Circulaire nr. Ci.RH.241/559.271 (AOIF 27/2005) dd. 04.07.2005
CIRC 04.07.05/2
Circulaire nr. Ci.RH.241/559.271 (AOIF 27/2005) dd. 04.07.2005
BAAT
Provincieraadslid
BEROEPSKOSTEN
Bestendig afgevaardigde
Bijdrage aan een politieke partij
Niet-aftrekbare kosten
Provincieraadslid
BEZOLDIGING
Bestendig afgevaardigde
Fiscaal statuut van provincieraadsleden en bestendig afgevaardigden. Commentaar op : - art. 5 tot 7, W 4.5.1999 tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde; - art. 2 tot 4, W 7.3.2002 tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek.
Aan alle ambtenaren van de sector taxatie.
I. INLEIDING
1. Onderhavige circulaire heeft betrekking op de classificatie van de inkomsten verkregen door de provincieraadsleden en bestendig afgevaardigden alsmede op het belastingstelsel van de partijbijdragen.
II. WETTEKSTEN
Wet van 4 mei 1999 tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde(1)
[(1) BS 28.7.1999 - V 2729 - Bull. 797.]
Art. 5
2. In artikel 27, tweede lid, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden na de woorden "en het Europees Parlement" de woorden "en de provincieraden" ingevoegd.
Art. 6
Artikel 31 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :
"Als bezoldigingen zijn eveneens belastbaar, de wedden en vergoedingen van de leden van de bestendige deputatie, met uitzondering van de terugbetaling van de kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt.".
Art. 7
Deze wet treedt in werking bij de eerstvolgende algehele vernieuwing van de provincieraden (…).
Wet van 7 maart 2002 tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek(2)
[(2) BS 19.3.2002, 3 e ed. - V 3025 - Bull. 826.]
Art. 2
3. In artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
"5° de vergoedingen van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement, alsmede de vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in die vergaderingen, met uitzondering van de terugbetalingen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement van gedane kosten";
2° er wordt een 6° ingevoegd, luidende :
"6° de vergoedingen van de leden van de provincieraden.".
Art. 3
In artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995, worden de woorden "de Raden en het Europees Parlement" vervangen door de woorden "de Raden, het Europees Parlement en de bestendige deputatie".
Art. 4
Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 20 oktober 2000.
Artikel 3 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2002.
III. GECOORDINEERDE TEKSTEN
Art. 27, WIB 92
4. Baten zijn alle inkomsten uit een vrij beroep, een ambt of post en alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid.
Zij omvatten :
…
5° de vergoedingen van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement, alsmede de vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in die vergaderingen, met uitzondering van de terugbetalingen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement van gedane kosten;
6° de vergoedingen van de leden van de provincieraden.
…
Art. 31, WIB 92
Bezoldigingen van werknemers zijn alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever.
…
Als bezoldigingen zijn eveneens belastbaar, de wedden en vergoedingen van de leden van de bestendige deputatie, met uitzondering van de terugbetaling van de kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt.
Art. 53, WIB 92
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
17° de bijdragen die door de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden, het Europees Parlement en de bestendige deputatie aan hun partij of aan een van de geledingen ervan worden gestort;
…
IV. ALGEMEEN
5. De W 4.5.1999 bepaalt uitdrukkelijk de fiscale kwalificatie van de beroepsinkomsten verkregen door :
A. Kwalificatie van de inkomsten
7. De provincieraadsleden die geen leden van de bestendige deputatie zijn, ontvangen presentiegeld als zij deelnemen aan de vergaderingen van de provincieraad en aan de vergaderingen van de commissies en van de afdelingen.
8. Dergelijke presentiegelden alsmede alle andere maandelijkse forfaitaire vergoedingen van de leden van de provincieraad dienen als baten in de zin van art. 27, 2 e lid, 6°, WIB 92 te worden aangemerkt.
De vergoedingen verkregen tot dekking van bepaalde kosten zijn eveneens baten. In dergelijk geval kunnen die kosten uiteraard als beroepskosten worden afgetrokken, overeenkomstig de in de artikelen 49 en volgende, WIB 92 gestelde voorwaarden.
9. Het betreft hier een eenvoudige bevestiging van het administratieve standpunt zoals het thans reeds voorkomt in nr. 23/169, Com.IB 92.
10. Het spreekt vanzelf dat de presentiegelden en de vergoedingen die aan provincieraadsleden (evenals aan gemeente- en OCMW-raadsleden) worden betaald nooit kunnen worden belast als in art. 90, 1°, WIB 92 vermelde diverse inkomsten aangezien het mandaat van gemeente- en provincieraadsleden, die verkozen zijn voor een duur van zes jaar, niet als een occasionele activiteit kan worden aangemerkt (Kamer, Zitting 2001-2002, St. 1499/003, blz. 8).
