Circulaire nr. 15/2003 d.d. 22.07.2003

Kruispuntbank van Ondernemingen

Federale Overheidsdienst FINANCIËN

Hoofdbestuur van het kadaster, de registratie en de domeinen

Sector registratie
Dienst I - Directies 3 en 4/A

Dossier nr. E.L.T.Z.22

2 bijlagen

1. Inleiding

In het Belgisch Staatsblad van 20 juni 2003 (3de editie) werd het koninklijk besluit van 28 mei 2003 tot vaststelling van het bedrag van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, en de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten bekendgemaakt.

Het treedt in werking op 1 juli 2003.

Bijlage 1 bevat de tekst van dit besluit.

Dit besluit werd genomen in uitvoering van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen (onder meer de artikelen 19, 21, 34, 57 en 73).

Bijlage 2 bevat een uittreksel uit deze wet.

Bij deze circulaire wordt een eerste commentaar te geven op de bepalingen van het voormeld koninklijk besluit.

2. Inschrijvingsrecht

Eén van de doelstellingen van voormelde wet van 16 januari 2003 is de oprichting van een register van ondernemingen genaamd Kruispuntbank van Ondernemingen. Dit enig register vormt voortaan de authentieke bron voor alle informatie inzake rechtspersonen, ondernemingen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid.

Werden aldus geïntegreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen:

- het register van rechtspersonen;

- de lokale en het centraal handelsregister;

- het ambachtsregister;

- de verschillende registers vermeld in het Wetboek Vennootschappen;

* het register van de burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen (RBV);

* het register van de Belgische economische samenwerkingsverbanden;

* het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden (REESV);

* het register van de buitenlandse vennootschappen, met zetel in België;

* het vzw-register.

De voormelde wet beoogd ook het vervangen van de verschillende rechten die nu voor de start van een onderneming aan de griffie moeten worden betaald, door een aan een erkend ondernemingsloket voor rekening van de Schatkist te betalen inschrijvingsrecht.

Uit de voorbereidende werken bij deze wet blijkt dat dit inschrijvingsrecht een uniek startersforfait is dat de vroegere griffierechten en meerdere zegelrechten integreert, zoals het huidige zegelrecht op de vestigingsattesten, de fiscale zegels bij allerlei registratie- en inschrijvingsverplichtingen … (Memorie van toelichting, Kamer, 5de zitting, Doc 50, nr. 2058/001, p. 30).

De wetgever verstaat onder inschrijvingsrecht: het recht verschuldigd door een onderneming voor haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van handels- of ambachtsonderneming, hetzij voor de eerste inschrijving, hetzij voor iedere volgende inschrijving van een vestigingseenheid, hetzij voor de inschrijving van een wijziging (artikel 1, 1°, van dit koninklijk besluit).

Het bedrag van het inschrijvingsrecht wordt vastgesteld in artikel 2, § 1, van dit koninklijk besluit (z. bijlage 1). De kosteloos uitgevoerde verrichtingen worden opgenomen in artikel 2, § 3, van voormeld koninklijk besluit.

3. Griffierechten
3.1. Inschrijvingsrecht

Ten gevolge van de invoering van het hiervoor onder 1 beschreven inschrijvingsrecht en van de integratie van het handelsregister en het ambachtsregister in de Kruispuntbank van Ondernemingen, worden door artikel 5, § 1, 1°, van voormeld koninklijk besluit opgeheven:

