Circulaire nr. D19/566.782/MB dd. 01.12.2004

CIRC 01.12.04/1

Circulaire nr. D19/566.782/MB dd. 01.12.2004


SLEUTELFORMULE
Bedrijfsvoorheffing vanaf 1 januari 2005


Bijlagen : 5
SLEUTELFORMULE

voor het berekenen van de bedrijfsvoorheffing (BV) verschuldigd op bezoldigingen en op in artikel 146, 1° en 2°bis, wib 92 vermelde pensioenen of brugpensioenen, betaald vanaf 1 JANUARI 2005
Deze sleutelformule kan gedownload worden van :

a) de website http://fiscus.fgov.be, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector directe belastingen, rubriek "berekening bedrijfsvoorheffing";
b) de fiscale gegevensbank http://www.fisconet.be, Directe belastingen, circulaires, personenbelasting.
I N L E I D I N G
1. Deze sleutelformule bestaat uit drie delen :

DEEL I. BEZOLDIGINGEN
Hierin vindt men:

  • de regels voor het berekenen van de BV op maandelijkse bezoldigingen (nrs. 5 tot 20);
  • de regels voor het berekenen van de BV op anders dan per maand betaalde bezoldigingen (nr. 21);
  • de basisschaal (bijlage 1) en de tabellen en gegevens voor het berekenen van de belastingverminderingen (bijlagen 2 tot 5).
DEEL II. PENSIOENEN EVENALS BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92) BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN NIET-INWONERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.
Hierin vindt men:

  • de regels voor het berekenen van de BV op deze maandelijkse pensioenen en brugpensioenen (nrs. 22 tot 36);
  • de basisschaal (bijlage 1) en de tabellen en gegevens voor het berekenen van de belastingverminderingen (bijlagen 2 tot 5).
DEEL III. BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92) BETAALD AAN NIET-INWONERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.
Hierin vindt men:

  • de regels voor het berekenen van de BV op deze maandelijkse brugpensioenen (nrs. 37 tot 43);
  • de basisschaal (bijlage 1).
* * * * * * * *

BELANGRIJKE OPMERKINGEN
2. Deze sleutelformule werd ten opzichte van de vorige sleutelformule (Ci. D19/560.333) hoofdzakelijk gewijzigd ingevolge de indexering.

3. De sleutelformule geldt alleen voor de BV verschuldigd op bezoldigingen en op in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92 vermelde pensioenen of brugpensioenen die periodiek worden betaald. In alle andere gevallen wordt de BV berekend volgens de schalen en de erbij horende regels die in bijlage III van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn opgenomen.

4. Bij de berekening van de BV zoals hierna aangegeven is reeds rekening gehouden met een verhoging van 7 pct. voor de aanvullende belastingen (gemeente- en agglomeratiebelasting).
DEEL I. BEZOLDIGINGEN
Hoofdstuk 1. BEREKENEN VAN DE BV OP MAANDELIJKSE BEZOLDIGINGEN

5. De BV die bij betaling van maandelijkse bezoldigingen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.

Deze vier stappen zijn :

A. Vaststellen van het brutojaarinkomen;
B. Omzetten van het brutojaarinkomen; in het belastbare nettojaarinkomen;
C. Berekenen van de jaarbelasting;
D. Berekenen van de bedrijfsvoorheffing.

A. BRUTOJAARINKOMEN
6. Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men :



  • het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;
  • het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen van bedrijfsleiders die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, verminderen zoals aangegeven in onderstaande tabel :
Bruto-bedrag van de
maandelijkse bezoldigingen

Vermindering
tot 800,00 EUR

van 800,01 EUR tot 3.890,00 EUR

van 3.890,01 EUR tot 5.700,00 EUR

boven 5.700,00 EUR

300,00 EUR

300,00 EUR + 20,50 pct. op de schijf boven 800,00 EUR

933,45 EUR + 14,50 pct. op de schijf boven 3.890,00 EUR

1.195,90 EUR
2° het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van 15 euro en vermenigvuldigen met 12.

