Circulaire nr. Ci.RH.82/470.113 van 19.04.1995

CIRC 19.04.95/1
Bull. nr. 750, pag. 1435
AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING
Aangifteformulier.
Invulling van de aangifte.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
1. Het formaat en de samenstelling van de aangifte in de PB (nr. 276.1) blijven onveranderd.
2. Naast de aanpassing van sommige bedragen (Inzonderheid de maxima inzake bestaansmiddelen.) overeenkomstig de in art. 178, § 2, WIB 92 vastgelegde indexeringscoëfficiënt, is de aangifte inhoudelijk op de volgende plaatsen gewijzigd :
a)
vakII, H, vak XII, 12 : inlassing van een rubriek voor het vermelden van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid welke door de werkgever op de bezoldigingen is ingehouden ( de Administratie der directe belastingen staat immers in voor de regularisatie van die bijdrage in functie van het gezamenlijk belastbaar inkomen van het gezin - zie art. 106 tot 112, W 30.3.1994, houdende sociale bepalingen, V 2298 - Bull. 739) (In de hier bedoelde rubrieken mogen alleen de sommen worden vermeld die op een fiche 281.10, 281.21 of 281.20 tegenover de kenletters D, D Ven of D Adm zijn vermeld. Het supplement aan gewone sociale bijdragen dat de zelfstandigen betalen ingevolge art. 116 van de voornoemde W 30.3.1994 moet niet in de aangifte worden vermeld (overeenkomstig art. 125 van diezelfde wet worden die gegevens door het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen rechtstreeks aan de Administratie der directe belastingen medegedeeld). De vennoten en de bestuurders mogen dit (als zelfstandige betaald) supplement dus niet in vak XII, 11 of vak XIII, 12 vermelden.);
b)
vak IV : volledige herwerking ingevolge de W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (V 2297 - Bull. 739), en meer bepaald gelet op het feit dat :
  • voortaan nog alleen onroerende voorheffing kan verrekend worden met betrekking tot het kadastraal inkomen van de woning waarvoor de in art. 16, WIB 92, bedoelde woningaftrek kan worden verleend (cf. art. 277, WIB 92, zoals het werd vervangen door art. 21, W 30.3.1994);
  • in het kader van dat globaal plan, de Minister van Financiën de administratie verzocht heeft het bepaalde in art. 16, § 5, laatste lid, WIB 92, duidelijker tot uiting te brengen in de aangifte in de personenbelasting (de woningaftrek, en voortaan dus ook de verrekening van de onroerende voorheffing, mag in de regel slechts worden verleend met betrekking tot het gedeelte van de woning dat de belastingplichtige zelf betrekt ; de woningaftrek mag niet worden verleend en de onroerende voorheffing mag niet worden verrekend met betrekking tot het gedeelte van de woning dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige - zie ook de parlementaire vraag nr. 1143 dd. 24.06.1994 van Volksvertegenwoordiger Lisabeth - Bull. 745, blz. 119);
  • de (geïndexeerde) kadastrale inkomens van bepaalde gebouwde onroerende goederen voor de vestiging van de personenbelasting met 25 % moeten worden verhoogd (cf. art. 7, § 1, WIB 92, gewijzigd door art. 1, W 30.3.1994);
c)
vak V, A, 1 en vak XI, A, 1, b : aanpassing van de rubrieken aan de tarieven van de roerende voorheffing zoals die, rekening houdende met de in art. 463bis, WIB 92 bedoelde aanvullende crisisbijdragen, in 1994 van toepassing waren (de tarieven van 25, 20 en 10 % verdwijnen - cf. art. 23, § 6, in fine, W 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen, V 2253 - Bull. 731 - en het tarief van 10,3 % wordt vervangen door dat van 13,39 % - zie dienaangaande inzonderheid de art. 171, 2°, a, 2°bis, 3°,3°bis en 269, WIB 92, zoals zij zijn gewijzigd door de art. 30,1°,30, 2° en 31, Programmawet 24.12.1993, V 2280 - Bull. 736 en door de art. 13 en 20, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit);
d)vak VII, E : inlassing van een nieuwe rubriek (de aankoop van niet voor het beroep gebruikte PWA-cheques geeft recht op een belastingvermindering - cf. art. 145^21 tot 145^23, WIB 92, ingevoegd door de art. 6 tot 9, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit, en gewijzigd door de art. 93 en 94, W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen, v 2350 - Bull. 746).