a) artikel 268, 5° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (dat een inschrijvingsrecht voorzag voor de inschrijvingen in het handelsregister en in het ambachtsregister);
b) artikel 277 van dit Wetboek (dat, enerzijds, een inschrijvingsrecht invoerde voor elke inschrijving of wijzigende inschrijving van een natuurlijk persoon of rechtspersoon in het handelsregister, in het register van de burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, in het register van de buitenlandse vennootschappen die niet vallen onder het voorschrift van artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, in het register van de economische samenwerkingsverbanden en in het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden, en dat, anderzijds, voorzag in de vrijstelling voor de ambtshalve aangebrachte wijzigingen);
c) artikel 278 van dit Wetboek (dat een inschrijvingsrecht voorzag voor elke inschrijving of wijzigende inschrijving in het ambachtsregister, en in een vrijstelling van het recht voor de ambtshalve aangebrachte wijzigingen);
d) artikel 281 van dit Wetboek (dat een vrijstelling van het inschrijvingsrecht in het handelsregister voorzag voor de inschrijvingen en de wijzigende inschrijvingen van economische samenwerkingsverbanden en van de Europese economische samenwerkingsverbanden).
3.2. Expeditierecht

Artikel 5, §1, 2° en 3°, van het voormeld besluit wijzigt de artikelen 272, eerste lid, 4°, en 280, 3°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. Dit wetboek wordt aangepast aan de oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen die in de plaats komt van het handelsregister, het register van de burgerlijke die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, het register van de buitenlandse vennootschappen die niet vallen onder het voorschrift van artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, het ambachtsregister, het register van de economische samenwerkingsverbanden en het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden.

a) Artikel 272, lid 1, 4°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten
De aflevering door de griffiers van uitgiften, afschriften of uittreksels van akten en stukken betreffende rechtspersonen ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, geeft aanleiding tot het heffen van een expeditierecht aan het tarief bepaald door artikel 272, eerste lid.
Aangezien de registers beoogd door de vroegere bepaling (het handelsregister, het register van de burgerlijke die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, het register van de buitenlandse vennootschappen die niet vallen onder het voorschrift van artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, het ambachtsregister, het register van de economische samenwerkingsverbanden en het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden), om praktische redenen en als overgangsmaatregel, in werkelijkheid op de griffies zullen bewaard blijven, wordt geen expeditierecht geheven bij het afleveren op de griffies van uitgiften, afschriften of uittreksels van akten en stukken aangaande die vroegere registers. Dit omdat de griffies in dit geval handelen in naam en voor rekening van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
b) Artikel 280, 3°, van dit Wetboek
Deze bepaling houdt een vrijstelling in van het expeditierecht voor de afschriften van verklaringen met het oog op de inschrijving of tot wijziging van de inschrijving in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen, ambtshalve afgegeven of toegezonden aan de personen die de inschrijving of de wijziging aanvragen (de reden van de vrijstelling moet op het afschrift vermeld worden).
4. Zegelrechten

Artikel 5, § 3, van het voormeld besluit wijzigt artikel 59^1 van het Wetboek der zegelrechten, door wijziging van artikel 59^1, 35° en door de invoeging van artikel 59^1, 36° en 36°bis.

Deze wijzigingen hebben tot doel, enerzijds het Wetboek der zegelrechten aan te passen aan de vervanging van het handelsregister en het ambachtsregister door de Kruispuntbank van Ondernemingen en, anderzijds, de invoering van twee nieuwe vrijstellingen die rechtstreeks met de toepassing van de voornoemde wet van 16 januari 2003 een rechtstreeks verband houden.

a) Artikel 591, 35°, van het Wetboek der zegelrechten.

De wetten betreffende het handelsregister en de wet op het ambachtsregister worden opgeheven en vervangen door titel III van de voornoemde wet van 16 januari 2003.

Bijgevolg wordt artikel 59^1, 35°, van het Wetboek der zegelrechten formeel aangepast en worden voortaan van het zegelrecht vrijgesteld, de akten met betrekking tot de uitvoering van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntenbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, met uitsluiting van de akten in verband met door derden ingestelde vorderingen tot verbetering of doorhaling.

Deze aanpassing brengt geen enkele wijziging met zich mee wat betreft het toepassingsgebied van deze bepaling die steeds tot voorwerp heeft de documenten vrij te stellen die door de aanvrager moeten voorgelegd worden of die aan hem worden afgeleverd, bij toepassing van de voornoemde wet van 16 januari 2003.

b) Artikel 591, 36°, van het Wetboek der zegelrechten.