B. BELASTBAAR NETTOJAARINKOMEN
7. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen verminderd met de forfaitaire beroepskosten. Die forfaitaire beroepskosten worden als volgt bepaald :

Bezoldigingen (wedden en lonen) van werknemers
brutojaarinkomenforfaitaire beroepskosten
Tot 4.660,00 EUR

Van 4.660,01 EUR tot 9.260,00 EUR

van 9.260,01 EUR tot 15.420,00 EUR

van 15.420,01 EUR tot 54.653, 33 EUR



boven 54.653,33 EUR
25 pct.

1.165,00 EUR + 10 pct. op de schijf boven 4. 660,00 EUR

1.625,00 EUR + 5 pct. op de schijf boven 9.260,00 EUR

1.933,00 EUR + 3 pct. op de schijf boven 15.420,00 EUR



3.110,00 EUR (maximum)
Periodieke bezoldigingen van bedrijfsleiders
brutojaarinkomenforfaitaire beroepskosten
Tot 62.200,00 EUR

boven 62.200,00 EUR
5 pct.

3.110,00 EUR (maximum)

C. JAARBELASTING
8. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :

  • op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
  • van de basisbelasting de belastingverminderingen aftrekken.
De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met de belastingverminderingen.

1. Basisbelasting
9. De basisbelasting wordt steeds berekend met behulp van de enige basisschaal die is opgenomen in bijlage 1.

10. Afdeling 1. - Deze afdeling is van toepassing op :
A. Rijksinwoners
B. Niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden.
C. Niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden maar die bezoldigingen genieten :

  • voor in België geleverde arbeidsprestaties,
  • ingevolge een arbeidsovereenkomst die het volledige kalenderjaar bestrijkt,
  • en voor zover die arbeidsprestaties ten minste 75 % van de wettelijk voorziene arbeidsduur bedragen.
a) De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande of de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens persoonlijke beroepsinkomsten.

UITZONDERING.

Wanneer nochtans de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 105,00 EUR NETTO
[Bij het beoordelen van de grens van 105,00 EUR NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 2005 in aanmerking worden genomen en dienen de nettoberoepsinkomsten als volgt te worden vastgesteld:
1. de bruto-inkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;
2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.]
per maand, wordt - in afwijking van het vorige lid - de basisbelasting berekend overeenkomstig punt b, hierna.

De BASISBELASTING is gelijk aan de belasting berekend met behulp van de basisschaal en verminderd met 1.313,43 EUR (zijnde de belasting op een belastingvrije som ten bedrage van 4.910,00 EUR).

b) De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen persoonlijke beroepsinkomsten [Zie echter de uitzondering onder punt 1, afdeling 1, a (nr. 10, a).].

* Vooreerst wordt aan de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 30 pct. van het belastbare nettojaarinkomen.
Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan 8.330,00 EUR (maximum bereikt bij een belastbaar nettojaarinkomen van 27.766,67 EUR).

* Vervolgens wordt de belasting op dat toegekende inkomen berekend met behulp van de basisschaal (resultaat = belasting A). Dat bedrag wordt afgerond overeenkomstig nr. 12.

* Daarna wordt de belasting (eveneens met behulp van de basisschaal) berekend op het verschil tussen het belastbare nettojaarinkomen en het deel daarvan dat aan de andere echtgenoot werd toegerekend (resultaat = belasting B). Dat bedrag wordt eveneens afgerond overeenkomstig nr. 12.

* De BASISBELASTING tenslotte is gelijk aan de som van de twee belastingbedragen (som = belasting A + belasting B) verminderd met 2.626,86 EUR (zijnde tweemaal de belasting op de belastingvrije som ten bedrage van 4.910,00 EUR).

11. Afdeling 2. - Niet-inwoners die NIET gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden en die niet zijn vermeld in afdeling 1, C, hiervoor (nr. 10).
De BASISBELASTING is gelijk aan de belasting berekend met behulp van de basisschaal.

12. Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting (nrs. 10 en 11) wordt steeds op de cent afgerond. Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (1.568,967 EUR wordt dus afgerond naar 1.568,97 EUR).

