Circulaire AFZ/INTERN.IB.2006/0549 d.d 12.10.2009
Belasting van niet-inwoners vennootschappen
Vennootschapsbelasting
Dividend
Definitief belast inkomen
Aftrek van DBI
Aftrekbaar bedrag
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen) en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
I. Inleiding
1. In zijn arrest van 12 februari 2009 in de zaak Belgische Staat tegen Cobelfret NV (C-138/07) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HJEG) geoordeeld dat artikel 4, lid 1, eerste streepje, van richtlijn 90/435/EEG van de Raad, van 23 juli 1990, betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een wettelijke regeling van een lidstaat die bepaalt dat de door een moedermaatschappij ontvangen dividenden in de belastbare basis van deze vennootschap worden opgenomen en daarna ten belope van 95 % daarvan worden afgetrokken voor zover er voor het betrokken belastbare tijdperk na aftrek van de andere vrijgestelde winsten een positief winstsaldo overblijft.
2. Dit arrest werd besproken in de circulaire Ci.RH.421/597.150 (AOIF 32/2009) van 23 juni 2009 van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, waarvan de richtlijnen als volgt luiden. Indien de in artikel 205, § 2, WIB 92 bepaalde beperking voor bepaalde "in aanmerking komende" dividenden werd toegepast voor een bepaald belastbaar tijdperk, moeten de DBI-overschotten worden overgedragen naar de volgende belastbare tijdperken. Deze regel is van toepassing op de dividenden die zijn verkregen tijdens belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 1992 en volgende. Bovendien worden die DBI waarvan de overschotten mogen worden overgedragen, in mindering gebracht na de DBI waarvan de overschotten niet mogen worden overgedragen.
3. Bijgevolg dient te worden vastgesteld welke dividenden in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten. Aangezien we ons bevinden in de fase van artikel 205 WIB 92 spreekt het vanzelf dat de dividenden die in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten, daaraan voorafgaand moeten voldoen aan de voorwaarden die zijn bepaald in de artikelen 202 en 203 WIB 92.
II. Dividenden die in aanmerking komen
A. Dochterondernemingen van lidstaten van de EG
4. De dividenden die in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten, zijn eerst en vooral die welke zijn betaald door dochterondernemingen die inwoner zijn van lidstaten van de EG niet zijnde België. Deze dividenden vallen onder de toepassing van richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, en worden dus beoogd door het arrest Cobelfret.
5. Voor de 11 Staten, niet zijnde België, die in 1992 lid waren van de EG, zijn de dividenden die in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten, die welke zijn betaald door dochterondernemingen die inwoner zijn van die 11 lidstaten en die door een moedermaatschappij die inwoner is van België zijn verkregen tijdens de belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende. De betrokken 11 lidstaten zijn : Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
6. Voor de Staten die zich na 1992 hebben aangesloten bij de EG, zijn de dividenden die in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten, die welke zijn betaald door dochterondernemingen die inwoner zijn van die 15 lidstaten en die door een Belgische moedermaatschappij zijn verkregen vanaf de datum van toetreding van die lidstaten. De betrokken 15 lidstaten zijn : Finland, Oostenrijk en Zweden (lidmaatschap op 1/1/1995); Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, de Slowaakse Republiek, en de Republiek Tsjechië (lidmaatschap op 1/5/2004); Bulgarije en Roemenië (lidmaatschap op 1/1/2007).
B. Belgische dochterondernemingen
7. Overeenkomstig punt 5 van de circulaire Ci.RH.421/597.150 (AOIF 32/2009) van 23 juni 2009 komen dividenden die zijn betaald door dochterondernemingen die inwoner zijn van België, eveneens in aanmerking voor de overdracht van DBI-overschotten wanneer ze door een moedermaatschappij die inwoner is van België zijn verkregen tijdens de belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende.
C. Dochterondernemingen van lidstaten van de Europese Economische Ruimte
8. België moet artikel 31 (vrijheid van vestiging) van het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Ruimte (EER) toepassen en moet vanaf 1/1/1994 elke discriminatie tussen binnenlandse dividenden en dividenden die zijn betaald door dochterondernemingen die in de lidstaten van de EER gevestigd zijn, opheffen. Hier worden bedoeld:
- de lidstaten van de EER die geen lid zijn van de EU, dat wil zeggen Ijsland, Liechtenstein en Noorwegen ; er wordt evenwel opgemerkt dat de dividenden die zijn betaald door dochterondernemingen die inwoner zijn van Liechtenstein, niet in aanmerking komen voor het DBI-stelsel op grond van artikel 203 WIB 92 (zie lijst van artikel 73/4 quater van het KB/WIB 92).
