Verenigd Koninkrijk - Circulaire Ci.R.9.R.U/421.844 d.d. 14.09.1990

Bulletin nr. 699/11.90, p. 2957-2972

Dubbelbelastingverdragen.

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

14.09.1900 – Circ. nr. Ci.R9.R.-U/421.844.- Onderrichtingen voor de toepassing van de Overeenkomst ondertekend op 1 juni 1987 tussen het Koninkrijk België en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten.

I. Belangrijk data.

Ondertekening van de Overeenkomst : 1 juni 1987

Goedkeuring : Wet van 27 september 1989

Publicatie : B.S. van 1 december 1989 (V. 2011)

Kennisgeving van de uitvoering van de grondwettelijke procedures : 7 augustus 1989 en 6 oktober 1989

Inwerkingtreding : 21 oktober 1989

a) Toepassing in België :

- op alle bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari 1990;

- op alle andere dan bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten van elke belastbaar tijdperk dat eindigt op of na 31 december 1990 (aanslagjaar 1991 en volgende).

b) Beëindiging van de werking van de vroegere overeenkomst:

De Overeenkomst van 29 augustus 1967 tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en België tot voorkoming van dubbele belasting en belastingvermijding inzake inkomstenbelastingen en de wisseling van brieven gedagtekend te Brussel op 25 september en 26 november 1968 die door de wet van 27 februari 1970 (V. 1276-B 474) werden goedgekeurd, zullen krachtens artikel 29, paragraaf 2, van de nieuwe Overeenkomst een einde nemen en niet meer van toepassing zijn met betrekking tot de belastingen van elk tijdperk waarvoor de nieuwe overeenkomst met betrekking tot die belastingen toepassing vindt (zie punt a) hierboven).

De onderrichtingen van circ. 948 (B. 483) vervallen met betrekking tot de belastingen waarop de nieuwe overeenkomst van toepassing is.

Il. Algemene kenmerken.

De Overeenkomst beoogt voornamelijk het vermijden van dubbele belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten.

De Overeenkomst stelt bovendien, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone beperkingen, tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Staten de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de Overeenkomst een aan die van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten betreffende de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Zij voorziet evenwel niet in wederzijdse administratieve bijstand voor de invordering van belastingen.

Aangezien de nieuwe Overeenkomst een grote gelijkenis met de andere door België gesloten overeenkomsten vertoont, worden hierna alleen de voornaamste of specifieke bepalingen ervan besproken.

III. Vermijding van dubbele belasting.

A. Ondernemingswinst.

1° Toewijzing van het recht van belastingheffing.

Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat -niet zijnde een lucht-, zeescheepvaart- of binnenscheepvaart­ onderneming waarop artikel 8 van toepassing is (cf. nr. 4° hierna) of een landbouw- of bosbedrijf waarop artikel 6 van toepassing is- is in de andere overeenkomstsluitende Staat slechts belastbaar in zoverre als zij aan een in de andere Staat gelegen vaste inrichting kan worden toegerekend (art. 7, § 1).

2° Definitie van de vaste inrichting.

Met betrekking tot de definitie van "vaste inrichting" wordt erop gewezen dat een verzekeringsonderneming geacht wordt een vaste inrichting in een overeenkomstsluitende Staat te hebben indien zij in die Staat premies int of aldaar gelegen risico's verzekert door bemiddeling van een niet onafhankelijke vertegenwoordiger, of van een onafhankelijke vertegenwoordiger die een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht gewoonlijk uitoefent (art. 5, § 7).

Anderdeels wordt een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat die werkzaamheden buitengaats verricht in verband met de exploratie of de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van het continentaal plat van de andere overeenkomst sluitende Staat geacht in laatstgenoemde Staat een bedrijf uit te oefenen door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting. Deze regeling geldt evenwel met ter zake van winst uit het vervoer van goederen of personeel naar de plaats van zulke werkzaamheden, noch met betrekking tot winst uit de exploitatie van sleepboten, duwboten of kettingsleepboten in verband met die werkzaamheden (art. 21, §§ 2 en 3).

3° Berekening van de B.N.V .-Ven.

