Circulaire nr. Ci.RH.241/268.529 dd. 13.01.1976
CIRC 13.01.76/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/268.529 dd. 13.01.1976
Bull. nr. 538, pag. 507
RIJKSPERSONEEL
Terugvordering van ten onrechte aan het Rijkspersoneel uitbetaalde
bezoldigingen en anciënniteitspensioenen.
Belastingstelsel van de door de overheidsdiensten, tijdens de jaren 1975 en vorige, ten onrechte betaalde bezoldigingen en anciënniteitspensioenen : aanvullende richtlijnen.
1ste geval : Het ten onrechte uitgekeerde bedrag wordt verhaald door inhouding op een bezoldiging die het personeelslid geniet.
I. Terugvordering. - Bedrijfsvoorheffing.
Fiches 281. - Opgaven 325.
De terugvordering van tijdens hetzelfde jaar ten onrechte betaalde bezoldigingen mag netto gebeuren (d.w.z. voor het werkelijk betaald bedrag).
Indien vóór 19.09.1975 reeds bruto werd teruggevorderd moet hierop niet worden teruggekomen.
De terugvordering van tijdens vorige jaren ten onrechte betaalde bezoldigingen moet verder bruto blijven gebeuren (d.w.z. uitgekeerd bedrag, plus erop ingehouden bedrijfsvoorheffing).
Wanneer de terugvordering plaats heeft tijdens het jaar van de betaling van de ten onrechte uitgekeerde sommen, mag de ten onrechte gestorte bedrijfsvoorheffing worden afgetrokken van de bedrijfsvoorheffing die hetzelfde personeelslid verschuldigd is op andere bezoldigingen.
Voorbeeld :
Voor de maand januari 1976 wordt aan een belastingplichtige de volgende wedde uitbetaald : 20.000 F (bruto) min 2.500 F bedrijfsvoorheffing = 17.500 F (netto).
Belanghebbende had in feite 16.000 F (bruto) - 1.600 (bedrijfsvoorheffing) = 14.400 (netto) moeten ontvangen, zodat er 4.000 F (bruto) min 900 F bedrijfsvoorheffing = 3.100 F (netto) ten onrechte werd uitbetaald.
Er werd dus 2.500 F - 1.600 F = 900 F teveel bedrijfsvoorheffing gestort.
Het ten onrechte uitbetaalde bedrag zal als volgt b.v. op de wedde van oktober 1976 worden ingehouden : Brutowedde oktober 1976 : 20.000 F Bedrijfsvoorheffing : - 2.500 F ---------- 17.500 F Terugvordering (netto) : 3.100 F ---------- 14.400 F Aan belanghebbende zal voor oktober 1976 dus 14.400 F worden uitbetaald.
De voor januari teveel gestorte bedrijfsvoorheffing (900 F) mag worden afgetrokken van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd voor oktober 1976 (2.500 F), zodat slechts 2.500 F - 900 F = 1.600 F moet worden gestort.
Wanneer de terugvordering gebeurt tijdens een later jaar (dan de betaling) moet de bedrijfsvoorheffing worden berekend op de bezoldiging die voor het beschouwde tijdperk aan de betrokkene wordt toegekend, niet verminderd met de ingehouden bedragen betreffende de vorige jaren. (B.v. Op een brutobelastbare wedde van 20.000 F voor oktober 1976 wordt 5.000 F ingehouden die ten onrechte betaald werden in juni 1975; de bedrijfsvoorheffing wordt berekend op 20.000 F en niet op 15.000 F).
De fiches 281 en de opgaven 325 van het jaar 1975 en van de volgende jaren vermelden in alle gevallen de bezoldigingen (of pensioenen) die tijdens het jaar werden toegekend, enkel verminderd met de ingehouden bedragen betreffende hetzelfde jaar, alsook met de ermede verband houdende bedrijfsvoorheffing, doch zonder aftrek van de ingehouden bedragen die tijdens vorige jaren ten onrechte werden betaald.