B. Gevolg voor wat de bevoegde controle betreft
11. Overeenkomstig art. 297 WIB 92 is één enkel controlecentrum met de ontvangst en het onderzoek van de aangiften van de bij art. 27, 2 e lid, 5°, WIB 92 bedoelde personen belast (in casu het controlecentrum Brussel 4).
Art. 27, 2 e lid, 5°, WIB 92, zoals aanvankelijk gewijzigd door art. 5, W 4.5.1999, had voor gevolg dat de ontvangst en het onderzoek van de aangifte van de leden van de provincieraad eveneens door het controlecentrum Brussel 4 zouden moeten worden verricht.
Dit was evenwel niet de bedoeling van de Wetgever.
12. De W 7.3.2002 heeft dit ongewilde gevolg rechtgezet door de vergoedingen van de provincieraadsleden van art. 27, 2 e lid, 5°, WIB 92 naar een nieuw art. 27, 2 e lid, 6°, WIB 92 te verplaatsen, zodat deze niet meer door de bepalingen van art. 297, WIB 92 worden beoogd.
VI. BESTENDIG AFGEVAARDIGDEN
13. De wedden en vergoedingen van de bestendig afgevaardigden, met uitzondering van de terugbetaling van de kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt van bestendig afgevaardigde, maken bezoldigingen van werknemers uit, bedoeld in de art. 30, 1°, en 31, WIB 92.
Het betreft ook hier een eenvoudige bevestiging van het administratieve standpunt, zoals dat thans reeds voorkomt in nr. 23/170 Com.IB 92.
14. Voorzover nodig, wordt aangestipt dat de bestendig afgevaardigden evenmin door de bepalingen van art. 297, WIB 92 worden beoogd.
VII. PARTIJBIJDRAGEN
A. Bedragen gestort door de bestendig afgevaardigden
15. Zoals reeds het geval is voor de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de gemeenschaps- en gewestraden en het Europees Parlement, wordt overeenkomstig art. 53, 17°, WIB 92 geen aftrek meer toegestaan aan de bestendigd afgevaardigden voor de bijdragen gestort aan hun politieke formatie of aan een van de geledingen ervan.
Evenals de parlementaire mandatarissen genieten de bestendig afgevaardigden immers een niet belastbaar forfaitair bedrag voor de terugbetaling van hun werkelijke kosten, dat geacht wordt deze partijbijdragen te omvatten.
B. Verplichte afstand door de gemeente- en provincieraadsleden
16. De sommen die gemeente- en provincieraadsleden verplicht aan hun partij of aan een van de geledingen ervan afstaan worden niet in het voormelde artikel beoogd en blijven dus als beroepskosten aftrekbaar (Kamer, Zitting 2001-2002, St. 1499/003, blz. 9 en PV nr. 527 van 6.8.1996, Volksvertegenwoordiger Tavernier, Bull. 766, blz. 2576).
Die sommen mogen evenwel niet worden afgetrokken boven het in art. 51 WIB 92 bedoelde wettelijk forfait.
Indien de betrokkenen een hoger bedrag aan beroepskosten willen aftrekken dan het hiervoor bedoelde forfait, dan moeten zij het werkelijke bedrag van al hun beroepskosten, met inbegrip van de aan de partij verplicht afgestane sommen, bewijzen volgens de in artikel 49 WIB 92 bepaalde regels.
Het bewijs van de afstand van de bedoelde sommen aan de politieke partij waartoe de mandataris behoort, kan onder meer worden geleverd door middel van een attest dat door de daartoe aangewezen mandataris van die partij wordt uitgereikt en waaruit inzonderheid het verplicht karakter van de afstand moet blijken.
VIII. INWERKINGTREDING
17. De bepalingen die de kwalificatie van de inkomsten van de provincieraadsleden en de bestendig afgevaardigden verduidelijken, treden in werking op 20.10.2000, m.a.w. op de datum van de algehele vernieuwing van de provincieraden als gevolg van de verkiezingen van 8.10.2000 (cf. art. 7, W 4.5.1999 en art. 4, 1 e lid, W 7.3.2002).
18. Het nieuw artikel 53, 17°, WIB 92 (de niet aftrekbaarheid van de door de bestendig afgevaardigden gestorte partijbijdragen) is van toepassing vanaf aanslagjaar 2002 (cf. art. 4, 2 e lid, W 7.3.2002).