2. Belastingverminderingen
13. a) Algemeen

* Van de basisbelasting vastgesteld overeenkomstig punt 1, afdeling 1 (nrs. 10, a en b) mogen worden afgetrokken:

  • de vermindering voor alleenstaande;
  • de verminderingen voor kinderen ten laste;
  • de verminderingen voor andere gezinslasten;
  • de vermindering ingevolge persoonlijke bijdragen:
  • voor groepsverzekering;
  • voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood;
  • die, overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid, van het WIB 92, betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging.
* Van de basisbelasting vastgesteld overeenkomstig punt 1, afdeling 2 (nr. 11) mag evenwel geen enkele vermindering worden afgetrokken.

Sommige begrippen met betrekking tot de belastingverminderingen worden in bijlage 2 toegelicht.

14. b) Vermindering voor kinderen ten laste
De vermindering voor kinderen ten laste moet worden toegekend op basis van de gegevens opgenomen in de tabel van bijlage 3.

15. c) Verminderingen voor alleenstaande en voor andere gezinslasten
Deze verminderingen zijn naar aard en bedrag gespecificeerd in de tabellen van bijlagen 4 en 5.

Bijlage 4
De aldaar vermelde verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de verkrijger van de inkomsten een alleenstaande is of wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten eveneens persoonlijke beroepsinkomsten heeft [Zie echter de uitzondering onder punt 1, afdeling 1, a (nr. 10, a)].

Bijlage 5
Die verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten GEEN persoonlijke beroepsinkomsten heeft [Zie echter de uitzondering onder punt 1, afdeling 1, a (nr. 10, a)].

16. d) Vermindering voor groepsverzekering, voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood en voor inhoudingen overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid, van het WIB 92.
Na toekenning van de onder nrs. 14 en 15 vermelde verminderingen wordt de basisbelasting verminderd met 30 pct. van:

  • de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract;
  • de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een extrawettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood;
  • de inhoudingen die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid van het WIB 92.
17. Afronding van de vermindering
Het resultaat van de bewerking wordt op de lagere cent afgerond (vb 1.568,967 EUR wordt 1.568,96 EUR).

18. e) Samenvoeging van belastingverminderingen
Alle verminderingen mogen worden samengevoegd zonder dat nochtans het totaal ervan het bedrag van de basisbelasting mag overtreffen.

D. BEDRIJFSVOORHEFFING
19. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 8).

Om nu het bedrag van de BV te bepalen die op de maandelijks betaalde bezoldigingen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.

20. Afronding van de BV
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere cent afgerond (vb. 130,747 wordt 130,74).

Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE BV OP ANDERS DAN PER MAAND BETAALDE BEZOLDIGINGEN

21. In dat geval wordt de BV als volgt berekend:

A. Betalingen per veertien dagen
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt:

  • vooreerst het betaalde bruto-bedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1°;
  • vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 2 om te komen tot een brutomaandinkomen;
  • daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van 15 euro en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een bruto-jaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare nettojaarinkomen (nr. 7);

3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 8 tot 18);

4. de BV per maand berekenen (nrs. 19 en 20);

5. het bekomen bedrag van de BV delen door 2; het resultaat van de deling door 2 wordt eveneens op de lagere cent afgerond.

B. Betalingen per week
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt:

  • vooreerst het betaalde bruto-bedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1°;
  • vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 4 om te komen tot een brutomaandinkomen;
  • daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van 15 euro en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een bruto-jaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto-jaarinkomen (nr. 7);

3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 8 tot 18);

4. de BV per maand berekenen (nrs. 19 en 20);

5. het bekomen bedrag van de BV delen door 4; het resultaat van de deling door 4 wordt eveneens op de lagere cent afgerond.

C. Betalingen per werkdag
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt:

  • vooreerst het betaalde bruto-bedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1°;
  • vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 20 om te komen tot een brutomaandinkomen;
  • daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van 15 euro en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een bruto-jaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare nettojaarinkomen (nr. 7);

3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 8 tot 18);

4. de BV per maand berekenen (nrs. 19 en 20);

5. het bekomen bedrag van de BV delen door 20; het resultaat van de deling door 20 wordt eveneens op de lagere cent afgerond.