Voorbeeld : In 1975 in betaling gestelde wedden, vergoedingen, enz. : 600.000 F Recuperatie van bezoldigingen uitbetaald in 1974 : (bruto) 50.000 F Recuperatie van bezoldigingen uitbetaald in 1975 : netto 32.000 F ermede verband houdende B.V. : 8.000 F of totaal 40.000 F Te vermelden op het fiche 281.10 van 1975 : 600.000 F - 40.000 F = 560.000 F. Er moeten geen negatieve fiches worden overgemaakt (zelfs niet indien reeds een duplicaat van dergelijke fiche aan belastingplichtige zou afgeleverd zijn vóór 19.09.1975).
2de geval : Het personeelslid betaalt het ten onrechte ontvangen bedrag rechtstreeks terug door één of verscheidene persoonlijke stortingen.
De ten onrechte betaalde bezoldigingen moeten altijd bruto (d.w.z. uitgekeerd bedrag, plus erop ingehouden bedrijfsvoorheffing) worden teruggevorderd.
Er moet geen negatieve fiches worden overgemaakt.
Er dient, mutatis mutandis, te worden gehandeld zoals in het 1ste geval hierboven.
II. Attesten.
Wanneer de terugvordering volledig gebeurt tijdens het jaar van de betaling van de ten onrechte uitgekeerde de sommen en op het fiche 281 het saldo (normale bezoldiging min de terugvordering) wordt vermeld, moeten geen attesten worden afgeleverd.
Gebeuren de terugvorderingen tijdens een later jaar dan stelt de dienst die de bezoldigingen heeft uitbetaald, een attest, naar het hierbijgevoegde model, in duplo op.
Dit attest moet de volgende gegevens bevatten :
Een afschrift van dit attest wordt zo spoedig mogelijk aan het betrokken personeelslid overhandigd om hem in staat te stellen de regularisatie van zijn belastingtoestand, voor het (de) ja(a)r(en) van de betaling van de ten onrechte uitgekeerde sommen, aan te vragen.
Uiterlijk één maand na elk kwartaal worden de originelen van de attesten, vergezeld van een samenvattende opgave, toegestuurd aan de dienst waarbij de opgaven 325 worden ingediend. Deze opgaven, opgesteld naar het bijgevoegde model, moeten de naam en het adres van het personeelslid, het jaar van de betaling en het bedrag van de ten onrechte uitgekeerde bezoldigingen of pensioenen vermelden.
Wanneer de terugvordering gedeeltelijk tijdens het jaar van de betaling van de ten onrechte uitgekeerde sommen en gedeeltelijk tijdens een later jaar gebeurt, moet de som die tijdens het jaar van de betaling werd terugbetaald niet op het attest worden vermeld (de fiche 281 vermeldt in dit geval enkel het saldo d.w.z. de normale bezoldiging, min de terugvordering). Het attest vermeldt in dit geval enkel de ten onrechte uitgekeerde sommen die tijdens een later jaar worden teruggevorderd.
In dit geval wordt bij het begin van het jaar dat volgt op dat van de ten onrechte betaling, aan de belanghebbende een attest afgeleverd. De originelen van de attesten, moeten vergezeld van de samenvattende opgave, vóór 1 februari aan de voormelde dienst worden toegestuurd.
Er dient slechts een attest te worden opgesteld wanneer het betrokken personeelslid erop verzoekt.
Voor al deze gevallen wordt een attest afgeleverd. Het is ter zake zonder belang dat voor bepaalde erop te vermelden bedragen reeds een negatief fiche werd uitgereikt.
Het afschrift van het attest wordt zo spoedig mogelijk aan het betrokken personeelslid overhandigd.
Het model van de attesten en samenvattende opgaven is hetzelfde als bedoeld in II, a hiervoren.
De originelen van de attesten en de desbetreffende samenvattende opgaven moeten voor de gevallen bedoeld in 1° en 3° hiervoor ten laatste één maand na elk kwartaal aan de bevoegde dienst der directe belastingen worden toegestuurd. De attesten en samenvattende opgaven betreffende de gevallen bedoeld sub 2° moeten vóór 1 februari 1976 aan die dienst worden toegestuurd.