Deze bepaling stelt de in artikel 8, 16°, a), bedoelde akten vrij van het zegelrecht, wanneer ze afgegeven worden aan een onderneming die zich moet laten inschrijven in de Kruispuntenbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming.

Worden door voornoemd artikel 8, 16°, a), bedoeld, de akten verleden met tussenkomst van particulieren (in casu ondernemingen), of die welke hun hetzij in origineel, brevet, uitgifte, afschrift of uittreksel, hetzij onder vorm van getuigschrift, brief of eender welk geschrift worden afgeleverd, om als titel te gelden van een machtiging, aanneming of goedkeuring welke ter uitvoering van wetten of reglementen van publiek of administratief recht wordt verleend tot het uitoefenen van een beroepsbedrijvigheid.

De vrijstelling van het zegelrecht van 5 euro is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de akte wordt afgeleverd aan een persoon die er toe gehouden is zich te laten inschrijven als handels- of ambachtsonderneming in de Kruispuntenbank van Ondernemingen.

Worden ondermeer bedoeld :

- de erkenning en de registratie van fabrikanten en tussenpersonen in de dierenvoeding (K.B. 30.10.98, art. 2 en 7);

- de vergunningen verleend aan de kleinhandelaars in vleeswaren, aan de beenhouwers en de spekslagers (K.B. 11.02.1948, art. 1);

- de erkenning van ondernemingen die bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik vervaardigen, invoeren, uitvoeren of verpakken (K.B. 28.02.1994, art. 1);

- de invoer- of uitvoervergunning voor bedreigde, in het wild levende dier- en plantensoorten (K.B. 20.12.1983, art 9 en 16);

- de erkenning van ondernemingen die samengestelde meststoffen, gemengde organische bodemverbeterende middelen of potgronden invoeren, fabriceren, bereiden of verpakken om ze te behandelen met de bedoeling ze te verhandelen (K.B. 07.01.1998, art. 6);

- de erkenning van aannemers van werken (W. 20.03.91, art. 8, § 4 en K.B. 26.09.1991, art. 14, § 3);

- attest van toegang tot het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de binnenwateren (K.B. 16.01.1996. art. 2);

- de vergunning voor de invoer, de uitvoer, de fabricage, het vervoer, de verkoop, het te koop aanbieden, het aanwezig hebben, de aflevering, het mits betaling of kosteloos verkrijgen van stoffen met hormonale, anti-hormonale, anabole, beta-adrenergische, anti-infectieuze, antiparasitaire en anti-inflammatoire werking (K.B. 12.04.1974, art. 1);

- de erkenning voor de invoer, de uitvoer, de doorvoer, het vervaardigen of het in de handel brengen van als verdovende middelen en psychotische stoffen geklasseerde stoffen (K.B. 26.10.1993, art. 3 en 9);

- de toelating voor het op de markt brengen van biociden (K.B. 05.09.2001, art. 2);

- de vergunning voor het vervoer van springstoffen (K.B. 23.09.1958, art. 72);

- de vergunning van vervoermakelaar (K.B. 12.01.78, art. 1);

- de erkenning van kopers en exploitanten van hout (Besl. Vl. Reg. 08.11.2002)

- de erkenning voor hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions en handelszaken voor dieren (W. 14.08.1986, art. 5, § 1 en K.B. 17.02.1997, art. 2, § 1);

- de toelating tot uitoefening van ambulante activiteiten (W.. 25.06.1993, art. 3);

- de vergunning voor beleggingsondernemingen (W. 06.04.1995, art. 47);

- de toelating voor verzekeringsondernemingen (W. 09.07.1975);

- de aanneming van kredietinstellingen voor de aanvaarding van inpandgeving van handelszaken (W. 25.10.1919, art. 7);

- de erkenning voor de handel in wapens en munitie (W. 03.01.1933, art. 1);

- de vergunning om een logiesverstrekkend bedrijf uit te baten (Decr. Fr. Gem. 09.11.1990, art. 4 en Decr. Vl. Gem. 20.03.1984, art. 3).

