Circulaire nr. Ci.R.10/450.152 dd. 26.04.1993
Circulaire nr. Ci.R.10/450.152 dd. 26.04.1993
Bull. nr. 728, blz. 1590
Administratieve boete
Berekening van de nalatigheidsinteresten
Bedrijfsvoorheffing
Berekening van de nalatigheidsinteresten
Belastingverhoging
Berekening van de nalatigheidsinteresten
Fiscale, financiële en diverse bepalingen
Moratorium interest
Nalatigheidsinterest
Moratoriuminterest
Berekening van de moratoriuminteresten
Nalatigheidsinterest
Berekening van de nalatigheidsinteresten
26.04.1993 - Circ. nr. Ci.R.10/450.152. - Commentaar op de art. 21, 22 en 23, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen.
Wijziging van de art. 414, 415 en 419, WIB 92 i.v.m. de minima van 200 F per maand voor de NI en de MI en de vertrekdatum voor de berekening van de NI op de belastingverhoging of administratieve boete die samen met de voorheffing is ingekohierd.
I. WETTEKSTEN
W 28.12.1992
1. Art. 21
Artikel 414, § I, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen door het volgende lid :
«De nalatigheidsinterest is niet verschuldigd wanneer hij geen 200 frank per maand bedraagt. ».
Art. 22
In artikel 415 van hetzelfde Wetboek, waarvan de tegenwoordige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 ingevoegd, luidend ais volgt:
«§ 2. Wanneer een in de artikelen 444 en 445 vermelde belastingverhoging of administratieve boete samen met de voorheffing waarop de verhoging of de boete betrekking heeft in het kohier wordt opgenomen, is de nalatigheidsinterest betreffende die verhoging of die boete verschuldigd vanaf het verstrijken van de in artikel 412 vermeldt betalingstermijn. ».
Art. 23
Artikel 419, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen door het volgende lid:
« Evenmin wordt moratoriuminterest toegekend wanneer hij geen 200 frank per maand bedraagt. ».
Art. 30, § 2
De artikelen 21 en 23 treden in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, voor het tijdperk dat op dezelfde dag een aanvang neemt.
Art. 30, § 3
Artikel 22 is van toepassing op de kohieren die uitvoerbaar worden verklaard met ingang van de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
WIB 92
Art. 414
§ 1. Bij wanbetaling binnen de in de artikelen 412 en 413 gestelde termijnen, brengen de verschuldigde sommen ten bate van de Schatkist, voor de duur van het verwijl, een interest op die is vastgesteld op 0,8 % per kalendermaand.
De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, dit tarief aanpassen.
Die interest wordt voor elke aanslag berekend op de nog verschuldigde som, afgerond op het lagere duizendtal; de vervalmaand wordt niet medegerekend, doch de maand waarin de betaling geschiedt wordt voor een voile maand geteld.
Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand een interest verschuldigd :
- voor een halve maand in de gevallen vermeld in artikel 412, tweede, derde en vijfde lid;
- voor een zesde van een maand in het geval vermeld in artikel 412, vierde lid.
De nalatigheidsinterest is niet verschuldigd wanneer hij geen 200 frank per maand bedraagt.
§ 2. Geschiedt de kennisgeving van de in artikel 375 bedoelde beslissing niet binnen achttien maanden na de indiening van het bezwaarschrift, dan is de in § 1 bedoelde nalatigheidsinterest niet verschuldigd voor het gedeelte van de aanslag dat hoger is dan het overeenkomstig artikel 410 vastgestelde bedrag, gedurende het tijdperk dat begint op de eerste van de maand welke volgt op die waarin die termijn van achttien maanden verstrijkt, en afloopt op het einde van de maand waarin van de beslissing van de directeur kennis wordt gegeven.