DEEL II. PENSIOENEN EVENALS BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92) BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN NIET-INWONERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.
22. VOORAFGAANDE OPMERKINGEN:
22.1. Cumulatie van pensioenen
A. In geval van cumulatie van pensioenen verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut ten laste van eenzelfde schuldenaar van BV, wordt de BV per verkrijger volgens de nrs. 23 tot 26 vastgesteld op het totaalbedrag van de gecumuleerde pensioenen.

B. In geval van cumulatie van pensioenen als vermeld in punt A, betaald:

  • ofwel door de Rijksdienst voor Pensioenen (hierna de Rijksdienst) en de Administratie der Pensioenen (hierna de Administratie);
  • ofwel door de Rijksdienst en/of de Administratie en door een andere instelling vermeld in artikel 68, §1, l, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen,
wordt het percentage van de per verkrijger op elk pensioen in te houden BV vastgesteld en medegedeeld door de Rijksdienst of door de Administratie, naar analogie van de bepalingen van de artikelen 68 tot 68quinquies van voormelde wet.

In geval van cumulatie van een of meerdere pensioenen verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut, waarvan tenminste een wordt betaald door de Rijksdienst of door de Administratie, met een of meerdere pensioenen die niet worden verleend ter uitvoering van dergelijk statuut, is het eerste lid eveneens van toepassing voor de vaststelling van het percentage van de per verkrijger op elk pensioen verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut in te houden BV.

Het percentage wordt berekend op grond van het bedrag van de BV verkregen door toepassing van de nrs. 23 tot 26 op het verschil tussen:

  • eensdeels, het totale brutobedrag van de wettelijke pensioenen en aanvullende voordelen als vermeld in artikel 68, §1, a en c, van voormelde wet van 30 maart 1994, met uitzondering van de in de vorm van kapitaal uitbetaalde voordelen, zoals dat bedrag voor de toepassing van de artikelen 68 tot 68quinquies van dezelfde wet werd medegedeeld;
  • anderdeels, de verplichte sociale inhoudingen vermeld in nr. 24, 1°, of een forfait van 5 pct.
Dit percentage wordt afgerond tot het hogere of lagere tiende van een punt naargelang het cijfer van de honderdsten van een punt al dan niet 5 bereikt.

22.2. Gezinspensioenen
Wanneer één van beide echtgenoten slechts een beperkte loopbaan heeft gehad, kan er, bij de betrokken instelling die instaat voor de toekenning van de pensioenrechten, worden geopteerd om de pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen aan beide echtgenoten samen te betalen of toe te kennen in de plaats van de uitbetaling of toekenning van een individueel pensioen (zogenaamde toekenning van een "gezinspensioen").

In dat geval worden die pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die aan beide echtgenoten samen wordt betaald of toegekend, voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing, aangemerkt als een inkomen van de echtgenoot in wiens beroepswerkzaamheid zij voor het geheel of voor het grootste gedeelte hun oorsprong vinden.

BEREKENEN VAN DE BV OP MAANDELIJKSE PENSIOENEN EVENALS BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92) BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN NIET-INWONERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.

23. De BV die bij betaling van deze maandelijkse pensioenen en brugpensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.

Deze vier stappen zijn:

A. Vaststellen van het brutojaarinkomen;
B. Omzetten van het brutojaarinkomen in het belastbare nettojaarinkomen;
C. Berekenen van de jaarbelasting;
D. Berekenen van de bedrijfsvoorheffing.

24. A. BRUTOJAARINKOMEN
Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men:

1° het betaalde bruto-bedrag van de maandelijkse pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2° het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van 15 euro en vermenigvuldigen met 12.

25. B. BELASTBAAR NETTOJAARINKOMEN
Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen.

26. C. JAARBELASTING
Om de jaarbelasting te bekomen moet men :

  • op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
  • van de basisbelasting de belastingverminderingen aftrekken.
De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met de belastingverminderingen.

1. Basisbelasting
27. De basisbelasting wordt eveneens berekend met behulp van de enige basisschaal die is opgenomen in bijlage 1.

28. a) De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande of de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens persoonlijke beroepsinkomsten.
UITZONDERING.