België mag de winst van een Belgische vaste inrichting van een vennootschap die inwoner is van het Verenigd Koninkrijk aan de B.N.V.-Ven. onderwerpen, maar het tarief van die B.N.V.-ven. moet tot het tarief van de Ven.B. worden beperkt (art.·24, § 3, a).

Anderdeels mag België zijn intern recht (art. 192 W. I. B.) toepassen m.b.t. de heffing van de R.V. op dividenden die door de Belgische vaste inrichting van een dergelijke vennootschap worden verkregen en m.b.t. de niet-verrekening van die roerende voorheffing met de B.N.V./Ven. (art. 24, § 3. b).

4° Zeevaart, binnenvaart en luchtvaart.

Winst verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer en uit de exploitatie van schepen die, dienen voor het vervoer in de binnenwateren, is slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen (art. 8).

Deze regeling is ook van toepassing op winst uit het vervoer per schip of luchtvaartuig van goederen of personeel naar een plaats waar werkzaamheden buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen evenals op winst uit de exploitatie van sleepboten, duwboten of kettingsleepboten in verband met die werkzaamheden (art. 21, § 3).

B. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat.

1° Algemeen.

De artikelen 10, 11 en 12 bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen :

a) dividenden: de Belgische R.V. of de Britse belasting, naar het geval, is beperkt tot :

- 5 pct. van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een vennootschap is die onmiddellijk of middellijk ten minste 25 pct. van het stemrecht in de uitdelende vennootschap bezit; ter zake van de uitdrukking "stemrecht" wordt in het geval van België verwezen naar de betekenis die deze uitdrukking heeft volgens het Belgische Wetboek van Koophandel;

- 10 pct. van het brutobedrag van de dividenden, in alle andere gevallen.

Deze regeling is onder de huidige belastingwetgeving van het Verenigd Koninkrijk (die met name bepaalt dat een natuurlijke persoon die in het V.K. woont en dividenden ontvangt van een vennootschap die aldaar is gevestigd, recht heeft op een belastingkrediet) evenwel niet van toepassing op dividenden die een vennootschap die inwoner is van dat land, betaalt aan een inwoner van België. Sinds 1973 dient een vennootschap van het V.K. die dividenden uitkeert, een bepaald bedrag (voor het belastingjaar 1988/1989 : 25/75 van het uitbetaalde dividend) als vervroegde belasting over de winst van de vennootschap af te dragen (Advance Corporation Tax of A.C.T.). De aandeelhouder wordt geacht een dividend te hebben ontvangen ten bedrage van het hem uitbetaalde dividend verhoogd met de daarmee overeenstemmende A.C.T. Bij een natuurlijke persoon wordt de inkomstenbelasting achtereenvolgens berekend op het gebruteerde dividend (dividenden + A.C.T.) en verminderd met een belastingkrediet dat gelijk is aan het bedrag van A.C.T. (het zogenaamde verrekeningsstelsel).

Het genot van de bepalingen inzake het interne recht van het Verenigd Koninkrijk is op de volgende wijze uitgebreid tot inwoners van België :

- Belgische vennootschappen die onmiddellijk of middellijk 10 pct. bezitten van het stemrecht van de vennootschap van het Verenigd Koninkrijk die de dividenden betaalt, verkrijgen de helft van het normale belastingkrediet (d.i. 12,5/75 van het dividend voor het belastingjaar 1988/1989); van het samengetelde bedrag van het dividend en het belastingkrediet (1/2 A.C.T.) mag het V.K. dus een belasting van maximaal 5 pct. heffen;

- alle andere inwoners van België hebben recht op een belastingkrediet (A.C.T.) dat volgens het interne recht van het V.K. aan inwoners van het V.K. wordt verleend, zijnde 25/75 van het uitgekeerde dividend voor het belastingjaar 1988/1989; in dat geval mag van het samengetelde bedrag van het dividend en het belastingkrediet in het Verenigd Koninkrijk een belasting van ten hoogste 20 pct. worden geheven;

- indien de verkrijger van de dividenden desgevraagd niet aantoont dat het aandelenbezit ter zake waarvan de dividenden werden betaald, op grond van bonafide zakelijke overwegingen is verworven en niet met als hoofddoel het verkrijgen van de voordelen van de overeenkomst, heeft hij geen recht op het belastingkrediet en wordt in het V.K. geen belasting op de dividenden geheven.

b) interest :

De Belgische R. V. of de Britse belasting, naar het geval, mag niet hoger zijn dan 15 pc. van het normale brutobedrag van de interest.