3. Verder wordt de aandacht nog op de volgende punten gevestigd :

  • vak II, I : deze rubriek is alleen bestemt voor de gezinsleden die de belastingplichtige in de uitoefening van zijn zelfstandig beroep bijstaan (zij mag dus slechts worden ingevuld door familieleden die met de belastingplichtige samenwonen);
  • vak IX, 1 : daar de verrekening van de voorafbetalingen in de regel geschiedt door aanzuivering van het bestand der voorafbetalingen, mogen de belastingplichtigen er zich voortaan van onthouden het rekeninguitreksel, dat hen door de administratie is uitgereikt, bij hun aangifte te voegen (een voorstel tot aanpassing van het KB/WIB 92 in die zin is voorgelegd) ;
  • vak XVIII, 5 : hier mogen alleen de bedragen worden vermeld die pas in 1994 aan de rijksdienst voor Arbeidsvoorziening werden betaald en betrekking hebben op de bijzondere bijdragen voor sociale zekerheid van de jaren 1982 tot 1988 (Zie inzonderheid de circ. 18.10.1984, Ci.RH.26/340.227 (Bull. 634), de circ. 28.4.1986, Ci.RH.26/362.190 (Bull. 651) en de circ. 16.12.1986, 10.6.1988 en 7.4.1989, Ci.RH.26/380.927 (Respectievelijke Bull. 658, 674 en 683).).
4. Wat de toelichting betreft, zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een gegolfde lijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
De aandacht wordt evenwel ook nog op de volgende verduidelijkingen gevestigd :
a)
vak II, A,2, a : wijziging van de bedrijfsvoorheffing op het door de kassen voor jaarlijks verlof betaalde vakantiegeld (cf. nr. 24 van de bijlage III aan het KB/WIB 92, zoals zij werd vervangen door de bijlage aan het KB 30.12.1993 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, V 2281 - Bull. 736);
b)
vak II, B, 1 : de vergoedingen ontvangen voor prestaties geleverd in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA's) moeten niet in de aangifte (noch in vak II, B, 1, noch in een andere rubriek) worden vermeld; die vergoedingen zijn immers van de personenbelasting vrijgesteld (zie inzonderheid art. 38, 13°, WIB 92, ingelast door art. 92, W 21.12.1994);
c)
vak VII, B :
  • indien een hypothecaire lening hoofdelijk en onverdeeld aan beide echtgenoten is toegestaan, mag het bedrag van de voor belastingvermindering inaanmerking komende kapitaalaflossingen slechts onder beide echtgenoten worden verdeeld (volgens de door hen gekozen wijze van omdeling), indien elke echtgenoot ten minste gedeeltelijk een eigendomsrecht bezit in het onroerend goed waarvoor de lening is aangegaan (circ. 19.4.1993, Ci.RH.243/446.368, Bull. 728);
  • met het oog op de actualisering van de teksten is de regeling met betrekking tot leningen waarvoor het verzekeringscontract vóór 1.1.1963 is gesloten, niet meer in de toelichting opgenomen;
d)
vak XI, A, 1, a : schrapping van de door de stad Antwerpen in 1903 uitgegeven lotenlening (die lening verviel immers op 1.6.1993);
e)
vak XII, 4 en vak XIII, 4 : het gedeelte van de huurinkomsten dat als een bezoldiging van werkend vennoot of van bestuurder moet worden beschouwd (art. 32, 3de lid en art.33, 3de lid, WIB 92) is gelijk aan het gedeelte van die inkomsten dat meer bedraagt dan 5 (nl. 5/3 x 3) maal het kadastraal inkomen van de desbetreffende onroerende goederen (aanpassing van in art. 13, WIB 92 beoogde revalorisatiecoëfficiënt - cf. art. 1, KB/WIB 92, gewijzigd door art. 1, KB 18.2.1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens en de forfaitaire raming van de anders dan in geld behaalde voordelen van alle aard, V 2294 - Bull. 737);
f)
vak XIV, 10 en vak XV, 8 : wijziging van de percentages inzake de investeringsaftrek (cf. bericht in BS van 22.2.1994 - Bull. 737).
5. Tenslotte wordt er nog op gewezen dat in de aangifte geen gegevens moeten vermeld worden met betrekking tot de eventuele regularisatie van het remgeld (cf. art. 43, Programmawet 24012.1993, gewijzigd door art. 23, W 21.12.1994). Die gegevens zullen op geïnformatiseerde wijze aan de Administratie der directe belastingen worden medegedeeld.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. CHERPION.