Circulaire 2019/C/102 betreffende de definitieve vrijstellingen - Uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten

DI 510.050, vrijstelling, studenten, definitief, voorwaardelijk, termijn, gebruik, uitsluiting, EU, voorwaarden

FOD Financiën, 02.10.2019
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Definities

3. Wettelijke basis

4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling

5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

1. Inleiding

1. Deze circulaire regelt de vrijstelling van de rechten en de btw bij invoer bij de invoer van uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten.

Inzake accijnsrechten is er GEEN ENKELE vrijstelling van toepassing.

Enkel goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU kunnen in aanmerking komen voor deze vrijstelling.

Voor de praktische modaliteiten voor het opmaken van de invoeraangiften, is het nuttig om de circulaire ED en de betrokken werkmethodes te raadplegen (LINK).

2. Definities

2.Voor de toepassing van deze circulaire verstaat men onder:

“scholier of student”: elke persoon die op regelmatige wijze is ingeschreven bij een onderwijsinstelling om er het volledige leerplan te volgen

“uitzet”: het linnengoed, alsmede de kleding, zelfs indien nieuw

“studiebenodigdheden”: voorwerpen en instrumenten (met inbegrip van computers, tablets, computerbenodigdheden, …) die normaliter door een scholier of student worden gebruikt bij de studie. Deze definitie werd grondig gemoderniseerd ten opzichte van 2009.

“EU”: het douanegebied van de Europese Unie dat de grondgebieden van de lidstaten omvat: Zie Omzendbrief D.I. 509.10.

“Verordening DV”: Verordening (EG) 1186/2009.

“Administratie Operaties (centrale, regionale of lokale component) ”: de dienst van de AAD bevoegd voor het afleveren van vergunningen.

3. Wettelijke basis

3. De wettelijke bases van deze vrijstelling zijn de volgende:

1) Artikel 21 tot 22 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

2) Artikel 17 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw

3) Er is geen wettelijke basis voor de vrijstelling inzake accijnzen.

4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling

4. Het plaatselijke hoofd van de douane van het invoerkantoor is bevoegd om toestemming tot invoer met vrijstelling te verlenen.

5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

5. De vrijstelling wordt verleend krachtens de artikelen 21 tot 22 van de Verordening DV.

Het is ook nuttig om de circulaire “Definitieve vrijstellingen – Algemeenheden” 2018/C/105 te raadplegen.

5.1. Voorwaarden betreffende de goederen

6. Voor de toekenning van deze vrijstelling moet het gaan over uitzetten (bad- en bedlinnen, kledij, … zelfs nieuw), gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen (stoel, bed, bureau, lamp, …), alsmede de studiebenodigdheden van scholieren en studenten.

De uitzetten, studiebenodigdheden en roerende goederen moeten in ruime zin begrepen worden in die zin dat uitzetten nieuw kunnen zijn terwijl de roerende goederen en studiebenodigdheden gebruikt moeten zijn. Nieuwe roerende goederen zijn uitgesloten.

Deze goederen worden ingevoerd met een definitieve vrijstelling van invoerrechten voor zover deze bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van de scholieren en studenten gedurende hun studietijd. De definitie van persoonlijk gebruik zoals bepaald in Verordening DV is strikt van toepassing in dit geval. De goederen die met vrijstelling worden toegelaten, moeten dienen tot exclusief gebruik van de student.

Voorbeeld

Wanneer een student een gebruiktelaptop wenst in te voeren kan dit met vrijstelling voor zover hij die persoonlijk voor zijn studies zal gebruiken. Wanneer hij de laptop wil verkopen, kan hij die niet invoeren onder deze vrijstelling.

5.2. Voorwaarden met betrekking tot personen

7. De vrijstelling wordt verleend aan studenten of scholieren zoals gedefinieerd in artikel 21 lid 2, a) van de Verordening DV voor zover deze met het oog op hun studie in het douanegebied van de Unie zijn komen wonen.

Let op, een student verandert nooit zijn normale verblijfplaats bij het aanvatten van zijn studies. Hij behoudt altijd zijn normale verblijfplaats in zijn land van herkomst.

Voorbeeld 1

Een student komende uit de VSA behoudt zijn normale verblijfplaats in de VSA gedurende de periode deze in België studeert.