Er worden echter opgemerkt dat ingevolge art. 11, § 7, Ov., interest die is toegekend door een vennootschap die inwoner is van het Verenigd Koninkrijk aan een vennootschap die inwoner is van België moet worden behandeld als dividenden indien meer dan 50 pct. van het stemrecht van de vennootschap die inwoner is van België, onmiddellijk of middellijk, wordt beheerst door één of meerdere personen die inwoner zijn van het Verenigd Koninkrijk (bepaling die haar oorsprong vindt in de Britse interne wetgeving).

c) royalty's :

Royalty's zijn ten belope van hun normale bedrag in de bronstaat vrijgesteld van belastingen.

2° Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van het Verenigd Koninkrijk.

De vermindering of vrijstelling van Belgische belastingen wordt verleend op aanvraag door middel van een formulier 276 Div.-Aut., 276 Int.-Aut. of 276 R., naar het geval; er wordt in dit verband verwezen naar de circulaire Ci.R9 Div./325.546 van 5 augustus 1982 en naar de Com.Ov. nr. 10/231 en volgende, II /231 en volgende en 12/231 en volgende.

3° Roerende inkomsten uit bronnen in het Verenigd Koninkrijk verkregen door inwoners van België.

Volgens de huidige Britse interne wetgeving zijn interest en royalty's die niet-inwoners van het Verenigd Koninkrijk uit aldaar gelegen bronnen verkrijgen, in de regel onderworpen aan een bronheffing tegen het tarief van 25 pct.

Daaruit volgt dat de bepalingen van de overeenkomst voor het V.K. leiden tot een werkelijke beperking van het recht van belastingheffing van die inkomsten ten gunste van inwoners van België.

De vermindering of vrijstelling van de Britse belasting op de genoemde inkomsten kan normaliter onmiddellijk bij de bron worden verkregen op aanvraag van de verzoeker door middel van een formulier ad hoc (zie hierna).

Indien de bronheffing reeds zonder beperking is ingehouden, kan volgens dezelfde procedure eveneens teruggaaf van het teveel geheven bedrag worden verkregen. In dat geval moeten de originele bewijzen van de inhouding van belasting bij de aanvraag worden gevoegd.

Dividenden die inwoners van België van vennootschappen van het Verenigd Koninkrijk verkrijgen, zijn aldaar in beginsel aan de inkomstenbelasting onderworpen zonder dat een bronbelasting wordt ingehouden. De procedure voor het verkrijgen van de voordelen van de overeenkomst (cf. punt III, B, 1, a) hierboven) kan als volgt worden samengevat :

- volgens de gewone procedure kunnen natuurlijke personen of vennootschappen achteraf (maar uiterlijk binnen zes jaar na het einde van het aanslagjaar waarmede het inkomen verband houdt) een verzoek indienen om betaling van het belastingkrediet waarop ze aanspraak hebben, verminderd met het bedrag van de Britse inkomstenbelasting (maximaal 20 pct. van het samengetelde bedrag van he! dividend en het belastingkrediet) door middel van het formulier ad hoc (zie hierna) onder toevoeging van de originele bewijzen van het recht op het belastingkrediet;

- vennootschappen die een belangrijke deelneming bezitten in een vennootschap van het V.K. (d.i. 10 pct. of meer van het stemrecht) kunnen anderdeels verzoeken om betaling aan de bron van de helft van het belastingkrediet, eveneens verminderd met het verschuldigde bedrag van de Britse inkomstenbelasting (maximaal 5 pct. van het samengestelde bedrag van het dividend en dat gehalveerde belastingkrediet), door middel van het daartoe bestemde formulier (zie hierna).