Art. 415
§ I. In afwijking van artikel 414 is nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 1 juli van het tweede jaar van het aanslagjaar op alle sommen, andere dan de onroerende, roerende en bedrijfsvoorheffingen opgenomen in kohieren die uitvoerbaar werden verklaard na 30 juni van hetzelfde jaar, behalve wanneer het gaat om:
1^0 belastingen gevestigd na deze uiterste datum binnen de termijn van zes maanden bepaald bij artikel 353;
2^0 belastingen begrepen in nieuwe of subsidiaire aanslagen, gevestigd bij toepassing van de artikelen 355 of 356 in vervanging van aanslagen die waren opgenomen in een kohier uitvoerbaar verklaard uiterlijk op 30 jun; van het tweede jaar van het aanslagjaar, waarvoor de belasting is verschuldigd;
3° aanslagen zonder belastingverhoging of met een belastingverhoging waarvan het toe te passen percentage overeenkomstig de in uitvoering van artikel 444, eerste lid, vastgestelde schaal, min der dan vijftig bedraagt;
4^0 belastingen gevestigd na het verstrijken van de twaalfde maand:
- na de datum van afsluiting van het boekjaar, ten laste van vennootschappen die hun boekhouding afsluiten na 30 juni van het aanslagjaar;
- na de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten betrekking hebben, ten laste van ontbonden vennootschappen, wanneer bedoelde laatste dag na 30 juni van het aanslagjaar valt.
Evenwel, in de gevallen ais bedoeld in het eerste lid, 4^0, is nalatigheidsinterest verschuldigd met ingang van de dertiende maand volgend op de datum van afsluiting van het boekjaar of, voor de ontbonden vennootschappen, met ingang van de dertiende maand volgend op de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten betrekking hebben.
§ 2. Wanneer een in de artikelen 444 en 445 vermelde belastingverhoging of administratieve boete samen met de voorheffing waarop de verhoging of de boete betrekking heeft in het kohier wordt opgenomen, is de nalatigheidsinterest betreffende die verhoging of die boete verschuldigd vanaf het verstrijken van de in artikel 412 vermelde betalingstermijn.
Art. 419
Geen interest wordt toegekend bij terugbetaling:
1° van bedrijfsvoorheffingen als, bedoeld bij de artikelen 270 tot 275, die ten voordele van de schuldenaar van die voorheffingen geschiedt;
2^0 van het overschot van voorheffingen en voorafbetalingen ais bedoeld bij artikel 304, § 2, die ten voordele van de betrokken belastingplichtige geschiedt;
3^0 van de overbelastingen als bedoeld bij artikel 376, §§ 1 en 2, die na het verstrijken van de termijnen van bezwaar en beroep van ambtswege geschiedt;
4^0 van de verminderingen ais bedoeld artikel 376, § 3, 20 die na het verstrijken van de termijnen van bezwaar en beroep van ambtswege geschiedt.
Evenmin wordt moratoriuminterest toegekend wanneer hi] geen 200 frank per maand bedraagt.
II. INLEIDING
2. Art. 21, 22 en 23, W 28.12.1992, houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (BS 31.12.1992), wijzigen respectievelijk de art. 414, 415 en 419, WIB 92.
Wat de art. 414 en 419, WIB 92 betreft, treden de nieuwe bepalingen in werking op 1.3.1993, voor het tijdperk dat op die dag een aanvang neemt.
Paragraaf 2 van art. 415, WIB 92 is van toepassing op de kohieren die uitvoerbaar worden verklaard vanaf 1.3.1993.
III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN
A. ALGEMEEN
3. De bij de art. 21 en 22, W 28.12.1992, ingevoerde maatregelen vereenvoudigen, met het oog op een verbetering van de belastinginning, de berekeningsregels van de NI.
Enerzijds is het minimumbedrag gewijzigd: voortaan is de NI niet verschuldigd wanneer hij geen 200 F per maand bedraagt.
Anderzijds is de vertrekdatum voor de berekening van de NI op een belastingverhoging of administratieve boete, die samen met de erop betrekking hebbende voorheffing is ingekohierd, aangepast : thans is de NI op een verhoging of een boete verschuldigd vanaf dezelfde datum als voor de voorheffing.
Naar analogie van de wijziging op het vlak van de NI, is in art. 23, W 28.12.1992"ook het minimumbedrag van de MI veranderd : in het vervolg wordt geen MI toegekend wanneer hij geen 200 F per maand bedraagt.
B. NALATIGHEIDSINTEREST
1. Minimumbedrag
4. Overeenkomstig art. 21, W 28.12.1992, wordt de bestaande regel van art. 414, § 1, 5e lid, WIB 92 (minimumbedrag van 100 F NI of berekeningsgrondslag van minimum 5.000 F) vervangen door de bepaling volgens welke de NI niet verschuldigd is wanneer hij geen 200 F per maand bedraagt.