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Circulaire nr. Ci.RH.241/559.271 (AOIF 27/2005) dd. 04.07.2005
BAAT
Provincieraadslid
BEROEPSKOSTEN
Bestendig afgevaardigde
Bijdrage aan een politieke partij
Niet-aftrekbare kosten
Provincieraadslid
BEZOLDIGING
Bestendig afgevaardigde
Fiscaal statuut van provincieraadsleden en bestendig afgevaardigden. Commentaar op : - art. 5 tot 7, W 4.5.1999 tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde; - art. 2 tot 4, W 7.3.2002 tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek.
Aan alle ambtenaren van de sector taxatie.
I. INLEIDING
1. Onderhavige circulaire heeft betrekking op de classificatie van de inkomsten verkregen door de provincieraadsleden en bestendig afgevaardigden alsmede op het belastingstelsel van de partijbijdragen.
II. WETTEKSTEN
Wet van 4 mei 1999 tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde(1)
[(1) BS 28.7.1999 - V 2729 - Bull. 797.]
Art. 5
2. In artikel 27, tweede lid, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden na de woorden "en het Europees Parlement" de woorden "en de provincieraden" ingevoegd.
Art. 6
Artikel 31 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :
"Als bezoldigingen zijn eveneens belastbaar, de wedden en vergoedingen van de leden van de bestendige deputatie, met uitzondering van de terugbetaling van de kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt.".
Art. 7
Deze wet treedt in werking bij de eerstvolgende algehele vernieuwing van de provincieraden (…).
Wet van 7 maart 2002 tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek(2)
[(2) BS 19.3.2002, 3 e ed. - V 3025 - Bull. 826.]
Art. 2
3. In artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
"5° de vergoedingen van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement, alsmede de vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in die vergaderingen, met uitzondering van de terugbetalingen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement van gedane kosten";
2° er wordt een 6° ingevoegd, luidende :
"6° de vergoedingen van de leden van de provincieraden.".
Art. 3
In artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995, worden de woorden "de Raden en het Europees Parlement" vervangen door de woorden "de Raden, het Europees Parlement en de bestendige deputatie".
Art. 4
Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 20 oktober 2000.
Artikel 3 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2002.
III. GECOORDINEERDE TEKSTEN
Art. 27, WIB 92
4. Baten zijn alle inkomsten uit een vrij beroep, een ambt of post en alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid.
Zij omvatten :
…
5° de vergoedingen van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement, alsmede de vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in die vergaderingen, met uitzondering van de terugbetalingen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement van gedane kosten;
6° de vergoedingen van de leden van de provincieraden.
…
Art. 31, WIB 92
Bezoldigingen van werknemers zijn alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever.
…
Als bezoldigingen zijn eveneens belastbaar, de wedden en vergoedingen van de leden van de bestendige deputatie, met uitzondering van de terugbetaling van de kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt.
Art. 53, WIB 92
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
17° de bijdragen die door de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden, het Europees Parlement en de bestendige deputatie aan hun partij of aan een van de geledingen ervan worden gestort;
…
IV. ALGEMEEN
5. De W 4.5.1999 bepaalt uitdrukkelijk de fiscale kwalificatie van de beroepsinkomsten verkregen door :
- de leden van de provincieraden die als in art. 27, 2e lid, 5°, WIB 92 bedoelde baten worden aangemerkt;
- de leden van de bestendige deputatie die als in art. 31, 5e lid, WIB 92 bedoelde bezoldigingen van werknemers worden aangemerkt.
- de vergoedingen van de leden van de provincieraden voortaan moeten worden gerangschikt onder art. 27, 2e lid, 6°, WIB 92 (in plaats van art. 27, 2e lid, 5°, WIB 92);
- de partijbijdragen die door de leden van de bestendige deputatie worden gestort niet aftrekbaar zijn als beroepskosten.
A. Kwalificatie van de inkomsten
7. De provincieraadsleden die geen leden van de bestendige deputatie zijn, ontvangen presentiegeld als zij deelnemen aan de vergaderingen van de provincieraad en aan de vergaderingen van de commissies en van de afdelingen.
8. Dergelijke presentiegelden alsmede alle andere maandelijkse forfaitaire vergoedingen van de leden van de provincieraad dienen als baten in de zin van art. 27, 2 e lid, 6°, WIB 92 te worden aangemerkt.
De vergoedingen verkregen tot dekking van bepaalde kosten zijn eveneens baten. In dergelijk geval kunnen die kosten uiteraard als beroepskosten worden afgetrokken, overeenkomstig de in de artikelen 49 en volgende, WIB 92 gestelde voorwaarden.
9. Het betreft hier een eenvoudige bevestiging van het administratieve standpunt zoals het thans reeds voorkomt in nr. 23/169, Com.IB 92.