- drie lidstaten van de EU die zich van bij het begin, alvorens ze lid werden van de EU, aansloten bij het EER-Verdrag, dat wil zeggen Finland, Oostenrijk en Zweden.
De dividenden die zijn betaald door dochterondernemingen die inwoner zijn van Finland, Ijsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden, en die door een moedermaatschappij die inwoner is van België zijn verkregen vanaf 1 januari 1994, komen dus in aanmerking voor de overdracht van DBI-overschotten (zie ook punt 5 van de circulaire Ci.RH.421/597.150 (AOIF 32/2009) van 23 juni 2009).
D. Overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting
9. België heeft met een aantal landen een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten waarin een clausule is opgenomen waarin België aanvaardt dat de dividenden die door een dochteronderneming die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat zijn betaald aan een moedermaatschappij die inwoner is van België "zijn vrijgesteld van de vennootschapsbelasting in België voor zover deze vrijstelling zou worden verleend indien beide vennootschappen inwoner van België waren".
10. In dat geval komen ook de dividenden die zijn betaald door dochterondernemingen die in die overeenkomstsluitende Staten zijn gevestigd, in aanmerking voor de overdracht van DBI-overschotten wanneer :
- de dividenden verbonden zijn aan een belastbaar tijdperk waarvoor de overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting van toepassing is ; en
- de overdracht van DBI-overschotten voor dat belastbaar tijdperk van toepassing is op de dividenden die door een vennootschap die inwoner is van België zijn betaald aan een andere vennootschap die inwoner is van België (dat wil zeggen ten vroegste voor de belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 1992).
11. De vennootschappen die inwoner zijn van België en die het voordeel van een verdragsbepaling wensen te genieten die voorziet in een gelijke behandeling tussen de dividenden die zijn betaald door een vennootschap die inwoner is van de partnerstaat en die welke zijn betaald door een vennootschap die inwoner is van België, kunnen beroep indienen op twee manieren:
- ofwel intern beroep zoals beschreven in punt 14 van de circulaire Ci.RH.421/597.150 (AOIF 32/2009) van 23 juni 2009 ;
- ofwel de regeling voor onderling overleg waarin de desbetreffende overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting voorziet.
Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen genomen door een overeenkomstsluitende Staat of door beide overeenkomstsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst, kan hij, onverminderd de rechtsmiddelen waarin het interne recht van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende Staat waarvan hij inwoner is. Het geval moet over het algemeen worden voorgelegd binnen de drie jaar nadat de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de Overeenkomst, voor het eerst te zijner kennis is gebracht. De termijn van drie jaar waarin is voorzien voor het indienen van de procedure, heeft tot doel de administraties te behoeden voor laattijdige bezwaarschriften. Het aanvangspunt van de termijn, zijnde "de dag dat de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de Overeenkomst, voor het eerst te zijner kennis is gebracht", moet worden uitgelegd op de wijze die het meest voordelig is voor de belastingplichtige (paragraaf 21 van de Commentaar bij artikel 25 van het OESO-Model van belastingovereenkomst). De maatregel waarvan sprake kan bovendien een individuele maatregel of een maatregel van algemene aard zijn.
In deze omstandigheden moet de publicatie op 23 juni 2009 van de circulaire Ci.RH.421/597.150 (AOIF 32/2009) worden beschouwd als de eerste kennisgeving van de maatregel die door België is genomen die, met terugwerkende kracht, een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met een bepaling inzake gelijkheid van behandeling van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting. Het is immers op basis van deze circulaire dat het arrest van het HJEG van 12 februari 2009 in de zaak Belgische Staat tegen Cobelfret NV daadwerkelijk werd uitgebreid tot de dividenden die door een vennootschap die inwoner is van België zijn betaald aan een andere vennootschap die inwoner is van België. De termijn waarin is voorzien voor het indienen van een regeling voor onderling overleg begint bijgevolg te lopen vanaf 23 juni 2009.
12. De dividenden die zijn betaald door vennootschappen die inwoner zijn van sommige lidstaten van de EG of van de EER kunnen voor sommige belastbare tijdperken de overdracht van DBI-overschotten genieten, zowel op grond van het arrest van het HJEG van 12 februari 2009 als op grond van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting. In een dergelijk geval kan een vennootschap die inwoner is van België eveneens opteren om een regeling voor onderling overleg in te dienen op basis van de toepassing van de overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting.
