ADDENDUM d.d. 20.07.2012 aan de circulaire nr. Ci.RH.421/605.074 (AAFisc Nr. 71/2010) d.d. 01.12.2010 en het addendum van 23.12.2011, zelfde nummer

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Directie I/1

ADDENDUM dd 20.07.2012 aan de circulaire nr. Ci.RH.421/605.074 (AAFisc Nr. 71/2010)

dd 01.12.2010 en het addendum van 23.12.2011, zelfde nummer

Vennootschapsbelasting

Berekening van de belasting

Afzonderlijke aanslag Ven.B

Aftrekbare beroepskosten

Verantwoording van de beroepskosten

Definiëring van begrippen

Aan al de ambtenaren van de niveaus A, B en C.

1. Het punt 3, in fine van het voormelde addendum van 23.12.2011 stelt dat buiten een bepaalde hypothese het redelijk lijkt, inzonderheid met het oog op het vermijden van een toename van de administratieve en gerechtelijke geschillen, dat rekening wordt gehouden met de goede trouw van de belastingplichtige die iets uit het oog zou hebben verloren of een fout zou hebben begaan, met het uitzonderlijke karakter van de niet-aangifte, met het relatieve belang van de fout van de belastingplichtige in vergelijking met dat van de andere fiscale verplichtingen waaraan hij wel heeft voldaan, enz.

Naar aanleiding van onder meer het antwoord van de heer Staatssecretaris namens de heer Minister op de mondelinge parlementaire vraag nr. 12678 van Volksvertegenwoordiger G. Rutten (CRABV 53 COM 537 van 10.7.2012, blz. 11 tot 13) worden de volgende aanvullende verduidelijkingen verstrekt.

2. De in art. 219, WIB 92 bedoelde afzonderlijke aanslag zal niet worden toegepast in geval van regularisatie van forfaitair geraamde voordelen van alle aard, als bedoeld in art. 36, WIB 92, wanneer :

- deze voortvloeit uit een rekenfout die te goeder trouw werd begaan (bv. het K.I. van een gebouw is nog niet gekend of is in betwisting, enz.) en deze fout uitzonderlijk is (het begrip "uitzonderlijk" moet worden begrepen in de zin dat de fout geen herhaaldelijk karakter vertoont) ;

- deze een gering bedrag vertegenwoordigt (zie punt 1 : het relatief belang van de fout);

- en door de genieter van het voordeel werd overgegaan tot een spontane rechtzetting van zijn fiscale toestand.

3. De "goede trouw" wordt niet gedefinieerd in het WIB 92. De "goede trouw" is de interne overtuiging van een persoon dat hij in een situatie verkeert die in overeenstemming is met de wet en het aanvoelt te handelen zonder iemand anders zijn rechten te schenden. Het is een begrip dat veelvuldig wordt gebruikt in diverse wetgevingen, zoals o.a. het burgerlijk wetboek, om de strikte toepassing van positieve regels te verzachten.

Er kan worden verwezen naar het nr. 444/22, Com. IB 92, dat voor de toepassing van art. 444, tweede lid, WIB 92 (bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van de minimumverhoging van 10%), dezelfde draagwijdte geeft aan de twee uitdrukkingen "zonder het opzet de belasting te ontduiken" en "bij ontstentenis van kwade trouw". Het doel is voornamelijk om in het algemeen een onderscheid te maken tussen de belastingplichtige die in geval van overtreding slechts bij vergissing, nalatigheid, onvoorzichtigheid, enz. gehandeld heeft, en degene die daarentegen met bedrieglijk oogmerk heeft gehandeld.

Een beroep doen op het gezond verstand van de taxatieambtenaar betekent niet dat de administratie ter zake beschikt over een onbeperkte macht, maar dat zij de afwezigheid van kwade trouw, m.a.w. de goede trouw, in elk afzonderlijk geval kan beoordelen, rekening houdende met alle feitelijke elementen waarover zij beschikt. Dienaangaande moet enerzijds voldoende soepelheid aan de dag worden gelegd ter vermijding van een gebrek aan billijkheid en moet anderzijds elke willekeur en ongelijke behandeling worden uitgesloten.

4. Onder spontane rechtzetting door de in nr. 2 hiervoor bedoelde genieter wordt verstaan, elk door deze laatste ingediend verzoek tot verhoging van zijn belastbare inkomsten met niet-aangegeven bedragen dat wordt ingediend vóór de verzending van een bericht van wijziging van aangifte door de dienst die belast is met het onderzoek van die aangifte.

