Aanschrijving nr. 86 dd. 19.05.1971
AANSCHRIJVING 71/086
Aanschrijving nr. 86 dd. 19.05.1971
Verplichting
Voldoening van de belasting
Factuur
Facturering
Zichtzending
Consignatiezending
Afval ophaaldienst
Inkoop van afval
Levering
Datum van levering -
1. Zicht- of consignatiezendingen.
Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, is de leverancier gehouden, voor de goederen die op zicht of in consignatie werden gezonden, een factuur uit te reiken aan de geadresseerde of aan de consignataris uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin die geadresseerde of consignataris eigenaar is geworden van de goederen of waarin de goederen geacht worden aan de consignataris te zijn geleverd.
Bij toepassing van artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 1 mag de leverancier op een enkel factuur alle goederen samenbrengen waarvoor de belasting verschuldigd is geworden tijdens een tijdvak dat niet groter mag zijn dan drie maanden. Wanneer hij van die mogelijkheid gebruik maakt, moet op de factuur de beschouwde periode worden vermeld en moet ze aan de klant worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin dat tijdvak is verstreken. Anderzijds moet de belasting waarvan de factuur de opeisbaarheid vaststelt, door de leverancier worden opgenomen in zijn BTW-aangifte voor de laatste maand van bovenbedoeld tijdvak. Voor de aan de forfaitaire regeling onderworpen klant moet met de factuur worden rekening gehouden bij de forfaitaire berekening van zijn omzet voor het kwartaal waarin de laatste maand van hetzelfde tijdvak valt.
Wanneer de eenheidsprijs van op zicht of in consignatie verzonden goederen niet meer bedraagt dan 5.000 frank (exclusief BTW), aanvaardt de administratie, in afwijking van artikel 5, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1, dat op de periodieke factuur niet wordt verwezen naar het overeenkomstig stuk of de overeenkomstige stukken opgemaakt bij het verzenden, op voorwaarde dat die factuur iedere keer wordt opgemaakt aan de hand van een afrekening met betrekking tot de (in hoeveelheid of in waarde aangewezen) goederen die zowel bij het begin als bij het einde van het bedoelde tijdvak in bewaring zijn en met betrekking tot de goederen die tijdens hetzelfde tijdvak werden verzonden of teruggezonden.
2. Provisienota.
Voor de handelingen die regelmatig door een makelaar of een gevolmachtigde worden verricht voor rekening van een zelfde lastgever, mag de provisie- of commissienota, in afwijking van artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 1, op alle handelingen betrekking hebben die tijdens een zelfde tijdvak van ten hoogste drie maanden werden verricht. De provisie- of commissienota, ongeacht of ze wordt opgemaakt door de makelaar of gevolmachtigde of door de opdrachtgever of lastgever (z. aanschr. van 17 december 1970, nr. 89), moet worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het beschouwde tijdvak verstrijkt.
3. Inkoop van afval met ophaaldienst.
Gelet op de bijzondere voorwaarden waarin het ophalen gebeurt van dierlijke vetten, van verbrande vetten (keukenvetten), van al dan niet eetbare slachtafval van dieren (slachtvee, gevogelte, vis, enz.) of van andere afval van dezelfde aard (kanen, keukenafval, enz.) bij slagers, slachthuizen, visverkopers, restauranthouders of andere gelijkaardige leveranciers, mogen de ondernemingen (vetsmelterijen, fabrikanten van meststoffen of van voedsel voor dieren, enz.) welke die ophaaldienst organiseren, zelf de op die handelingen verschuldigde BTW voldoen ter ontlasting van hun leveranciers.
Deze vergunning is aan de volgende voorwaarden onderworpen :
1° De koper reikt aan de verkoper op het ogenblik van de levering een inkoopborderel uit, waarop de volgende gegevens vermeld staan : de datum, het volgnummer, de naam en het adres van de koper en zijn BTW-registratienummer, de naam en het adres van de leverancier, de aanduiding van de goederen en de hoeveelheid goederen, de prijs. Op dat stuk wordt nog vermeld : « BTW voldaan door de koper. Inkoopborderel te bewaren door de verkoper. Aanschrijving van 19 mei 1971, nr. 86» (1).
