Circulaire nr. Ci.RH.241/542.475 dd. 21.09.2001
CIRC 21.09.01/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/542.475 dd. 21.09.2001
Bull. nr. 820, pag. 2556
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Gemiddelde aanslagvoet.
BEDRIJFSVOORHEFFING
Berekening van de BV.
Schaal van de BV.
LOONFICHE
Fiche 281.10.
SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10.
VERGOEDING
EGKS-vergoeding.
FSO-vergoeding.
Vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers en EGKS-vergoedingen die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorzieningen ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft, zijn afzonderlijk belastbaar
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de Wet van 6.4.2000 tot wijziging van artikel 171, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (B.S. 16.5.2000, 1ste editie, V 2820, Bull. 806 blz. 1193). Tezelfdertijd worden de richtlijnen voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing en het opstellen van de loonfiches 281.10 met betrekking tot de vergoedingen bedoeld in bovenvermelde wet medegedeeld.
BELASTBAARHEID VERGOEDINGEN
2. Krachtens de W. van 6.4.2000 zijn afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, tenzij de samenvoeging voordeliger is:
4. Opzeggingsvergoedingen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, 3°, WIB 92 zijn op voorwaarde dat het brutobedrag ervan meer dan 710,00 EUR of 28.641 BEF (aanslagjaar 2002 - inkomsten 2001) bedraagt, in principe afzonderlijk belastbaar op grond van artikel 171, 5°, a, WIB 92 en dit ongeacht de schuldenaar (de werkgever, de curator of het FSO) van de uitkeringen.
BEDRIJFSVOORHEFFING
5. De in punt 2 vermelde vergoedingen zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen volgens de regels van toepassing op achterstallen (nr. 17 van Bijlage III KB/WIB 92 laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 december 2000 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing - B.S. 29.12.2000, 2de editie). De bedrijfsvoorheffing wordt vastgesteld volgens het in punt 6 vermelde tarief, gelet op de referentiebezoldiging.
Wanneer echter de referentiebezoldiging niet meer bedraagt dan het grensbedrag dat volgens het aantal kinderen ten laste vermeld is in de tabel opgenomen in punt 7, worden de achterstallige bezoldigingen vrijgesteld ten belope van het verschil tussen het voornoemde grensbedrag en de referentiebezoldiging.
6. Het tarief voor de vanaf 1 januari 2001 betaalde of toegekende achterstallen wordt als volgt bepaald:
7. Vrijstelling wegens kinderlast
8. Er is echter geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd wanneer het twaalfde van de referentiebezoldiging volgens de regels van nr. 9 (schaal I) of nr. 10 (schaal II) van voormelde Bijlage III van het KB/WIB 92 inzake per maand betaalde bezoldigingen geen aanleiding geeft tot bedrijfsvoorheffing.
LOONFICHES EN SAMENVATTENDE OPGAVE
9. De vergoedingen die door het FSO worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeidngen in werkelijkheid betrekking hebben moeten onder de kenletter "X" van de individuele fiche 281.10 en de ermede overeenstemmende rubriek van de samenvattende opgave 325.10 worden opgenomen.
De EGKS-vergoedingen die door toedoen van de RVA ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoedingen in werkelijkheid betrekking hebben, dienen onder de kenletter "W" van de infividuele fiche 281.10 en de ermelde overeenstemmende rubriek van de samenvattende opgave 325.10 te worden opgenomen.
VOORBEELD
10. In 2001 worden door het FSO aan een werknemer de bezoldigingen van oktober, november en december 1999 (46.000 BEF bruto belastbaar per maand) betaald. Zijn echtgenote heeft eveneens persoonlijke beroepsinkomsten (andere dan pensioenen, renten of ermee gelijkgestelde inkomsten) van meer dan 6350 BEF netto per maand en er zijn vier kinderen ten laste.