Voorbeeld 2

Een Belgische student die om te studeren naar Canada vertrokken is, behoudt zijn normale verblijfplaats in België gedurende de periode hij in Canada studeert. Er wordt dus geen vrijstelling voor studenten aan deze Belgische student verleend (en geen vrijstelling verleend bij verhuis!) wanneer hij terugkeert naar België. Enkel de vrijstelling voor reizigers kan verleend worden net zoals de vrijstelling voor terugkerende goederen voor zover aan desbetreffende voorwaarden wordt voldaan.

5.3. Voor de invoer van goederen vastgestelde termijn

8. De vrijstelling wordt minstens eenmaal per studiejaar verleend (artikel 22 van de Verordening DV). In de praktijk betekent dit dat dat de invoer in meerdere keren kan gebeuren zonder beperking. De invoer kan plaatsvinden vanaf de inschrijving voor de studies maar niet meer na het beëindigen ervan (afloop van het regime).

6. Procedure

6.1. Aanvraag

9. De aanvraag (schriftelijk en elektronisch indien mogelijk) om met een vrijstelling in te voeren, moet ten laatste op het ogenblik van de eerste invoer van de goederen bij het plaatselijke hoofd van het douanekantoor van invoer worden ingediend.

6.2. Lijst

10. Samen met zijn aanvraag moet de aanvrager een goederenlijst indienen met een gedetailleerde beschrijving van de goederen, met hun gebruikelijke benaming, alsook de waarde van elk voorwerp. De diverse posten op de lijst worden voorafgegaan door een ononderbroken reeks van volgnummers. De lijst wordt in pdf-formaat opgemaakt en bij de aanvraag tot vrijstelling gevoegd.

11. De lijst in kwestie moet door de volgende hoofding voorafgaan: “Uitzet, (en/of) studiebenodigdheden, (en/of) andere gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen, van een scholier (of) student, welke ik . . . . . . . . . (naam + voornaam), voor mijn persoonlijk gebruik gedurende mijn studietijd, vanuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (land van herkomst) via het douanekantoor . . . . . . . . . . . . . . . (benaming) in België wens in te voeren ter bestemming van . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (volledig persoonlijk adres in België)”.

Elk exemplaar van de lijst moet ondertekend zijn door de betrokken scholier of student en, in voorkomend geval, eveneens door zijn lasthebber (met uitsluiting van de vervoerder).

12. Ter identificatie van de betrokken perso(o)n(en), ter controle omtrent de juistheid van het opgegeven adres en om na te gaan of de handtekening(en) op de lijst echt is(zijn), doet het plaatselijk hoofd van het invoerkantoor zich de nodig geachte bewijsstukken voorleggen (identiteitsstukken, paspoorten, volmachten, enz.).

6.3. Bewijsstukken

13. Alvorens de vrijstelling definitief kan worden verleend, dient op het invoerkantoor een ATTEST te worden overgelegd dat afgeleverd werd door het hoofd van de onderwijsinstelling in België waar belanghebbende de lessen volgt. Het betrokken attest dient de volgende gegevens te bevatten :

- datum van aflevering

- naam, functie en handtekening van het hoofd van de betrokken onderwijsinstelling in België;

- benaming, adres en officiële stempel van de onderwijsinstelling in België;

- naam, voornaam, nationaliteit en volledig adres in België van belanghebbende;

- bevestiging dat de belanghebbende in de betrokken Belgische onderwijsinstelling op regelmatige wijze is ingeschreven en er het volledige leerplan volgt;

- bevestiging dat de belanghebbende ingevolge de aanvraag van zijn studies aan de betrokken onderwijsinstelling zijn verblijfplaats tijdelijk heeft overgebracht van . . . . . . . . . . . . (land van herkomst) naar het opgegeven adres in België.[1]

Het attest wordt eveneens in pdf-formaat opgemaakt en bij de aanvraag tot vrijstelling gevoegd. Het is één jaar geldig.

14. Elk schooljaar dient bij elke nieuwe aanvraag tot vrijstelling eveneens een nieuw en recent attest op het invoerkantoor te worden overgelegd, zelfs indien belanghebbende op dat kantoor voorheen reeds een toelating tot vrijstelling voor een ander studiejaar heeft bekomen.

