Circulaire nr. Ci.RH.241/417.700 dd. 15.05.1990
CIRC 15.05.90/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/417.700 dd. 15.05.1990
Bull. nr. 696, pag. 1821
VOORDELEN VAN ALLE AARD
Forfaitaire raming.
Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
Commentaar op KB 05.02.1990 dat art. 9quater, KB/WIB wijzigt op het stuk van de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard. I. Algemeen.
1. Het KB 05.02.1990 (v. 2030 - B. 693) wijzigt art. 9quater KB/WIB, op het stuk van :
2. Voor ze werden gewijzigd, waren de meeste regels voor de forfaitaire raming van art. 9quater, § 3, KB/WIB slechts van toepassing wanneer het voordeel door de werkgever werd toegekend aan een personeelslid, m.a.w. in beginsel aan een loon- of weddetrekker als bedoeld in art. 20, 2°, a, WIB
Herhaaldelijk is echter gevraagd of dezelfde regels eveneens van toepassing waren voor bestuurders en vennoten als bedoeld in art. 20, 2°, b en c, WIB (zie P.V. nr. 388 dd. 22.07.1985, Senator DALEM, B. 647, blz. 361).
3. Voor de voordelen in natura die worden toegestaan vanaf 1 januari 1989, is de in art. 9quater, § 3, KB/WIB bepaalde forfaitaire raming nu onbetwistbaar van toepassing voor deze laatste twee categorieën van belastingplichtigen.
III. Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
a) Referentievoet met betrekking tot hypothecaire leningen.
4. De referentievoet voor in 1989 gesloten hypothecaire leningen wordt behouden op :
5. Voor in de loop van het jaar 1989 gesloten leningen is de referentievoet zoals voor het jaar 1988 vastgesteld op de basis van een maandelijks lastenpercentage van 0,38 of 0,46 naargelang de financiering voor de aankoop van een wagen of voor andere doeleinden gediend heeft.
Zoals in het verleden, mag de referentievoet eveneens door middel van de gewone formule worden vastgesteld op de basis van het reële jaarlijkse lastenpercentage.
6. Voor dergelijke vóór 01.01.1989 gesloten leningen blijven de vroegere regels eveneens van toepassing (zie respectievelijk de nrs. 5 en 11 tot 13 van bovenvermelde circulaires).
7. De in aanmerking te nemen referentievoet is van 8,25 pct. op 9,5 pct. gebracht voor de bedragen waarover de verkrijgers in 1989 hebben kunnen beschikken.
Circulaire nr. Ci.RH.241/417.700 dd. 15.05.1990
Bull. nr. 696, pag. 1821
VOORDELEN VAN ALLE AARD
Forfaitaire raming.
Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
Commentaar op KB 05.02.1990 dat art. 9quater, KB/WIB wijzigt op het stuk van de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard. I. Algemeen.
1. Het KB 05.02.1990 (v. 2030 - B. 693) wijzigt art. 9quater KB/WIB, op het stuk van :
- de erin bedoelde belastingplichtigen;
- de forfaitaire raming van het voordeel uit renteloze leningen of leningen tegen verminderde rentevoet.
2. Voor ze werden gewijzigd, waren de meeste regels voor de forfaitaire raming van art. 9quater, § 3, KB/WIB slechts van toepassing wanneer het voordeel door de werkgever werd toegekend aan een personeelslid, m.a.w. in beginsel aan een loon- of weddetrekker als bedoeld in art. 20, 2°, a, WIB
Herhaaldelijk is echter gevraagd of dezelfde regels eveneens van toepassing waren voor bestuurders en vennoten als bedoeld in art. 20, 2°, b en c, WIB (zie P.V. nr. 388 dd. 22.07.1985, Senator DALEM, B. 647, blz. 361).
3. Voor de voordelen in natura die worden toegestaan vanaf 1 januari 1989, is de in art. 9quater, § 3, KB/WIB bepaalde forfaitaire raming nu onbetwistbaar van toepassing voor deze laatste twee categorieën van belastingplichtigen.
III. Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
a) Referentievoet met betrekking tot hypothecaire leningen.
4. De referentievoet voor in 1989 gesloten hypothecaire leningen wordt behouden op :
- 7,25 pct. wanneer de terugbetaling door een gemengde levensverzekering gewaarborgd is;
- 7 pct. voor de andere leningen.
| b) | Maandelijks lastenpercentage en reëel jaarlijks lastenpercentage met betrekking tot niet-hypothecaire leningen met vast looptijd. |
Zoals in het verleden, mag de referentievoet eveneens door middel van de gewone formule worden vastgesteld op de basis van het reële jaarlijkse lastenpercentage.
6. Voor dergelijke vóór 01.01.1989 gesloten leningen blijven de vroegere regels eveneens van toepassing (zie respectievelijk de nrs. 5 en 11 tot 13 van bovenvermelde circulaires).
| c) | Referentievoet met betrekking tot niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd. |
Bron: FisconetPlus