Hoofdstuk IV van deze circulaire bevat een samenvattende tabel waarin per land de toepasselijke bepalingen worden opgegeven.
III. Dividenden die niet in aanmerking komen
13. De dividenden die zijn betaald door dochterondernemingen die gevestigd zijn in Staten die niet in onderstaande tabel zijn vermeld, komen in principe niet in aanmerking voor de overdracht van DBI-overschotten. Indien de Belgische vennootschap die dergelijke dividenden verkrijgt, evenwel kan aantonen, rekening houdend zowel met het onderwerp van het DBI-stelsel als met feiten, dat haar deelneming in de uitkerende vennootschap niet betekent dat ze invloed heeft op de beslissingen van die vennootschap noch dat ze zou kunnen de activiteiten ervan bepalen en dat het bijgevolg de bepalingen van het EG-Verdrag inzake het vrij verkeer van kapitaal zijn die moeten worden toegepast, dient te worden nagegaan of artikel 56 van het Verdrag tot oprichting van de EG(1) strijd is met de gedifferentieerde behandeling van deze dividenden ten opzichte van Belgische dividenden. Dit is in overeenstemming met de beschikking van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 4 juni 2009 in de gevoegde zaken C-439/07 en C-499/07. In geval van twijfel aangaande dit onderwerp worden de ambtenaren verzocht de bevoegde centrale diensten van de AOIF of van de AFZ om advies te vragen.
()Artikel 56 EG verbiedt beperkingen inzake kapitaalbewegingen tussen België en derde landen van de EG
IV. Samenvattende tabel - Toestand op 1 september 2009
Dividenden die in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten
| Woonstaat van de uitkerende dochteronderneming | In werking | Einde van de inwerkingtreding (DBV) |
| Australië (DBV) Artikel 24, 2), c), van het DBV van 13.10.1977 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Bangladesh (DBV) Artikel 23, §1, c), van het DBV van 18.10.1990 | Belastbare tijdperken verbonden aan elk aanslagjaar dat aanvangt vanaf 1 januari 1998 en volgende | |
| België | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Brazilië (DBV) Artikel 23, 2, 3°, a), van het DBV van 23.06.1972, opgeheven door artikel VIII van het aanvullend DBV van 20.11.2002 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2008 |
| Bulgarije (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 januari 2007 | |
| Canada (DBV) Artikel 23, §1, d), van het DBV van 29.05.1975, opgeheven door het DBV van 23.05.2002 (art. 23, 1, c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 2005 en volgende |
| China (DBV) Artikel 23, § 1, c), van het DBV van 18.04.1985, opgeheven door artikel V van het aanvullend Protocol van 27.11.1996 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2001 |
| Cyprus (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 | |
| Denemarken (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, § 1, 3°, van het DBV van 16.10.1969 opgeheven door artikel 13 van het aanvullend Protocol van 27.09.1999 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 2004 en volgende |
| Duitsland (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, (2), 3°, a), van het DBV van 11.04.1967 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Egypte (DBV) Artikel 23, § 2, c), van het DBV van 03.01.1991 | Belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 1 januari 1998 en volgende | |
| Estland (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 | |
| Filippijnen (DBV) Artikel 23, 1, c), van het DBV van 02.10.1976, opgeheven door artikel VIII van het aanvullend Protocol van 11.03.1996 (art. 23, 1, c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2000 |
| Finland (EER) Finland (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 januari 1994 tot 31 december 1994 Dividenden verkregen vanaf 1 januari 1995 | |
| Frankrijk (EG-Verdrag) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Gabon (DBV) Artikel 23, §1, 3°, van het DBV van 14.01.1993 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 2006 en volgende | |
| Griekenland (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, 2, e), van het DBV van 24.05.1968, opgeheven door het DBV van 25.05.2004 (art. 22, 2, (c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 2005 en volgende |
| Groothertogdom Luxemburg (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, § 2, 3°, van het DBV van 17.09.1970 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Hongarije (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, (2), (c), van het DBV van 19.07.1982 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Ierland (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, § 1, 3°, van het DBV van 24.06.1970 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Ijsland (EER) | Dividenden verkregen vanaf 1 januari 1994 | |
| India (DBV) Artikel 23, § 3, (b), (i) van het DBV van 07.02.1984, opgeheven door het DBV van 26.04.1993 (art. 23, 3, (c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1999 en volgende |
| Israel (DBV) Artikel 23, § 1, (a), (i) van het DBV van 13.07.1972 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Italië (EG-Verdrag) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Ivoorkust (DBV) Artikel 22, § 1, 3°, van het DBV van 25.11.1977 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Japan (DBV) Artikel 23, (2), (a), (i), van het DBV van 28.03.1968 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Koeweit (DBV) Artikel 23, 2, (c), van het DBV van 10.03.1990 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 2001 en volgende | |