5. Ten gevolge van de recente wetswijzigingen inzake de vaststelling van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig (zie art. 36, § 2, WIB 92) kunnen mogelijkerwijze fouten in de berekening van dat voordeel voorkomen op de fiches die werden opgesteld op naam van de genieters voor het eerste belastbare tijdperk waarin de nieuwe maatregel van toepassing is. Bij wijze van uitzondering, en in elk geval voor wat betreft de inkomsten van het jaar 2012, kan worden toegestaan dat de in nr. 2 bedoelde tolerantie eveneens van toepassing is, zelfs in het geval dat de genieter zijn fiscale toestand niet spontaan heeft rechtgezet.

6. Bovendien wordt herinnerd aan het antwoord op de parlementaire vraag nr. 469 van 14.5.2009 gesteld door de heer J. De Potter (V, Kamer, zitting 2008-2009, nr. 67, blz. 144). Wanneer door een werknemer of bedrijfsleider tijdens zijn privéleven of tijdens de uitoefening van zijn functie opgelopen verkeers- of strafrechtelijke boetes door de onderneming worden betaald of terugbetaald, maakt, behoudens de in dat antwoord opgenomen uitzondering, deze betaling of terugbetaling een voordeel van alle aard uit ten name van de natuurlijke persoon die de inbreuk heeft begaan en is deze aftrekbaar als beroepskost ten name van de vennootschap of de werkgever voor zover een fiche werd opgemaakt. De kwalificatie als voordeel van alle aard heeft de niet-toepassing van de bepalingen van art. 53, 6°, WIB 92 ten name van de onderneming tot gevolg.

7. Overeenkomstig art. 219, vierde lid, WIB 92 wordt de afzonderlijke aanslag van 309% niet gevestigd wanneer de belastingplichtige die de fiche had moeten opmaken (nl. de vennootschap die het voordeel heeft verleend) aantoont dat het bedrag dat er op had moeten voorkomen (uitgaven vermeld in art. 57 of voordelen van alle aard als bedoeld in de art. 31, tweede lid, 2° en 32, tweede lid, 2°, WIB 92) begrepen is in een door de genieter overeenkomstig art. 305, WIB 92 ingediende aangifte (d.i. een aangifte ingediend in de vormen en binnen de termijnen zoals omschreven in de wet).

Aangezien de wettekst geen enkele bijkomende voorwaarde toevoegt aan de voorwaarde dat de bedragen moeten zijn vermeld in een overeenkomstig art. 305, WIB 92 ingediende aangifte, verhindert een verkeerde kwalificatie door de begunstigde - natuurlijke persoon in zijn aangifte, de toepassing van de afzonderlijke aanslag (voorbeelden : onjuiste aangifte als winst daar waar het een bezoldiging betreft, onjuiste aangifte als divers inkomen daar waar het in werkelijkheid om winst gaat, enz.).

8. Overigens laat de formulering "overeenkomstig art. 305, WIB 92" veronderstellen dat enkel de gevallen worden beoogd waarin de genieter een aangifte in België moet onderschrijven. Evenwel moeten de inkomsten van genieters die in het buitenland belastbaar zijn eveneens verplicht op fiches worden opgenomen. Derhalve zal met het oog op gelijke behandeling worden toegestaan dat de afzonderlijke aanslag niet wordt toegepast indien de vennootschap aantoont dat het bedrag van de niet-verantwoorde kosten of voordelen van alle aard begrepen zijn in een door de genieters ingediende aangifte krachtens een bepaling van buitenlands recht die gelijkaardig is aan art. 305, WIB 92.

9. Er wordt benadrukt dat niet als voordelen van alle aard moeten worden aangemerkt, de restaurantkosten die uitsluitend zijn gedaan in het kader van de beroeps-werkzaamheid maar die een overdreven karakter hebben. Het onredelijke gedeelte van dergelijke kosten vertegenwoordigt uitgaven die ten name van de vennootschap niet kunnen worden aangenomen (art. 53, 10°, WIB 92). De door de vennootschap ten laste genomen restaurantkosten die een louter privé-karakter hebben, zijn uiteraard voordelen van alle aard die als zodanig moeten worden behandeld.

NAMENS DE MINISTER:

De Administrateur-generaal van de fiscaliteit,

C. SIX