Circulaire nr. Ci.D.19/460.156 van 22.04.1994
CIRC 22.04.94/1
Bull. nr. 739, pag. 1271
UITVOERING VAN HET GLOBAAL PLAN OP HET STUK VAN DE FISCALITEIT
Beknopt overzicht.
Beknopt overzicht.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
In bijlage gaat een samenvatting van de voornaamste bepalingen m.b.t. de inkomstenbelastingen van de wet van 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (BS 31.3.1994 - 2e uitgave - V 2297, Bull. 739).
Het hoofdbestuur zal de commentaar op de voormelde wetsbepalingen zo spoedig mogelijk opstellen en verspreiden.
De Directeur-generaal,
E. VAN VRECKEM
BIJLAGE
INHOUDSTAFEL Nrs. I. PERSONENBELASTING - Onroerende inkomsten - Verhoging van het KI ................. 1 - Beroepsinkomsten - Vergoedingen ontvangen via plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen ............................... 4 - Beroepskosten Onroerende voorheffing ...................................... 7 Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid ............... 8 - Belastingvermindering voor uitgaven betaald aan plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen ............................... 10 - Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten Bedrag van de belastingverminderingen ....................... 15 Indexering .................................................. 19 Niet-belastbare vervangingsinkomsten ........................ 21 - Afzonderlijke aanslag in de PB van roerende inkomsten ....... 25 II. BELASTING VAN NIET-INWONERS - Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten ........................................ 26 III. NIET VERANTWOORDE KOSTEN - Aanslagvoet ................................................. 27 IV. VOORHEFFINGEN - Aanslagvoet RV op dividenden ................................ 29 - Verrekening van de OV ....................................... 35 V. VESTIGING VAN DE BELASTING - Voorafgaande fiscale akkoorden (RULING) ..................... 37 - Detachering van belastingambtenaren ......................... 40 VI. AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE .................................... 43 VII. BEKRACHTIGING VAN KB'S ....................................... 47 I. PERSONENBELASTING
ONROERENDE INKOMSTEN - VERHOGING VAN HET KI
1. Het geïndexeerde KI van niet verhuurde in België gelegen gebouwen (zoals tweede verblijven en gratis ter beschikking gestelde gebouwde onroerende goederen) en van niet tot beroepsdoeleinden verhuurde gebouwen wordt vanaf aj. 1995 met 25 % verhoogd.
2. Deze verhoging van het in de PB aan te geven KI is dus niet van toepassing op de woning die recht geeft op de woningaftrek en heeft ook geen enkele weerslag op de berekening van de OV.
3. De aanvullende belasting waartoe die verhoging aanleiding geeft, mag, welke ook de aard is en de duur van de bestaande of de nieuwe huurovereenkomst is, niet ten laste van de huurder worden gelegd.
(art. 7, § 1, 1° en 2°, a, WIB 92 en de art. 1, 29, § 1, 1°, en 30, W 30.3.1994).
BEROEPSINKOMSTEN - VERGOEDINGEN ONTVANGEN VIA PLAATSELIJKE WERKGELEGENHEIDSAGENTSCHAPPEN
4. Het wettelijk stelsel betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen is neergelegd in art. 73, W 30.3.1994 houdende sociale bepalingen (BS 31.3.1994, 2e uitgave - V 2298 - Bull. 739).
5. De vergoedingen die werklozen ontvangen voor prestaties gedaan door tussenkomst van zulke plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen zijn aan te merken als vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen, tot het beloop van het maximumbedrag vastgesteld in de ter zake geldende regeling.
Dit betekent dat die vergoedingen de aard hebben van vervangingsinkomsten en aanleiding geven tot de bijzondere belastingvermindering die geldt inzake werkloosheidsuitkeringen.
| 6. | Inwerkingtreding : vanaf aj. 1995. |
BEROEPSKOSTEN
Onroerende voorheffing
7. De OV en de opcentiemen met betrekking tot onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, behoren vanaf aj. 1995 tot de volledig aftrekbare beroepskosten.
Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid
8. De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, ingevoerd door de art. 106 tot 112, W 30.3.1994 houdende sociale bepalingen is niet aftrekbaar als beroepskosten.
9. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1995.