De te gebruiken aanvraagformulieren zijn de volgende :

a) m.b.t. dividenden betaald door Britse vennootschappen :

- BEL 2/Natuurlijke Personen/Krediet, voor verzoeken door een natuurlijke persoon ingediend om betaling van het belastingkrediet van het Verenigd Koninkrijk te verkrijgen;

- BEL 2/Vennootschappen/Krediet, voor verzoeken ingediend door een vennootschap om betaling van het belastingkrediet van het Verenigd Koninkrijk te verkrijgen;

- BEL 7/Krediet, voor verzoeken door een vennootschap die een belangrijke deelneming bezit in een vennootschap van het Verenigd Koninkrijk (d.i. 10 pct. of men van het stemrecht) om het belastingkrediet (1/2 A.C.T.) te verkrijgen;

b) m.b.t. interest en royalty's afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk :

- BEL 2/Natuurlijke personen, voor verzoeken door een natuurlijke persoon ingediend ter zake van interest (vermindering tot 15 pct.) en royalty's (vrijstelling);

- BEL 2/Vennootschappen, voor verzoeken door een vennootschap ingediend ter zake van interest (vermindering tot 15 pct.) en royalty's (vrijstelling).

De hierboven vermelde formulieren zijn verkrijgbaar in België bij het C.T.K. Brussel-Buitenland, Sint-Lazaruslaan 10, 1210 Brussel, of in het Verenigd Koninkrijk bij de "Inspector of Foreign Dividends, Lynwood Road, Thames Ditton, Surrey, England KT7 ODP". In de aanvraag moeten de volledige naam en het adres worden opgegeven van de persoon die op de vrijstelling of vermindering aanspraak maakt (deze persoon moet de uiteindelijke gerechtigde tot de inkomsten zijn); voorts moet worden vermeld of die persoon een natuurlijke persoon, een vennootschap of een "partnership" is en moet de aard van de inkomsten worden aangetoond.

De behoorlijk ondertekende verzoeken moeten in duplo worden opgemaakt, en ter waarmerking worden toegestuurd aan de Hoofdcontroleur of de Leider van het Centraal Taxatiekantoor der directe belastingen van het ambtsgebied waar de uiteindelijk gerechtigde in België belastbaar is. Die ambtenaar zendt één exemplaar, na het te hebben gewaarmerkt, rechtstreeks naar de "Inspector of Foreign Dividends, Lynwood Road, Thames Ditton, Surrey, England KT7 ODP" en bewaart het tweede exemplaar.

Voor de formulieren BEL 2/Natuurlijke personen/Krediet, BEL 2/Vennootschappen/krediet en BEL 7/Krediet moet de begunstigde evenwel indien het niet zijn eerste verzoek is, beide exemplaren van het formulier rechtstreeks naar de hierboven genoemde "lnspector of Foreign Dividends" zenden.

Een eerste verzoek van een begunstigde van een trust moet met bewijzen van zijn recht op het inkomen worden gestaafd.

C. Inkomsten uit zelfstandige beroepen (art. 14).

Inkomsten uit een vrij beroep of uit andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn in principe slechts belastbaar in de woonstaat van de begunstigde. Die inkomsten zijn evenwel belastbaar in de andere overeenkomstsluitende Staat indien ze worden verkregen via een in die andere Staat gelegen vaste basis en in zoverre als zij aan die vaste basis kunnen worden toegerekend.

In dit verband bepaalt artikel 21, paragraaf 4, evenwel dat een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die buitengaat in de andere overeenkomstsluitende Staat werkzaamheden van zelfstandige aard verricht in verband met de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen, geacht wordt die werkzaamheden te verrichten door bemiddeling van een vaste basis in die andere Staat.

D. Inkomsten uit niet-zelfstandige werkzaamheden (art. 15 en 21, § 5).

Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen van werknemers uit de particuliere sector zijn belastbaar in de Staat waar de betrokkenen hun werkzaamheden uitoefenen (art. 15, § 1), onder voorbehoud van de zogenaamde 183 dagen-regel (art. 15, § 2).

Beloningen van zeevaart-, binnenvaart- en luchtvaartpersoneel worden evenwel belast in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen (art. 15, § 3).