Bijlage 1 Nr. ... van de samenvattende opgave der attesten van het ... kwartaal 19.. ATTEST uitgereikt door : ..................................................... ..................................................... .......... ................................... (Benaming en adres van de dienst) betreffende de bezoldigingen/pensioenen (1) tijdens het jaar 19.. ten onrechte uitbetaald aan : de H./Mevr./Mej. : (1) : .............................................. echtgenote van : .............................................. geboortedatum of stamnummer : .............................................. adres : .............................................. ......... .............................. Totaal bedrag van de ten onrechte uitbetaalde bezoldigingen of pensioenen (het werkelijk betaalde bedrag plus de erop ingehouden bedrijfsvoorheffing) : .................................... F. Terugvorderingsplan : Dit bedrag zal/werd (1) als volgt worden (1) teruggevorderd : In 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F Datum : Graad, naam en handtekening van de ambtenaar die het attest uitreikt : (1) Het overbodige doorhalen. Bijlage 2 SAMENVATTENDE OPGAVE van de attesten uitgereikt tijdens het ...... kwartaal 19..., betreffende de bezoldigingen/pensioenen (1) ten onrechte uitbetaald door : ................................................ ................................................ ......... .............................. (Benaming en adres van de dienst) Referentienummer (2) : .................................................. aan : ------------------------------------------------------------------------- Nr. | Naam en volledig adres van | Jaar van | Totaal brutobedrag van het | het personeelslid. | betaling. | van de ten attest. | | | onrechte betaalde | | | bezoldigingen of | | | pensioenen. ---------|-----------------------------|------------|------------------- 1. | M. ........................ | 19.. | .................. | ........................ | | | .... ................. | | ---------|-----------------------------|------------|------------------- 2. | M. ........................ | 19.. | .................. | ........................ | | | .... ................. | | ---------|-----------------------------|------------|------------------- 3. | M. ........................ | 19.. | .................. | ........................ | | | .... ................. | | Datum :
Graad, naam en handtekening van de ambtenaar die de attesten uitreikt : (1) Het overbodige doorhalen. (2) Nummer waaronder de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing in het repertorium van het ontvangkantoor waar deze voorheffing moet worden gestort, is opgenomen.
Circulaire nr. Ci.RH.241/268.529 dd. 13.01.1976
Bull. nr. 538, pag. 507
RIJKSPERSONEEL
Terugvordering van ten onrechte aan het Rijkspersoneel uitbetaalde
bezoldigingen en anciënniteitspensioenen.
Belastingstelsel van de door de overheidsdiensten, tijdens de jaren 1975 en vorige, ten onrechte betaalde bezoldigingen en anciënniteitspensioenen : aanvullende richtlijnen.
1ste geval : Het ten onrechte uitgekeerde bedrag wordt verhaald door inhouding op een bezoldiging die het personeelslid geniet.
I. Terugvordering. - Bedrijfsvoorheffing.
Fiches 281. - Opgaven 325.
| 1° | Wijze van terugvorderen. |
Indien vóór 19.09.1975 reeds bruto werd teruggevorderd moet hierop niet worden teruggekomen.
De terugvordering van tijdens vorige jaren ten onrechte betaalde bezoldigingen moet verder bruto blijven gebeuren (d.w.z. uitgekeerd bedrag, plus erop ingehouden bedrijfsvoorheffing).
| 2° | Bedrijfsvoorheffing. |
Voorbeeld :
Voor de maand januari 1976 wordt aan een belastingplichtige de volgende wedde uitbetaald : 20.000 F (bruto) min 2.500 F bedrijfsvoorheffing = 17.500 F (netto).
Belanghebbende had in feite 16.000 F (bruto) - 1.600 (bedrijfsvoorheffing) = 14.400 (netto) moeten ontvangen, zodat er 4.000 F (bruto) min 900 F bedrijfsvoorheffing = 3.100 F (netto) ten onrechte werd uitbetaald.
Er werd dus 2.500 F - 1.600 F = 900 F teveel bedrijfsvoorheffing gestort.
