Circulaire AAFisc nr. 35/2016 (nr. Ci.707.296) dd. 23.11.2016

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Diverse taksen

Diverse taksen - Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen - Gevolgen van de W 03.08.2016

Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen: invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen

I. AFKORTINGEN

1.

KB nr. 62 van 10.11.1967

het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 van 10.11.1967 betreffende de bewaargeving vanvervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten

W 22.02.1998

(van de) wet van 22.02.1998 tot vaststelling van het organieke statuut van de Nationale Bank van België

W 28.12.2011

(van de) wet van 28.12.2011 tot invoering van een bijdrage voor de financiële stabiliteit en tot wijziging van het koninklijk besluit van 14.11.2008 tot uitvoering van de wet van 15.10.2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 02.08.2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (BS 30.12.2001, Ed. 5, blz. 81819 e.v.)

W 03.08.2016

(van de) wet van 03.08.2016 tot invoering van een nieuwe jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in de plaats van de bestaande jaarlijkse taksen, van de aftrek beperkende maatregelen in de vennootschapsbelasting en van de bijdrage voor de financiële stabiliteit (BS 11.08.2016, Ed. 2, blz. 50970 e.v.)

II. WETTELIJKE BEPALINGEN

2. Hierna volgen de art. 2 tot 5, 14 en 15 van de W 03.08.2016.

Art. 2

Artikel 201^11 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de programmawet van 22 juni 2012, wordt vervangen als volgt:

'Art. 201^11. Een kredietinstelling bedoeld in artikel 201^10 is de taks verschuldigd op het gemiddeld bedrag van haar schulden tegenover cliënten in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het gemiddeld bedrag van de schulden van de kredietinstelling tegenover cliënten verstaan het rekenkundig gemiddelde van de bedragen die op het einde van iedere maand van het bedoelde jaar overeenkomstig de voorschriften van de Nationale Bank van België in het kader van de territoriale rapportering moeten worden vermeld op lijn 229 in tabel 00.20 'Schulden tegenover cliënten' (kolom 05, Totaal bedrag) van het Schema A.'.

Art. 3

In artikel 201^12 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2012 en vervangen bij de wet van 30 juli 2013, worden de woorden 'op 0,0435 pct.' vervangen door de woorden 'op 0,13231 pct.'.

Art. 4

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 201^12/1 ingevoegd, luidende:

'Art. 201^12/1. De jaarlijkse taks is niet van toepassing op de vennootschappen die door de Koning zijn erkend als centrale depositaris voor financiële instrumenten in de zin van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, of die een vergunning hebben als met vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling overeenkomstig artikel 36/26, § 7, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organieke statuut van de Nationale Bank van België.'.

Art. 5

In artikel 201^13 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid wordt het jaartal '2012' vervangen door het jaartal '2016';
2° in het tweede lid worden de woorden 'en voor de eerste keer op 1 juli 2012' geschrapt.

Art. 14

Voor het aanslagjaar 2016 is een kredietinstelling bedoeld in artikel 201^10 van het Wetboek diverse rechten en taksen, in afwijking van artikel 201^11 van hetzelfde Wetboek, zoals vervangen bij artikel 2 van deze wet, de taks verschuldigd op het bedrag dat op 31 december 2015 overeenkomstig de voorschriften van de Nationale Bank van België in het kader van de territoriale rapportering moet worden vermeld op lijn 229 in tabel 00.20 'Schulden tegenover cliënten' (kolom 05, Totaal bedrag) van het Schema A. In afwijking van artikel 201^13 van hetzelfde Wetboek zoals gewijzigd bij artikel 5 van deze wet, moet de voor het aanslagjaar 2016 verschuldigde taks betaald worden uiterlijk op 15 november 2016.

Art. 15

De voor het aanslagjaar 2016 betaalde bedragen aan jaarlijkse taksen op de kredietinstellingen in het Wetboek der Successierechten en het Wetboek diverse rechten en taksen, zoals ze bestonden voor de inwerkingtreding van deze wet, worden in mindering gebracht van het bedrag dat in het aanslagjaar 2016 moet worden betaald bij toepassing van deze wet. Van dat bedrag wordt eveneens in mindering gebracht de voor 2016 betaalde bijdrage voor de financiële stabiliteit, bedoeld in de wet van 28 december 2011 tot invoering van een bijdrage voor de financiële stabiliteit en tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.