Genieten daarentegen niet van de vrijstelling, onder andere :

- de arbeidsvergunning die aan buitenlandse werknemers wordt opgelegd;

- de machtiging tot cumulatie toegestaan aan magistraten (Ger. W. art. 294);

- het visum aangebracht door de provinciale geneeskundige commissie op de titels en diploma's van geneesheren, chirurgen, apothekers, tandartsen, verloskundigen, verpleegkundigen en diverse werkers in paramedische beroepen.

c) Artikel 591, 36°bis, van het Wetboek der zegelrechten.

Artikel 59^1, 36°bis, van het Wetboek der zegelrechten stelt de volgende akten vrij van het zegelrecht :

- de mededeling van de hem betreffende gegevens gedaan aan een in de Kruispuntenbank van Ondernemingen opgenomen onderneming (W. 16.01.2003, art. 19);

- de afschriften of uittreksels van het handelsregister afgegeven aan eenieder die er om verzoekt (W. 16.01.2003, art. 21).

5. Inwerkingtreding

De bepalingen van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 treden in werking op 1 juli 2003. Zij zijn bijgevolg van toepassing op de uitgiften, afschriften en uittreksels van akten en stukken of gegevens, afgeleverd of medegedeeld vanaf deze datum.

De Administrateur-generaal van de Patrimoniumdocumentatie,

D. DE BRONE

----------

BIJLAGE 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 20 juni 2003, derde editie

28 MEI 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, en de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten.

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het koninklijk besluit nr. 64 van 30 november 1939 houdende het Wetboek der registratie-, hypotheek, en griffierechten, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967;
Gelet op het besluit van de Regent van 26 juni 1947 houdende het Wetboek der zegelrechten, gewijzigd bij de wet van 12 juli 1960;
Gelet op de wet van 3 juli 1956 op het handelsregister, gewijzigd bij de wet van 16 augustus 1963;
Gelet op het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 januari 1975;
Gelet op de wet van 18 maart 1965 op het ambachtsregister;
Gelet op de programmawet van 2 juli 1981;
Gelet op de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen;
Gelet op de programmawet van 24 december 1993;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro;
Gelet op het koninklijk besluit van 3 september 2000 tot vaststelling van de vergoeding voor de afgifte van het getuigschrift van ondernemersvaardigheden;
Gelet op de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen inzonderheid de artikelen 34, 57 en 73;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 januari 2003 en op 22 mei 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 27 februari 2003 en op 22 mei 2003;
Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van ten hoogste een maand;
Gelet op het advies nr. 35.115/1 van de Raad van State, gegeven op 3 april 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij:
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° "inschrijvingsrecht" : het recht verschuldigd door een onderneming voor haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van handels- of ambachtsonderneming, hetzij voor de eerste inschrijving, hetzij voor iedere volgende inschrijving van een vestigingseenheid, hetzij voor een inschrijving van een wijziging, zoals bedoeld in artikel 2, § 1.
2° "de wet" : de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.
Art. 2. § 1. Het inschrijvingsrecht bedraagt:
1° voor een natuurlijke persoon : 70 euro voor de eerste inschrijving en 50 euro voor iedere volgende inschrijving van een vestigingseenheid;
2° voor iedere andere onderneming : 130 euro voor de eerste inschrijving en 70 euro voor iedere volgende inschrijving van een vestigingseenheid;
3° voor iedere onderneming : 40 euro voor de inschrijving van wijzigingen betreffende:

a) de economische activiteiten;

b) de personen die de ondernemersvaardigheden bewijzen;

c) de begin- of stopzettingsdatum van de onderneming of een vestigingseenheid.