Het ten onrechte uitbetaalde bedrag zal als volgt b.v. op de wedde van oktober 1976 worden ingehouden : Brutowedde oktober 1976 : 20.000 F Bedrijfsvoorheffing : - 2.500 F ---------- 17.500 F Terugvordering (netto) : 3.100 F ---------- 14.400 F Aan belanghebbende zal voor oktober 1976 dus 14.400 F worden uitbetaald.
De voor januari teveel gestorte bedrijfsvoorheffing (900 F) mag worden afgetrokken van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd voor oktober 1976 (2.500 F), zodat slechts 2.500 F - 900 F = 1.600 F moet worden gestort.
Wanneer de terugvordering gebeurt tijdens een later jaar (dan de betaling) moet de bedrijfsvoorheffing worden berekend op de bezoldiging die voor het beschouwde tijdperk aan de betrokkene wordt toegekend, niet verminderd met de ingehouden bedragen betreffende de vorige jaren. (B.v. Op een brutobelastbare wedde van 20.000 F voor oktober 1976 wordt 5.000 F ingehouden die ten onrechte betaald werden in juni 1975; de bedrijfsvoorheffing wordt berekend op 20.000 F en niet op 15.000 F).
| 3° | Fiches 281 en opgaven 325. |
Voorbeeld : In 1975 in betaling gestelde wedden, vergoedingen, enz. : 600.000 F Recuperatie van bezoldigingen uitbetaald in 1974 : (bruto) 50.000 F Recuperatie van bezoldigingen uitbetaald in 1975 : netto 32.000 F ermede verband houdende B.V. : 8.000 F of totaal 40.000 F Te vermelden op het fiche 281.10 van 1975 : 600.000 F - 40.000 F = 560.000 F. Er moeten geen negatieve fiches worden overgemaakt (zelfs niet indien reeds een duplicaat van dergelijke fiche aan belastingplichtige zou afgeleverd zijn vóór 19.09.1975).
2de geval : Het personeelslid betaalt het ten onrechte ontvangen bedrag rechtstreeks terug door één of verscheidene persoonlijke stortingen.
| A. | De dienst waaraan de terugbetaling wordt gedaan heeft de betrokkene gedurende het jaar van terugbetaling niet bezoldigd. |
Er moet geen negatieve fiches worden overgemaakt.
| B. | De dienst waaraan de terugbetaling wordt gedaan, heeft de betrokkene gedurende het jaar van terugbetaling bezoldigd. |
II. Attesten.
| a) | Attesten af te leveren i.v.m. de bezoldigingen of pensioenen ten onrechte betaald in 1975 of later. |
Gebeuren de terugvorderingen tijdens een later jaar dan stelt de dienst die de bezoldigingen heeft uitbetaald, een attest, naar het hierbijgevoegde model, in duplo op.
Dit attest moet de volgende gegevens bevatten :
- benaming en adres van de dienst die het attest aflevert;
- naam en volledig adres van het personeelslid;
- zijn geboortedatum of stamnummer;
- de aard van de ten onrechte uitgekeerde sommen (wedden of pensioenen);
- het jaar van betaling van deze bedragen;
- het ten onrechte betaalde bedrag : d.i. het werkelijk betaalde bedrag plus de erop ingehouden bedrijfsvoorheffing;
- het terugvorderingsplan : m.a.w. per jaar van de terugvordering het bedrag dat werd of zal worden teruggevorderd.
Een afschrift van dit attest wordt zo spoedig mogelijk aan het betrokken personeelslid overhandigd om hem in staat te stellen de regularisatie van zijn belastingtoestand, voor het (de) ja(a)r(en) van de betaling van de ten onrechte uitgekeerde sommen, aan te vragen.
Uiterlijk één maand na elk kwartaal worden de originelen van de attesten, vergezeld van een samenvattende opgave, toegestuurd aan de dienst waarbij de opgaven 325 worden ingediend. Deze opgaven, opgesteld naar het bijgevoegde model, moeten de naam en het adres van het personeelslid, het jaar van de betaling en het bedrag van de ten onrechte uitgekeerde bezoldigingen of pensioenen vermelden.
