Circulaire nr. Ci.RH.233/421.403 dd. 16.05.1991

Circulaire nr. Ci.RH.233/421.403 dd. 16.05.1991

Bull. nr. 707, pag. 1543

DRUKWERKEN
273 Aangifte in de R.V.

ROERENDE VOORHEFFING
Aanslagvoet


Commentaar op :

  • art. 3 en 10, §1, eerste lid en §2, W. 22.12.1990 houdende verlaging van de R.V. (V. 2033 - B.693);
  • art. 2, KB 25.6.1990 tot wijziging, op het stuk van de R.V., van het KB/WIB (V. 2055 - B.697).

I. INLEIDING

1. Art. 3, W. 22.02.1990 (B.S. 01.03.1990 -V. 2033 - B. 693) heeft art. 174, WIB door de volgende bepaling vervangen :

"Art.

174. - De aanslagvoet van de roerende voorheffing is vastgesteld :

op 10 % wat de inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen betreft, andere dan inkomsten van aandelen of delen en van belegde kapitalen, alsmede voor de diverse inkomsten van roerende aard;

op 25 % wat de inkomsten van aandelen of delen en de inkomsten van belegde kapitalen betreft.

De aanslagvoet van 25 % wordt evenwel teruggebracht op 20 % wat de inkomsten van aandelen of delen betreft die inbrengen in geld vertegenwoordigen welke in 1982 of in1983 zijn gedaan met het oog op verrichtingen als bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 15 van 9 maart 1982, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 150 van 30 december 1982en die zijn verleend of toegekend voor de vijf, de tien of de negen eerste boekjaren waarvoor die inkomsten zijn vrijgesteld van personenbelasting krachtens artikel 3, § 1, van vermeld koninklijk besluit nr. 15".

Anderzijds heeft art. 2, KB 25.06.1990(B.S. 30.06.1990 - V. 2055 - B. 697), art. 89, § 3, KB/WIB door de volgende bepaling vervangen :

"Art. 89. - ...

§ 3. De roerende voorheffing wordt, ongeacht de genieters van de inkomsten, geheven tegen een tarief van 20 % op loten van Belgische oorsprong met betrekking tot obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten die in uitvoering van voor 1 maart 1990 gesloten overeenkomsten worden verleend of toegekend".

.....

II. ALGEMEEN

2. Art. 3, W. 22.02.1990 heeft het basistarief van de R.V. op andere inkomsten dan dividenden en inkomsten van belegde kapitalen van 25 % tot 10 % verminderd.

Deze circ. verstrekt commentaar op die vermindering.

3. De W. 22.02.1990 bevat voorts allerlei maatregelen die rechtstreeks of onrechtstreeks met die vermindering verband houden of die ten doel hebben de juiste toepassing ervan te verzekeren of de eruit voortvloeiende minder ontvangsten gedeeltelijk te compenseren.

In zover ze betrekking hebben op de toepassing van de inkomstenbelastingen, worden die maatregelen afzonderlijk gecommentarieerd.

III. INKOMSTEN WAAROP HET TARIEF VAN 10 % VAN TOEPASSING IS

4.

Het tarief van 10 % is van toepassing op :

de inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen van Belgische of buitenlandse oorsprong als bedoeld in de art. 11 tot 17, WIB, met uitzondering van de inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen, waarvan sprake is in art. 11, 1°, 3°, a en 4°, 12, 15 en 16, WIB;

de diverse inkomsten van roerende aard, van Belgische of buitenlandse oorsprong, als bedoeld in art.67, 4° tot 6°, WIB

In wezen zijn de hiernavolgende inkomsten voortaan tegen het tarief van 10 % aan de R.V. onderworpen :

inkomsten uit overheidsfondsen en uitobligaties, kasbons en andere soortgelijke effecten uitgegeven ter vertegenwoordiging van leningen;

inkomsten van schuldvorderingen en van niet door effecten vertegenwoordigde leningen;

inkomsten van gelddeposito's;

opbrengsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van alle roerende goederen;

inkomsten begrepen in lijfrenten of tijdelijke renten, pensioenen uitgezonderd, na 01.01.1962 onder bezwarende titel aangelegd ten laste van rechtspersonen of van ondernemingen;

inkomsten van obligaties, van schuldvorderingen en leningen, van gelddeposito’s en opbrengsten van verhuring, enz. van roerende goederen, in zover die inkomsten of opbrengsten worden toegerekend op de inkomsten van een inrichting waarover een aan de B.N.V. onderworpen belastingplichtige in België beschikt;

inkomsten uit onderverhuring of overdracht van een huurceel van al dan niet gemeubileerde onroerende goederen;

inkomsten verkregen uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en die niet gelegen is binnen de omheining van een sportinstallatie te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen;

loten van effecten van leningen;

10°

opbrengsten uit verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht.

IV. INKOMSTEN WAAROP HET TARIEF VAN 10 % NIET VAN TOEPASSING IS

5. Het tarief van de R.V. blijft op 25 % gehandhaafd voor de inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen.

6. Evenwel blijft het tarief van de R.V. vastgesteld op 20 % voor de inkomsten van aandelen of delen die inbrengen in geld vertegenwoordigen welke in 1982 of 1983 zijn gedaan met het oog op verrichtingen als bedoeld in art. 2, KB 15 van 09.03.1982 (V. 1600 - B. 606), gewijzigd door KB 150 van 30.12.1982, en die zijn verleend of toegekend voor de 5, de 10 of de 9 eerste boekjaren waarvoor die inkomsten van P.B. zijn vrijgesteld krachtens art. 3, § 1, van het gezegde KB nr. 15.

V. AANGIFTE IN DE R.V. 273

7. De hierboven besproken wijzigingen hebben een aanpassing van het aangifteformulier 273 nodig gemaakt.

De oude formulieren mogen niet meer worden gebruikt.

VI. INWERKINGTREDING

8. Overeenkomstig art. 10, § 1, eerste lid, W. 22.02.1990 is het nieuwe tarief van 10 % in de regel van toepassing op de in nr. 4 vermelde inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen die zijn verleend of toegekend ter uitvoering van vanaf 01.03.1990 gesloten overeenkomsten.

Zulks is mede het geval met inkomsten van een nieuwe lening die ingevolge een vanaf de voormelde datum gesloten overeenkomst is ontstaan en die voor de rechtstreekse aflossing van een voorheen bestaande lening is gebruikt (zie P.V.nr. 216 van 22.06.1990, gesteld door Senator de Clippele, B. 703).

Daarentegen blijft het tarief van 25 % - of van 20 % wat loten betreft - van toepassing op de sub nr. 4 bedoelde inkomsten en opbrengsten die zijn verleend of toegekend ter uitvoering van voor 01.03.1990 gesloten overeenkomsten.

9. Overeenkomstig art. 10, § 2, W.22.02.1990, en in afwijking van de voormelde regel, is het tarief van 10 % van toepassing op :

inkomsten van gelddeposito's opzicht en deposito's zonder aanduiding van termijn vanaf 01.01.1990;

inkomsten van gelddeposito’s met aanduiding van termijn of een opzeggingstermijn van minder dan 6 maanden, die geplaatst of hernieuwd zijn vanaf 01.01.1990.