Circulaire 2017/C/8 betreffende de wet van 25.12.2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie (Potpourri-wet IV)
Circulaire 2017/C/8 betreffende de wet van 25.12.2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie (Potpourri-wet IV)
Op 30 december 2016 werd de vierde Potpourri-wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad[1] gepubliceerd.
Korte bespreking van de belangrijkste wijzigingen voor de AAII:
- De overdracht van de toezichtsorganen op het gevangeniswezen aan het parlement;
- De oprichting van een centraal register collectieve schuldenregelingen;
- De afscherming van de identiteit van politiemensen.
FOD Financiën, 06.02.2017
Algemene administratie van de inning en invordering
I. Oprichting van een centraal register collectieve schuldenregelingen
III. Aangifte van fiscale misdrijven
IV. Oprichting van een centraal strafregister van rechtspersonen
V. Uitbreiding van de elektronische communicatie met Justitie
VI. Toezicht op derdenrekeningen en rubriekrekeningen
VII. Invoering van sectie “Marktenhof” bij het hof van beroep te Brussel
I. Oprichting van een centraal register collectieve schuldenregelingen[2]
Het register is een geïnformatiseerde gegevensbank voor het beheer, de opvolging en de behandeling van de volledige procedures van collectieve schuldenregeling.
Het is een verzameling van alle stukken en gegevens betreffende een procedure van collectieve schuldenregeling en vormt het platform voor de uitwisselingen tussen de rechtbank, de schuldbemiddelaar, de schuldenaar en de schuldeisers. Het geldt als een authentieke bron voor alle gegevens die er zijn in opgenomen[3].
De Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone staan samen in voor de inrichting en het beheer van het register[4].
De gegevens uit het register worden bewaard gedurende de vijf jaren die volgen op het einde van de slotverrichtingen van de procedure van collectieve schuldenregeling[5].
De Koning bepaalt de gegevens van en de nadere regels voor de inrichting en werking van het register[6].
II. Nutteloze kosten
Principieel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot de kosten[7].
De rechtspraak maakt hier echter soms een uitzondering op. Wanneer er gezondigd wordt tegen de beginselen van proceseconomie en procesloyauteit[8] worden deze (nutteloze) kosten - met toepassing van het leerstuk van de onrechtmatige daad[9] - toch ten laste gelegd van de partij die in het gelijk wordt gesteld.
Om proceseconomische redenen voorziet de wet van 25 december 2016 nu uitdrukkelijk in artikel 1017, eerste lid Ger.W. dat deze nutteloze kosten, zelfs ambtshalve, ten laste kunnen worden gelegd van de partij die ze veroorzaakt heeft[10].
III. Aangifte van fiscale misdrijven
Artikel 29, tweede en derde lid van het Wetboek van Strafvordering wordt aangepast aan de nieuwe benamingen van de verschillende administraties en functies binnen de FOD Financiën.
Volgens de aangepaste tekst kunnen de ambtenaren van de Algemene Administratie van de inning en de invordering de feiten die op grond van de belastingwetten strafrechtelijk strafbaar zijn, niet zonder de machtiging van hun adviseur-generaal ter kennis brengen aan de procureur des Konings.
IV. Oprichting van een centraal strafregister van rechtspersonen[11]
Er wordt een centraal strafregister van rechtspersonen opgericht[12].
In het centraal strafregister wordt elke beslissing gewezen in strafzaken, opgenomen, ongeacht of het gaat om een natuurlijke persoon of een rechtspersoon.
Een uittreksel van de strafrechtelijke beslissing over een rechtspersoon wordt ook verstuurd naar de rechtbank waar de rechtspersoon haar statuten heeft neergelegd[13].
De mogelijkheid om herstel in eer en rechten te vragen wordt ook voorzien voor rechtspersonen[14].
V. Uitbreiding van de elektronische communicatie met Justitie[15]
Aanvankelijk werd in artikel 32ter Ger.W. enkel voorzien in een elektronische communicatie tussen de hoven of rechtbanken, het openbaar ministerie of diensten die afhangen van de rechterlijke macht, met inbegrip van de griffies en parketsecretariaten, advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen.
Die oplijsting bleek evenwel te beperkt, omdat ook openbare diensten die niet afhangen van de rechterlijke macht vaak als geadresseerde of verzender van die communicatie optreden.
Voortaan kunnen ook de openbare diensten die buiten Justitie vallen, zoals de FOD Financiën, van de communicatie langs elektronische weg gebruik maken of kan deze ten aanzien van hen gebruikt worden.
De Koning bepaalt de nadere regels van dat informaticasysteem, waarbij de vertrouwelijkheid en effectiviteit van de communicatie worden verzekerd.
VI. Toezicht op derdenrekeningen en rubriekrekeningen
Het toezicht op de derden- en rubriekrekeningen van advocaten gebeurt door de Orde van Vlaamse Balies en de Orde des barreaux francophones et germanophone[16].
Voor de derden- en rubriekrekeningen van gerechtsdeurwaarders gebeurt dit toezicht door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders[17].
Maar treedt de advocaat of gerechtsdeurwaarder op als gerechtelijk mandataris[18], dan worden de derden- en rubriekrekeningen gecontroleerd door de ter zake bevoegde rechtbank.
Dit wordt uitdrukkelijk bepaald in de nieuwe artikelen 446quater, §5 en 522/1, § 5 Ger.W.
Daarenboven wordt het mogelijk om de bestaande toezichtsregeling te versterken en afdwingbaar te maken naar derden[19].
VII. Invoering van sectie “Marktenhof” bij het hof van beroep te Brussel[20]
In het hof van beroep te Brussel worden “kamers voor marktzaken” ingericht[21].
Samen vormen deze kamers een sectie waaraan de naam “Marktenhof” wordt gegeven.
Het Marktenhof is bevoegd voor het gehele land, zoals dit voor een aantal bijzondere exclusieve bevoegdheden van het hof van beroep van Brussel, voornamelijk inzake geregulariseerde marktzaken, reeds het geval was.
VIII. Inwerkingtreding
De bepalingen van deze wet treden op verschillende data in werking.
De bepalingen die hierboven kort worden besproken, zijn allen in werking getreden op 9 januari 2017 (10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad), met uitzondering van de wijzigingen aan artikel 1017 Ger.W. die in werking zijn getreden op 1 januari 2017.
[1] Wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie.
[2] nieuwe artikelen 1675/20, 1675/21, 1675/22, 1675/23, 1675/24, 1675/25 en 1675/26 Ger.W.
[7] artikel 1017, eerste lid Ger.W.
[8] bv. wanneer het proces overbodig is, de winnende partij niet loyaal heeft meegewerkt aan de bewijsgaring, er geprocedeerd wordt zonder rekening te houden met de disproportionaliteit van de gerechtskosten, er gedagvaard wordt terwijl de vordering bij (goedkoper) verzoekschrift of conclusie kon worden ingesteld, enz…
[10] artikel 1017, eerste lid Ger.W. wordt aangevuld met de volgende zin: “Niettemin worden nutteloze kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022, zelfs ambtshalve ten laste gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt”.
[11] artikelen 589-598 en artikelen 624 e.v. Sv.
[16] artikel 446quater, § 5 Ger.W.
[17] artikel 522/1, § 5 Ger.W.
[18] bv. als curator of schuldbemiddelaar
[19] 1e lid van de artikelen 446quater, § 5 en 522/1, § 5 Ger.W.
