Circulaire nr. Ci.RH.231/476.630 (AOIF 2/2002) dd. 23.01.2002
CIRC 23.01.02/1
Circulaire nr. Ci.RH.231/476.630 (AOIF 2/2002) dd. 23.01.2002
Bull. nr. 824, pag. 920-922
AANDEEL
Waardering van aandelen
ROEREND INKOMEN
Effect uitgereikt ter vertegenwoordiging van inkomsten
Waardebepaling van aandelen uitgereikt ter vertegenwoordiging van roerende inkomsten : opheffing van de 100/120 regel opgenomen in de nrs. 164/28, Com.IB en 210/11, Com.IB 92. Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bevat de bijwerking van de in de nrs. 164/28, Com.IB (1) en 210/11, Com.IB 92 uiteengezette richtlijnen met betrekking tot de breuk 100/120, die van toepassing zijn bij de waardering van beursgenoteerde aandelen wanneer dergelijke effecten worden uitgereikt ter vertegenwoordiging van roerende inkomsten.
(1) Nr. 261/46, Com.IB 92, nog te verschijnen.
II. BEDOELDE GEVALLEN
2. Overeenkomstig art. 267, 3de lid, WIB 92, wordt het uitreiken, ter vertegenwoordiging van inkomsten, van effecten die renderend kunnen zijn, ten belope van de waarde van het effect met betaalbaarstelling gelijkgesteld. Die waarde mag niet lager zijn dan die welke zou bepaald zijn bij de laatste prijscourant door de Belgische regering gepubliceerd vóór de datum van toekenning of betaalbaarstelling.
3. Het nr. 164/28, Com.IB, met betrekking tot de waarderingsregels van beursgenoteerde effecten die worden uitgereikt ter vertegenwoordiging van inkomsten, bepaalt dat wat aandelen betreft de beursnotering over 't algemeen slechts ten belope van 100/120 in aanmerking dient te worden genomen.
De nrs. 183/6 en 210/11, Com.IB 92, verwijzen naar deze waarderingsregels om enerzijds de waarde van beursgenoteerde effecten te bepalen in het kader van een ruiling van deelnemingen of portefeuillewaarden tussen twee vennootschappen en anderzijds de waarde van beursgenoteerde aandelen te bepalen die worden verkregen door de aandeelhouders of vennoten van een overgenomen of gesplitste vennootschap in ruil voor hun inbreng in de overnemende of verkrijgende vennootschap in het kader van een fusie of een splitsing door overneming of door oprichting.
III. BIJWERKING VAN DE ADMINISTRATIEVE COMMENTAAR
4. In het kader van de W 22.5.2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen heeft de wetgever zich uitgesproken over de vaststelling van de waarde van aandelen die op de beurs worden genoteerd of verhandeld. Het art. 113, § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen zoals het werd ingevoegd door art. 23 van de voormelde wet, bepaalt dat, in geval van toekenning van beursgenoteerde aandelen aan de werknemers, het bedrag dat moet weerhouden worden voor het vaststellen van de belastbare grondslag niet kleiner mag zijn dan het bedrag dat overeenkomt met, hetzij de gemiddelde koers van het aandeel gedurende 30 dagen die de dag van de toekenning van de aandelen aan de werknemers voorafgaat, hetzij de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van de toekenning.
5. Gelet op inzonderheid hetgeen voorafgaat, zijn de Centrale diensten van mening dat de in punt 1 bedoelde administratieve toepassing moet worden opgeheven.
Bijgevolg wordt het 2de lid van de administratieve commentaar nr. 164/28, Com.IB opgeheven.
6. Bovendien wordt de administratieve commentaar opgenomen in het 1e lid van het nr. 210/11, Com.IB 92, vervangen door de volgende tekst :
"De waarde van die aandelen moet op de datum waarop de fusie of splitsing wordt geacht plaats te vinden, worden bepaald overeenkomstig de regels i.v.m. de waardering van effecten uitgereikt ter vertegenwoordiging van inkomsten van roerende kapitalen, t.t.z. de verkoopwaarde van de aandelen zoals deze wordt gedefinieerd in art. 267, 3 de lid, WIB 92 (zie eveneens de commentaar op art. 267, WIB 92)."