Wanneer de terugvordering gedeeltelijk tijdens het jaar van de betaling van de ten onrechte uitgekeerde sommen en gedeeltelijk tijdens een later jaar gebeurt, moet de som die tijdens het jaar van de betaling werd terugbetaald niet op het attest worden vermeld (de fiche 281 vermeldt in dit geval enkel het saldo d.w.z. de normale bezoldiging, min de terugvordering). Het attest vermeldt in dit geval enkel de ten onrechte uitgekeerde sommen die tijdens een later jaar worden teruggevorderd.
In dit geval wordt bij het begin van het jaar dat volgt op dat van de ten onrechte betaling, aan de belanghebbende een attest afgeleverd. De originelen van de attesten, moeten vergezeld van de samenvattende opgave, vóór 1 februari aan de voormelde dienst worden toegestuurd.
| b) | Attesten af te leveren i.v.m. de bezoldigingen of pensioenen ten onrechte uitbetaald vóór 01.01.1975. |
| 1° | De terugvordering of inhouding gebeurde volledig vóór 01.01.1975 : |
| 2° | De terugvordering of inhouding gebeurt volledig in 1975 of gebeurt gedeeltelijk vóór en gedeeltelijk in 1975 : |
| 3° | De terugvordering of inhouding gebeurt volledig vanaf 01.01.1976 : |
Het model van de attesten en samenvattende opgaven is hetzelfde als bedoeld in II, a hiervoren.
De originelen van de attesten en de desbetreffende samenvattende opgaven moeten voor de gevallen bedoeld in 1° en 3° hiervoor ten laatste één maand na elk kwartaal aan de bevoegde dienst der directe belastingen worden toegestuurd. De attesten en samenvattende opgaven betreffende de gevallen bedoeld sub 2° moeten vóór 1 februari 1976 aan die dienst worden toegestuurd.
Bijlage 1 Nr. ... van de samenvattende opgave der attesten van het ... kwartaal 19.. ATTEST uitgereikt door : ..................................................... ..................................................... .......... ................................... (Benaming en adres van de dienst) betreffende de bezoldigingen/pensioenen (1) tijdens het jaar 19.. ten onrechte uitbetaald aan : de H./Mevr./Mej. : (1) : .............................................. echtgenote van : .............................................. geboortedatum of stamnummer : .............................................. adres : .............................................. ......... .............................. Totaal bedrag van de ten onrechte uitbetaalde bezoldigingen of pensioenen (het werkelijk betaalde bedrag plus de erop ingehouden bedrijfsvoorheffing) : .................................... F. Terugvorderingsplan : Dit bedrag zal/werd (1) als volgt worden (1) teruggevorderd : In 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F 19.. : ............................ F Datum : Graad, naam en handtekening van de ambtenaar die het attest uitreikt : (1) Het overbodige doorhalen. Bijlage 2 SAMENVATTENDE OPGAVE van de attesten uitgereikt tijdens het ...... kwartaal 19..., betreffende de bezoldigingen/pensioenen (1) ten onrechte uitbetaald door : ................................................ ................................................ ......... .............................. (Benaming en adres van de dienst) Referentienummer (2) : .................................................. aan : ------------------------------------------------------------------------- Nr. | Naam en volledig adres van | Jaar van | Totaal brutobedrag van het | het personeelslid. | betaling. | van de ten attest. | | | onrechte betaalde | | | bezoldigingen of | | | pensioenen. ---------|-----------------------------|------------|------------------- 1. | M. ........................ | 19.. | .................. | ........................ | | | .... ................. | | ---------|-----------------------------|------------|------------------- 2. | M. ........................ | 19.. | .................. | ........................ | | | .... ................. | | ---------|-----------------------------|------------|------------------- 3. | M. ........................ | 19.. | .................. | ........................ | | | .... ................. | | Datum :
Graad, naam en handtekening van de ambtenaar die de attesten uitreikt : (1) Het overbodige doorhalen. (2) Nummer waaronder de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing in het repertorium van het ontvangkantoor waar deze voorheffing moet worden gestort, is opgenomen.
Bron: FisconetPlus