De werknemer ontvangt dus vergoedingen ten belope van 138.000 BEF die worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop ze in werkelijkheid betrekking hebben. Het jaarbedrag van de normale brutobezoldiging van 1998 bedraagt 516.000 BEF.
c) Aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen bedrag:
138.000 BEF - 133.000 BEF = 5.000 BEF d) Tarief bedrijfsvoorheffing
(referentiebezoldiging 516.000 BEF): 18,36 % e) In principe verschuldigde bedrijfsvoorheffing:
5.000 BEF x 18,36 % = 918 BEF f) In werkelijkheid verschuldigde bedrijfsvoorheffing: nihil krachtens de in punt 8 vermelde regel. Op het twaalfde van 516.000 BEF, zijnde 43.000 BEF bruto per maand, is volgens schaal I, rekening houdend met vier kinderen ten laste, immers geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Op de individuele fiche 281.10 moet het bedrag van 138.000 BEF worden opgenomen tegenover de kenletter "X" (afzonderlijk belastbare achterstallen) en van 0 BEF tegenover de kenletter "Z" (bedrijfsvoorheffing).
INWERKINGTREDING
11. Deze bepalingen zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2001 (inkomsten 2000).
Circulaire nr. Ci.RH.241/542.475 dd. 21.09.2001
Bull. nr. 820, pag. 2556
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Gemiddelde aanslagvoet.
BEDRIJFSVOORHEFFING
Berekening van de BV.
Schaal van de BV.
LOONFICHE
Fiche 281.10.
SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10.
VERGOEDING
EGKS-vergoeding.
FSO-vergoeding.
Vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers en EGKS-vergoedingen die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorzieningen ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft, zijn afzonderlijk belastbaar
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de Wet van 6.4.2000 tot wijziging van artikel 171, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (B.S. 16.5.2000, 1ste editie, V 2820, Bull. 806 blz. 1193). Tezelfdertijd worden de richtlijnen voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing en het opstellen van de loonfiches 281.10 met betrekking tot de vergoedingen bedoeld in bovenvermelde wet medegedeeld.
BELASTBAARHEID VERGOEDINGEN
2. Krachtens de W. van 6.4.2000 zijn afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, tenzij de samenvoeging voordeliger is:
- de vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers (FSO) worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft (nieuw artikel 171, 5°, d, WIB 92);
- de EGKS-vergoedingen die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft (nieuw artikel 171, 5°, e, WIB 92).
4. Opzeggingsvergoedingen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, 3°, WIB 92 zijn op voorwaarde dat het brutobedrag ervan meer dan 710,00 EUR of 28.641 BEF (aanslagjaar 2002 - inkomsten 2001) bedraagt, in principe afzonderlijk belastbaar op grond van artikel 171, 5°, a, WIB 92 en dit ongeacht de schuldenaar (de werkgever, de curator of het FSO) van de uitkeringen.
BEDRIJFSVOORHEFFING
5. De in punt 2 vermelde vergoedingen zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen volgens de regels van toepassing op achterstallen (nr. 17 van Bijlage III KB/WIB 92 laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 december 2000 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing - B.S. 29.12.2000, 2de editie). De bedrijfsvoorheffing wordt vastgesteld volgens het in punt 6 vermelde tarief, gelet op de referentiebezoldiging.
Wanneer echter de referentiebezoldiging niet meer bedraagt dan het grensbedrag dat volgens het aantal kinderen ten laste vermeld is in de tabel opgenomen in punt 7, worden de achterstallige bezoldigingen vrijgesteld ten belope van het verschil tussen het voornoemde grensbedrag en de referentiebezoldiging.
