Circulaire nr. Ci.RH.243/520.662 dd. 09.07.1999
CIRC 09.07.99/1
Circulaire nr. Ci.RH.243/520.662 dd. 09.07.1999
Bull. nr. 796, pag. 2606
BEROEPSKOSTEN
Restaurantkosten.
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten.
Beroepskosten. - Restaurant- en receptiekosten gedaan binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex. Toepassing van de 50 % beperking voor de vanaf 1.1.1999 gedane kosten.
Aan al de ambtenaren.
Afschrift van onderstaande brief wordt, ter kennisgeving, aan alle ambtenaren toegezonden.
Volledigheidshalve volgt hierna de tekst van de beoogde parlementaire vraag en van het ministerieel antwoord erop.
"Vraag nr 1552 van de heer Ferdinand GHESQUIERE van 17 november 1998 (N.) :
Aftrekbaarheid van kosten van maaltijden en dranken genuttigd binnen de omheining van een voetbalstadion.
Krachtens artikel 53, 8°, van het WIB 92 zijn 50 % van de beroepsmatig gedane restaurantkosten niet als beroepskosten aftrekbaar. Op deze regel van 50 % bestaan een aantal uitzonderingen. Sommigen daarvan zijn expliciet in de wet opgenomen. Zo bepaalt artikel 53, 8°, a), WIB 92 dat restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector volledig aftrekbaar zijn als zij noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant.
Andere uitzonderingen daarentegen staan niet vermeld in het WIB 92. Zo antwoordde U op een eerder gestelde vraag van de heer LESPAGNARD van 10 juli 1996 dat restaurantkosten gedaan binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex volledig aftrekbaar zijn (vraag nr 499, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1996-1997, nr 55, blz. 7378). Deze kosten zouden volgens U immers eerder reclamekosten zijn op voorwaarde dat de maaltijd onlosmakelijk verbonden is met een bepaalde sportwedstrijd, dat zij tijdens, juist voor, of juist na de wedstrijd plaats heeft en zich enkel richt tot personen die de wedstrijd als toeschouwer bijwonen en dat de naam van de onderneming duidelijk aanwezig is.
1. In welke circulaire of instructie wordt de aftrekbaarheid van restaurantkosten binnen een cultureel- of sportcomplex geregeld ?
2. Wat is de jaarlijkse budgettaire kost ten gevolge van deze herkwalificatie van restaurantkost tot publiciteitskost ?
3. Als in een bioscoopcomplex een bepaalde filmmanifestatie loopt, zijn de restaurantkosten gedaan in de onmiddellijke nabijheid van het complex door bezoekers van deze manifestatie dan 100 % aftrekbaar ?
4. a) Bent U van mening dat het gelijkheidsbeginsel door deze uitzondering geschonden wordt ?
b) Zo neen, waarom niet ?
Antwoord :
1. De door het geachte Lid beoogde richtlijnen zijn opgenomen in de nrs 53/159 tot 161 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2. De statistieken gehouden door de Administratie der directe belastingen als worden aangemerkt bevatten dienaangaande geen gegevens.
Het is mij dan ook niet mogelijk om deze vraag te beantwoorden.
3. Het antwoord luidt ontkennend.
4. Er is inderdaad een discriminatie ontstaan naargelang de maaltijden gebruikt worden in een gewone horeca-zaak dan wel in een zaak die gelegen is binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex. Om aan die discriminatie een einde te maken heb ik de administratie verzocht de bepalingen van artikel 53, 8°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 strikt toe te passen met betrekking tot de vanaf 1 januari 1999 gedane kosten.
Mijnheer de Secretaris-generaal,
Uw bovenvermelde brief heeft betrekking op de parlementaire vraag nr 1552 dd. 17 november 1998 van Volksvertegenwoordiger GHESQUIERE (Bulletin Vragen en Antwoorden", Kamer, gewone zitting 1998-1999, nr 159 van 18 januari 1999, blz. 21492) die handelt over de aftrekbaarheid van de kosten van maaltijden en dranken die genuttigd worden binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex.
Meer bepaald stelt U de vraag of het antwoord op de parlementaire vraag inhoudt dat de kosten van onthaal (maaltijden, snacks, versnaperingen, dranken, enz.) die vanaf 1 januari 1999 ter gelegenheid van culturele of sportieve manifestaties (in het kader van de beroepswerkzaamheid) zijn gedaan of gedragen binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex, nog slechts ten belope van 50 % als beroepskosten aftrekbaar zijn.
Het antwoord op die vraag luidt bevestigend.
De administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zal onverwijld in die zin worden aangepast.
Met de meeste hoogachting,
Circulaire nr. Ci.RH.243/520.662 dd. 09.07.1999
Bull. nr. 796, pag. 2606
BEROEPSKOSTEN
Restaurantkosten.