6.4. Onmiddellijke beslissing tot toekenning van de vrijstelling bij de invoer

15. Wanneer het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor over alle noodzakelijke elementen beschikt die nuttig zijn om te kunnen beslissen over het toekennen van de vrijstelling, vindt de invoer plaats onder dekking van een aangifte waarin onder andere de code “C06” staat in de tweede onderverdeling van vak 37.

Indien de zending verschillende voorwerpen omvat waarvan de indeling per tariefpost verhoudingsgewijs al te tijdrovend zou zijn, mag, tenzij de aangever het tegendeel wenst, in de daartoe bestemde vakken van de op te stellen aangifte de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de desbetreffende tarief-posten worden weggelaten en vervangen door de vermelding: “Uitzet (en/of) studiebenodigdheden, (en/of) andere gebruikte roerende goederen van scholieren of studenten, ingevoerd - met definitieve vrijstelling - (of) met betaling van de verschuldigde invoerbelastingen - zie bijgaande lijst - Toepassing van Circulaire 2019/C/X.

16. Voor de goederen waarvoor geen vrijstelling wordt verleend, moeten de betrokken belastingen betaald worden. Hun eventuele wederuitvoer kan slechts plaatsvinden voordat het lokaal hoofd van het invoerkantoor de beslissing betreffende het toekennen van de vrijstelling heeft genomen.

Er wordt een aparte aangifte opgemaakt voor de goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend. Een tweede aangifte wordt opgemaakt voor de goederen waarvoor geen vrijstelling wordt verleend (en deze waarvoor de vrijstelling niet wordt gevraagd bij de invoer).

In dit geval moet er aan de verschillende aangiften een nieuwe lijst worden toegevoegd van de goederen die op deze aangiften worden vermeld (er kan eventueel gebruik worden gemaakt van een kopie van de originele lijst waarop de goederen die niet op de aanzuiveringsaangifte staan, moeten worden geschrapt).

Dit zou het geval zijn wanneer er voor een deel van de goederen onmiddellijk een beslissing kan worden genomen, terwijl er voor het andere deel een voorwaardelijke vrijstelling moet worden verleend.

6.5. Invoer van goederen in meerdere keren

17. De verordening DV voorziet duidelijk in de mogelijkheid uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten in meerdere keren in te voeren.

Elke zending die afzonderlijk bij een kantoor wordt aangeboden, moet per geval worden onderzocht. Indien de aanvrager voorheen geen enkele invoer heeft verricht bij het betrokken kantoor, moeten alle noodzakelijke stukken en bewijzen (opnieuw) worden voorgelegd.

In het andere geval kunnen alle stukken en bewijzen die reeds in het bezit zijn van de betrokken douanediensten of een gedeelte ervan eventueel worden gebruikt als bewijsstuk zonder dat de particulier een volledig nieuw dossier moet indienen.

De belanghebbende moet het referentienummer van de reeds verleende vergunning vermelden.

6.6. Voorwaardelijke vrijstelling

6.6.1. In geval van voorwaardelijke vrijstelling

18. Indien door omstandigheden de goederen ten invoer worden aangegeven zonder dat aan alle vereiste voorwaarden is voldaan om definitief over het verlenen van de vrijstelling te kunnen beslissen (bv. ontbreken van het vereiste attest), worden de betrokken goederen met voorwaardelijke vrijstelling toegelaten onder dekking van een aangifte, dewelke geldig is voor een termijn van zes maanden voor zover er zekerheid wordt gesteld.

De reden van de toelating met voorwaardelijke vrijstelling wordt in het daartoe bestemde vak van de aangifte vermeld.

De volgende vermelding worden aangebracht : “Uitzet (en/of) studiebenodigdheden, (en/of) andere gebruikte roerende goederen van scholieren of studenten, ingevoerd met voorwaardelijke vrijstelling/(of) met betaling van rechten - zie bijgaande lijst - Toepassing van Circulaire 2019/C/X.

19. De zekerheid inzake invoerrechten moet het totaal van de in het spel zijnde rechten afdekken en wordt berekend als een forfaitaire heffing van 10% op de totale waarde van de goederen toegelaten met voorwaardelijke vrijstelling.