Dit thans vastgestelde minimumbedrag van 200 F is het bedrag aan NI dat per maand verschuldigd is, ongeacht de duur van het verwijl en ongeacht het feit dat de totaal verschuldigde interest het bedrag van 200 F overschrijdt.
5. Concreet betekent dit dat thans, gelet op het tarief van 0,8 % per maand, nog slechts NI mag worden aangerekend wanneer de nog verschuldigde sommen ten minste 25.000 F bedragen. Evenwel zal de halve maand interest, die voor de vervalmaand verschuldigd is wanneer de BV niet tijdig is betaald, slechts mogen worden aangerekend, indien het nog openstaande bedrag minimum 50.000 F bereikt; voor de voor een zesde van een maand verschuldigde interest, moet de schuld ten minste 150.000 F bedragen. Onder die grenzen belopen de voor de vervalmaand verschuldigde NI immers geen 200 F per maand.
6. De nieuwe bepaling treedt in werking op 1.3.1993, voor het tijdperk dat op dezelfde dag een aanvang neemt. Dit heeft tot gevolg dat vanaf 1.3.1993 de NI, enerzijds, tot 28.2.1993 moet worden aangerekend volgens de vroegere regels (minimum 100 F NI - berekeningsgrondslag vanaf 5.000 F) en, anderzijds, vanaf 1.3.1993 overeenkomstig de nieuwe bepaling (minimum 200 F per maand).
7. Voorbeeld
Een nieuwe werkgever diende volgende aangiften in de BV in :
BV Januari 1993: 47.000 F
BV Februari 1993: 46.000 F
Op 10.2.1993 is 23.000 F betaald en geboekt op de BV Januari 1993. Het saldo van de twee maanden wordt vereffend in april 1993.
Verschuldigde NI:
1. BV Januari 1993
Saldo : 47.000 F - 23.000 F = 24.000 F
- NI voor februari 1993:
24 x 8 x 0,5 = 96 F
geen NI verschuldigd
daar hij geen 100 F bedraagt, volgens de regel van toepassing tot 28.2.1993.
- NI voor maart en april 1993:
24 x 8 x 2 = 384 F
geen NI verschuldigd
interest per maand (384 : 2 = 192F) is kleiner dan 200 F, volgens de regel van de toepassing vanaf 1.03.1993.
2. BV Februari 1993
Verschuldigd : 46.000 F
- NI voor maart 1993:
46 x 8 x 0,5 = 184 F
geen NI verschuldigd
interest per maand bereikt geen 200 F.
- NI voor april 1993:
46 x 8 x 1= 368 F
2. Wijze van berekening van de NI voor de boete of de verhoging die samen met de voorheffing is ingekohierd
8. Overeenkomstig art. 22, W 28.12.1992 (art. 415, § 2, WIB 92), is de NI op een belastingverhoging of administratieve boete, die samen met de voorheffing waarop de verhoging of de boete betrekking heeft in het kohier is opgenomen, verschuldigd vanaf het verstrijken van de in art. 412, WIB 92 vermelde betalingstermijn.
9. Bij de artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen in de Commissie voor de Financiën van de Staat heeft de Minister verklaard "dat men ervan uitgaat dat de boete gekoppeld is aan de hoofdsom en dat de nalatigheidsinterest die betrekking heeft op de boete, ingaat op de hoofdsom". Er kan bijgevolg al NI verschuldigd zijn op een boete die nog niet ter kennis van de betrokkene is gebracht "omdat het om een verhoging van de hoofdsom gaat" (Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Senaat, zitting 1992-1993, parl. Doc. 591 - 2, blz. 60 en 61).
In de Memorie van Toelichting (Kamer, zitting 1992 -1993, pari, doc. 717/1, blz. 10) is bovendien bepaald dat met de aanpassing van art. 415, WIB 92 is beoogd : « ……….. de berekening van de nalatigheidsinteresten te vereenvoudigen door uitdrukkelijk te bepalen dat de interest verschuldigd is op het totaal van de in het kohier opgenomen schuld vanaf de datum waarop de voorheffing betaalbaar is krachtens art. 412, WIB 92».
