het gebruik van een fiets voor de werkelijke verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.

Door de beperkte fiscale definitie van het begrip 'fiets' waren die voordelen wel van toepassing op de conventionele elektrische fietsen, maar niet op de zogenaamde snelle elektrische fietsen.

Om deze laatste ook op te nemen, heeft de wetgever het begrip fiets uitgebreid naar rijwielen en elektrisch aangedreven gemotoriseerde rijwielen of speed pedelecs, zoals gedefinieerd in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

Voor de leesbaarheid wordt hierna de omschrijving 'rijwiel of speed pedelec' gebruikt.

2. Om welke fiscale bepalingen gaat het?

Vrijstellingen

a. De kilometervergoeding toegekend voor de werkelijk gedane woon-werkverplaatsingen met een rijwiel of speed pedelec is vrijgesteld voor een bedrag van maximum 0,145 euro per kilometer (te indexeren bedrag) (1).

(1) Art. 38, § 1, eerste lid, 14°, a), WIB 92. Geïndexeerd bedrag voor het aanslagjaar 2018: 0,23 euro.

b. Het voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling door de werkgever of de onderneming van een rijwiel of speed pedelec en de toebehoren, met inbegrip van de onderhouds- en stallingskosten, die daadwerkelijk wordt gebruikt voor woon-werkverplaatsingen, is vrijgesteld (2).

(2) Art. 38, § 1, eerste lid, 14°, b), WIB 92.

Aftrekbare beroepskosten

a. De beroepskosten met betrekking tot de woon-werkverplaatsingen per rijwiel of speed pedelec, zijn bij gebrek aan bewijzen forfaitair bepaald op 0,145 euro per afgelegde kilometer (te indexeren bedrag) (3).

(3) Art. 66bis, derde lid, WIB 92. Geïndexeerd bedrag voor het aanslagjaar 2018: 0,23 euro.

b. De kosten die specifiek zijn gedaan of gedragen om het gebruik van het rijwiel of de speed pedelec door de personeelsleden voor hun woon-werkverplaatsingen aan te moedigen, zijn ten belope van 120 % aftrekbaar, in de mate dat ze zijn gedaan of gedragen:

- om een onroerend goed te verwerven, te bouwen of te verbouwen dat bestemd is om rijwielen of speed pedelecs tijdens de werkuren van de personeelsleden te stallen of om hen een kleedruimte of sanitair, al dan niet met douches, ter beschikking te stellen

- om rijwielen of speed pedelecs en hun toebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen, die ter beschikking gesteld worden van de personeelsleden (4).

(4) Art. 64ter, eerste en derde lid, WIB 92.

3. Wat wordt verstaan onder rijwielen en speed pedelecs?

De wetgever onderscheidt drie types rijwielen en speed pedelecs (5):

(5) Parl. St. Kamer, 2016-2017, DOC 54 2639/001 blz. 6.

a. Het rijwiel: elk voertuig met 2 of meer wielen dat via pedalen of handgrepen met spierkracht wordt aangedreven of uitgerust is met een elektrische hulpmotor tot 250 W die geen ondersteuning meer biedt vanaf 25 km per uur, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen.

Volgende types vallen hieronder: klassieke fietsen, koersfietsen, mountainbikes, stadsfietsen, bakfietsen, aangepaste fietsen voor mindervaliden (3 wielen, aandrijving via handgrepen, ...), plooibare fietsen, hybride fietsen, met of zonder elektrische aandrijving.

Niet bedoeld zijn o.a.: hoverboards, rolschaatsen, skateboards, monowheels, (elektrische) segways. Dit zijn gemotoriseerde of niet gemotoriseerde voortbewegingstoestellen.

b. Het gemotoriseerd rijwiel: elk twee-, drie- of vierwielig voertuig met pedalen, uitgerust met een elektrische hulpaandrijving met als hoofddoel trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken bij een voertuigsnelheid van maximum 25 km per uur, met uitsluiting van de hierboven vermelde rijwielen.

Het nominaal continu maximumvermogen van de elektrische motor bedraagt ten hoogste 1 kW.

c. De speed pedelec: elk tweewielig voertuig met pedalen, met uitsluiting van de gemotoriseerde rijwielen, met een elektrische hulpaandrijving met als hoofddoel trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken bij een voertuigsnelheid van maximum 45 km per uur.

De elektrische motor heeft een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW.

Opmerkingen

De gemotoriseerde rijwielen en speed pedelecs komen alleen in aanmerking voor de gunstige fiscale bepalingen als ze elektrisch worden aangedreven.

De rijwielen, gemotoriseerde rijwielen of speed pedelecs kunnen uitgerust zijn met een garageknop (ook wel Walk Assist, Park Assist, vertrekhulp, parkeerhulp, enz. genoemd), waardoor ze beperkt autonoom kunnen bewegen, om bijvoorbeeld gemakkelijker een helling te kunnen opwandelen met de fiets aan de hand.

De zogenaamde e-bike kan enkel in aanmerking komen omwille van de elektrische aandrijving als die kan worden opgenomen in één van de 3 categorieën (rijwiel, gemotoriseerd rijwiel of speed pedelec) (6).

(6) Er bestaat geen eenduidige definitie van een 'e-bike'. Het zijn fietsen waarbij een gashendel of -knop de elektrische motor aanstuurt en de bestuurder niet meer hoeft te trappen. Hij kan ook zelf fietsen zonder de motor aan te spreken.

4. Vanaf wanneer?

De gewijzigde bepalingen zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.

5. Wetgeving

- Artikelen 2 tot 5 van de wet van 22.10.2017 houdende diverse fiscale bepalingen I (Belgisch Staatsblad van 10.11.2017).

- Artikelen 38, § 1, eerste lid, 14°, 64ter, eerste en derde lid en 66bis, derde lid, WIB 92.

Interne ref.: 713.222