(1) De in deze aanschrijving voorgeschreven vergunning werd reeds door bijzondere beslissingen toegestaan. Op de borderellen wordt dan een van volgende verwijzingen vermeld : beslissing van 30 december 1970, nr. T 1999; beslissing van 11 januari 1971, nr. T 2805 of beslissing van 12 januari 1971, nr T 2037.
Het inkoopborderel wordt door de leverancier ingeschreven in zijn boek voor uitgaande facturen, maar het bedrag ervan wordt niet opgenomen in zijn periodieke BTW-aangifte.
2° Een tweede exemplaar van het borderel wordt bewaard door de koper en ingeschreven in zijn boek voor inkomende facturen.
3° De op de inkoop verschuldigde BTW wordt door de koper als verschuldigde belasting (vak V, a van de maandaangifte of bedrag dat in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het bedrag dat moet worden ingeschreven in vak 31 of 32 van de kwartaalaangifte) ingeschreven in zijn periodieke aangifte van de handelingen van de maand van inkoop.
Die belasting mag in die zelfde aangifte in aftrek worden gebracht.
4° Wanneer de leverancier van afval waarvoor dit nummer III van toepassing is, een aan de forfaitaire regeling onderworpen slager is, mag hij het totale bedrag van de inkoopborderellen die hij krachtens 1° hierboven heeft ontvangen voor zijn leveringen van het beschouwde kwartaal, aftrekken van de forfaitaire bepaalde opbrengst van zijn verkopen.
4. Datum van de levering.
In afwijking van artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1, werd door de aanschrijving van 21 december 1970, nr. 91, aanvaard dat de factuur de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst niet vermeldt, maar dat ze alleen de maand vermeldt waarin de levering heeft plaats gehad of de dienst volledig werd voltooid.
Deze toegeving wordt ingetrokken; in de toekomst dient hogervermeld artikel 2 stipt te worden nageleefd.
Aanschrijving nr. 86 dd. 19.05.1971
Verplichting
Voldoening van de belasting
Factuur
Facturering
Zichtzending
Consignatiezending
Afval ophaaldienst
Inkoop van afval
Levering
Datum van levering -
1. Zicht- of consignatiezendingen.
Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, is de leverancier gehouden, voor de goederen die op zicht of in consignatie werden gezonden, een factuur uit te reiken aan de geadresseerde of aan de consignataris uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin die geadresseerde of consignataris eigenaar is geworden van de goederen of waarin de goederen geacht worden aan de consignataris te zijn geleverd.
Bij toepassing van artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 1 mag de leverancier op een enkel factuur alle goederen samenbrengen waarvoor de belasting verschuldigd is geworden tijdens een tijdvak dat niet groter mag zijn dan drie maanden. Wanneer hij van die mogelijkheid gebruik maakt, moet op de factuur de beschouwde periode worden vermeld en moet ze aan de klant worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin dat tijdvak is verstreken. Anderzijds moet de belasting waarvan de factuur de opeisbaarheid vaststelt, door de leverancier worden opgenomen in zijn BTW-aangifte voor de laatste maand van bovenbedoeld tijdvak. Voor de aan de forfaitaire regeling onderworpen klant moet met de factuur worden rekening gehouden bij de forfaitaire berekening van zijn omzet voor het kwartaal waarin de laatste maand van hetzelfde tijdvak valt.
Wanneer de eenheidsprijs van op zicht of in consignatie verzonden goederen niet meer bedraagt dan 5.000 frank (exclusief BTW), aanvaardt de administratie, in afwijking van artikel 5, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1, dat op de periodieke factuur niet wordt verwezen naar het overeenkomstig stuk of de overeenkomstige stukken opgemaakt bij het verzenden, op voorwaarde dat die factuur iedere keer wordt opgemaakt aan de hand van een afrekening met betrekking tot de (in hoeveelheid of in waarde aangewezen) goederen die zowel bij het begin als bij het einde van het bedoelde tijdvak in bewaring zijn en met betrekking tot de goederen die tijdens hetzelfde tijdvak werden verzonden of teruggezonden.