De zekerheid inzake btw wordt berekend op basis van 21% van de waarde van alle betrokken goederen vermeerderd met de invoerrechten.

6.6.2. Zending bevat een groot aantal verschillende voorwerpen – geen tariefindeling

20. Indien de vrijstelling wordt verleend en indien de zending een groot aantal verschillende voorwerpen omvat waarvan de indeling per tariefpost verhoudingsgewijs al te tijdrovend zou zijn, mag de aangever, wanneer hij dit wenst, de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de tariefposten vervangen door de volgende vermelding: “Uitzet (en/of) studiebenodigdheden, (en/of) andere gebruikte roerende goederen van scholieren of studenten, ingevoerd met voorwaardelijke vrijstelling - zie bijgaande lijst - Toepassing van Circulaire 2019/C/X. In dit geval wordt de zekerheidsstelling voor de invoerrechten en de btw forfaitair berekend op de waarde van alle goederen waarvoor de voorwaardelijke vrijstelling wordt verleend (tegen 21% van de totale waarde van de betrokken goederen, vermeerderd met het bedrag van de eventueel betrokken invoerrechten).

Wanneer de aangever geen gebruik maakt van de hierboven bedoelde mogelijkheid of wanneer het gaat om goederen in een beperkte hoeveelheid, wordt de te stellen zekerheid berekend zodat de juiste heffing van de betrokken belastingen gegarandeerd wordt.

6.6.3. Verlenging

21. De geldigheidstermijn van de invoeraangifte met voorwaardelijke vrijstelling kan, wegens bijzondere omstandigheden en op verzoek van de belanghebbende (of ambtshalve – bijvoorbeeld om de inverbruikstelling van de erin opgenomen goederen mogelijk te maken), verlengd worden.

6.6.4. Aanzuivering

22. Wanneer de aangiften met voorwaardelijke vrijstelling volledig aangezuiverd kunnen worden door de toekenning van de definitieve vrijstelling (bv. na voorlegging van de bewijsstukken die bij de invoer ontbraken), moeten ze worden vervangen op het kantoor van geldigmaking van de definitieve aangifte met inverbruikstelling. In de desbetreffende vakken van deze aangifte mogen de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de desbetreffende tariefposten worden weggelaten en vervangen door de vermelding: “Uitzet (en/of), studiebenodigdheden, (en/of) andere gebruikte roerende goederen van scholieren of studenten ingevoerd – met definitieve vrijstelling/(of) met betaling van belastingen -zie bijgevoegde lijst - Toepassing van Circulaire 2019/C/X”.

In dat geval moet er geen nieuwe lijst van de goederen in kwestie worden voorgelegd.

23. Wanneer de aangifte niet regelmatig wordt aangezuiverd (geheel of gedeeltelijk) en de zekerheidsstelling werd opgenomen in de definitieve ontvangsten (geheel of gedeeltelijk), wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen berekend op basis van de waarden die werden gebruikt om de zekerheidsstelling te bepalen.

De voorwerpen die niet met definitieve vrijstelling kunnen worden toegelaten, worden onderworpen aan de betaling van de verschuldigdheden op het kantoor van geldigmaking van de invoeraangifte met voorwaardelijke vrijstelling.

7. Controle achteraf

24. Aangezien de vrijstelling meerdere malen en op verscheidene kantoren kan worden aangevraagd en verleend, zonder dat deze kantoren daaromtrent onderling weet van hebben, dienen er maatregelen genomen worden om misbruiken te vermijden.

Zo dient er achteraf voornamelijk te worden nagegaan of uit de aard en hoeveelheid van de diverse of gelijksoortige goederen in de verschillende zendingen welke door eenzelfde scholier of student (eventueel over verschillende kantoren) met vrijstelling werden ingevoerd, geen commerciële bijbedoelingen blijken (de vrijstelling geldt slechts voor GEBRUIKTE roerende goederen, uitzetten en studiebenodigdheden voor het PERSOONLIJK GEBRUIK van belanghebbende gedurende zijn studietijd - cf. art. 21, lid 1 en 2 van de Verordening DV).

Indien het onderzoek van de betrokken inspectiedienst misbruiken, onregelmatigheden of ernstige vermoedens van fraude aan het licht brengt, moet een procesdossier worden samengesteld en langs hiërarchische weg doorgestuurd worden naar de bevoegde dienst.

