01.09.2006 - Omzendbrief D.I. 537.02 - D.D. 271.178

DOUANEPROCEDURES

UITVOER VAN GOEDEREN – STRIKTERE

TOEPASSING DOOR ZWEDEN VAN DE REGELS VOOR DE AANVAARDING VAN DE UITVOERAANGIFTE

D.I. 537.02

D.D. 271.178

Bijlage : 2 Brussel, 1 september 2006.

De Zweedse douaneautoriteiten verwittigen ons door hun brief in bijlage 1 (met vrije vertaling in het Nederlands in bijlage 2), dat ze strenger de regels zullen toepassen voor de aanvaarding van de uitvoeraangifte van andere lidstaten, die aangeboden wordt in Zweedse douanekantoren.

Gedurende een bepaalde periode hebben ze problemen gehad met zendingen waarvan de uitvoeraangifte, overeenkomstig artikel 161, lid 5 van het CBW, moest ingediend worden op een douanekantoor in een andere lidstaat.

Bon O.S.D. nr. 154/06


2

Vanaf 1 september 2006 zullen de Zweedse douane autoriteiten geen uitvoeraangiften meer aanvaarden waarvan de uitvoerformaliteiten moesten verricht worden in een andere lidstaat, indien de bestaande regels op een correcte wijze toegepast worden.

In dit verband wordt verwezen naar de volgende omzendbrieven, die in België van toepassing zijn :

Omzendbrief “Uitvoer van goederen – Bevoegdheid van de kantoren” van 18 januari 2001, nr. D.D. 224.574 (D.I. 537.02) bevat de regels die moeten worden nageleefd in verband met de plaats waar de aangifte ten uitvoer moet worden ingediend. De omzendbrief werd achtereenvolgens aangepast met de omzendbrieven nr. D.D. 235.015 van 20 februari 2002, nr. D.D. 244.819 en 1 juli 2003 en nr. D.D. 250.113 van 15 januari 2004.

Deze omzendbrief geeft invulling aan het bepaalde in artikel 161, lid 5 van het CBW en de artikelen 788 en volgende van het CTW die daarover handelen.

De omzendbrief “Uitvoer van goederen – Bondige herinnering van de voorschriften” nr. D.D. 268.228 (D.I. 537.02) van 16 februari 2006 benadrukt het belang van de naleving van de voorschriften die de aangifte ten uitvoer van de goederen regelen.

De ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen worden verzocht om de marktdeelnemers in kennis te stellen van de beslissing van de Zweedse douane.

Voor de Administrateur Douane en Accijnzen :

G. CAPIAU Directeur, Diensthoofd



BIJLAGE 1 (blz. 2)



BIJLAGE 2

Afzender : Zweedse Douane (Malmö)

Vrije vertaling

Geachte heer/mevrouw,

Onderwerp : Toepassing van de regels voor de aanvaarding van uitvoeraangiften

De Zweedse douane wil u informeren over strengere regels voor de aanvaarding van uitvoeraangiften uit andere lidstaten die aangeboden worden bij Zweedse douanekantoren.

Gedurende een periode hebben we problemen gehad met zendingen waarvan de uitvoeraangifte volgens artikel 161 (5) van het Communautair douanewetboek had moeten ingediend worden in een douanekantoor in een andere lidstaat. Ondanks deze regel, worden uitvoeraangiften ingediend bij een Zweedse douanekantoor van uitgang.

Vanaf 1 september 2006 zullen de Zweedse douanekantoren geen uitvoeraangiften meer aanvaarden waarvan de uitvoerformaliteiten hadden moeten vervuld worden in een andere lidstaat als de bestaande regels op een correcte manier werden toegepast.

Volgens artikel 161 (5) van het Wetboek, moeten uitvoeraangiften ingediend worden bij het douanekantoor dat bevoegd is voor het toezicht op de plaats waar de exporteur gevestigd is of waar de goederen verpakt of met het oog op de uitvoer worden geladen.

In bepaalde omstandigheden is het nog steeds mogelijk om een uitvoeraangifte van een andere lidstaat in te dienen bij een Zweeds douanekantoor. Dit is het geval als de uitvoeraangifte betrekking heeft op goederen die niet onderworpen zijn aan verboden of beperkingen en met een waarde van niet meer dan 3.000 € per zending en per aangever. Artikel 794 van de toepassingsbepalingen van het Communautair douanewetboek bepaalt dat zo een uitvoeraangifte mag ingediend worden op het kantoor van uitgang.


BIJLAGE 2 (blz. 2)

Er werd een informatiefolder (ingesloten) (1) opgemaakt in het Zweeds en het Engels. Deze folder zal vanaf heden tot en met 1 september overhandigd worden aan iedereen die een uitvoeraangifte indient waarvan de uitvoerformaliteiten niet vervuld werden in de lidstaat van uitvoer. Daarnaast zal de Zweedse douane deze folder ook per mail versturen naar de exporteur vermeld in vak 2 van het enig document en naar de aangever/vertegenwoordiger indien vermeld in vak 14.

Wij zouden het waarderen als u deze informatie kon doorsturen naar exporteurs, vervoerders enz. door het gebruik van uw gewone informatiekanalen.

Deze brief zal verstuurd worden naar alle douaneadministraties binnen de Europese Unie. Een gelijkaardige brief zal verstuurd worden naar de Clecat en Fiata organisaties in de Europese Unie. We hebben deze informatie ook verstuurd naar de Commissie in Brussel.

Zweedse douane

Lennart Poring Directeur

Beheren van de handel

(1) Zie bijvoegsel.


BIJLAGE 2 (blz. 3)

BIJVOEGSEL

Vrije vertaling

(Informatiefolder van de Zweedse douane)

Strengere regels voor de aanvaarding van de uitvoeraangiften vanuit andere EG landen overgelegd in Zweedse douanekantoren

Vanaf 1 september 2006 zullen de Zweedse douanekantoren geen uitvoeraangiften meer aanvaarden waarvan de uitvoerformaliteiten niet vervuld werden in de uitvoerende lidstaat.

Volgens artikel 161 (5) van het Communautair douanewetboek, moeten uitvoeraangiften ingediend worden bij het douanekantoor dat bevoegd is voor het toezicht op de plaats waar de exporteur gevestigd is of waar de goederen verpakt worden of met het oog op de uitvoer worden geladen.

Als de uitvoerformaliteiten niet vervuld worden op en correcte wijze, zullen we geen uitvoeraangiften van een andere EG-lidstaat aangeboden bij een Zweeds douanekantoor meer aanvaarden.

In bepaalde omstandigheden is het nog steeds mogelijk om een uitvoeraangifte van een andere EG-lidstaat in te dienen bij een Zweeds douanekantoor. Dit is mogelijk als de uitvoeraangifte betrekking heeft op goederen die niet onderworpen zijn aan verboden of beperkingen en met een waarde van niet meer dan


3.000 € per zending en per aangever. Artikel 794 van de toepassingsbepalingen (CTW) bepaalt dat een uitvoeraangifte op het douanekantoor van uitgang mag worden ingediend.

Verordening (EEG) nr. 2913 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (CBW).

Verordening (EEG) nr. 2454 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (CTW).