In afwijking daarvan bepaalt art. 21, § 5, a) en b) enerzijds dat beloningen uit hoofde van werkzaamheden die buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de zeebodem, de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, slechts belastbaar zijn in de Staat waar de betrokkenen hun werkzaamheid buitengaats uitoefenen en anderzijds dat beloningen verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat betrokken is bij het vervoer van voorraden of personeel naar een plaats waar gelijkaardige werkzaamheden buitengaats worden verricht, evenals de beloningen verkregen uit een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een sleepboot, duwboot of kettingsleepboot, slechts belastbaar zijn in de Staat waar de plaat van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. Beide afwijkingen zijn evenwel slechts van toepassing op voorlegging van bewijsstukken waaruit blijkt dat belasting werkelijk is betaald in de Staat die het exclusieve recht van belastingheffing van de beloningen heeft.

E. Artiesten en sportbeoefenaars (art. 17).

1° Algemene regel :

Inkomsten die beroepsartiesten en sportbeoefenaars verkrijgen uit hun persoonlijke werkzaamheden (in dienstverband of als zelfstandige) zijn belastbaar in de Staat waar de artiesten of sportbeoefenaars optreden, zelfs indien de inkomsten aan een andere persoon worden toegekend.

2° Uitzondering :

De hierboven vermelde regel is niet van toepassing indien het bezoek aan de Staat waar de werkzaamheden worden uitgeoefend voor een wezenlijk deel wordt gefinancierd uit de openbare middelen van de andere Staat.

In dergelijk geval zijn de desbetreffende inkomsten vrijgesteld van belasting in de Staat waar de artiesten of sportbeoefenaars optreden.

F. Pensioenen (art. 18 en 19).

Particuliere pensioenen en soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking, zijn slechts in die Staat belastbaar (art. 18).

Overheidspensioenen (art. 19) zijn belastbaar in de Staat die de inkomsten betaalt, tenzij de verkrijger van de inkomsten onderdaan is van de andere Staat zonder eveneens onderdaan te zijn van de betalende Staat.

De vrijstelling van de Britse bronheffing die normaliter van dergelijke pensioenen wordt geheven, kan onmiddellijk worden verkregen op aanvraag van de betrokkene door middel van een formulier BEL 2/Natuurlijke personen (d.i. het formulier dat eveneens moet worden gebruikt voor vrijstelling of vermindering van Britse belasting op interest en royalty's uit bronnen in het Verenigd Koninkrijk) : ter zake wordt verwezen naar de procedure die hierboven, sub III, B, 3° is beschreven.

Indien de hierboven vermelde bronheffing reeds is ingehouden, kan volgens dezelfde procedure teruggaaf worden verkregen. In dat geval moeten de originele bewijzen van de inhouding van belasting bij de aanvraag worden gevoegd.

G. Niet uitdrukkelijk in de overeenkomst vermelde inkomsten (art. 22).

Bestanddelen van het inkomen -niet zijnde inkomsten uit trusts­ die niet uitdrukkelijk in de andere bepalingen van de overeenkomst zijn behandeld, zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de genieter inwoner is, behalve indien deze bestanddelen van het inkomen zijn toe te rekenen aan een in de bronstaat gelegen vaste inrichting of vaste basis.

lnwoners van België die op grond van art. 22 vrijstelling van belasting van het Verenigd Koninkrijk wensen te verkrijgen moeten een schriftelijk verzoek (ter zake moet geen bijzonder formulier worden gebruikt) richten tot de Inspector of Foreign Dividends, of aan het "C.T.K. Brussel-Buitenland" (cf. lll, B, 3° hierboven) en alle bijzonderheden over het inkomen mededelen, met inbegrip van de naam en het adres van diegene die het inkomen betaalt.

Zoals hierboven reeds is vermeld zijn inkomsten uit trusts uitdrukkelijk uit het toepassingsgebied van het restartikel gesloten. Een trust is een typische rechtsfiguur uit het Verenigd Koninkrijk en bestaat als zodanig niet in het Belgische interne recht. Ingevolge de Britse Belastingwetgeving is inkomen uit trusts onderworpen aan een basisbelasting van 25 pct, vermeerderd met een aanvullende belasting van 10 pct.

De uitsluitingsclausule moet beletten dat de trustfiguur, met name in het geval van "discretionary trusts" en "accumulation trusts" oneigenlijk zou worden gebruikt om de normale toepassing van de specifieke bepalingen van de Overeenkomst met betrekking tot bepaalde inkomstenbestanddelen te ontgaan.