(art. 53, 4°, WIB 92 en de art. 5, 2°, en 29, § 1, 1°, W 30.3.1994).
BELASTINGVERMINDERING VOOR UITGAVEN BETAALD AAN PLAATSELIJKE WERKGELEGENHEIDSAGENTSCHAPPEN
10. Een nieuwe belastingvermindering wordt ingevoerd voor uitgaven betaald door particulieren aan plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen voor prestaties geleverd door een langdurig uitkeringsgerechtigd volledig werkloze of door een volledig werkloze die ingeschreven is als werkzoekende en het bestaansminimum geniet.
11. Deze vermindering wordt berekend tegen de bijzondere gemiddelde aanslagvoet die van toepassing is in het kader van het lange termijnsparen (art. 145^2 WIB 92), op de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap.
Die aanslagvoet mag niet minder dan 30 % noch meer dan 40 % bedragen.
12. De voorwaarden waaraan deze uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen, zullen bij KB worden vastgelegd.
13. In gezinnen zullen voormelde uitgaven tussen beide echtgenoten evenredig omgedeeld worden op ieders inkomensdeel.
14. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1995).
BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR PENSIOENEN EN VERVANGINGSINKOMSTEN
Bedrag van de belastingverminderingen
15. Tot op heden werden de bedragen van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten elk jaar berekend in functie van referentie-inkomens die evolueren op basis van de sociale wetgeving. Zulks had tot gevolg dat de pensioenen en vervangingsinkomsten in grote mate ontsnapten aan de gevolgen van de opschorting van de indexering van de belastingschalen.
16. Vanaf het aj. 1995 zijn die bedragen rechtstreeks in het Wetboek ingeschreven, zodat ze eveneens door de voorlopige bevriezing van de indexering zullen worden getroffen.
17. Op te merken valt dat de in het WIB 92 ingeschreven bedragen basisbedragen zijn die nog moeten worden geïndexeerd met de coëfficiënt 1,0998.
18. De voor het aj. 1995 van toepassing zijnde belastingverminderingen (zie BS 19.4.1994 - Bull. 739) zijn dezelfde als die welke met betrekking tot het aj. 1994 vermeld zijn in circ. 24.3.1994, nr. Ci.RH.331/456.723 (Bull. 738).
Indexering
19. Bij indexering van de bedragen van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten die in het WIB 92 zijn ingeschreven, wordt de algemene afrondingsregel inzake indexering niet toegepast.
Die bedragen moeten immers worden afgerond tot de hogere of lagere frank naargelang het cijfer van de tienden al dan niet 5 bereikt.
20. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1995.
Niet-belastbare vervangingsinkomsten
21. Wanneer de genieters van werkloosheidsuitkeringen, eventueel verhoogd met de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, geen enkel ander inkomen hebben, zijn ze thans niet belastbaar in de PB.
22. Wanneer de werkloosheidsuitkeringen aangevuld worden met in nr. 5 bedoelde vergoedingen betaald door plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, blijft het in het voorgaande nr. vermelde principe van niet-belastbaarheid behouden.
23. Het spreekt vanzelf dat de niet-belastbaarheid slechts van toepassing is wanneer het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen, in voorkomend geval verhoogd met voormelde anciënniteitstoeslag en vergoedingen, niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering vastgelegd in de ter zake geldende regeling.
24. Inwerkingtreding ; vanaf aj. 1995.
AFZONDERLIJKE AANSLAG IN DE PB VAN ROERENDE INKOMSTEN
25. Door de verlaging van de RV tot 13 % voor sommige dividenden (nrs. 29 tot 34) kunnen dividenden vanaf aj. 1995 tegen drie verschillende aanslagvoeten afzonderlijk belastbaar zijn in de PB, namelijk tegen 13 %, 20 % of 25 %. Na verhoging met de aanvullende crisisbijdrage die tarieven respectievelijk 13, 39 %, 20, 60 % of 25, 75 %.
II. BELASTING VAN NIET-INWONERS
BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR PENSIOENEN EN VERVANGINGSINKOMSTEN
26. Naar analogie met de PB (zie nr. 16) zijn de bedragen van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten die van toepassing zijn inzake BNI/nat.pers., in het WIB 92 ingeschreven.
Voor de voor het aj. 1995 geldende bedragen wordt verwezen naar nr. 18.