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten.
Beroepskosten. - Restaurant- en receptiekosten gedaan binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex. Toepassing van de 50 % beperking voor de vanaf 1.1.1999 gedane kosten.
Aan al de ambtenaren.
Afschrift van onderstaande brief wordt, ter kennisgeving, aan alle ambtenaren toegezonden.
Volledigheidshalve volgt hierna de tekst van de beoogde parlementaire vraag en van het ministerieel antwoord erop.
"Vraag nr 1552 van de heer Ferdinand GHESQUIERE van 17 november 1998 (N.) :
Aftrekbaarheid van kosten van maaltijden en dranken genuttigd binnen de omheining van een voetbalstadion.
Krachtens artikel 53, 8°, van het WIB 92 zijn 50 % van de beroepsmatig gedane restaurantkosten niet als beroepskosten aftrekbaar. Op deze regel van 50 % bestaan een aantal uitzonderingen. Sommigen daarvan zijn expliciet in de wet opgenomen. Zo bepaalt artikel 53, 8°, a), WIB 92 dat restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector volledig aftrekbaar zijn als zij noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant.
Andere uitzonderingen daarentegen staan niet vermeld in het WIB 92. Zo antwoordde U op een eerder gestelde vraag van de heer LESPAGNARD van 10 juli 1996 dat restaurantkosten gedaan binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex volledig aftrekbaar zijn (vraag nr 499, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1996-1997, nr 55, blz. 7378). Deze kosten zouden volgens U immers eerder reclamekosten zijn op voorwaarde dat de maaltijd onlosmakelijk verbonden is met een bepaalde sportwedstrijd, dat zij tijdens, juist voor, of juist na de wedstrijd plaats heeft en zich enkel richt tot personen die de wedstrijd als toeschouwer bijwonen en dat de naam van de onderneming duidelijk aanwezig is.
1. In welke circulaire of instructie wordt de aftrekbaarheid van restaurantkosten binnen een cultureel- of sportcomplex geregeld ?
2. Wat is de jaarlijkse budgettaire kost ten gevolge van deze herkwalificatie van restaurantkost tot publiciteitskost ?
3. Als in een bioscoopcomplex een bepaalde filmmanifestatie loopt, zijn de restaurantkosten gedaan in de onmiddellijke nabijheid van het complex door bezoekers van deze manifestatie dan 100 % aftrekbaar ?
4. a) Bent U van mening dat het gelijkheidsbeginsel door deze uitzondering geschonden wordt ?
b) Zo neen, waarom niet ?
Antwoord :
1. De door het geachte Lid beoogde richtlijnen zijn opgenomen in de nrs 53/159 tot 161 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2. De statistieken gehouden door de Administratie der directe belastingen als worden aangemerkt bevatten dienaangaande geen gegevens.
Het is mij dan ook niet mogelijk om deze vraag te beantwoorden.
3. Het antwoord luidt ontkennend.
4. Er is inderdaad een discriminatie ontstaan naargelang de maaltijden gebruikt worden in een gewone horeca-zaak dan wel in een zaak die gelegen is binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex. Om aan die discriminatie een einde te maken heb ik de administratie verzocht de bepalingen van artikel 53, 8°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 strikt toe te passen met betrekking tot de vanaf 1 januari 1999 gedane kosten.
Voor de Directeur-generaal
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Brussel, 6 juli 1999
HO.RE.CA VLAANDEREN VZW
T.a.v. de heer L. DE BAUW
Secretaris-generaal
Anspachlaan 111 B 4
1000 BRUSSEL
Mijnheer de Secretaris-generaal,
Uw bovenvermelde brief heeft betrekking op de parlementaire vraag nr 1552 dd. 17 november 1998 van Volksvertegenwoordiger GHESQUIERE (Bulletin Vragen en Antwoorden", Kamer, gewone zitting 1998-1999, nr 159 van 18 januari 1999, blz. 21492) die handelt over de aftrekbaarheid van de kosten van maaltijden en dranken die genuttigd worden binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex.
Meer bepaald stelt U de vraag of het antwoord op de parlementaire vraag inhoudt dat de kosten van onthaal (maaltijden, snacks, versnaperingen, dranken, enz.) die vanaf 1 januari 1999 ter gelegenheid van culturele of sportieve manifestaties (in het kader van de beroepswerkzaamheid) zijn gedaan of gedragen binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex, nog slechts ten belope van 50 % als beroepskosten aftrekbaar zijn.
Het antwoord op die vraag luidt bevestigend.
De administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zal onverwijld in die zin worden aangepast.
Met de meeste hoogachting,
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
(w.g.) V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