§ 2. Indien over een onderneming of vestigingseenheid op hetzelfde ogenblik meerdere wijzigingen worden meegedeeld, is het inschrijvingsrecht eenmaal verschuldigd.
§ 3. De volgende verrichtingen worden kosteloos uitgevoerd:
1° ambtshalve wijzigingen in uitvoering van artikel 23 van de wet;
2° de overige verificaties en wijzigingen die door de erkende ondernemingsloketten moeten worden uitgevoerd in uitvoering van titel III van de wet.
§ 4. Worden ook als eerste inschrijving beschouwd:
1° de overname van een vestigingseenheid;
2° het opnieuw inschrijvingen van een onderneming of vestigingseenheid na een vroegere doorhaling van haar hoedanigheid van handels- of ambachtsonderneming.
Art. 3. Als vergoeding voor hun tussenkomst bij de inschrijving houden de erkende ondernemingsloketten 60,5 %, BTW inbegrepen, in van de in artikel 2 bedoelde bedragen.
Art. 4. De erkende ondernemingsloketten storten het saldo in de Schatkist, ten laatste de vijfde werkdag van de maand die volgt op deze waarin hen de inschrijvingsrechten werden betaald.
De controledienst bedoeld in artikel 60 van de wet ontvangt hiervoor van de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen ter verificatie van de door de ondernemingsloketten gestorte bedragen, maandelijks een overzicht per ondernemingsloket van de door hen in de loop van de vorige kalendermaand in de Kruispuntbank van Ondernemingen uitgevoerde definitieve inschrijvingen, waarvoor krachtens artikel 2, § 1, van dit besluit een inschrijvingsrecht diende te worden aangerekend.
Art. 5. § 1. In het koninklijk besluit nr. 64 van 30 november 1939 houdende het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° opgeheven worden:
artikel 268, 5°, vervangen door de wet van 18 maart 1965 op het ambachtsregister;
artikel 277, vervangen door de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen en gewijzigd door de programmawet van 24 december 1993 en door het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro;
artikel 278, vervangen door de wet van 18 maart 1965 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 januari 1975, de programmawet van 2 juli 1981, de wet van 22 december 1989, de programmawet van 24 december 1993 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000;
artikel 281, vervangen door de wet van 22 december 1989;
artikel 272, eerste lid, 4°, vervangen door de wet van 22 december 1989, wordt vervangen als volgt : "voor de uitgiften, afschriften of uittreksels van akten en stukken betreffende rechtspersonen ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
3° in artikel 280, 3°, vervangen door de wet van 22 december 1989, worden de woorden "in het handelsregister, in het register van de burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, in het register van buitenlandse vennootschappen die niet vallen onder het voorschrift van artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, in het ambachtsregister, in het register van economische samenwerkingsverbanden of in het register van Europese samenwerkingsverbanden" vervangen door de woorden "in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen".
§ 2. Het koninklijk besluit van 3 september 2000 tot vaststelling van de vergoeding voor de afgifte van het getuigschrift van ondernemersvaardigheden wordt opgeheven.
§ 3. In artikel 59^1 van het besluit van de Regent van 26 juni 1947 houdende het Wetboek der zegelrechten, gewijzigd bij de wet van 12 juli 1960, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 35°, vervangen door de wet van 3 juli 1956 op het handelsregister, gewijzigd door de wet van 16 augustus 1963, en de wet van 18 maart 1964, wordt vervangen als volgt : "35° akten betreffende de uitvoering van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen met uitsluiting van de akten in verband met door derden ingestelde vorderingen tot verbetering of doorhaling";
2° de bepaling onder 36° wordt hersteld in de volgende lezing:
"36° de akten bedoeld in artikel 8, 16°, a), wanneer ze afgegeven worden aan een onderneming die zich moet laten inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming";
3° een 36°bis wordt ingevoegd, luidend als volgt: "36°bis de akten afgeleverd in uitvoering van de artikelen 19 en 21 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen";
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003.
Art. 7. Onze Eerste Minister, Onze Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van Openbare Besturen, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 mei 2003.