III. NIET VERANTWOORDE KOSTEN
AANSLAGVOET
27. Vanaf aj. 1995 wordt de aanslagvoet van de bijzondere aanslag op niet verantwoorde kosten van 200 % op 300 % gebracht. Deze verhoging is van toepassing op vennootschappen en rechtspersonen die aan de Ven.B, RPB of BNI onderworpen zijn.
Na toevoeging van de aanvullende crisisbijdrage bedraagt de aanslagvoet dus 309 %.
28. Wat de Ven.B en de BNI/ven. betreft is elke wijziging die vanaf 17.11.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.
(art. 219, 2e lid, 4°, 225, 2e lid, 4°, 246, 2°, en 247, 3°, WIB 92 en de art. 15, 16, 18, 19, en 29, § 1, 1°, en § 2, W 30.3.1994).
IV. VOORHEFFINGEN
AANSLAGVOET RV OP DIVIDENDEN
29. Met het oog op het aanmoedigen van beleggingen in risicokapitaal wordt in sommige gevallen de RV op dividenden verlaagd tot 13 %.
30. Die aanslagvoet van 13 % (13,39 % na toevoeging van de ACB) is van toepassing op de volgende dividenden :
| 1. | dividenden van AFV-aandelen die genoteerd zijn op een beurs van roerende waarden wanneer de vennootschap die de inkomsten uitkeert door een vóór 1.1.1995 genomen regelmatige beslissing van de algemene vergadering, onherroepelijk heeft verzaakt aan de overdracht, op de aan de desbetreffende aandelen uitgekeerde inkomsten, van de belastingbesparing of het eventueel aanvullend inkomen die uit de voorziene vrijstelling van Ven.B voortvloeien; |
| 2. | dividenden (voor zover de uitkerende vennootschap niet onherroepelijk heeft verzaakt aan het voordeel van de verlaging van de RV) : |
| a) | verbonden aan aandelen uitgegeven vanaf 1.1.1994 door het openbaar aantrekken van spaargelden; |
| b) | opgebracht door aandelen uitgegeven vanaf 1.1.1994 ingevolge inbrengen in geld en die vanaf hun uitgifte : |
- op naam zijn ingeschreven bij de uitgever;
- in België in open bewaring zijn gegeven (de voorwaarden en de toepassing daarvan worden bij KB bepaald) bij een bank, een openbare kredietinstelling, een beursvennootschap of een spaarkas die aan de controle van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is onderworpen;
| c) | uitgekeerd door beleggingsvennootschappen (BEVEK's, BEVAK's en VBS). |
31. Om te voorkomen dat inbrengen in natura wederrechtelijk worden omgevormd in inbrengen in geld, is in de wet bepaald dat, ingeval van overdracht door de oprichters, aandeelhouders, bestuurders, zaakvoerders of vennoten van de vennootschap die de overdracht verkrijgt van :
- hetzij goederen die vóór 1.1.1994 voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn aangewend;
- hetzij aandelen die deel hebben uitgemaakt van hun privaat vermogen;
- hetzij goederen die hebben toebehoord aan een vennootschap waarvan zij vóór 1.1.1994 aandeelhouders, bestuurders, zaakvoerders of vennoten waren,
alleen het bedrag van de inbreng in geld dat meer bedraagt dan de overdrachtprijs, in aanmerking kan worden genomen.
32. Ten name van de in nr. 30, 2, a en b bedoelde vennootschappen die na 31.12.1993 hun kapitaal verminderen, worden de kapitaalverhogingen waartoe zij overgaan slechts in aanmerking genomen in de mate dat zij meer bedragen dan die kapitaalverminderingen.
Deze kapitaalverhogingen worden evenwel geheel in aanmerking genomen wanneer de kapitaalverminderingen beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften (zie nr. 37), met dien verstande dat kapitaalverminderingen gebruikt om verliezen boekhoudkundig aan te zuiveren of om onbeschikbare reserves aan te leggen, geacht worden aan rechtmatige financiële of economische behoeften te beantwoorden.
33. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de gevallen bedoeld in nr. 30, 1, 2, a en b, de aanslagvoet van 13 % slechts van toepassing is voor zover de aandelen waarop de dividenden betrekking hebben, geen enkel voorrecht toekennen ten opzichte van de andere door de vennootschap uitgegeven aandelen.