8. Bepalingen inzake btw

8.1. Algemeenheden

25. Zoals bij de douane heeft de vrijstelling enkel betrekking op de goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU.

De uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen kunnen met volledige vrijstelling van de btw worden ingevoerd voor zover de beperkingen en voorwaarden van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 7 zijn nageleefd. De voorwaarden inzake btw zijn identiek aan deze inzake invoerrechten.

8.2. Toepassingsmodaliteiten

26. De toepassingsmodaliteiten die zijn bepaald inzake invoerrechten zijn overeenkomstig van toepassing inzake btw voor de goederen.

9. Accijnzen

27. Zowel voor de invoer uit derde landen als uit andere EU-lidstaten bestaat er geen vrijstelling van accijnzen.

Er wordt opgemerkt dat de vrijstelling voor de bagage van reizigers inzake accijnzen van toepassing blijft (zie circulaire 2017/C/41 betreffende de bagage) voor zover de goederen worden vervoerd in de persoonlijke bagage van de scholier of de student. Dit binnen de beperkingen in waarde of hoeveelheid vooropgesteld in de vrijstelling voor reizigers.

10. Samenvattende tabel

28.

Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

Natuurlijke personen

- Scholier of student

- Met het oog op zijn studie in het douanegebied van de Unie verblijven

Goederen

- Uitzetten (nieuwe of gebruikte)

- Studiebenodigdheden (gebruikte)

-Gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen

Termijnen/gebruik

- Vrijstelling wordt ten minste eenmaal per studiejaar verleend

Uitgesloten

- Vervoersmiddelen

- Accijnsproducten

11. Slotbepalingen

29. Deze circulaire vervangt de vroegere wettelijke en reglementaire bepalingen (en de commentaren ervan) van Hoofdstuk I, Titel V (Vrijstelling uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten) van de Instructie Definitieve Vrijstellingen 1984 – DI 510.0 en heft de genoemde bepalingen op.

Voor de administrateur-generaal van de douane en accijnzen

Jo Lemaire

Adviseur-generaal


BIJLAGEN

BIJLAGE I - Artikel 21 tot 22 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

HOOFDSTUK IV

Uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten

Artikel 21

1. Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de uitzetten, gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen, alsmede de studiebenodigdheden van scholieren en studenten die met het oog op hun studie in het douanegebied van de Gemeenschap komen wonen, welke bestemd zijn voor hun persoonlijk gebruik gedurende hun studietijd.

2. Voor de toepassing van lid 1 wordt verstaan onder:

a) „scholier of student”, elke persoon die op regelmatige wijze is ingeschreven bij een onderwijsinstelling om er het volledige leerplan te volgen;

b) „uitzet”, het linnengoed, alsmede de kleding, zelfs indien nieuw;

c) „studiebenodigdheden”, voorwerpen en instrumenten (met inbegrip van reken- en schrijfmachines) die normaliter door een scholier of student worden gebruikt bij de studie.

Artikel 22

De vrijstelling wordt ten minste eenmaal per studiejaar verleend.

BIJLAGE II - Artikel 17 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw

Artikel 17

§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van uitzetten, studiebenodigdheden en gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen, toebehorend aan scholieren en studenten die met het oog op hun studie in de Gemeenschap komen wonen, en welke bestemd zijn voor hun persoonlijk gebruik gedurende hun studietijd.

§ 2. In de zin van paragraaf 1 wordt verstaan onder :

1° "scholier of student", elke persoon die op regelmatige wijze is ingeschreven bij een onderwijsinstelling om er het volledige leerplan te volgen;

2° "uitzet", het linnengoed, alsmede de kleding, zelfs indien nieuw;

3° "studiebenodigdheden", voorwerpen en instrumenten, die normaliter door een scholier of student worden gebruikt bij de studie.

§ 3. De vrijstelling wordt ten minste eenmaal per studiejaar verleend.

---

Interne ref.: DI 510.050 - EOS/DD 015.341

---

[1] Indien de plaats van tijdelijk verblijf ingevolge de aanvang van de studies niet kan worden bevestigd door het hoofd van de betrokken onderwijsinstelling, mag dit feit worden aangetoond met alle andere ter zake aanvaardbare middelen.