7. Deze aanpassing is van toepassing op verrichtingen die plaatsvinden vanaf de datum van onderhavige circulaire.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Circulaire nr. Ci.RH.231/476.630 (AOIF 2/2002) dd. 23.01.2002
Bull. nr. 824, pag. 920-922
AANDEEL
Waardering van aandelen
ROEREND INKOMEN
Effect uitgereikt ter vertegenwoordiging van inkomsten
Waardebepaling van aandelen uitgereikt ter vertegenwoordiging van roerende inkomsten : opheffing van de 100/120 regel opgenomen in de nrs. 164/28, Com.IB en 210/11, Com.IB 92. Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bevat de bijwerking van de in de nrs. 164/28, Com.IB (1) en 210/11, Com.IB 92 uiteengezette richtlijnen met betrekking tot de breuk 100/120, die van toepassing zijn bij de waardering van beursgenoteerde aandelen wanneer dergelijke effecten worden uitgereikt ter vertegenwoordiging van roerende inkomsten.
(1) Nr. 261/46, Com.IB 92, nog te verschijnen.
II. BEDOELDE GEVALLEN
2. Overeenkomstig art. 267, 3de lid, WIB 92, wordt het uitreiken, ter vertegenwoordiging van inkomsten, van effecten die renderend kunnen zijn, ten belope van de waarde van het effect met betaalbaarstelling gelijkgesteld. Die waarde mag niet lager zijn dan die welke zou bepaald zijn bij de laatste prijscourant door de Belgische regering gepubliceerd vóór de datum van toekenning of betaalbaarstelling.
3. Het nr. 164/28, Com.IB, met betrekking tot de waarderingsregels van beursgenoteerde effecten die worden uitgereikt ter vertegenwoordiging van inkomsten, bepaalt dat wat aandelen betreft de beursnotering over 't algemeen slechts ten belope van 100/120 in aanmerking dient te worden genomen.
De nrs. 183/6 en 210/11, Com.IB 92, verwijzen naar deze waarderingsregels om enerzijds de waarde van beursgenoteerde effecten te bepalen in het kader van een ruiling van deelnemingen of portefeuillewaarden tussen twee vennootschappen en anderzijds de waarde van beursgenoteerde aandelen te bepalen die worden verkregen door de aandeelhouders of vennoten van een overgenomen of gesplitste vennootschap in ruil voor hun inbreng in de overnemende of verkrijgende vennootschap in het kader van een fusie of een splitsing door overneming of door oprichting.
III. BIJWERKING VAN DE ADMINISTRATIEVE COMMENTAAR
4. In het kader van de W 22.5.2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen heeft de wetgever zich uitgesproken over de vaststelling van de waarde van aandelen die op de beurs worden genoteerd of verhandeld. Het art. 113, § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen zoals het werd ingevoegd door art. 23 van de voormelde wet, bepaalt dat, in geval van toekenning van beursgenoteerde aandelen aan de werknemers, het bedrag dat moet weerhouden worden voor het vaststellen van de belastbare grondslag niet kleiner mag zijn dan het bedrag dat overeenkomt met, hetzij de gemiddelde koers van het aandeel gedurende 30 dagen die de dag van de toekenning van de aandelen aan de werknemers voorafgaat, hetzij de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van de toekenning.
5. Gelet op inzonderheid hetgeen voorafgaat, zijn de Centrale diensten van mening dat de in punt 1 bedoelde administratieve toepassing moet worden opgeheven.
Bijgevolg wordt het 2de lid van de administratieve commentaar nr. 164/28, Com.IB opgeheven.
6. Bovendien wordt de administratieve commentaar opgenomen in het 1e lid van het nr. 210/11, Com.IB 92, vervangen door de volgende tekst :
"De waarde van die aandelen moet op de datum waarop de fusie of splitsing wordt geacht plaats te vinden, worden bepaald overeenkomstig de regels i.v.m. de waardering van effecten uitgereikt ter vertegenwoordiging van inkomsten van roerende kapitalen, t.t.z. de verkoopwaarde van de aandelen zoals deze wordt gedefinieerd in art. 267, 3 de lid, WIB 92 (zie eveneens de commentaar op art. 267, WIB 92)."
7. Deze aanpassing is van toepassing op verrichtingen die plaatsvinden vanaf de datum van onderhavige circulaire.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Bron: FisconetPlus