III. ALGEMEEN

3. De nieuwe taks die is opgenomen in Titel XI van het Wetboek diverse rechten en taksen (WDRT) is ingevoerd door de W 03.08.2016 ter vervanging (1) van:

  • de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, op de kredietinstellingen en op de verzekeringsondernemingen, opgenomen in Boek IIbis van het Wetboek der successierechten (W. Succ.), voor zover die taks betrekking heeft op de kredietinstellingen
  • de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen, opgenomen in Titel XI van het WDRT
  • de beperking in de vennootschapsbelasting van de aftrek van overgedragen verliezen, van de aftrek definitief belaste inkomsten en van de notionele interestaftrek, zoals bepaald in art. 207, vierde tot achtste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
  • de bijdrage financiële stabiliteit zoals ingevoegd door de W 28.12.2011 (een bijdrage van de banken aan het resolutiefonds ondergebracht bij de Deposito- en Consignatiekas).

(1) Parl. St., Kamer, zitting 2015-2016, DOC 54 1950/001, blz. 4.

IV. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN

A. Vrijgestelde instellingen

4. De nieuwe jaarlijkse taks is niet van toepassing op de vennootschappen die door de Koning zijn erkend als centrale depositaris voor financiële instrumenten in de zin van het KB nr. 62 van 10.11.1967, of die een vergunning hebben als met vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling overeenkomstig art. 36/26, § 7, W 22.02.1998.

B. Nieuwe belastbare grondslag

5. De nieuwe belastbare grondslag stemt overeen met het gemiddelde bedrag van de schulden van de kredietinstelling tegenover cliënten in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

Dat bedrag wordt gevormd door het rekenkundig gemiddelde van de bedragen die, op het einde van iedere maand van het bedoelde jaar overeenkomstig de voorschriften van de Nationale Bank van België in het kader van de territoriale rapportering, moeten worden vermeld op lijn 229 in tabel 00.20 'Schulden tegenover cliënten' (kolom 05, Totaal bedrag) van het Schema A.

C. Nieuw tarief

6. Het tarief van 0,13231 % vervangt het tarief van 0,0435 % voor het aanslagjaar 2016. Dat tarief werd bepaald in functie van een opbrengst van 805 miljoen euro en zal door de wetgever jaarlijks moeten worden aangepast op basis van de nieuwe gegevens betreffende de belastbare grondslag en de beoogde begrotingsdoelstellingen (2).


(2) Parl. St., Kamer, zitting 2015-2016, DOC 54 1950/001, blz. 4 en 5.

D. Vervaldag van de betaling

7. De uiterste datum voor de betaling van de taks blijft behouden op 1 juli van ieder jaar, behalve voor het aanslagjaar 2016 (zie hierna rubriek V).

V. OVERGANGSMAATREGELEN VOOR HET AANSLAGJAAR 2016 (art. 14 en 15, W 03.08.2016)

A. Belastbare grondslag

8. In afwijking van het nieuwe art. 201^11, WDRT, is de belastbare grondslag gelijk aan het bedrag dat op 31.12.2015 overeenkomstig de voorschriften van de Nationale Bank van België in het kader van de territoriale rapportering moet worden vermeld op lijn 229 in tabel 00.20 'Schulden tegenover cliënten' (kolom 05, Totaal bedrag) van het Schema A.

B. Vervaldag van de betaling

9. Art. 4, W 03.08.2016, bepaalt dat de voor het aanslagjaar 2016 verschuldigde taks ten laatste op 15.11.2016 moet worden betaald. De hogere overheid heeft evenwel omwille van pragmatische redenen beslist om die datum naar 30.11.2016 te brengen. Dat is ook de uiterste datum waarop de betreffende aangifte moet worden ingediend.

C. Verminderingen

10. Aangezien de nieuwe taks is verschuldigd voor het aanslagjaar 2016, voorziet art. 15, W 03.08.2016 dat de voor het aanslagjaar 2016 reeds betaalde bedragen aan jaarlijkse taksen op de kredietinstellingen in het W.Succ. en het WDRT, zoals ze bestonden voor de inwerkingtreding van die wet, in mindering kunnen worden gebracht net zoals de voor 2016 betaalde bijdrage voor de financiële stabiliteit zoals bedoeld in de W 28.12.2011.

11. Wanneer het bedrag van de reeds betaalde 'oude' taksen op de kredietinstellingen en de bijdrage voor de financiële stabiliteit die zijn betaald in 2016 meer zou bedragen dan het bedrag dat verschuldigd is voor de 'nieuwe' taks zal, in voorkomend geval, het saldo worden terugbetaald.

VI. MODELLEN

12. Het model van het aangifteformulier voor het aanslagjaar 2016 is opgenomen als bijlage 1. Dat model voorziet uitdrukkelijk een vak met betrekking tot het bedrag dat in voorkomend geval zal worden terugbetaald door de administratie (zie nr. 11).

De modellen van het aangifteformulier en de aanvraag tot teruggave die moeten worden gebruikt vanaf het aanslagjaar 2017 zijn opgenomen als bijlagen 2 en 3.

NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

Danny DELVAUX
Adviseur-generaal – Directeur