ALBERT

Van koningswege :

De Eerste Minister,

G. VERHOFSTADT

De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van Openbare Besturen,

L. VAN DEN BOSSCHE

De Minister van Justitie,

M. VERWILGHEN

De Minister van Financiën,

D. REYNDERS

De Minister belast met Middenstand,

R. DAEMS

De Minister van Economie,

Ch. PICQUE

BIJLAGE 2

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 5 februari 2003

16 JANUARI 2003. - Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen

Art. 19. Iedere onderneming heeft recht op mededeling van de hem betreffende gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Indien blijkt dat de medegedeelde gegevens overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving onnauwkeurig, onvolledig of onjuist zijn, kan de houder van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen de verbetering van deze gegevens vragen op de wijze en binnen de termijnen vastgesteld door de Koning.
Art. 21. § 1. Onverminderd artikel 20 kan eenieder bij een ondernemingsloket inzage nemen van de gegevens van het handelsregister betreffende een bepaalde handels- of ambachtsonderneming en zich volledige of gedeeltelijke afschriften dan wel uittreksels van het register doen afgeven op de wijze bepaald door de Koning.
§ 2. De afschriften of uittreksels van het handelsregister worden voor eensluidend gewaarmerkt, tenzij de aanvrager afstand doet van dit vormvoorschrift.
§ 3. De afschriften of uittreksels vermelden niet de inhoud van rechterlijke beslissingen die betrekking hebben op:
1° een faillissement en één van de veroordelingen bepaald in de artikelen 486, 489bis en 489ter van het Strafwetboek, in geval van rehabilitatie;
2° een gerechtelijk akkoord na de tenuitvoerlegging van het gerechtelijk akkoord;
3° onbekwaamverklaring of benoeming van een gerechtelijk raadsman, wanneer een vonnis van opheffing is gewezen;
4° de in artikel 62 bedoelde veroordelingen.
Art. 34. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag vast van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming.
Hij kan hierbij een onderscheid maken op basis van de juridische aard van de onderneming. De aldus vastgestelde bedragen kunnen op 1 januari worden aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen indien het geïndexeerde bedrag minstens 10 euro hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag. Het bedrag van de verhoging wordt naar beneden toe afgerond op het veelvoud van 10 euro.
Art. 57. § 1. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het percentage dat door de ondernemingsloketten mag worden ingehouden ter vergoeding van hun tussenkomst op de in toepassing van de artikelen 34, of 43, 5°, door hen geïnde inschrijvings-, registratie-, publicatie- of zegelrechten.
§ 2. Voor hun bijkomende diensten voor de ondernemingen, bedoeld in artikel 43, tweede lid, kunnen de ondernemingsloketten een eigen prijszetting bepalen per prestatie of forfaitair op jaarbasis.
TITEL VII. - Slotbepalingen.
Art. 73. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Coördinatiecommissie bedoeld in artikel 26, de van kracht zijnde wettelijke bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen teneinde op eenvormige wijze te voorzien in de identificatie van de titularissen van de inschrijving bedoeld in artikel 4, het verzamelen van de gegevens bedoeld in artikel 6, de éénmalige verzameling bedoeld in artikel 7, eerste lid, het onderlinge en wederzijdse gebruik van het ondernemingsnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen voorzien in artikel 11, evenals de invoering van het inschrijvingsrecht bedoeld in artikel 34.
De minister van Economische Zaken en de minister belast met Middenstand, kunnen een termijn voorschrijven binnen dewelke het advies moet worden gegeven, zonder dat deze korter mag zijn dan een maand. Bij het verstrijken van deze termijn is dit advies niet meer vereist.