Circulaire 2018/C/95 over de belastingvermindering voor uitgaven verricht in het kader van een adoptieprocedure

Eerste commentaar op de nieuwe federale belastingvermindering voor uitgaven verricht in het kader van een adoptieprocedure (art.145^48, WIB 92).

personenbelasting ; belasting van niet-inwoners ; belastingvermindering

FOD Financiën, 20.07.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

I. Inleiding
II. Bespreking

II.1 Welke uitgaven komen in aanmerking?
II.2 Hoeveel bedraagt de belastingvermindering?
II.3 Voor welk belastbaar tijdperk wordt de belastingvermindering verleend?
II.4 Voorwaarden in de belasting van niet-inwoners

III. Inwerkingtreding
IV. Wetgeving

I. Inleiding

1. Deze circulaire bespreekt de nieuwe federale belastingvermindering voor uitgaven verricht in het kader van een adoptieprocedure (1).

Deze belastingvermindering wordt verleend in de personenbelasting en, onder bijkomende voorwaarden, ook in de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) (2).

(1) Art. 145^48, WIB 92, zoals ingevoerd door de wet van 11.03.2018 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde een belastingvermindering voor adoptiekosten in te voeren (BS 23.03.2018).
(2) Art. 243/1 en 244, WIB 92.

2. Adoptiekosten kunnen aanleiding geven tot een belastingvermindering van 20 % van de gedane uitgaven, met een absoluut maximum van 4.000 euro per adoptieprocedure (3).

Enkel adoptieprocedures waarin een erkende adoptiedienst tussenkomt, komen in aanmerking.

(3) Niet-geïndexeerd basisbedrag.

3. De belastingvermindering wordt verleend voor het belastbare tijdperk waarin de adoptieprocedure wordt beëindigd. Ze wordt verleend voor de uitgaven die zijn gedaan in dat belastbare tijdperk en in de vijf daaraan voorafgaande belastbare tijdperken.

II. Bespreking

II.1 Welke uitgaven komen in aanmerking?

4. De belastingvermindering wordt verleend voor de uitgaven die de belastingplichtige heeft gedaan in het kader van een adoptieprocedure waarin een erkende adoptiedienst tussenkomt. Zo komen de intrafamiliale adopties waarbij werd gekozen voor een zelfstandige adoptie (d.w.z. een adoptie zonder tussenkomst van een adoptiedienst) niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

5. Als uitgaven gedaan in het kader van een adoptieprocedure worden in dit verband aangemerkt:

1° in geval van een binnenlandse adoptie:

a) de uitgaven met betrekking tot de geschiktheidsprocedure;
b) de uitgaven voor kosten die worden aangerekend door een erkende adoptiedienst.

2° in geval van een interlandelijke adoptie:

a) de uitgaven met betrekking tot de geschiktheidsprocedure;
b) de uitgaven voor kosten die worden aangerekend door een in België erkende adoptiedienst;
c) op voorwaarde dat de adoptie in België wordt erkend of bij vonnis wordt uitgesproken:

- de uitgaven voor dossierkosten in het land van herkomst van het adoptiekind;

- de uitgaven voor één heen- en terugreis van de adoptieouder, desgevallend de beide adoptieouders, naar het land van herkomst van het adoptiekind en de vervoerskosten van het adoptiekind naar de woonplaats van de adoptieouder of adoptieouders;

- de uitgaven voor de verblijfskosten van de adoptieouder, desgevallend van beide adoptieouders, in het land van herkomst van het adoptiekind.

6. De Koning zal de nadere voorwaarden bepalen waaraan de hiervoor vermelde uitgaven moeten voldoen om voor de belastingvermindering in aanmerking te komen. Voor de uitgaven voor verblijfskosten van de adoptieouder(s) in het land van herkomst van het adoptiekind, kan de Koning ook per land van herkomst of per groep van landen van herkomst een maximumbedrag per dag vastleggen.

II.2 Hoeveel bedraagt de belastingvermindering?

7. De belastingvermindering is gelijk aan 20 % van de in aanmerking te nemen uitgaven.

De belastingvermindering kan niet meer bedragen dan 4.000 euro (4) per adoptieprocedure. Wanneer de adoptieprocedure door twee belastingplichtigen is ingezet, wordt dit maximumbedrag voor elk van hen beperkt tot de helft.

(4) Niet-geïndexeerd basisbedrag. Het basisbedrag wordt geïndexeerd aan de hand van de coëfficiënt bedoeld in art. 178, § 3, tweede lid, WIB 92.

8. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van hun aandeel in het gezamenlijk belaste inkomen.

9. De belastingvermindering wordt mee in rekening gebracht om de gemiddelde aanslagvoet te bepalen.

II.3 Voor welk belastbaar tijdperk wordt de belastingvermindering verleend?

10. De belastingvermindering wordt verleend voor het belastbare tijdperk waarin de adoptieprocedure wordt beëindigd,

- voor de uitgaven die zijn gedaan in dat belastbare tijdperk, en

- voor de uitgaven die zijn gedaan in de vijf daaraan voorafgaande belastbare tijdperken.

11. De Koning zal bepalen wat moet worden verstaan onder het beëindigen van een adoptieprocedure.

II.4 Voorwaarden in de belasting van niet-inwoners

12. De belastingvermindering kan ook worden verleend aan niet-inwoners (natuurlijke personen) die worden geregulariseerd en voldoen aan de 75 %-regel (5).

(5) Art. 243/1 en 244, WIB 92.

13. De voorwaarde dat voor bepaalde uitgaven in het kader van een interlandelijke adoptie, de adoptie in België moet zijn erkend of bij vonnis zijn uitgesproken (6), wordt in de BNI (nat.pers.) echter vervangen door de voorwaarde dat de adoptie in de staat waar de belastingplichtige gewoonlijk verblijft, moet zijn erkend of bij vonnis zijn uitgesproken.

(6) Zie randnummer 5, 2°, c).

Specifieke voorwaarden voor niet-inwoners die inwoner zijn van een andere lidstaat van de EER

14. Voor niet-inwoners die inwoner zijn van een andere lidstaat van de EER, moeten de adoptiediensten erkend zijn door de staat waar ze gewoonlijk verblijf houden.

Specifieke voorwaarden voor niet-inwoners die geen inwoner zijn van een andere lidstaat van de EER

15. Voor niet-inwoners die geen inwoner zijn van een andere lidstaat van de EER, zal de koning bepalen onder welke voorwaarden een adoptiedienst als erkende adoptiedienst kan worden beschouwd.

16. Voor deze categorie van niet-inwoners wordt bovendien geëist dat zowel de staat waar ze gewoonlijk verblijf houden als, in geval van interlandelijke adoptie, de staat van herkomst van het kind, het Haags Adoptieverdrag (7) hebben geratificeerd. (8)

(7) Verdrag van 29.05.1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van interlandelijke adoptie.
(8) Lijst met landen:
https://www.hcch.net/en/instruments/conventions/status-table/?cid=69

III. Inwerkingtreding

17. De belastingvermindering voor adoptiekosten is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019.

IV. Wetgeving

18. Wet van 11.03.2018 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde een belastingvermindering voor adoptiekosten in te voeren (BS 23.03.2018).

19. Nieuw ingevoegd artikel in het WIB 92: art. 145^48, WIB 92.

Gewijzigde artikelen in het WIB 92: art. 171, art. 178, art. 178/1, art. 243/1 en art. 244, WIB 92.

Interne ref.: 714.762