Inderdaad, hoewel trustinkomen op zichzelf beschouwd een aparte inkomstencategorie uitmaakt die niet in de andere artikelen van de overeenkomst is behandeld, wordt dat inkomen geacht in wezen te bestaan uit bestanddelen die normaliter onder de andere bepalingen van de Overeenkomst vallen (inkomsten uit onroerende goederen, enz.).

Ingevolge deze uitsluiting staat de Britse Administratie evenwel in de praktijk toe dat inwoners van België die inkomsten uit "discretionary trusts" of "accumulation trusts" verkrijgen, zoals reeds geldt voor inkomsten uit andere trustvormen, krachtens het transparantiebeginsel aanspraak maken op de verdragsregeling die van toepassing is ter zake van het desbetreffende onderliggende inkomen.

H. Vermijding van dubbele belasting in België (art. 23).

Dubbele belasting van inkomsten die inwoners van België uit bronnen in het Verenigd Koninkrijk verkrijgen en die ingevolge de overeenkomst aldaar mogen worden belast, wordt op de volgende wijze vermeden :

1° Algemene regel : vrijstelling met progressievoorbehoud.

lnkomsten die zonder beperking in het Verenigd Koninkrijk mogen worden belast zijn in België vrijgesteld van belasting, maar voor zover die inkomsten volgens het Belgische recht tegen een progressief tarief belastbaar zijn, worden zij in aanmerking genomen voor het bepalen van het tarief dat op de andere belastbare inkomsten van de verkrijgers van toepassing is (art. 23, § 2, a).

De overeenkomst bevat, in afwijking van de hierboven vermelde algemene regel, de gebruikelijke bepaling ter voorkoming van dubbele compensatie van verliezen die een Belgische onderneming in een vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk mocht hebben geleden (art. 23, § 2, d).

2° Verrekening van het .F.B.B.

Dividenden (onder voorbehoud van punt 3 hierna), interest en bovenmatige royalty's die vervat zijn in het samengetelde inkomen dat in België belastbaar is, geven aanleiding tot verrekening van het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting (F.B.B.) op de voorwaarden en tegen het tarief van de Belgische interne wetgeving.

3° Deelnemingsvrijstelling.

Dividenden die Belgische vennootschappen verkrijgen uit vaste deelnemingen in het kapitaal van vennootschappen die inwoner zijn van het Verenigd Koninkrijk en onderworpen zijn aan een Britse belasting die gelijkaardig is aan de Ven.B., zijn tot hun nettobedrag vrijgesteld van die belasting in België.

I. Non-discriminatie (art.24).

De overeenkomst bevat de gebruikelijke non-discriminatiebepalingen. De aandacht wordt evenwel erop gevestigd dat het V.K. ingevolge de bepalingen van artikel 28, §§ 2 en 4 aan natuurlijke personen die inwoner zijn van België en wier inkomen uit bronnen in het V.K. niet uitsluitend bestaat uit dividenden, interest of royalty's (noch uitsluitend uit een samenstel daarvan), voor de toepassing van de inkomstenbelasting van het Verenigd Koninkrijk recht verleent op dezelfde persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen als worden verleend aan Britse onderdanen die geen inwoner zijn van het V.K ..

Formulieren voor verzoeken om toepassing van de hierboven vermelde aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen, kunnen worden verkregen bij de "Intand Revenue Claims Branch, St. John's House, Merton Road, Bootle, Merseyside, England L 69 4EJ" en in België bij het "C.T.K. Brussel-Buitenland". De volledige naam en het adres van de persoon die op de aftrekken, enz. wenst aanspraak te maken, dienen erop te worden vermeld. Wanneer de inkomsten die aan de inkomstenbelasting van het V.K. zijn onderworpen, worden verkregen, door een gehuwde vrouw die met haar echtgenoot samenwoont, moet het verzoek door de echtgenoot worden ingediend. Het verzoek kan slechts worden ingediend nadat het totale inkomen over het belastingjaar, eindigend op 5 april, is verkregen. (Een eerste maal kan een verzoek worden ingediend met het betrekking tot de inkomsten van het belastingjaar eindigend op 5 april 1991).