Circulaire nr. Ci.RH.241/544.754 dd. 10.12.2001
CIRC 10.12.01/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/544.754 dd. 10.12.2001
Bull. nr. 823, pag. 643-648
AANGIFTE IN DE PB
Invulling van de aangifte
LOONFICHE
Fiche 281.10
VERGOEDING
Vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding
De vrijstelling van de bijdrage van de werkgever is de prijs van een abonnement genomen bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer.
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSTAFEL
I. Inleiding
1. Deze circulaire heeft betrekking op de wijziging van artikel 38, eerste lid, 9° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 waardoor de werkgeversbijdrage in de prijs van een abonnement genomen bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer voortaan volledig wordt vrijgesteld.
II. Wettekst
2. W 10.7.2001 tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de bijdrage van de werkgever in de reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling (BS 22.8.2001 - V 2960 - Bull. 820).
3. Artikel 2 van de voormelde W 10.7.2001 vervangt artikel 38, eerste lid, 9°, WIB 92 dat de vrijstelling regelt van de vergoedingen die de werkgever aan zijn werknemers toekent als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling.
Ingevolge die wijziging wordt de werkgeversbijdrage in de prijs van een abonnement genomen bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer volledig vrijgesteld. De vrijstelling heeft dus voortaan niet alleen betrekking op de bijdrage die de werkgever verplicht moet betalen, maar ook op het aandeel van de werknemer dat de werkgever vrijwillig ten laste neemt, en dit ongeacht of de verplichte werkgeversbijdrage al dan niet kleiner is dan 10.000 BEF (niet geïndexeerd bedrag).
4. De volledige vrijstelling van de werkgeversbijdrage geldt (zoals dat voorheen ook het geval was voor de vrijstelling van de verplichte werkgeversbijdrage) in principe alleen voor de werknemers die bij hun aangifte een attest voorleggen van een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer, waaruit blijkt dat zij regelmatig een abonnement hebben genomen bij die maatschappij voor hun verplaatsing tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling (zie evenwel nr. 7 wat het derdebetalerssysteem betreft).
IV. Loonfiche en aangifte personenbelasting
5. De totale bijdrage van de werkgever in de reiskosten moet op de loonfiche 281.10 in vak 14, d tegenover kenletter "V" worden vermeld.
De bijdrage van de werkgever in de prijs van het abonnement moet in principe als volgt worden uitgesplitst:
(zie de nrs. 35 en 36 van het Bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten - inkomsten van 2000 - BS 21.4.2001 - Bull. 815).
6. Op de aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2001 (inkomsten van 2000) moet de totale bijdrage van de werkgever in de reiskosten tegenover de codes 254 of 304 worden vermeld. Indien bij de aangifte een attest werd gevoegd van een openbare vervoermaatschappij, waaruit blijkt dat de verkrijger regelmatig een abonnement heeft genomen om naar het werk te gaan, is de vrijstelling gelijk aan te totale (wettelijke en vrijwillige) bijdrage van de werkgever in dat abonnement. In dergelijk geval mag die totale bijdrage tegenover de code 255 of 305 worden vermeld (zie evenwel nr. 7 wat het derdebetalerssysteem betreft).
V. Derdebetalerssysteem
7. Sommige werkgevers betalen de (verplichte en vrijwillige) werkgeversbijdrage in de prijs van een abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer rechtstreeks aan de vervoermaatschappij. De personeelsleden kunnen zich in dat geval een abonnement aanschaffen waarvoor zij, in voorkomend geval, alleen de prijs van het abonnement verminderd met de werkgeversbijdrage (verplichte en vrijwillige) moeten betalen.
Om praktische redenen werd beslist dat in dergelijk geval de (verplichte en vrijwillige) werkgeversbijdragen niet op de loonfiches 281.10 moeten worden vermeld. In vak 14, a, van de loonfiches 281.10 moet dan evenwel de vermelding "Ja" worden ingeschreven.
In dat geval moet de belastingplichtige de totale (wettelijke en vrijwillige) werkgeversbijdrage in het abonnement evenmin in zijn aangifte vermelden en dient hij daarbij ook geen attest van een openbare vervoermaatschappij te voegen.
VI. Inwerkingtreding
8. De richtlijnen van onderhavige circulaire zijn van toepassing voor het aanslagjaar 2001. Voor dat aanslagjaar moeten de onderrichtingen opgenomen in de Com.IB 92 als volgt worden aangepast:
Er wordt aangestipt dat de vrijstelling van vergoedingen voor woon-werkverkeer vanaf het aanslagjaar 2002 wordt gewijzigd ingevolge artikel 6 W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS 20.9.2001, V 2971, Bull. 821). Daarover zal later een afzonderlijke circulaire worden gepubliceerd.
Circulaire nr. Ci.RH.241/544.754 dd. 10.12.2001
Bull. nr. 823, pag. 643-648
AANGIFTE IN DE PB
Invulling van de aangifte
LOONFICHE
Fiche 281.10
VERGOEDING
Vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding
De vrijstelling van de bijdrage van de werkgever is de prijs van een abonnement genomen bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer.
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSTAFEL
| I. | Inleiding | 1 |
| II. | Wettekst | 12 |
| III. | Draagwijdte | 3 EN 4 |
| IV. | Loonfiche en aangifte PB | 5 EN 6 |
| V. | Derdebetalerssysteem | 7 |
| VI. | Inwerkingtreding | 8 |
1. Deze circulaire heeft betrekking op de wijziging van artikel 38, eerste lid, 9° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 waardoor de werkgeversbijdrage in de prijs van een abonnement genomen bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer voortaan volledig wordt vrijgesteld.