Bijgevolg moet er voor de berekening van de NI op de voorheffing en de verhoging of administratieve boete geen splitsing tus- sen deze ingekohierde sommen meer worden gemaakt, maar dient er thans één berekeningsgrondslag in aanmerking te worden genomen : het totaal van de voorheffing en de verhoging of het totaal van de voorheffing en de boete.
10. De nieuwe berekeningsregel is van toepassing op de kohieren die uitvoerbaar worden verklaard met ingang van 1.3.1993, ongeacht het tijdperk waarop de voorheffing betrekking heeft.
11. Aangezien enkel de berekening van de NI op de met voorheffingen ingekohierde verhogingen of administratieve boeten is gewijzigd, blijven de voorschriften in verband met de samen met de VB ingekohierde administratieve boete, uiteengezet in circ. 6.1.1987, Ci. R10/348.854, nr. 4, ongewijzigd gelden, dit wil zeggen dat de berekening van de NI op de boete steeds moet gebeuren los van de berekening van de NI op de hoofdsom van de VB.
12. Voorbeeld:
In maart 1993 wordt het saldo ten bedrage van 23.000 F van de voor het vierde kwartaal 1992 verschuldigde BV ingekohierd sa- men met een administratieve boete van 1.000 F.
De ingekohierde aanslag wordt in april 1993 vereffend.
Verschuldigde NI:
- NI voor januari en februari 1993:
berekeningsbasis : 23.000 F + 1.000 F = 24.000 F
vertrekdatum tweede helft januari 1993
berekening volgens de regel van toepassing tot 28.2.1993: 24 x 8 x 1,5 = 288 F
- NI voor maart en april 1993:
berekeningsbasis : 24.000 F
berekening volgens de regel van toepassing vanaf 1.3.1993: 24 x 8 X 2 = 384 F
geen NI verschuldigd
interest per maand (192 F) is kleiner dan 200 F.
C. C. MORATORIUMINTEREST
13. Art. 23, W. 28.12A992 heeft de twee beperkingen opgenomen in art. 419, tweede lid, WIB 92 (minimumbedrag van 100 F MI of berekeningsgrondslag van minstens 5.000 F), vervangen door één enkele drempel: geen MI wordt toegekend wanneer hij geen 200 F per maand bedraagt.
Het minimumbedrag aan MI, dat bij terugbetaling van belastingen wordt toegekend, moet voortaan per maand ten minste 200 F bedragen.
14. Dit betekent dat er voor iedere maand, waarvoor MI wordt berekend, zal moeten worden nagegaan of de grens van 200 F al of niet is bereikt.
Vermits op grond van art. 418, WIB 92 de bij terugbetaling van belastingen toe te kennen MI wordt berekend op het bedrag van elke betaling vanaf de maand volgend op die van de betaling tot de maand van terugbetaling, zal de MI, die per maand op elke betaling verschuldigd is, worden samengeteld en zal er voor de maanden, waarin de grens van 200 F niet bereikt is, geen MI mogen worden toegekend.
15. Aangezien voor de vanaf 1.3.1993 toe te kennen MI he totaal maandelijks bedrag van de per betaling berekende MI determinerend is, moet voor de berekening van MI, indien ook tot ontheffing van NI moet worden overgegaan, voortaan elke betaling afzonderlijk in aanmerking worden genomen waarop er effectief te veel NI is aangerekend.
In geval van ontheffing van NI, moet, boven hetgeen in de vorige alinea is uiteengezet, per betaling de MI worden berekend afzonderlijk op de hoofdsom en op de ontheven NI, zomede op de herziening van de berekeningsgrondslag, indien deze noodzakelijk is uit hoofde van een verschil in duizendtal.
Voormelde berekeningswijze verschilt van deze uiteengezet in de Com.IB 308/10 (d.w.z. ter herinnering samenvoeging van de NI - ontheffing van de NI aan te rekenen op de oudste betaling). Zij sluit evenwel nauw aan bij de wijze van boeking van de betalingen, alsook bij de wijze waarop de te verlenen ontheffingen worden berekend (het juiste bedrag aan MI moet per maand gekend zijn). Zij beantwoordt weliswaar beter aan de vereisten voor een geautomatiseerde berekening van de MI. De aandacht wordt er nog op gevestigd dat het hoofdbestuur thans de ontwikkeling van een dergelijk programma uitwerkt.