| Korea (DBV) Artikel 22, § 1, c), van het DBV van 29.08.1977, opgeheven door artikel 9 van het aanvullend DBV van 20.04.1994 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1997 en volgende |
| Letland (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 | |
| Litouwen (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 | |
| Maleisië (DBV) Artikel 23, § 3, (a), (i), van het DBV van 24.10.1973 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Malta (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, (1), (c), van het DBV van 28.06.1974, opgeheven door artikel V van het aanvullend DBV van 23.06.1993 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 (DBV) Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 (EG-Verdrag) | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 1993 en volgende |
| Marokko (DBV) Artikel 20, § 1, 3°, a) van het DBV van 04.05.1972, opgeheven door het DBV van 31.05.2006 (art. 23, 1, b)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2010 |
| Nederland (DBV en EG-Verdrag) Artikel 24, § 2, 3°, van het DBV van 19.10.1970, opgeheven door het DBV van 05.06.2001 (art. 23, 1, c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 2004 en volgende |
| Nieuw-Zeeland (DBV) Artikel 23, 2, d), van het DBV van 15.09.1981 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Nigeria (DBV) Artikel 23, § 2, (c), van het DBV van 20.11.1989 | Belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 1 januari 1995 en volgende | |
| Noorwegen (DBV) Artikel 24, 2, (c), van het DBV van 14.04.1988 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Oostenrijk (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, § 2, 3°, a) van het DBV van 29.12.1971 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Pakistan (DBV) Artikel 23, 2, d), van het DBV van 17.03.1980 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Polen (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, 2, 3°, van het DBV van 14.09.1976, opgeheven door het DBV van 20.08.2001 (art. 23, 1, c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2005 |
| Portugal (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, § 2, 3°, van het DBV van 16.07.1969, opgeheven door artikel XI van het aanvullend DBV van 06.03.1995 (art. 22, §1, 3°) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2002 |
| Roemenië (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 januari 2007 | |
| Senegal (DBV) Artikel 22, § 1, c), van het DBV van 29.09.1987 | Belastbare tijdperken die aanvangen na 6 januari 1993 | |
| Singapore (DBV) Artikel 23, § 3, a), i), van het DBV van 08.02.1972, opgeheven door artikel VI van het aanvullend DBV van 10.12.1996 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1998 en volgende |
| Slovenië (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 | |
| Slowaakse Republiek (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, A, c), van het DBV met Tsjechoslowakije van 19.06.1975, opgeheven door het DBV van 15.01.1997 (art. 23, § 1, c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende (DBV) Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 (EG-Verdrag) | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 2002 en volgende |
| Spanje (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, § 4, van het DBV van 24.09.1970, opgeheven door het DBV van 14.06.1995 (art. 23, 2, (c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 2004 en volgende |
| Sri Lanka (DBV) Artikel 23, 2, c) van het DBV van 03.02.1983 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Thailand (DBV) Artikel 23, 1, d), van het DBV van 16.10.1978 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Tsjechische Republiek (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, A, c), van het DBV met Tsjechoslowakije van 19.06.1975, opgeheven door het DBV van 16.12.1996 (art. 23, 2, c)) | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende (DBV) Dividenden verkregen vanaf 1 mei 2004 (EG-Verdrag) | Het DBV houdt op van toepassing te zijn op belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 1 januari 2001 |
| Tunesië (DBV) Artikel 21, § 2, 3°, a) van het DBV van 22.02.1975 Ad artikel 23, paragraaf 2 van het Slotprotocol bij het DBV van 07.10.2004 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Turkije (DBV) Artikel 23, 1, c) van het DBV van 02.06.1987 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Verenigd Koninkrijk (DBV en EG-Verdrag) Artikel 23, 2, (c), van het DBV van 01.06.1987 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Verenigde Staten (DBV) Artikel 23, (3), d), van het DBV van 09.07.1970 Artikel 22, 1, c), van het DBV van 27.11.2006 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende | |
| Zweden (EER) Zweden (EG-Verdrag) | Dividenden verkregen vanaf 1 januari 1994 tot 31 december 1994 Dividenden verkregen vanaf 1 januari 1995 | |
| Zwitserland (DBV) Artikel 24, § 1, 3°, van het DBV van 28.08.1978 | Belastbare tijdperken verbonden aan aanslagjaar 1992 en volgende |
De Minister van Financiën,
D. Reynders