34. Inwerkingtreding : bepaling van toepassing op inkomsten die vanaf 1.1.1994 worden toegekend of betaalbaar gesteld en, voor zover ze verband houden met AFV-aandelen, op inkomsten die betrekking hebben op een boekjaar dat aan het aj. 1995 of aan een later aj. verbonden is.
(art. 269 WIB 92 en de art. 20, 28 en 29, § 1, 3°, W 30.3.1994).
VERREKENING VAN DE OV
35. Vanaf aj. 1995 wordt als OV nog alleen verrekend, de OV die verband houdt met het KI van de eigen woning van de belastingplichtige en in de mate dat het KI in het belastbare inkomen is begrepen, met dien verstande dat de aftrek van interesten van leningen voor het verwerven of het behouden van onroerende goederen, de verrekening van die OV niet in de weg staat.
36. De aanvullende belasting die het gevolg is van het niet verrekenen van de OV, mag niet ten laste van de huurder worden gelegd, welke ook de aard en de duur van de bestaande of de nieuwe huurovereenkomst is.
V. VESTIGING VAN DE BELASTING
VOORAFGAANDE FISCALE AKKOORDEN (RULING)
37. Om met betrekking tot sommige dividenden de verlaging van de RV tot 13 % te kunnen genieten is in het nr. 32, 1e lid, gesteld dat kapitaalverhogingen slechts in aanmerking worden genomen in de mate dat zij meer bedragen dan de na 31.12.1993 doorgevoerde kapitaalverminderingen.
Die kapitaalverhogingen kunnen evenwel geheel in aanmerking worden genomen op voorwaarde dat de bedoelde kapitaalverminderingen aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoorden (zie nr. 32, 2e lid).
38. De in art. 345, § 1, WIB 92 aangebrachte wijziging heeft tot doel de betrokken vennootschappen de mogelijkheid te geven aan de administratie der directe belastingen een voorafgaand fiscaal akkoord (RULING) te vragen omtrent het feit of de kapitaalverminderingen waarvan sprake wel degelijk aan de voormelde voorwaarde voldoen.
39. Inwerkingtreding : bepaling van toepassing op de vanaf 1.1.1994 gedane verrichtingen.
DETACHERING VAN BELASTINGAMBTENAREN
40. Art. 31 van onderhavige wet voorziet in de mogelijkheid dat ambtenaren van de belastingadministraties die door de Minister van Financiën zijn aangewezen, ter beschikking kunnen worden gesteld van de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie.
41. Deze ambtenaren kunnen op een andere wijze dan als getuige deelnemen aan akten van rechtspleging (zoals deelneming aan huiszoekingen en verhoren) zonder de nietigheid van deze akten teweeg te brengen.
42. Inwerkingtreding : wordt bepaald door het ministerieel besluit dat de ambtenaren moet aanwijzen en dat de regels voor hun detachering moet vastleggen.
VI. AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE (ACB)
43. Bij de invoering van de ACB werd bepaald, eensdeels, dat zij wordt gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij wordt berekend en, anderdeels, dat zij niet als beroepskosten aftrekbaar is.
44. Telkens wanneer de ACB niet en de belasting of voorheffing waarop zij werd berekend wel als beroepskosten aftrekbaar was, kwam men derhalve tot een onlogische toestand.
45. Om dit euvel te verhelpen bepaalt de wet voortaan dat, vanaf aj. 1994, de ACB niet als beroepskosten aftrekbaar is indien de belasting waarop zij wordt berekend ook niet als beroepskosten wordt aangemerkt.
46. Concreet betekent dit dat inzonderheid aftrekbaar zijn, de ACB betreffende de in art. 219 WIB 92 vermelde bijzondere aanslag op niet verantwoorde kosten, zomede de ACB berekend op de in art. 58 WIB 92 bedoelde forfaitaire belasting op geheime commissielonen.
VII. BEKRACHTIGING VAN KB'S
47. De KB's 27.8.1993, 22.10.1993 en 30.12.1993 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en het KB 22.9.1993 inzake voorafgaande fiscale akkoorden, zijn bekrachtigd.
(art. 32, W 30.3.1994).
Bron: FisconetPlus