16. Weze opgemerkt dat de principes van afronding naar het lagere honderdtal, opgenomen in de Com.IB 308/9 en 308/9.1, en van herziening van de MI in geval van ontheffing van de NI, uiteengezet in de Com.IB 309/10, verder van kracht blijven.
17. De nieuwe bepaling treedt in werking op 1.3.1993, voor het tijdperk dat op die dag een aanvang neemt. Dit heeft tot gevolg dat voor de berekening van de MI betreffende de periode tot 28.2.1993 nog de vroegere regels (minimum 100 F MI-berekeningsgrondslag vanaf 5.000 F) gelden en voor de berekening van de MI in verband met de periode vanaf 1.3.1993 de nieuwe bepaling (minimum 200 F MI per maand) van toepassing is.
18. Aangezien het maandelijks bedrag van de toe te kennen MI ter zake determinerend is, onderzoekt men thans de aan het drukwerk 251 (voorstel tot vereffening van MI) aan te brengen aanpassingen. In afwachting mag het bestaande drukwerk verder worden gebruikt. Voor de eigenlijke berekening van de MI (zie kolom 12 tot 15 van vak II van het drukwerk), dient evenwel te worden verwezen naar een aangehecht blad en moet op het voorstel slechts het totale bedrag van de toe te kennen MI worden vermeld.
19. Voorbeeld 1
Aanslag : 103.156 F
Vervaldag : 19.2.1993
Betalingen en eraan gegeven bestemming :
| Datum | Totaal bedrag F | Aanrekening | |
| NI F | Hoofdsom F | ||
| 15.1.1993 | 5.000 | - | 5.000 |
| 15.2.1993 | 10.000 | - | 10.000 |
| 15.4.1993 | 89.564 | 1.408 | 88.156 |
| Totalen | 104.564 | 1.408 | 103.156 |
Ontheffing van de hoofdsom : 103.156 F
beslissing van juli 1993
terugbetaling in september 1993
Ontheffing van de NI: 1.408 F
beslissing van augustus 1993
terugbetaling in oktober 1993
BEREKENING VAN DE IN PRINCIPE VERSCHULDIGDE MI
I. MI op de hoofdsom
1. Betaling van 15.4.1993: 88.156 F
berekeningsbasis: 88.000 F -
periode: van mei 1993 tot september 1993
88 x 8 (= 704) x 5' = 3.520 F
2. Betaling van 15.2.1993: 10.000F
berekeningsbasis: 10.000 F
periode: van maart 1993 tot september 1993
10 x 8 (= 80) x 7 = 560 F
3. Betaling van 15.1.1993: 5.000 F
berekeningsbasis: 5.000 F
periode: van februari 1993 tot september 1993
5 x 8 (= 40) x 8 = 320 F
Totaal: 3.520 F + 560 F + 320 F = 4.400 F.
2. MI op de NI
- Betaling van 15.4.1993: 1.408 F
berekeningsbasis: 1.000 F
periode: van mei 1993 tot oktober 1993
1 x 8 (= 8) x 6 = 48 F
- Herziening van de grondslag:
| - totaal bedrag van de betaling van 15.4.1993, afgerond op het lagere duizendtal: | 89.000 F |
| - berekeningsbasis van de MI op de NI: | - 1.000 F |
| - berekeningsbasis van de MI op de hoofdsom: | 88.000 F |
Voor de berekening van de MI op de hoofdsom is 88.000 F ais grondslag in aanmerking genomen, zodat er dus geen herziening nodig is.