II. Wettekst
2. W 10.7.2001 tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de bijdrage van de werkgever in de reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling (BS 22.8.2001 - V 2960 - Bull. 820).
Art. 2.III. Draagwijdte
Artikel 38, eerste lid, 9° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd door de W 28.7.1992, wordt vervangen door de volgende bepaling:
(Vrijgesteld zijn:)
"9° in zover zij niet meer dan 125,00 EUR per jaar bedragen, de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling aan de werknemers, waarvan de beroepskosten forfaitair worden bepaald overeenkomstig artikel 51 of die regelmatig het openbaar gemeenschappelijk vervoer gebruiken voor die verplaatsing; bij de vestiging van de belasting ten name van de werknemers, wordt de vrijstelling van die vergoedingen verhoogd tot het totale bedrag van de bijdrage van de werkgever in de prijs van een abonnement, wanneer de werknemer tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het aanslagjaar waarvoor hij aanspraak maakt op de vrijstelling, een attest overlegt van een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer waaruit blijkt dat hij in de loop van het belastbare tijdperk op regelmatige wijze een abonnement heeft genomenvoor zijn verplaatsingen tussen zijn woonplaats en de plaats van tewerkstelling;"
Art. 3.
Deze wet is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2001.
Voor het aanslagjaar 2001 wordt het bedrag van 125,00 EUR dat is vermeld in artikel 2 van deze wet, evenwel vervangen door het bedrag van 5000 Belgische frank.
3. Artikel 2 van de voormelde W 10.7.2001 vervangt artikel 38, eerste lid, 9°, WIB 92 dat de vrijstelling regelt van de vergoedingen die de werkgever aan zijn werknemers toekent als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling.
Ingevolge die wijziging wordt de werkgeversbijdrage in de prijs van een abonnement genomen bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer volledig vrijgesteld. De vrijstelling heeft dus voortaan niet alleen betrekking op de bijdrage die de werkgever verplicht moet betalen, maar ook op het aandeel van de werknemer dat de werkgever vrijwillig ten laste neemt, en dit ongeacht of de verplichte werkgeversbijdrage al dan niet kleiner is dan 10.000 BEF (niet geïndexeerd bedrag).
4. De volledige vrijstelling van de werkgeversbijdrage geldt (zoals dat voorheen ook het geval was voor de vrijstelling van de verplichte werkgeversbijdrage) in principe alleen voor de werknemers die bij hun aangifte een attest voorleggen van een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer, waaruit blijkt dat zij regelmatig een abonnement hebben genomen bij die maatschappij voor hun verplaatsing tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling (zie evenwel nr. 7 wat het derdebetalerssysteem betreft).
IV. Loonfiche en aangifte personenbelasting
5. De totale bijdrage van de werkgever in de reiskosten moet op de loonfiche 281.10 in vak 14, d tegenover kenletter "V" worden vermeld.
De bijdrage van de werkgever in de prijs van het abonnement moet in principe als volgt worden uitgesplitst:
| - | verplichte bijdrage in het abonnement: vak 14, a; |
| - | vrijwillige bijdrage in het abonnement: vak 14, b. |
6. Op de aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2001 (inkomsten van 2000) moet de totale bijdrage van de werkgever in de reiskosten tegenover de codes 254 of 304 worden vermeld. Indien bij de aangifte een attest werd gevoegd van een openbare vervoermaatschappij, waaruit blijkt dat de verkrijger regelmatig een abonnement heeft genomen om naar het werk te gaan, is de vrijstelling gelijk aan te totale (wettelijke en vrijwillige) bijdrage van de werkgever in dat abonnement. In dergelijk geval mag die totale bijdrage tegenover de code 255 of 305 worden vermeld (zie evenwel nr. 7 wat het derdebetalerssysteem betreft).
V. Derdebetalerssysteem
7. Sommige werkgevers betalen de (verplichte en vrijwillige) werkgeversbijdrage in de prijs van een abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer rechtstreeks aan de vervoermaatschappij. De personeelsleden kunnen zich in dat geval een abonnement aanschaffen waarvoor zij, in voorkomend geval, alleen de prijs van het abonnement verminderd met de werkgeversbijdrage (verplichte en vrijwillige) moeten betalen.
Om praktische redenen werd beslist dat in dergelijk geval de (verplichte en vrijwillige) werkgeversbijdragen niet op de loonfiches 281.10 moeten worden vermeld. In vak 14, a, van de loonfiches 281.10 moet dan evenwel de vermelding "Ja" worden ingeschreven.
In dat geval moet de belastingplichtige de totale (wettelijke en vrijwillige) werkgeversbijdrage in het abonnement evenmin in zijn aangifte vermelden en dient hij daarbij ook geen attest van een openbare vervoermaatschappij te voegen.
VI. Inwerkingtreding
8. De richtlijnen van onderhavige circulaire zijn van toepassing voor het aanslagjaar 2001. Voor dat aanslagjaar moeten de onderrichtingen opgenomen in de Com.IB 92 als volgt worden aangepast:
- nr. 38/14:
- in het eerste lid vervalt het maximumbedrag van 10.000 BEF;
- in het tweede lid, 3° moet het eerste lid worden opgeheven;
- in nr. 38/18 moet het 3° lid worden opgeheven;
- in de tabel onder nr. 38/19 moeten de punten 5 en 6 worden opgeheven.
Er wordt aangestipt dat de vrijstelling van vergoedingen voor woon-werkverkeer vanaf het aanslagjaar 2002 wordt gewijzigd ingevolge artikel 6 W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS 20.9.2001, V 2971, Bull. 821). Daarover zal later een afzonderlijke circulaire worden gepubliceerd.
| Voor de Directeur-generaal: |
| De Directeur, |
| P. Leroy. |
Bron: FisconetPlus