10. Het spreekt vanzelf dat de presentiegelden en de vergoedingen die aan provincieraadsleden (evenals aan gemeente- en OCMW-raadsleden) worden betaald nooit kunnen worden belast als in art. 90, 1°, WIB 92 vermelde diverse inkomsten aangezien het mandaat van gemeente- en provincieraadsleden, die verkozen zijn voor een duur van zes jaar, niet als een occasionele activiteit kan worden aangemerkt (Kamer, Zitting 2001-2002, St. 1499/003, blz. 8).
B. Gevolg voor wat de bevoegde controle betreft
11. Overeenkomstig art. 297 WIB 92 is één enkel controlecentrum met de ontvangst en het onderzoek van de aangiften van de bij art. 27, 2 e lid, 5°, WIB 92 bedoelde personen belast (in casu het controlecentrum Brussel 4).
Art. 27, 2 e lid, 5°, WIB 92, zoals aanvankelijk gewijzigd door art. 5, W 4.5.1999, had voor gevolg dat de ontvangst en het onderzoek van de aangifte van de leden van de provincieraad eveneens door het controlecentrum Brussel 4 zouden moeten worden verricht.
Dit was evenwel niet de bedoeling van de Wetgever.
12. De W 7.3.2002 heeft dit ongewilde gevolg rechtgezet door de vergoedingen van de provincieraadsleden van art. 27, 2 e lid, 5°, WIB 92 naar een nieuw art. 27, 2 e lid, 6°, WIB 92 te verplaatsen, zodat deze niet meer door de bepalingen van art. 297, WIB 92 worden beoogd.
VI. BESTENDIG AFGEVAARDIGDEN
13. De wedden en vergoedingen van de bestendig afgevaardigden, met uitzondering van de terugbetaling van de kosten verbonden aan de uitoefening van het ambt van bestendig afgevaardigde, maken bezoldigingen van werknemers uit, bedoeld in de art. 30, 1°, en 31, WIB 92.
Het betreft ook hier een eenvoudige bevestiging van het administratieve standpunt, zoals dat thans reeds voorkomt in nr. 23/170 Com.IB 92.
14. Voorzover nodig, wordt aangestipt dat de bestendig afgevaardigden evenmin door de bepalingen van art. 297, WIB 92 worden beoogd.
VII. PARTIJBIJDRAGEN
A. Bedragen gestort door de bestendig afgevaardigden
15. Zoals reeds het geval is voor de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de gemeenschaps- en gewestraden en het Europees Parlement, wordt overeenkomstig art. 53, 17°, WIB 92 geen aftrek meer toegestaan aan de bestendigd afgevaardigden voor de bijdragen gestort aan hun politieke formatie of aan een van de geledingen ervan.
Evenals de parlementaire mandatarissen genieten de bestendig afgevaardigden immers een niet belastbaar forfaitair bedrag voor de terugbetaling van hun werkelijke kosten, dat geacht wordt deze partijbijdragen te omvatten.
B. Verplichte afstand door de gemeente- en provincieraadsleden
16. De sommen die gemeente- en provincieraadsleden verplicht aan hun partij of aan een van de geledingen ervan afstaan worden niet in het voormelde artikel beoogd en blijven dus als beroepskosten aftrekbaar (Kamer, Zitting 2001-2002, St. 1499/003, blz. 9 en PV nr. 527 van 6.8.1996, Volksvertegenwoordiger Tavernier, Bull. 766, blz. 2576).
Die sommen mogen evenwel niet worden afgetrokken boven het in art. 51 WIB 92 bedoelde wettelijk forfait.
Indien de betrokkenen een hoger bedrag aan beroepskosten willen aftrekken dan het hiervoor bedoelde forfait, dan moeten zij het werkelijke bedrag van al hun beroepskosten, met inbegrip van de aan de partij verplicht afgestane sommen, bewijzen volgens de in artikel 49 WIB 92 bepaalde regels.
Het bewijs van de afstand van de bedoelde sommen aan de politieke partij waartoe de mandataris behoort, kan onder meer worden geleverd door middel van een attest dat door de daartoe aangewezen mandataris van die partij wordt uitgereikt en waaruit inzonderheid het verplicht karakter van de afstand moet blijken.
VIII. INWERKINGTREDING
17. De bepalingen die de kwalificatie van de inkomsten van de provincieraadsleden en de bestendig afgevaardigden verduidelijken, treden in werking op 20.10.2000, m.a.w. op de datum van de algehele vernieuwing van de provincieraden als gevolg van de verkiezingen van 8.10.2000 (cf. art. 7, W 4.5.1999 en art. 4, 1 e lid, W 7.3.2002).
18. Het nieuw artikel 53, 17°, WIB 92 (de niet aftrekbaarheid van de door de bestendig afgevaardigden gestorte partijbijdragen) is van toepassing vanaf aanslagjaar 2002 (cf. art. 4, 2 e lid, W 7.3.2002).
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Bron: FisconetPlus