BEREKENING VAN DE WERKELIJK VERSCHULDIGDE MI REKENING HOUDENDE MET DE BEPERKING OPGELEGD BIJ ART. 419, LAATSTE LID, WIB 92 (MINIMUM 200 F MI PER MAAND)
| ., OMDELING VAN DE MI PER MAAND | ||||||
| Maand | MI op betaling in hoofdsom van | MI op NI Berekend op beta ling van | Algemeen totaal (kol. 4+5) 6 | |||
| 15.4.9 3 1 | 15.2.9 3 2 | 15.1.9 3 3 | Maandeâ€' lijks totaal (kol. 1+2+3) 4 | 15.4.93 5 | ||
| 2/93 | 40 | 40 | 40 | |||
| 3/93 | 80 | 40 | 120 | 120 | ||
| 4/93 | 80 | 40 | 120 | 120 | ||
| 5/93 | 704 | 80 | 40 | 824 | 8 | 832 |
| 6/93 | 704 | 80 | 40 | 824 | 8 | 832 |
| 7/93 | 704 | 80 | 40 | 824 | 8 | 832 |
| 8/93 | 704 | 80 | 40 | 824 | 8 | 832 |
| 9/93 | 704 | 80 | 40 | 824 | 8 | 832 |
| 10/93 | 8 | 8 | ||||
| Totaal | 3.520 | 560 | 320 | 4.400 | 48 | |
| Toe te kennen MI op de hoofdsom 4.120 | ||||||
| Toe te kennen MI op de NI | 40 | |||||
Toe te kennen MI op de hoofdsom :
- MI tot 28.2.1993: het totale bedrag is kleiner dan 100 F, zodat de voor februari 1993 berekende MI van 40 F niet toe te kennen is.
- MI vanaf 1.3.1993: de voor maart en april 1993 berekende MI bedraagt per maand slechts 120 F en mag niet worden toegekend daar hij geen 200 F per maand bereikt.
- totaal toe te kennen bedrag : 4.120 F.
Toe te kennen MI op de NI:
- het voor de maanden mei tot september 1993 toe te kennen bedrag van 8 F per maand overschrijdt samen met de MI op de hoofdsom (824 F + 8 F = 832 F) de grens van 200 F en is derhalve toe te kennen.
- voor de maand oktober 1993 bereikt de MI (8 F) geen 200 F en is dan ook niet toe te kennen.
- totaal toe te kennen bedrag : 40 F.
Totaal bedrag van de werkelijk toe te kennen MI:
4.120 F + 40 F = 4.160 F
20. Voorbeeld 2:
Aanslag : 524.516 F
Vervaldag : 21.4.1992
Betalingen en eraan gegeven bestemming:
| Datum | Totaal bedrag | °Aanrekening | |
| F | NI | Hoofdsom | |
| F | F | ||
| 7.4.1992 | 200.000 | - | 200.000 |
| 19.3.1993 | 200.000 | 28.512 | 171.488 |
| 16.8.1993 | 159.148 | 6.120 | 153.028 |
| Totalen | 559.148 | 34.632 | 524.516 |
Ontheffing van de hoofdsom: 358.722 F.
beslissing van september 1993
terugbetaling in november 1993
Ontheffing van de NI bij beslissing van oktober 1993 en terugbetaling in december 1993.
BEREKENING VAN DE IN PRINCIPE VERSCHULDIGDE MI
1. MI op de hoofdsom
1. Betaling van 16.8.1993: 153.028 F.
berekeningsbasis: 153.000 F
periode: van september 1993 tot november 1993
153 x 8 (= 1.224) x 3 = 3.672 F
2. Betaling van 19.3.1993: 171.488 F.
berekeningsbasis: 171.000 F
periode: van april 1993 tot november 1993
171 x 8 (= 1.368) x 8 = 10.944 F
3. Betaling van 7.4.1992:
358.722 F - (153.028 F + 171.488 F) = 34.206 F.
berekeningsbasis: 34.000 F
periode: van mei 1992 tot november 1993
34 x 8 (= 272) x 19 = 5.168F
Totaal: 3.672 F + 10.944 F + 5.168 F = 19.784 F.
2. Herziening van de aangerekende NI
Werkelijk verschuldigde hoofdsom:
524.516 F - 358.722 F = 165.794 F.
Nieuwe aanrekening:
| Datum | Totaal bedrag F | Aanrekening | |
| NI F | Hoofdsom F | ||
| 7.4.1992 | 165.794 | - | 165.794 |
Ontheffing van de NI bij beslissing van oktober 1993 (terugbetaling in december 1993): 28.512 F + 6.120 F = 34.632 F.