Wanneer nochtans de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 105,00 EUR NETTO
[Bij het beoordelen van de grens van 105,00 EUR NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 2005 in aanmerking worden genomen en dienen de nettoberoepsinkomsten als volgt te worden vastgesteld :
1. de bruto-inkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;
2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.]
per maand, wordt - in afwijking van het vorige lid - de basisbelasting berekend overeenkomstig punt b, hierna (nr. 29).

De BASISBELASTING is gelijk aan de belasting berekend met behulp van de basisschaal en verminderd met 1.313,43 EUR (zijnde de belasting op een belastingvrije som ten bedrage van 4.910,00 EUR.)

29. b) De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen persoonlijke beroepsinkomsten (zie echter de uitzondering onder nr. 28).

* Vooreerst wordt aan de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 30 pct. van het belastbare netto-jaarinkomen.
Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan 8.330,00 EUR (maximum bereikt bij een belastbaar nettojaarinkomen van 27.766,67 EUR).

* Vervolgens wordt de belasting op dat toegekende inkomen berekend met behulp van de basisschaal (resultaat = belasting A). Dat bedrag wordt afgerond overeenkomstig nr. 30.

* Daarna wordt de belasting - eveneens met behulp van de basisschaal - berekend op het verschil tussen het belastbare nettojaarinkomen en het deel daarvan dat aan de andere echtgenoot werd toegerekend (resultaat = belasting B). Dat bedrag wordt eveneens afgerond overeenkomstig nr. 30.

* De BASISBELASTING tenslotte is gelijk aan de som van de twee belastingbedragen (som = belasting A + belasting B) verminderd met 2.626,86 EUR (zijnde tweemaal de belasting op de belastingvrije som ten bedrage van 4.910,00 EUR).

30. Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de cent afgerond. Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (1.568,967 EUR wordt dus afgerond naar 1.568,97 EUR).

2. Belastingverminderingen
31. a) Algemeen
Van de basisbelasting mogen worden afgetrokken:

  • de verminderingen voor kinderen ten laste;
  • de verminderingen voor andere gezinslasten;
  • de bijzondere vermindering voor pensioenen (geheel of gedeeltelijk - zie nr. 35).
Sommige begrippen met betrekking tot de belastingverminderingen worden in bijlage 2 toegelicht.

32. b) Vermindering voor kinderen ten laste
De vermindering voor kinderen ten laste moet worden toegekend op basis van de gegevens opgenomen in de tabel van bijlage 3.

33. c) Verminderingen voor andere gezinslasten
De verminderingen voor andere gezinslasten zijn naar aard en bedrag gespecificeerd in de tabellen van bijlagen 4 en 5.

Bijlage 4
De aldaar vermelde verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de verkrijger van de inkomsten een alleenstaande is of wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten eveneens persoonlijke beroepsinkomsten heeft [Zie echter de uitzondering onder punt 1, a (nr. 28).].

Bijlage 5
Die verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten GEEN persoonlijke beroepsinkomsten heeft [Zie echter de uitzondering onder punt 1, a (nr. 28).].

34. d) Bijzondere vermindering voor pensioenen
De bijzondere vermindering voor pensioenen bedraagt inzake BV 2.202,00 EUR per jaar.

Die bijzondere vermindering wordt als volgt afgetrokken:

  • volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen[Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 24 en 25.] niet hoger is dan EUR;
  • voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen [Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 24 en 25.] begrepen is tussen 18.530,00 EUR en 37.060,00 EUR; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule:

    (1/3 x 2.202,00) + (2/3 x 2.202,00 x 37.060,00 - jaarbedrag pensioen[*])
    18.530,00

    [*] Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 24 en 25.

  • voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen [Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 24 en 25.] 37.060,00 EUR of meer bedraagt.
Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen
Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pensioenen wordt steeds op de lagere cent afgerond (zie eventueel nr. 17).

35. e) Samenvoeging van belastingverminderingen
Alle verminderingen mogen worden samengevoegd zonder dat nochtans het totaal ervan het bedrag van de basisbelasting mag overtreffen.

