10.06.2005 - Omzendbrief D.I. 521.103 - D.D. 262.549

DOUANEPROCEDURES

COMMUNAUTAIR EN GEMEENSCHAPPELIJK DOUANEVERVOER

AANVRAAG TIN-NUMMER VOOR NCTS CONTROLE ACHTERAF (TC 21)

D.I. 521.103

D.D. 262.549

Brussel, 10 juni 2005.

A. AANVRAAG TIN-NUMMER VOOR NCTS

  1. De invoering van het NCTS bracht met zich mee dat iedere aangever door middel van een TIN-nummer in de aangifte voor communautair/gemeenschappelijk douanevervoer diende te worden geïdentificeerd. Deze regel gold ook voor ondernemingen die niet optraden als aangever maar die enkel handelden als “afzender” of als “bestemmeling”.
  1. Uit de inzake de toepassing van het NCTS opgedane ervaring is inmiddels gebleken dat in bepaalde gevallen van die regel mag worden afgeweken voor wat betreft personen die enkel optreden als “afzender” of “bestemmeling” in het kader van het voormelde douanevervoer.

Bon O.S.D. nr. 131/05


2

  1. In volgende gevallen dient geen TIN-nummer in de NCTS-aangifte te worden vermeld noch in het bericht van aankomst worden opgegeven :

- een in het buitenland gevestigde onderneming die hier enkel optreedt als afzender in het kader van een NCTS-aangifte, zonder aangever van de zending te zijn;

- een al dan niet in het buitenland gevestigde particulier die occasioneel of zonder commerciële doeleinden goederen verzendt door middel van een NCTS-aangifte, zonder aangever van de zending te zijn.

In de genoemde gevallen is evenmin een TIN-nummer vereist indien die actoren optreden als bestemmeling voor goederen die onder dekking van een NCTS-aangifte worden aangebracht.

  1. De in cijfer 3, hiervoor bedoelde actoren worden vrijge- steld van het gebruik van een TIN-nummer voor zover zij dus niet optreden als aangever. Die actoren worden evenwel opgenomen in de NCTS-aangifte. Wanneer die actoren vrijstelling van gebruik van het TIN-nummer kunnen inroepen behoeven zij dus bij de Centrale douanediensten geen TIN-nummer meer aan te vragen.

B. CONTROLE ACHTERAF (TC 21)

  1. In de §§ 113 en volgende van de instructie Communautair douanevervoer 1993 is voorzien dat bij twijfel inzake de juistheid en de echtheid van de door het douanekantoor van bestemming aangebrachte vermeldingen of van de daarbij aangebrachte stempels en handtekeningen, door het kantoor van vertrek een controle ach- teraf moet worden ingesteld aan de hand van het formulier TC 21 (Verzoek om controle achteraf).

3

  1. Door de inwerkingtreding van het NCTS is het gebruik van T-documenten in het kader van de regeling douanevervoer sterk verminderd en teruggebracht tot het gebruik ervan in het kader van de noodprocedure. Daartegenover staat dat, die controle achteraf niet alleen moet betrekking hebben op de exemplaren 5 van het T-document, maar eveneens op de alternatieve bewijzen waarvan voor de aanzuivering van de T-documenten of eventueel NCTS-aan- giften is gebruik gemaakt. Het kan hier gaan om alternatieve bewijzen gesteld op een kopie of bijkomend exemplaar 5 van het T-document of op een kopie van een begeleidingsdocument.
  1. Daaruit volgt dat de frequentie van controle achteraf, voorzien in § 113, d), van de voormelde instructie moet worden beperkt tot de gevallen waarbij twijfel is inzake de in cijfers 5 en 6 hiervoor bedoelde gevallen, zonder dat de norm van één per duizend met een minimum van twee documenten per maand moet worden gehandhaafd.

*

* *

Onderhavige omzendbrief vervangt de omzendbrief nr. D.D. 260.891 van 8 april 2005 (D.I. 521.103) betreffende hetzelfde onderwerp.

Voor de Directeur-generaal : De Directeur, diensthoofd,

G. CAPIAU