Circulaire nr. Ci.RH.241/489.048 (AOIF 15/2002) dd. 16.05.2002

CIRC 16.05.02/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/489.048 (AOIF 15/2002) dd. 16.05.2002


Bull. nr. 828, pag. 1815-1819

AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Aanslagvoet van 16,5 %
Aanslagvoet van 33 %

STOPZETTINGSMEERWAARDE
Meerwaarde op een immaterieel vast activum

STOPZETTING VAN DE BEROEPSWERKZAAMHEID
Stopzettingsmeerwaarde

VERGOEDING
Vergoeding voor vermindering van de beroepswerkzaamheid


Vaststelling van de referteperiode en het referte-inkomen zoals bedoeld in art. 171, 1°, c, WIB 92, wanneer de werkzaamheid tijdens de referteperiode (of tijdens het jaar van de stopzetting of de vermindering van de werkzaamheid) werd overgenomen in het kader van het voortzettingsstelsel.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.

1. Deze circulaire strekt ertoe de richtlijnen te verduidelijken met betrekking tot de vaststelling van de in art. 171, 1°, c, WIB 92 beoogde referteperiode, alsmede van het tijdens die periode, verkregen referte-inkomen, in geval de stopgezette beroepswerkzaamheid voorheen was overgenomen in het kader van het in art. 46, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92, beoogde "voortzettingsstelsel".

2. Overeenkomstig artikel 171, 1°, c en 4°, b, WIB 92, komen de meerwaarden op immateriële vaste activa die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid en de vergoedingen die tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen ter compensatie van een vermindering van die werkzaamheid, voor afzonderlijke belasting in aanmerking (ofwel tegen een aanslagvoet van 33 %, ofwel tegen een aanslagvoet van 16,5 %) in de mate dat zij, globaal genomen, niet meer bedragen dan het zogenaamde referte-inkomen, d.w.z. het inkomen dat overeenstemt met de belastbare nettowinst of -baten die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de stopzetting of de vermindering van de werkzaamheid (hierna referteperiode genoemd) uit de niet meer uitgeoefende werkzaamheid zijn verkregen (voor meer bijzonderheden dienaangaande wordt verwezen naar de nrs. 171/17 tot 34, Com.IB 92).

3. Wanneer de meerwaarden of vergoedingen in kwestie zijn verkregen door een belastingplichtige die de onderneming of de beroepswerkzaamheid (of één of meer takken ervan), zelf, in het kader van het voortzettingsstelsel, heeft overgenomen tijdens de referteperiode (1), moeten het referte-inkomen en de referteperiode worden bepaald alsof die verrichting niet had plaatsgehad.

4. Hieruit volgt dat in dergelijk geval het referte-inkomen eveneens de nettowinst of -baten (of verliezen) met betrekking tot de stopgezette of verminderde werkzaamheid moet omvatten die tijdens de referteperiode werden verwezenlijkt door de belastingplichtige die de onderneming, enz., in het kader van het voortzettingsstelsel heeft overgelaten.

Voorbeeld

5. De heer DUBOIS start een zelfstandige activiteit als bakker op 01.04.1984.

Hij zet zijn activiteit stop op 30.06.1999.

Op 01.07.1999 neemt zijn zoon de handelszaak over in het kader van het voortzettingsstelsel.

De zoon zet zijn werkzaamheid definitief stop op 01.09.2001.

*

* *

De referteperiode omvat de jaren 1997 tot 2000, d.w.z. de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de definitieve stopzetting.

Het referte-inkomen is bijgevolg gelijk aan het totaal van de gezamenlijk belastbare winsten :

- van de jaren 1997 tot 1999 (periode van 01.01.1997 tot 30.06.1999) met betrekking tot de werkzaamheid van de vader;

- van de jaren 1999 (periode van 01.07.1999 tot 31.12.1999) en 2000 met betrekking tot de werkzaamheid van de zoon (2).

*

* *

6. Normaliter stellen er zich geen bijzondere problemen wanneer de overgedragen werkzaamheid integraal wordt stopgezet. Het volstaat immers om het totaal van de gezamenlijk belastbare winst of baten van de referteperiode in aanmerking te nemen.

7. In de andere gevallen, inzonderheid bij stopzetting van een bedrijfsafdeling of van een tak van werkzaamheid, wordt eraan herinnerd dat de belastingplichtige, onder de controle van de administratie, moet bepalen welk gedeelte van de nettowinst of de nettobaten van de referteperiode betrekking heeft op de niet meer uitgeoefende werkzaamheid.

8. Deze bepalingen zijn onmiddellijk van toepassing, ongeacht het stadium van de procedure. Dit geldt uiteraard evenzeer voor de hangende en de toekomstige geschillen.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,

G. DELSOIR

(1) Of tijdens het jaar van de stopzetting of de vermindering van de werkzaamheid.

(2) Het spreekt vanzelf dat indien de overname door de zoon van de werkzaamheid van zijn vader niet in het kader van het voortzettingsstelsel was gebeurd, enkel de nettowinst (of verliezen) met betrekking tot de door de zoon uitgeoefende werkzaamheid in aanmerking mogen genomen worden voor de vaststelling van het referte-inkomen in zijn hoofde.