6. Het tarief voor de vanaf 1 januari 2001 betaalde of toegekende achterstallen wordt als volgt bepaald:
| Referentiebezoldiging | Percent als bedrijfsvoorheffing verschuldigd op achterstallen |
| 1 | 2 |
| Tot 219.000 BEF | 0 |
| Van 219.001 BEF tot 306.000 BEF | 6,12 |
| Van 306.001 BEF tot 396.000 BEF | 12,24 |
| Van 396.001 BEF tot 550.000 BEF | 18,36 |
| Van 550.001 BEF tot 640.000 BEF | 19,38 |
| Van 640.001 BEF tot 1.204.000 BEF | 31,62 |
| Van 1.204.001 BEF tot 1.783.000 BEF | 38,76 |
| Van 1.783.001 BEF tot 2.582.000 BEF | 42,84 |
| Boven 2.582.000 BEF | 51,00 |
7. Vrijstelling wegens kinderlast
| Aantal kinderen ten laste(1) | Grensbedrag |
| 1 | 255.000 BEF |
| 2 | 332.000 BEF |
| 3 | 483.000 BEF |
| 4 | 649.000 BEF |
| 5 | 813.000 BEF |
| 6 | 977.000 BEF |
| 7 | 1.141.000 BEF |
| 8 | 1.304.000 BEF |
| 9 | 1.468.000 BEF |
| 10 | 1.632.000 BEF |
| 11 | 1.796.000 BEF |
| 12 | 1.960.000 BEF |
| (1) Het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee geteld. | |
8. Er is echter geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd wanneer het twaalfde van de referentiebezoldiging volgens de regels van nr. 9 (schaal I) of nr. 10 (schaal II) van voormelde Bijlage III van het KB/WIB 92 inzake per maand betaalde bezoldigingen geen aanleiding geeft tot bedrijfsvoorheffing.
LOONFICHES EN SAMENVATTENDE OPGAVE
9. De vergoedingen die door het FSO worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeidngen in werkelijkheid betrekking hebben moeten onder de kenletter "X" van de individuele fiche 281.10 en de ermede overeenstemmende rubriek van de samenvattende opgave 325.10 worden opgenomen.
De EGKS-vergoedingen die door toedoen van de RVA ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoedingen in werkelijkheid betrekking hebben, dienen onder de kenletter "W" van de infividuele fiche 281.10 en de ermelde overeenstemmende rubriek van de samenvattende opgave 325.10 te worden opgenomen.
VOORBEELD
10. In 2001 worden door het FSO aan een werknemer de bezoldigingen van oktober, november en december 1999 (46.000 BEF bruto belastbaar per maand) betaald. Zijn echtgenote heeft eveneens persoonlijke beroepsinkomsten (andere dan pensioenen, renten of ermee gelijkgestelde inkomsten) van meer dan 6350 BEF netto per maand en er zijn vier kinderen ten laste.
De werknemer ontvangt dus vergoedingen ten belope van 138.000 BEF die worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop ze in werkelijkheid betrekking hebben. Het jaarbedrag van de normale brutobezoldiging van 1998 bedraagt 516.000 BEF.
| a) Bedrag van de achterstallige bezoldiging : | 138.000 BEF | |
| b) Van bedrijfsvoorheffing vrijgesteld bedrag : | ||
| - grensbedrag voor 4 kinderen ten laste | 649.000 BEF | |
| - referentiebezoldiging | - 516.000 BEF | |
| - vrijgestelde achterstallige bezoldiging : | 133.000 BEF | |
138.000 BEF - 133.000 BEF = 5.000 BEF d) Tarief bedrijfsvoorheffing
(referentiebezoldiging 516.000 BEF): 18,36 % e) In principe verschuldigde bedrijfsvoorheffing:
5.000 BEF x 18,36 % = 918 BEF f) In werkelijkheid verschuldigde bedrijfsvoorheffing: nihil krachtens de in punt 8 vermelde regel. Op het twaalfde van 516.000 BEF, zijnde 43.000 BEF bruto per maand, is volgens schaal I, rekening houdend met vier kinderen ten laste, immers geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Op de individuele fiche 281.10 moet het bedrag van 138.000 BEF worden opgenomen tegenover de kenletter "X" (afzonderlijk belastbare achterstallen) en van 0 BEF tegenover de kenletter "Z" (bedrijfsvoorheffing).
INWERKINGTREDING
11. Deze bepalingen zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2001 (inkomsten 2000).
| Voor de Directeur-generaal: |
| De Directeur, |
| P. Leroy. |
Bron: FisconetPlus