36. D. BEDRIJFSVOORHEFFING
De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 29).

Om nu het bedrag van de BV te bepalen die op de maandelijks betaalde pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.

Afronding van de BV
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere cent afgerond (vb. 130,747 wordt 130,74).

DEEL III. BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92) VAN NIET-INWONERS DIE NIET GEDURENDE DE HET VOLLEDIGE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.
BEREKENEN VAN DE BV OP MAANDELIJKSE BRUGPENSIOENEN

37. De BV die bij betaling van deze maandelijkse brugpensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.

Deze vier stappen zijn:

A. Vaststellen van het brutojaarinkomen;
B. Omzetten van het brutojaarinkomen in het belastbare nettojaarinkomen;
C. Berekenen van de jaarbelasting;
D. Berekenen van de bedrijfsvoorheffing.

38. A. BRUTOJAARINKOMEN
Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men:

1° het betaalde bruto-bedrag van de maandelijkse pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2° het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van vijftien euro en vermenigvuldigen met 12.

39. B. BELASTBAAR NETTO-JAARINKOMEN
Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen.

40. C. JAARBELASTING
Om de jaarbelasting te bekomen moet men :

  • op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
  • van de basisbelasting de belastingvermindering voor brugpensioenen als vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis, WIB 92, aftrekken.
1. Basisbelasting
41. De basisbelasting wordt eveneens berekend met behulp van de enige basisschaal die is opgenomen in bijlage 1.

Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de cent afgerond. Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (1.568,967 EUR wordt dus afgerond naar 1.568,97 EUR).

42. 2. Belastingvermindering
Van de basisbelasting mag enkel de vermindering (geheel of gedeeltelijk) voor brugpensioenen als vermeld in artikel 146,1° en 2°bis, WIB 92, worden afgetrokken. Deze vermindering bedraagt inzake BV 3.291,00 EUR per jaar en wordt als volgt afgetrokken:

  • volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen [Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 38 en 39.] niet hoger is dan 18.530,00 EUR;
  • voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen [Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 38 en 39.] begrepen is tussen 18.530,00 EUR en 37.060,00 EUR; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule:

    (1/3 x 3.291,00) + (2/3 x 3.291,00 x 37.060,00 - jaarbedrag pensioen [*])
    18.530,00
    [*] Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 38 en 39.
  • voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen [ Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 38 en 39.] 37.060,00 EUR of meer bedraagt.
Afronding van de bijzondere vermindering voor brugpensioenen (nieuw stelsel)

Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pensioenen wordt steeds op de lagere cent afgerond (zie eventueel nr. 17).

43. D. BEDRIJFSVOORHEFFING
De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 40).

Om nu het bedrag van de BV te bepalen die op de maandelijks betaalde pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.

Afronding van de BV
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere cent afgerond (vb. 130,747 wordt 130,74).



BIJLAGE 1

B A S I S S C H A A L
Toegerekend beroepsinkomen en belastbaar netto-jaarinkomen minus toegerekend inkomen

Basisbelasting

van 0,01 EUR tot 7.090,00 EUR

van 7.090,01 EUR tot 9.640,00 EUR

van 9.640,01 EUR tot 13.970,00 EUR

van 13.970,01 EUR tot 30.840,00 EUR

boven 30.840,00 EUR
26,75 pct.

1.896,58 EUR + 32,10 pct. op de schijf boven 7.090,00 EUR

2.715,13 EUR + 42,80 pct. op de schijf boven 9.640,00 EUR

4.568,37 EUR + 48,15 pct. op de schijf boven 13.970,00 EUR

12.691,28 EUR + 53,50 pct. op de schijf boven 30.840,00 EUR



BIJLAGE 2
PERSONEN VERMELD IN DEEL I, HOOFDSTUK I, C, 1, AFDELING 1, A tot C (NR. 10)

BEGRIPPEN IN VERBAND MET BELASTINGVERMINDERING
Gehandicapten.

a) Gehandicapt kind

Hieronder wordt verstaan:

  • het kind dat voor ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
  • het kind van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar:
a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;

b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;

c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;

d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, voor tenminste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.


b) Gehandicapte andere persoon

Hieronder wordt verstaan:

  • diegene van wie vóór 1 januari 1989 werd vastgesteld dat hij voor ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
  • diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar:
a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;

b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;

c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;

d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, voor ten minste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.