3. MI op de NI
1. Betaling van 16.8.1993: 6.120 F.
berekeningsbasis: 6.000 F
periode: van september 1993 tot december 1993
6 x 8 (= 48) x 4 = 192F
Herziening van de grondslag:
| - totaal bedrag van de betaling van 16.8.1993, afgerond op het lagere duizendtal: | 159.000 F |
| - berekeningsbasis van de MI op de NI: | - 6.000 F |
| - berekeningsbasis van de MI op de hoofdsom: | 153.000 F |
Voor de berekening van de MI op de hoofdsom is 153.000 F ais grondslag in aanmerking genomen, zodat er dus geen herziening nodig is.
2. Betaling van 19.3.1993: 28.512 F.
berekeningsbasis: 28.000 F
periode: van april 1993 tot december 1993
28 x 8 (= 224) x 9 = 2.016F
Herziening van de grondslag:
| - totaal bedrag van de betaling van 19.3.1993, afgerond op het lagere duizendtal: | 200.000 F |
| - berekeningsbasis van de MI op de NI: | - 28.000 F |
| - berekeningsbasis van de MI op de hoofdsom: | 172.000 F |
Voor de berekening van de MI op de hoofdsom is 171.000 F ais grondslag in aanmerking genomen, zodat er gelet op het verschil van 1.000 F een herziening nodig is.
| Verschuldigde MI op 172.000 F: 172 x 8 x 8 = | 11.008 F |
| Reeds toegekend: | -10.944 |
| Nog toe te kennen: | 64 F |
Het bedrag van 64 F vertegenwoordigt een som van 8 F per maand van april 1993 tot november 1993.
Totaal: 192F + 2.016F + 64F = 2.272F.
BEREKENING VAN DE WERKELIJK VERSCHULDIGDE MI REKENING HOUDENDE MET DE BEPERKING OPGELEGD BIJ ART. 419, LAATSTE LID, WIB 92 (MINIMUM 200 F MI PER MAAND)
| OMDELING VAN DE MI PER MAAND | ||||||||
| Maand | MI op betaling in hoofdsom van | MI op NI berekend op betaling van | Algemeen totaal (kol. 4+7) 8 | |||||
| 16.8.93 1 | 19.3.93 2 | 7.4.92 3 | Maande lijks totaal (kol. 1+2+3) 4 | 16.8.93 5 | 19.3.93 + Herziening 6 | Maandelijks totaal (kol. 5+6) 7 | ||
| 5/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 6/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 7/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 8/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 9/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 10/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 11/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 12/92 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 1/93 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 2/93 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 3/93 | 272 | 272 | 272 | |||||
| 4/93 | 1.368 | 272 | 1.640 | 224 + 8 | 232 | 1.872 | ||
| 5/93 | 1.368 | 272 | 1.640 | 224 + 8 | 232 | 1.872 | ||
| 6/93 | 1.368 | 272 | 1.640 | 224 + 8 | 232 | 1.872 | ||
| 7/93 | 1.368 | 272 | 1.640 | 224 + 8 | 232 | 1.872 | ||
| 8/93 | 1.368 | 272 | 1.640 | 214 + 8 | 232 | 1.872 | ||
| 9/93 | 1.224 | 1.368 | 272 | 2.864 | 48 | 224 + 8 | 280 | 3.144 |
| 10/93 | 1.224 | 1.368 | 272 | 2.864 | 48 | 224 + 8 | 280 | 3.144 |
| 11/93 | 1.224 | 1.368 | 272 | 2.864 | 48 | 224 + 8 | 280 | 3.144 |
| 12/93 | 48 | 224 | 272 | 272 | ||||
| Totaal | 3.672 | 10.944 | 5.168 | 19.784 | 192 | 2.080 | 2.272 | |
| Toe te kennen MI op de hoofdsom | 19.784 | 2.272 | ||||||
| Toe te kennen MI op de NI | ||||||||
Toe te kennen MI op de hoofdsom
- MI tot 28.2.1993: de totale interest is groter dan 100 F.
- MI vanaf 1.3.1993: de MI per maand is groter dan 200 F. totaal toe te kennen bedrag: 19.784 F.
Toe te kennen MI op, de NI:
- de maandelijks toe te kennen MI overschrijdt samen de MI op de hoofdsom de grens van 200 F.
- totaal toe te kennen bedrag: 2.272 F.
Totaal bedrag van de werkelijk toe te kennen MI: 19.784F + 2.272F = 22.056F.
