ERRATUM dd 30.11.2011 aan de circulaire Ci.RH.233/594.432 (AAFisc Nr. 34/2010) dd 24.04.2010

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Directie I/1

ERRATUM dd 30.11.2011 aan de circulaire Ci.RH.233/594.432 (AAFisc Nr. 34/2010) dd 24.04.2010

Rechtspersonenbelasting

Roerend inkomen

Roerende voorheffing

Centra De Groote

Erratum aan de circ. van 21.4.2010 met dezelfde referte. De Centra De Groote zijn aan de RPB onderworpen en de aan hen verleende inkomsten van roerende goederen en kapitalen zijn belastbaar overeenkomstig art. 221, 2°, WIB 92 en aan de RV onderworpen met inbegrip van de inkomsten van die aard zoals bedoeld in art. 10, 6°, Besluitwet 30.1.1947.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C.

1. Deze circulaire bevat enkele verduidelijkingen inzake RV met betrekking tot de Centra voor collectief onderzoek die werden opgericht overeenkomstig de Besluitwet van 30.1.1947 (hierna de Besluitwet) tot vaststelling van het statuut van oprichting en werking van de Centra, belast met de bevordering en de coördinatie van de technische vooruitgang van de verschillende taken van 's lands bedrijfsleven, door het wetenschappelijk onder-
zoek (1), de zogenaamde "Centra De Groote".

(1) Belgisch Staatsblad van 28.2.1947; erratum Belgisch Staatsblad van 22.3.1947.

2. Uit de bepalingen van de Besluitwet volgt dat:

- "de Centra, die ten doel hebben de technische vooruitgang te bevorderen van een tak van 's lands economische bedrijvigheid, zijn inrichtingen begiftigd met rechtspersoonlijkheid, en erkend door de Koning. Behalve de voorschriften van deze besluitwet, vallen hun statuten en hun werking onder de bepalingen van de wet van 27 juni 1921 op de verenigingen zonder winstgevend doel.

De titel van de Centra wordt steeds gevolgd door de vermelding "inrichting erkend bij toepassing van de besluitwet van 30 januari 1947". (zie artikel 2 van de Besluitwet);

- art. 12 van de Besluitwet inzonderheid bepaalt dat het Centrum, in fiscale zaken met de Staat wordt gelijkgesteld;

- de geldmiddelen, die zijn vermeld in art. 10 van de Besluitwet en die overeenkomstig
art. 12 van hetzelfde besluit vrijgesteld zijn van elke fiscale aanslag, van welke aard ook, de eventuele inkomsten die voortkomen van die kapitalen en sommen niet omvatten.

Dienaangaande wordt benadrukt dat de inkomsten die bedoeld zijn in
art. 10, 6° van de Besluitwet, namelijk "de geldmiddelen voortkomend van de brevetten eventueel door het Centrum genomen" niet onder de in art. 12 van de Besluitwet vermelde geldmiddelen voorkomen.

Voormeld art. 12 bepaalt immers:

"De bijdrage voorzien in artikel 10, alsmede elke toelage, gift of legaat aan het Centrum, zijn vrijgesteld van elke fiscale aanslag, van welke aard ook, in hoofde zowel van het bedrijf of van de gever als in dit van het Centrum dat, in fiscale zaken, gelijkgesteld wordt met de Staat.

De bijdrage voorzien in artikel 10 kan, in geval van vaststelling van de prijzen door het Ministerie van Economische zaken, geen bestanddeel vormen dat in aanmerking komt voor een prijsverhoging."

De bijdrage waarvan sprake is in art. 12 is deze die wordt gedefinieerd in art. 10, 2°, van de Besluitwet, met name de "jaarlijkse bijdrage, vastgesteld bij het koninklijk besluit tot aanneming van de statuten van het Centrum, zoals voorzien in artikel 18, te betalen door al de bedrijven uit het gebied, in evenredigheid van hun belang […];".

3. Inzake inkomstenbelastingen is de Staat overeenkomstig art. 220, 1°, WIB 92, onderworpen aan de RPB en deze kan geen aanspraak maken op een algemene vrijstelling van de roerende voorheffing.

Net zoals de Staat zijn de Centra De Groote bijgevolg aan de RPB onderworpen en zijn de aan hen verleende of toegekende inkomsten van roerende goederen en kapitalen belastbaar overeenkomstig art. 221, 2°, WIB 92 en onderworpen aan de RV.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit dd.,

D. DELVAUX M. DE KEYSER

Eerste Attaché van financiën Eerste Attaché van financiën