2° Wanneer een kind ten laste of een in artikel 136, 2° tot 4° van het WIB 92 bedoelde persoon ten laste overlijdt, wordt de vermindering voor dat kind of die persoon verder toegestaan tot het einde van het jaar van overlijden.

3° Wanneer beide echtgenoten persoonlijke beroepsinkomsten hebben, worden de verminderingen voor kinderen ten laste en voor andere gezinslasten, behalve die voor de gehandicapte echtgenoot, aan de door hen gekozen echtgenoot verleend;

De vermindering voor de gehandicapte echtgenoot, wordt aan de betrokkene zelf toegekend.


BIJLAGE 3

PERSONEN VERMELD IN DEEL I, HOOFDSTUK I, C, 1, AFDELING 1, A tot C (NR. 10)
VERMINDERING VOOR KINDEREN TEN LASTE

Aantal kinderen ten laste (1)

Vermindering van de basisbelasting
1

2

3

4

5

6

7

8

336,00 EUR

900,00 EUR

2.412,00 EUR

4.416,00 EUR

6.516,00 EUR

8.616,00 EUR

10.728,00 EUR

12.984,00 EUR
meer dan 8 : de basisbelasting wordt verminderd met een vast bedrag van 12.984,00 EUR, verhoogd met 2.340,00 EUR per kind ten laste boven het achtste, d.w.z. :

voor 9 kinderen : 12.984,00 + (1 x 2.340,00) = 15.324,00 EUR
voor 10 kinderen : 12.984,00 + (2 x 2.340,00) = 17.664,00 EUR
enz.

(1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend.


BIJLAGE 4
PERSONEN VERMELD IN DEEL I, HOOFDSTUK I, C, 1, AFDELING 1, A tot C (NR. 10)
VERMINDERINGEN VOOR ALLEENSTAANDE EN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING:

  • OFWEL WANNEER DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EEN ALLEENSTAANDE IS;
  • OFWEL WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EVENEENS PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
Grond van de verminderingJaarbedrag in EURO van de vermindering (1)
1. de verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande, BEHALVE wanneer zijn inkomsten uit PENSIOENEN of uit BRUGPENSIOENEN vermeld in artikel 146, 1° en 2°bis van het WIB 92 bestaan:
2.de verkrijger van de inkomsten is een niet hertrouwde weduwnaar (weduwe) of een ongehuwde vader (moeder), met één of meer kinderen ten laste:
3.de verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt:
4. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 3° van het WIB 92 bedoelde personen ten laste die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, per persoon (2) :
5. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4° van het WIB 92 bedoelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 4 hiervoor, ten laste, per persoon (2) :
6. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten, die niet meer bedragen dan 175,00 EUR NETTO per maand (3):
7. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 350,00 EUR NETTO per maand (3) :


240,00 EUR

336,00 EUR
336,00 EUR

672,00 EUR

336,00 EUR


1.050,00 EUR


2.100,00 EUR
(1) Alle verminderingen mogen worden samengevoegd.

(2) De gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend.

(3) Bij het beoordelen van de grenzen van 175,00 EUR en 350,00 EUR NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 2005 in aanmerking worden genomen en dienen de nettoberoepsinkomsten als volgt te worden vastgesteld:

  1. de brutoberoepsinkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;
  2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.


BIJLAGE 5

PERSONEN VERMELD IN DEEL I, HOOFDSTUK I, C, 1, AFDELING 1, A tot C (NR. 10)
VERMINDERINGEN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN GEEN PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.

Grond van de verminderingJaarbedrag in EURO van de vermindering (1)

1. de verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt:

2. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten is gehandicapt:

3. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 3° van het WIB 92 bedoelde personen ten laste die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, per persoon (2):

4. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4° van het WIB 92 bedoelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 3 hiervoor, ten laste, per persoon (2):

336,00 EUR

336,00 EUR


672,00 EUR


336,00 EUR

(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd.
(2) de gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend.