Circulaire nr. AFZ/INTERN.IB/VENEZUELA 97.0695 dd. 22.09.2000
CIRC 22.09.00/1
Circulaire nr. AFZ/INTERN.IB/VENEZUELA 97.0695 dd. 22.09.2000
Bull. nr. 809, pag. 2721
DUBBELBELASTINGVERDRAG
Venezuela
Overeenkomst van 22 april 1993 tussen België en Venezuela tot vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en van het Protocol.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. BELANGRIJKE DATA
Ondertekening van de Overeenkomst : 22.04.1993.
Goedkeuring : Wet van 19.09.1996.
Publicatie : BS van 14.04.1999 (V 2682 - Bull. 793).
Inwerkingtreding : 13.11.1998.
Toepassing in België :
Deze Overeenkomst beoogt voornamelijk het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting terzake van bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen.
Zij stelt daarnaast, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone beperkingen, tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten, de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de Overeenkomst maar ook voor de toepassing van de Belgische en Venezolaanse interne wetgeving betreffende de in de Overeenkomst bedoelde belastingen (art. 26). Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 26, wordt verwezen naar de circulaire Ci.R9.Div/460.792 van 27.11.1996.
De Overeenkomst voorziet eveneens in een wederzijdse administratie bijstand voor de invordering van die belastingen (art. 27). De bepalingen die terzake van toepassing zijn worden in detail besproken in de Handleiding Invordering, Deel IV, 3de onderdeel.
Daar de Overeenkomst een grote gelijkenis vertoont met de andere door België gesloten soortgelijke overeenkomsten worden alleen de voornaamste of specifieke bepalingen ervan hierna besproken.
III. WERKINGSSFEER EN BEGRIPSBEPALINGEN
A. Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is (artikel 2)
In België is de Overeenkomst van toepassing op de PB, de Ven.B, de RPB, de BNI, op de verschillende voorheffingen (OV, RV, BV) en op de opcentiemen en de aanvullende belastingen op die belastingen en voorheffingen. De Overeenkomst is eveneens van toepassing op de aanvullende crisisbijdrage ingevolge artikel 2, § 4.
De met de PB gelijkgestelde bijzondere heffing wordt vermeld in artikel 2, § 3, b), 5 van de Overeenkomst. Vermits deze heffing werd opgeheven, heeft de vermelding ervan geen betekenis meer.
In Venezuela is de Overeenkomst van toepassing op de inkomstenbelasting, zelfs indien deze belasting door inhouding aan de bron wordt geheven.
B. Begripsbepalingen (artikels 3 en 4)
De Overeenkomst omvat de gebruikelijke begripsbepalingen (algemene bepalingen en inwoner) van het OESO-modelverdrag.
IV. VOORKOMING VAN DUBBELE BELASTING
A. Inkomsten uit onroerende goederen (artikel 6)
Overeenkomstig de gebruikelijke regels zijn inkomsten uit onroerende goederen belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar die onroerende goederen zijn gelegen.
B. Ondernemingswinst
1. Toewijzing van het recht van belastingheffing
a) Ondernemingswinst (artikel 7)
Dit artikel stemt vrijwel volledig overeen met het OESO-modelverdrag. In de regel mag winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat - niet zijnde een onderneming van internationaal vervoer - in de andere Staat slechts worden belast in zoverre die winst aan de vaste inrichting waarover die onderneming in die andere Staat beschikt kan worden toegerekend.
b) Winst van ondernemingen van internationaal vervoer (artikel 8)
Winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gevestigd.
Deze regeling geldt eveneens terzake van :
2. Definitie van de vaste inrichting (artikel 5)
Deze definitie volgt nagenoeg het OESO-modelverdrag. Er wordt opgemerkt dat een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of montagewerkzaamheden een vaste inrichting vormt indien de duur ervan 12 maanden overschrijdt vanaf de aanvang van de werken.
3. Berekening van de BNI/Ven.B
De bepalingen voorzien bij artikel 24, § 5, hebben in België geen reden van bestaan meer ingevolge de wet van 30 januari 1996 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de belasting van niet-inwoners (cfr. circulaire AFZ/96-222 van 30/4/1996 nrs 38 tot 61).
4. Dubbele economische belasting (artikel 9)
De rechtzetting van de winst afkomstig uit transacties tussen afhankelijke ondernemingen kan leiden tot economische dubbele belasting (belasting van verschillende personen terzake van dezelfde inkomsten) wegens het feit dat de onderneming waarvan de winst wordt verbeterd, wordt belast op winst waarop de in de andere Staat gevestigde afhankelijke onderneming in principe reeds is belast.
Artikel 9, paragraaf 2 van het OESO-modelverdrag waarbij is bepaald dat die andere Staat zijn belastingheffing op passende wijze zal herzien, is in bovenvermeld artikel niet opgenomen; beide Staten wilden immers ten alle prijze vermijden dat dergelijke herziening automatisch zou plaatsvinden.
Economische dubbele belasting valt derhalve niet binnen de werkingssfeer van de Overeenkomst en kan bijgevolg niet het voorwerp uitmaken van een regeling voor onderling overleg zoals bepaald in artikel 25.
C. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat
De belasting van dividenden, interest en royalty's wordt in de bronstaat beperkt op voorwaarde dat :
1. Dividenden (artikel 10)
De Belgische RV of de Venezolaanse belasting wordt beperkt tot :
2. Interest (artikel 11)
De Belgische RV of de Venezolaanse belasting is beperkt tot 10 % van het brutobedrag van de interest.
De interest is evenwel vrijgesteld van belasting in de bronstaat indien het gaat om :
In tegenstelling tot het OESO-modelverdrag voorziet artikel 12 naast de belastingheffing in de woonplaatsstaat, in een belastingheffing van royalty's in de bronstaat. Deze belasting mag evenwel niet hoger zijn dan 5 % van het brutobedrag van de royalty's.
De definitie van royalty's omvat vergoedingen van welke aard ook betaald voor het gebruik of voor het recht van gebruik van een nijverheids-, handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting.
Het Protocol bij de Overeenkomst preciseert dat vergoedingen van welke aard ook voor het verlenen van technische diensten, daaronder begrepen studies van wetenschappelijke- of geologische aard of voor het verstrekken van advies of het houden van toezicht, van dit belastingstelsel voor de royalty's worden gesloten (cfr. Prot.1). Dergelijke vergoedingen volgen het stelsel eigen aan de ondernemingswinst (artikel 7 van de Overeenkomst) of het stelsel eigen aan de zelfstandige beroepen (artikel 14).
Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van Venezuela
Wanneer de voorheffingen die volgens de Belgische interne wetgeving verschuldigd zijn werkelijk beperkt moeten worden terzake van dividenden, interest of royalty's, wordt de vermindering van Belgische belasting op de gebruikelijke wijze verleend op voorlegging van een formulier 276 Div.-Aut., 276 Int.-Aut., of 276 R, naar het geval.
Roerende inkomsten uit bronnen in Venezuela verkregen door inwoners van België
Aangezien de wijze waarop de inperking van de Venezolaanse belasting zal worden toegepast nog niet is gekend, worden inwoners van België die dividenden, interesten of royalty's uit bronnen in Venezuela verkrijgen, aangeraden een verzoek tot vermindering of vrijstelling in te dienen bij de Venezolaanse belastingdienst waarvan de schuldenaar van de inkomsten afhangt.
Bij hun verzoek moeten zij elk bewijs tot staving van hun recht op vermindering tot vrijstelling voegen. Zij kunnen onder andere hun hoedanigheid van inwoner van België bewijzen door middel van een woonplaatsattest 276 Conv. dat door de Belgische belastingdienst waarvan zij afhangen wordt uitgereikt. Om dit attest te verkrijgen dient de verkrijger van de inkomsten de juiste aard en het bedrag van de inkomsten waarvoor hij de toepassing van de Overeenkomst vraagt, aan te duiden.
D. Meerwaarden (artikel 13)
1. Meerwaarden verwezenlijkt op onroerende goederen
Meerwaarden verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zijn overeenkomstig het OESO-modelverdrag belastbaar in de Staat waar die onroerende goederen zijn gelegen.
2. Meerwaarden verwezenlijkt op roerende goederen
De inkomsten uit vrije beroepen of andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn in principe slechts belastbaar in de woonplaatsstaat van de verkrijger. Die inkomsten zijn evenwel belastbaar in de andere overeenkomstsluitende Staat voor zover ze verkregen zijn door tussenkomst van een in die andere Staat gelegen "vaste basis" (gebruikelijke regel).
F. Niet-zelfstandige beroepen (artikel 15)
Dit artikel volgt de gebruikelijke regeling van het OESO-modelverdrag : belastingheffing in de Staat waar de werkzaamheden worden uitgeoefend, onder voorbehoud van de 183-dagen regel; belastingheffing in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de zeescheepvaart- of luchtvaartonderneming is gelegen voor wat betreft een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip op luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd.
G. Vennootschapsleiding (artikel 16)
Tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen verkregen door inwoners van een overeenkomstsluitende Staat die lid zijn van de raad van bestuur of van toezicht of van enig soortgelijk orgaan van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat mogen in de woonplaatsstaat van die vennootschap worden belast.
Indien evenwel een lid van de raad van bestuur of van toezicht binnen de vennootschap dagelijkse werkzaamheden van beheer of van technische aard uitoefent, zijn de beloningen die hij uit dien hoofde verkrijgt belastbaar overeenkomstig de bepalingen vie van toepassing zijn op beloningen terzake van een dienstbetrekking (art.15) d.w.z. belastingheffing in de Staat waar de activiteiten worden uitgeoefend met toepassing van de 183- dagen regel. Dit geldt ook voor beloningen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat behaalt uit zijn persoonlijke werkzaamheden als vennoot in een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat. Men moet voor België onder "vennootschap niet zijnde een vennootschap op aandelen" verstaan : een BVBA, een CVBA, een CVOHA, een VOF en een GCV.
NB. Deze bepaling zal het onderwerp uitmaken van een afzonderlijke circulaire die binnenkort zal worden verspreid.
H. Artiesten en sportbeoefenaars (artikel 17)
Overeenkomstig de gebruikelijke regels mogen de inkomsten die artiesten en sportbeoefenaars (als loontrekker of op zelfstandige basis) behalen uit hun persoonlijke werkzaamheden worden belast in de Staat waar die werkzaamheden worden uitgeoefend, zelfs indien de inkomsten niet aan de artiest zelf maar aan een derde persoon worden toegekend.
I. Privé-pensioenen (artikel 18)
In tegenstelling tot het OESO-modelverdrag, bepaalt artikel 18 dat particuliere pensioenen terzake van een vroegere dienstbetrekking en soortgelijke beloningen in de bronstaat mogen worden belast. Die regeling geldt ook voor uitkeringen die betaald worden in het kader van een algemene regeling welke door die Staat georganiseerd is ter aanvulling van de voordelen waarin de sociale wetgeving voorziet (bijvoorbeeld het pensioensparen of de pensioenverzekeringen).
J. Overheidsfuncties (artikel 19)
De gebruikelijke regels betreffende het belastingstelsel van de beloningen voor overheidsfuncties zijn ook van toepassing op beloningen betaald door een overeenkomstsluitende Staat aan een natuurlijke persoon terzake van werkzaamheden uitgeoefend in de andere Staat in het kader van samenwerkingsakkoorden gesloten tussen beide overeenkomstsluitende Staten.
K. Leraren en studenten (artikel 20)
Beloningen van hoogleraren en andere leden van het onderwijzend personeel die inwoners zijn van een overeenkomstsluitende Staat zijn vrijgesteld van belasting in de andere Staat (Staat van het tijdelijk verblijf) gedurende twee jaar vanaf de datum van aankomst in die Staat.
Studenten en voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde personen zijn onder bepaalde voorwaarden van belasting vrijgesteld in de Staat waar zij verblijven terzake van de bedragen die zij uit het buitenland ontvangen ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding.
L. Andere inkomsten (artikel 21)
België zal de inkomsten kunnen belasten die door inwoners van België werden verkregen en die niet vermeld zijn in de andere artikelen van de Overeenkomst, behalve wanneer het recht of het goed dat de inkomsten oplevert, wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting of een vaste basis waarover de gerechtigde tot de inkomsten in Venezuela beschikt. Wanneer evenwel die inkomsten ook in Venezuela belastbaar zijn, indien ze uit bronnen in dat land afkomstig zijn (cfr art. 21, § 3 WIB 92) moet België die inkomsten vrijstellen.
M. Beperking van de voordelen (artikel 22)
Om te vermijden dat de gezamenlijke toepassing van de Overeenkomst en van het Venezolaanse interne recht (heffing van de inkomstenbelasting volgens het territorialiteitsprincipe) tot gevolg zou hebben dat in België inkomsten van belasting zijn vrijgesteld of slechts aan een verlaagde belasting zijn onderworpen en in Venezuela dezelfde inkomsten van belasting zijn vrijgesteld, mag België krachtens artikel 22 die inkomsten belasten als ware de Overeenkomst niet van toepassing.
Die regel geldt echter niet met betrekking tot dividenden, interest of royalty's die door de Regering van de Republiek Venezuela, of door een vennootschap die inwoner is van Venezuela en die volledig in het bezit is van de Republiek Venezuela, worden verkregen (Protocol, punt 2).
In de gevallen die het voorwerp uitmaken van verwijzing (2) in de samenvattende tabellen hierna, zal de taxatie-ambtenaar aan de belastingplichtige vragen het bewijs voor te leggen dat het desbetreffende inkomen in Venezuela belastbaar is overeenkomstig het interne recht van dat land (zelfs indien dat inkomen in Venezuela vrijgesteld is krachtens art. 23, § 1 van de Overeenkomst).
NB. Met betrekking tot inkomsten als bedoeld in artikel 8 van de Overeenkomst (winst uit zeevaart of luchtvaart in internationaal verkeer) wordt in België vrijstelling toegestaan aangezien voldaan is aan de wederkerigheidsvoorwaarde van art. 231, § 1, 3° WIB 92.
N. Vermijden van dubbele belasting in België (artikel 23)
1. Algemene regel : vrijstelling met progressievoorbehoud
De in Venezuela belastbare inkomsten worden vrijgesteld van belastingen in België, maar worden in aanmerking genomen om het tarief te bepalen dat van toepassing is op de andere belastbare inkomsten van de genieter (artikel 23, § 2, a).
2. Roerende inkomsten
1° Interest en royalty's uit Venezolaanse bronnen die deel uitmaken van het belastbaar inkomen in België geven aanleiding tot verrekening van het FBB op de voorwaarden en tegen het tarief waarin het interne recht voorziet (artikel 23, § 2, b).
2° Inzake de dividenden die aan een Belgische vennootschap worden betaald door een vennootschap die inwoner is van Venezuela en die in Venezuela mogen worden belast, wordt het DBI-stelsel toegepast op de voorwaarden en binnen de grenzen waarin het interne recht voorziet (artikel 23, § 2, c).
3. Dubbele aftrek van verliezen (artikel 23, § 2, d)
De Overeenkomst omvat de gebruikelijke regeling ter voorkoming van dubbele aftrek van verliezen.
SAMENVATTENDE TABELLEN (verkrijgbaar op aanvraag)
De Adjunct-administrateur-generaal der belastingen,
J.M. DELPORTE
Circulaire nr. AFZ/INTERN.IB/VENEZUELA 97.0695 dd. 22.09.2000
Bull. nr. 809, pag. 2721
DUBBELBELASTINGVERDRAG
Venezuela
Overeenkomst van 22 april 1993 tussen België en Venezuela tot vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en van het Protocol.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. BELANGRIJKE DATA
Ondertekening van de Overeenkomst : 22.04.1993.
Goedkeuring : Wet van 19.09.1996.
Publicatie : BS van 14.04.1999 (V 2682 - Bull. 793).
Inwerkingtreding : 13.11.1998.
Toepassing in België :
- op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaargesteld op of na 1 januari 1999;
- op de andere belastingen gevestigd op de inkomsten van elk belastbaar tijdperk dat eindigt op of na 31 december 1999.
Deze Overeenkomst beoogt voornamelijk het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting terzake van bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen.
Zij stelt daarnaast, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone beperkingen, tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten, de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de Overeenkomst maar ook voor de toepassing van de Belgische en Venezolaanse interne wetgeving betreffende de in de Overeenkomst bedoelde belastingen (art. 26). Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 26, wordt verwezen naar de circulaire Ci.R9.Div/460.792 van 27.11.1996.
De Overeenkomst voorziet eveneens in een wederzijdse administratie bijstand voor de invordering van die belastingen (art. 27). De bepalingen die terzake van toepassing zijn worden in detail besproken in de Handleiding Invordering, Deel IV, 3de onderdeel.
Daar de Overeenkomst een grote gelijkenis vertoont met de andere door België gesloten soortgelijke overeenkomsten worden alleen de voornaamste of specifieke bepalingen ervan hierna besproken.
III. WERKINGSSFEER EN BEGRIPSBEPALINGEN
A. Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is (artikel 2)
In België is de Overeenkomst van toepassing op de PB, de Ven.B, de RPB, de BNI, op de verschillende voorheffingen (OV, RV, BV) en op de opcentiemen en de aanvullende belastingen op die belastingen en voorheffingen. De Overeenkomst is eveneens van toepassing op de aanvullende crisisbijdrage ingevolge artikel 2, § 4.
De met de PB gelijkgestelde bijzondere heffing wordt vermeld in artikel 2, § 3, b), 5 van de Overeenkomst. Vermits deze heffing werd opgeheven, heeft de vermelding ervan geen betekenis meer.
In Venezuela is de Overeenkomst van toepassing op de inkomstenbelasting, zelfs indien deze belasting door inhouding aan de bron wordt geheven.
B. Begripsbepalingen (artikels 3 en 4)
De Overeenkomst omvat de gebruikelijke begripsbepalingen (algemene bepalingen en inwoner) van het OESO-modelverdrag.
IV. VOORKOMING VAN DUBBELE BELASTING
A. Inkomsten uit onroerende goederen (artikel 6)
Overeenkomstig de gebruikelijke regels zijn inkomsten uit onroerende goederen belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar die onroerende goederen zijn gelegen.
B. Ondernemingswinst
1. Toewijzing van het recht van belastingheffing
a) Ondernemingswinst (artikel 7)
Dit artikel stemt vrijwel volledig overeen met het OESO-modelverdrag. In de regel mag winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat - niet zijnde een onderneming van internationaal vervoer - in de andere Staat slechts worden belast in zoverre die winst aan de vaste inrichting waarover die onderneming in die andere Staat beschikt kan worden toegerekend.
b) Winst van ondernemingen van internationaal vervoer (artikel 8)
Winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gevestigd.
Deze regeling geldt eveneens terzake van :
- winst uit de verhuring van bemande of onbemande schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer;
- winst uit het gebruik, het onderhoud of de verhuring van laadkisten en het daarbij horende gerei voor het vervoer van laadkisten in internationaal verkeer;
2. Definitie van de vaste inrichting (artikel 5)
Deze definitie volgt nagenoeg het OESO-modelverdrag. Er wordt opgemerkt dat een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of montagewerkzaamheden een vaste inrichting vormt indien de duur ervan 12 maanden overschrijdt vanaf de aanvang van de werken.
3. Berekening van de BNI/Ven.B
De bepalingen voorzien bij artikel 24, § 5, hebben in België geen reden van bestaan meer ingevolge de wet van 30 januari 1996 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de belasting van niet-inwoners (cfr. circulaire AFZ/96-222 van 30/4/1996 nrs 38 tot 61).
4. Dubbele economische belasting (artikel 9)
De rechtzetting van de winst afkomstig uit transacties tussen afhankelijke ondernemingen kan leiden tot economische dubbele belasting (belasting van verschillende personen terzake van dezelfde inkomsten) wegens het feit dat de onderneming waarvan de winst wordt verbeterd, wordt belast op winst waarop de in de andere Staat gevestigde afhankelijke onderneming in principe reeds is belast.
Artikel 9, paragraaf 2 van het OESO-modelverdrag waarbij is bepaald dat die andere Staat zijn belastingheffing op passende wijze zal herzien, is in bovenvermeld artikel niet opgenomen; beide Staten wilden immers ten alle prijze vermijden dat dergelijke herziening automatisch zou plaatsvinden.
Economische dubbele belasting valt derhalve niet binnen de werkingssfeer van de Overeenkomst en kan bijgevolg niet het voorwerp uitmaken van een regeling voor onderling overleg zoals bepaald in artikel 25.
C. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat
De belasting van dividenden, interest en royalty's wordt in de bronstaat beperkt op voorwaarde dat :
- de uiteindelijk gerechtigde tot die inkomsten inwoner is van de andere Staat,
- het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest is verschuldigd of het recht, het goed of het contract uit hoofde waarvan de royalty's verschuldigd zijn, naar het geval, niet wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting of een vaste basis waarover de gerechtigde in de bronstaat beschikt.
1. Dividenden (artikel 10)
De Belgische RV of de Venezolaanse belasting wordt beperkt tot :
- 5 % van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een vennootschap is die onmiddellijk of middellijk tenminste 25 % bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt;
- 15 % van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen.
2. Interest (artikel 11)
De Belgische RV of de Venezolaanse belasting is beperkt tot 10 % van het brutobedrag van de interest.
De interest is evenwel vrijgesteld van belasting in de bronstaat indien het gaat om :
- interest betaald aan de Regering van de andere overeenkomstsluitende Staat of aan vennootschappen die geheel in bezit zijn van die overeenkomstsluitende Staat;
- interest van handelsschuldvorderingen wegens termijnbetalingen van levering van koopwaar, goederen of diensten door ondernemingen;
- interest van niet door effecten aan toonder vertegenwoordigde deposito's bij een bankonderneming;
- interest betaald uit hoofde van een lening of een krediet toegestaan, gewaarborgd of verzekerd door een openbare financiële instelling of een openbaar lichaam ter bevordering van de uitvoer.
In tegenstelling tot het OESO-modelverdrag voorziet artikel 12 naast de belastingheffing in de woonplaatsstaat, in een belastingheffing van royalty's in de bronstaat. Deze belasting mag evenwel niet hoger zijn dan 5 % van het brutobedrag van de royalty's.
De definitie van royalty's omvat vergoedingen van welke aard ook betaald voor het gebruik of voor het recht van gebruik van een nijverheids-, handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting.
Het Protocol bij de Overeenkomst preciseert dat vergoedingen van welke aard ook voor het verlenen van technische diensten, daaronder begrepen studies van wetenschappelijke- of geologische aard of voor het verstrekken van advies of het houden van toezicht, van dit belastingstelsel voor de royalty's worden gesloten (cfr. Prot.1). Dergelijke vergoedingen volgen het stelsel eigen aan de ondernemingswinst (artikel 7 van de Overeenkomst) of het stelsel eigen aan de zelfstandige beroepen (artikel 14).
Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van Venezuela
Wanneer de voorheffingen die volgens de Belgische interne wetgeving verschuldigd zijn werkelijk beperkt moeten worden terzake van dividenden, interest of royalty's, wordt de vermindering van Belgische belasting op de gebruikelijke wijze verleend op voorlegging van een formulier 276 Div.-Aut., 276 Int.-Aut., of 276 R, naar het geval.
Roerende inkomsten uit bronnen in Venezuela verkregen door inwoners van België
Aangezien de wijze waarop de inperking van de Venezolaanse belasting zal worden toegepast nog niet is gekend, worden inwoners van België die dividenden, interesten of royalty's uit bronnen in Venezuela verkrijgen, aangeraden een verzoek tot vermindering of vrijstelling in te dienen bij de Venezolaanse belastingdienst waarvan de schuldenaar van de inkomsten afhangt.
Bij hun verzoek moeten zij elk bewijs tot staving van hun recht op vermindering tot vrijstelling voegen. Zij kunnen onder andere hun hoedanigheid van inwoner van België bewijzen door middel van een woonplaatsattest 276 Conv. dat door de Belgische belastingdienst waarvan zij afhangen wordt uitgereikt. Om dit attest te verkrijgen dient de verkrijger van de inkomsten de juiste aard en het bedrag van de inkomsten waarvoor hij de toepassing van de Overeenkomst vraagt, aan te duiden.
D. Meerwaarden (artikel 13)
1. Meerwaarden verwezenlijkt op onroerende goederen
Meerwaarden verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zijn overeenkomstig het OESO-modelverdrag belastbaar in de Staat waar die onroerende goederen zijn gelegen.
2. Meerwaarden verwezenlijkt op roerende goederen
- Meerwaarden die voortkomen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting van een onderneming of van een vaste basis die een titularis van een vrij beroep tot zijn beschikking heeft, daaronder begrepen voordelen uit de vervreemding van die vaste inrichting (alleen of tezamen met de gehele onderneming) of van die vaste basis, mogen worden belast in de Staat waar die vaste inrichting of die vaste basis gelegen is.
- Meerwaarden die een onderneming verkrijgt uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd zijn uitsluitend belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
- In afwijking van de algemene regel dat alle "overige" meerwaarden belastbaar zijn in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is, kent paragraaf 4 het recht van belastingheffing van meerwaarden die voortkomen uit de vervreemding van aandelen van immobiliënvennootschappen toe aan de Staat waar de onroerende goederen, die onmiddellijk of middellijk deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van die vennootschappen, zijn gelegen.
- Meerwaarden die voortkomen uit de vervreemding van andere goederen dan deze hiervoor vermeld, zijn belastbaar in de woonplaatsstaat van de vervreemder.
De inkomsten uit vrije beroepen of andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn in principe slechts belastbaar in de woonplaatsstaat van de verkrijger. Die inkomsten zijn evenwel belastbaar in de andere overeenkomstsluitende Staat voor zover ze verkregen zijn door tussenkomst van een in die andere Staat gelegen "vaste basis" (gebruikelijke regel).
F. Niet-zelfstandige beroepen (artikel 15)
Dit artikel volgt de gebruikelijke regeling van het OESO-modelverdrag : belastingheffing in de Staat waar de werkzaamheden worden uitgeoefend, onder voorbehoud van de 183-dagen regel; belastingheffing in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de zeescheepvaart- of luchtvaartonderneming is gelegen voor wat betreft een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip op luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd.
G. Vennootschapsleiding (artikel 16)
Tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen verkregen door inwoners van een overeenkomstsluitende Staat die lid zijn van de raad van bestuur of van toezicht of van enig soortgelijk orgaan van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat mogen in de woonplaatsstaat van die vennootschap worden belast.
Indien evenwel een lid van de raad van bestuur of van toezicht binnen de vennootschap dagelijkse werkzaamheden van beheer of van technische aard uitoefent, zijn de beloningen die hij uit dien hoofde verkrijgt belastbaar overeenkomstig de bepalingen vie van toepassing zijn op beloningen terzake van een dienstbetrekking (art.15) d.w.z. belastingheffing in de Staat waar de activiteiten worden uitgeoefend met toepassing van de 183- dagen regel. Dit geldt ook voor beloningen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat behaalt uit zijn persoonlijke werkzaamheden als vennoot in een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat. Men moet voor België onder "vennootschap niet zijnde een vennootschap op aandelen" verstaan : een BVBA, een CVBA, een CVOHA, een VOF en een GCV.
NB. Deze bepaling zal het onderwerp uitmaken van een afzonderlijke circulaire die binnenkort zal worden verspreid.
H. Artiesten en sportbeoefenaars (artikel 17)
Overeenkomstig de gebruikelijke regels mogen de inkomsten die artiesten en sportbeoefenaars (als loontrekker of op zelfstandige basis) behalen uit hun persoonlijke werkzaamheden worden belast in de Staat waar die werkzaamheden worden uitgeoefend, zelfs indien de inkomsten niet aan de artiest zelf maar aan een derde persoon worden toegekend.
I. Privé-pensioenen (artikel 18)
In tegenstelling tot het OESO-modelverdrag, bepaalt artikel 18 dat particuliere pensioenen terzake van een vroegere dienstbetrekking en soortgelijke beloningen in de bronstaat mogen worden belast. Die regeling geldt ook voor uitkeringen die betaald worden in het kader van een algemene regeling welke door die Staat georganiseerd is ter aanvulling van de voordelen waarin de sociale wetgeving voorziet (bijvoorbeeld het pensioensparen of de pensioenverzekeringen).
J. Overheidsfuncties (artikel 19)
De gebruikelijke regels betreffende het belastingstelsel van de beloningen voor overheidsfuncties zijn ook van toepassing op beloningen betaald door een overeenkomstsluitende Staat aan een natuurlijke persoon terzake van werkzaamheden uitgeoefend in de andere Staat in het kader van samenwerkingsakkoorden gesloten tussen beide overeenkomstsluitende Staten.
K. Leraren en studenten (artikel 20)
Beloningen van hoogleraren en andere leden van het onderwijzend personeel die inwoners zijn van een overeenkomstsluitende Staat zijn vrijgesteld van belasting in de andere Staat (Staat van het tijdelijk verblijf) gedurende twee jaar vanaf de datum van aankomst in die Staat.
Studenten en voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde personen zijn onder bepaalde voorwaarden van belasting vrijgesteld in de Staat waar zij verblijven terzake van de bedragen die zij uit het buitenland ontvangen ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding.
L. Andere inkomsten (artikel 21)
België zal de inkomsten kunnen belasten die door inwoners van België werden verkregen en die niet vermeld zijn in de andere artikelen van de Overeenkomst, behalve wanneer het recht of het goed dat de inkomsten oplevert, wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting of een vaste basis waarover de gerechtigde tot de inkomsten in Venezuela beschikt. Wanneer evenwel die inkomsten ook in Venezuela belastbaar zijn, indien ze uit bronnen in dat land afkomstig zijn (cfr art. 21, § 3 WIB 92) moet België die inkomsten vrijstellen.
M. Beperking van de voordelen (artikel 22)
Om te vermijden dat de gezamenlijke toepassing van de Overeenkomst en van het Venezolaanse interne recht (heffing van de inkomstenbelasting volgens het territorialiteitsprincipe) tot gevolg zou hebben dat in België inkomsten van belasting zijn vrijgesteld of slechts aan een verlaagde belasting zijn onderworpen en in Venezuela dezelfde inkomsten van belasting zijn vrijgesteld, mag België krachtens artikel 22 die inkomsten belasten als ware de Overeenkomst niet van toepassing.
Die regel geldt echter niet met betrekking tot dividenden, interest of royalty's die door de Regering van de Republiek Venezuela, of door een vennootschap die inwoner is van Venezuela en die volledig in het bezit is van de Republiek Venezuela, worden verkregen (Protocol, punt 2).
In de gevallen die het voorwerp uitmaken van verwijzing (2) in de samenvattende tabellen hierna, zal de taxatie-ambtenaar aan de belastingplichtige vragen het bewijs voor te leggen dat het desbetreffende inkomen in Venezuela belastbaar is overeenkomstig het interne recht van dat land (zelfs indien dat inkomen in Venezuela vrijgesteld is krachtens art. 23, § 1 van de Overeenkomst).
NB. Met betrekking tot inkomsten als bedoeld in artikel 8 van de Overeenkomst (winst uit zeevaart of luchtvaart in internationaal verkeer) wordt in België vrijstelling toegestaan aangezien voldaan is aan de wederkerigheidsvoorwaarde van art. 231, § 1, 3° WIB 92.
N. Vermijden van dubbele belasting in België (artikel 23)
1. Algemene regel : vrijstelling met progressievoorbehoud
De in Venezuela belastbare inkomsten worden vrijgesteld van belastingen in België, maar worden in aanmerking genomen om het tarief te bepalen dat van toepassing is op de andere belastbare inkomsten van de genieter (artikel 23, § 2, a).
2. Roerende inkomsten
1° Interest en royalty's uit Venezolaanse bronnen die deel uitmaken van het belastbaar inkomen in België geven aanleiding tot verrekening van het FBB op de voorwaarden en tegen het tarief waarin het interne recht voorziet (artikel 23, § 2, b).
2° Inzake de dividenden die aan een Belgische vennootschap worden betaald door een vennootschap die inwoner is van Venezuela en die in Venezuela mogen worden belast, wordt het DBI-stelsel toegepast op de voorwaarden en binnen de grenzen waarin het interne recht voorziet (artikel 23, § 2, c).
3. Dubbele aftrek van verliezen (artikel 23, § 2, d)
De Overeenkomst omvat de gebruikelijke regeling ter voorkoming van dubbele aftrek van verliezen.
SAMENVATTENDE TABELLEN (verkrijgbaar op aanvraag)
De Adjunct-administrateur-generaal der belastingen,
J.M. DELPORTE
Bron: FisconetPlus
