Circulaire nr. Ci.RH.241/550.265 (AOIF 20/2002) van 13.12.2002
CIRC 13.12.02/1
Bull. nr. 833, pag. 152-156
BEROEPSKOSTEN
Reiskosten voor woon-werkverkeer
CONTROLEMAATREGEL
Samenvattende opgave
SOCIAAL VOORDEEL
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
VERGOEDING
Fietsvergoeding
Vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
Reiskosten voor woon-werkverkeer
CONTROLEMAATREGEL
Samenvattende opgave
SOCIAAL VOORDEEL
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
VERGOEDING
Fietsvergoeding
Vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
Fiscale behandeling van de vergoedingen toegekend aan werknemers voor hun verplaatsingen van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling en van de fietsvergoeding.
Aan alle ambtenaren
ALGEMEEN
1. Deze circulaire heeft tot doel :
- enerzijds enige verduidelijkingen te verstrekken m.b.t. de bepalingen van bovenbedoelde circulaire die betrekking hebben op de fiscale behandeling van de vergoedingen toegekend aan werknemers voor hun verplaatsingen van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling met een door de werkgever ter beschikking gesteld voertuig in het kader van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer;
- en anderzijds een einde te stellen aan de vragen die zijn gerezen over de toepassing van de vrijstelling van de fietsvergoeding als vermeld in artikel 38, eerste lid, 14°, WIB 92.
GEORGANISEERD GEMEENSCHAPPELIJK VERVOER
Sociaal voordeel
2. In het nr. 9.7 van de voornoemde circulaire wordt verduidelijkt dat het voordeel, dat voor een werknemer voortvloeit uit het gebruik van een door de werkgever ter beschikking gesteld voertuig voor de woon-werkverplaatsingen, in de mate dat het voertuig wordt gebruikt voor het gemeenschappelijk vervoer georganiseerd door de werkgever of door een groep van werkgevers (GGV), voor deze werknemers als een voordeel van alle aard wordt aangemerkt dat met een vergoeding als vermeld in artikel 38, eerste lid, 9°, b, WIB 92, wordt gelijkgesteld, maar die zonder enige begrenzing wordt vrijgesteld.
Vσσr de Wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting, werd het voordeel uit het kosteloos of beneden kostprijs gebruik door een werknemer van het GGV, eventueel georganiseerd door tussenkomst van een maatschappij voor personenvervoer, als een sociaal voordeel aangemerkt dat in de personenbelasting is vrijgesteld bij al de werknemers die van het GGV gebruik maakten, inbegrepen diegene die over het voertuig beschikt.
Het gaat hier om een standpunt dat reeds vóór de voornoemde wet werd ingenomen en dat inzonderheid is vermeld in de nrs. 38/27, 10° en 53/214, 6°, Com.IB 92.
Vermits art. 6 van de voornoemde wet een specifieke vrijstelling bevat voor de vergoedingen die worden toegekend door de werkgever aan de werknemer voor zijn verplaatsingen van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling met het GGV, wordt die vrijstelling voortaan toegepast op het voordeel van alle aard bij de werknemer die in het kader van zulke verplaatsingen over een voertuig van de werkgever beschikt.
Wat de werknemers-passagiers betreft, wordt het voordeel dat voortvloeit uit het gebruik van het GGV voor de woon-werkverplaatsingen, daarentegen nog steeds als een vrijgesteld sociaal voordeel beschouwd.
Om een zekere gelijkheid te behouden tussen alle belastingplichtigen die het GGV gebruiken, werd er evenwel beslist om de vrijstelling bij diegene die over het voertuig beschikt, niet te beperken tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan de prijs van een treinabonnement eerste klasse voor eenzelfde afstand. Er mag echter niet uit het oog worden verloren dat de vrijstelling alleen kan worden verleend indien de beroepskosten van de werknemer, overeenkomstig artikel 51, WIB 92, forfaitair worden bepaald.
Controlemaatregel
3. Om misbruiken op het vlak van het GGV te vermijden, worden de betrokken werkgevers uitgenodigd een afschrift van elke individuele overeenkomst (zie nr. 7.9 van voornoemde circulaire) te voegen bij de samenvattende opgave 325 die ze jaarlijks moeten indienen bij het bevoegde Documentatiecentrum-Bedrijfsvoorheffing.
Al de overeenkomsten die door de werkgever of een groep van werkgevers individueel zijn gesloten met elke werknemer-gebruiker van het GGV moeten bij de samenvattende opgave 325 worden gevoegd voor zover het GGV wordt afgelegd met een ander voertuig dat door de werkgever ter beschikking wordt gesteld dan een autocar, een autobus of een minibus in de zin van de reglementering inzake inschrijving van motorvoertuigen.
Rekening gehouden met de termijnen die gelden voor het indienen van die documenten, zal deze maatregel voor de eerste maal van toepassing zijn
voor het inkomstenjaar 2003.
Het bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten met betrekking tot de inkomsten van 2003 zal terzake de gepaste richtlijnen verstrekken.
Fietsvergoeding
4. Er zijn vragen gerezen of dat de hervorming van de personenbelasting (W 10 augustus 2001) de fiscale vrijstelling vermeld in artikel 38, eerste lid, 14°, WIB 92 m.b.t. de fietsvergoeding zou hebben herzien.
Er dient te worden benadrukt dat er geen enkele wijziging werd aangebracht aan de vrijstellingsmodaliteiten van de vergoeding die een werkgever specifiek en uitdrukkelijk toekent aan zijn personeelsleden voor het gebruik van een fiets voor de woon-werkverplaatsingen. Deze vergoeding blijft vrijgesteld ten belope van maximum 0,15 EUR per afgelegde kilometer zonder beperking wat het totale bedrag of het aantal kilometers betreft.
Deze vergoeding wordt inderdaad niet beschouwd als een terugbetaling van kosten voor woon-werkverplaatsingen, maar als een specifieke vergoeding om het gebruik van de fiets voor deze verplaatsingen aan te moedigen. Het is in dit verband dat de wetgever een specifieke vrijstelling heeft opgenomen, die los staat van de vrijstellingen voor de bijdragen van de werkgever in de verplaatsingskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling (artikel 38, eerste lid, 9°, WIB 92).
Niettegenstaande deze vrijstelling van de fietsvergoeding, kunnen de betrokkenen, indien zij opteren voor de aftrek van hun werkelijke beroepskosten, trouwens ook aanspraak maken op de nieuwe maatregel terzake (artikel 66bis, WIB 92), namelijk op de aftrek ten bedrage van 0,15 EUR per afgelegde km tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een maximum van 100 km (heen en terug) (50 km voor het jaar 2001).
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
P. LEROY.
Bron: FisconetPlus