2. Provisienota.
Voor de handelingen die regelmatig door een makelaar of een gevolmachtigde worden verricht voor rekening van een zelfde lastgever, mag de provisie- of commissienota, in afwijking van artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 1, op alle handelingen betrekking hebben die tijdens een zelfde tijdvak van ten hoogste drie maanden werden verricht. De provisie- of commissienota, ongeacht of ze wordt opgemaakt door de makelaar of gevolmachtigde of door de opdrachtgever of lastgever (z. aanschr. van 17 december 1970, nr. 89), moet worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het beschouwde tijdvak verstrijkt.
3. Inkoop van afval met ophaaldienst.
Gelet op de bijzondere voorwaarden waarin het ophalen gebeurt van dierlijke vetten, van verbrande vetten (keukenvetten), van al dan niet eetbare slachtafval van dieren (slachtvee, gevogelte, vis, enz.) of van andere afval van dezelfde aard (kanen, keukenafval, enz.) bij slagers, slachthuizen, visverkopers, restauranthouders of andere gelijkaardige leveranciers, mogen de ondernemingen (vetsmelterijen, fabrikanten van meststoffen of van voedsel voor dieren, enz.) welke die ophaaldienst organiseren, zelf de op die handelingen verschuldigde BTW voldoen ter ontlasting van hun leveranciers.
Deze vergunning is aan de volgende voorwaarden onderworpen :
1° De koper reikt aan de verkoper op het ogenblik van de levering een inkoopborderel uit, waarop de volgende gegevens vermeld staan : de datum, het volgnummer, de naam en het adres van de koper en zijn BTW-registratienummer, de naam en het adres van de leverancier, de aanduiding van de goederen en de hoeveelheid goederen, de prijs. Op dat stuk wordt nog vermeld : « BTW voldaan door de koper. Inkoopborderel te bewaren door de verkoper. Aanschrijving van 19 mei 1971, nr. 86» (1).
(1) De in deze aanschrijving voorgeschreven vergunning werd reeds door bijzondere beslissingen toegestaan. Op de borderellen wordt dan een van volgende verwijzingen vermeld : beslissing van 30 december 1970, nr. T 1999; beslissing van 11 januari 1971, nr. T 2805 of beslissing van 12 januari 1971, nr T 2037.
Het inkoopborderel wordt door de leverancier ingeschreven in zijn boek voor uitgaande facturen, maar het bedrag ervan wordt niet opgenomen in zijn periodieke BTW-aangifte.
2° Een tweede exemplaar van het borderel wordt bewaard door de koper en ingeschreven in zijn boek voor inkomende facturen.
3° De op de inkoop verschuldigde BTW wordt door de koper als verschuldigde belasting (vak V, a van de maandaangifte of bedrag dat in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het bedrag dat moet worden ingeschreven in vak 31 of 32 van de kwartaalaangifte) ingeschreven in zijn periodieke aangifte van de handelingen van de maand van inkoop.
Die belasting mag in die zelfde aangifte in aftrek worden gebracht.
4° Wanneer de leverancier van afval waarvoor dit nummer III van toepassing is, een aan de forfaitaire regeling onderworpen slager is, mag hij het totale bedrag van de inkoopborderellen die hij krachtens 1° hierboven heeft ontvangen voor zijn leveringen van het beschouwde kwartaal, aftrekken van de forfaitaire bepaalde opbrengst van zijn verkopen.
4. Datum van de levering.
In afwijking van artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1, werd door de aanschrijving van 21 december 1970, nr. 91, aanvaard dat de factuur de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst niet vermeldt, maar dat ze alleen de maand vermeldt waarin de levering heeft plaats gehad of de dienst volledig werd voltooid.
Deze toegeving wordt ingetrokken; in de toekomst dient hogervermeld artikel 2 stipt te worden nageleefd.
Bron: FisconetPlus
