Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 30.07.1993
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 30.07.1993
Bull. nr. 731, pag. 2717
V/101
Art. 35
"Art. 344. - Aan de Administratie der directe belastingen kan niet worden tegengeworpen, de verkoop, de cessie of de inbreng van aandelen, obligaties, schuldvorderingen of andere titels tot vestiging van leningen, uitvindingsoctrooien, fabricageprocédés, fabrieks- of handelsmerken, of alle andere soortgelijke rechten, of geldsommen, aan een in artikel 227 vermelde belastingplichtige die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar hij is gevestigd, niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen of ter zake van de inkomsten uit de vervreemde goederen en rechten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling is onderworpen dan die waaraan soortgelijke inkomsten in België zijn onderworpen, tenzij de belastingplichtige bewijst dat de verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, ofwel dat hij voor de verrichting een werkelijke tegenwaarde heeft ontvangen die een bedrag aan inkomsten opbrengt waarop in België een werkelijke belastingdruk weegt die, vergeleken met de belastingdruk welke zonder die verrichting zou bestaan, als normaal kan worden aangemerkt".
Art. 47, § 11
"Artikel 35 is van toepassing op de akten die vanaf 27 maart 1992 zijn opgesteld".
II. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN
A. Inleiding
V/102
Overeenkomstig het vroegere art. 344, 1e lid, WIB 92, kan aan de administratie der directe belastingen niet worden tegengeworpen de akte van verkoop, cessie of inbreng van aandelen, obligaties, schuldvorderingen of andere titels tot vestiging van leningen, uitvindingsoctrooien, fabricageprocédés, fabrieks- of handelsmerken, en alle andere, soortelijke rechten, aan een in het buitenland gevestigde holdingvennootschap die er onderworpen is aan een belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht, tenzij de belastingplichtige bewijst dat de verrichting aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard tegemoet komt, of wel dat hij voor de verrichting een werkelijke tegenwaarde heeft ontvangen die een bedrag aan inkomsten opbrengt waarop in België een werkelijke belastingdruk weegt die, vergeleken met de belastingdruk welke zonder die verrichting zou bestaan, als normaal kan worden aangemerkt.
Krachtens het 2e lid van genoemd art. geldt hetzelfde voor de akte van verkoop, cessie of inbreng van de vermelde elementen, aan een persoon of onderneming gevestigd in een belastingparadijs.
V/103
Art. 35, W. 28.07.1992, heeft aan de voorgaande bepaling de volgende wijzigingen aangebracht :
V/104
De weglating van het woord "akte" in art. 344, WIB 92, werd door de Raad van State geadviseerd. Zij is verantwoord door het feit dat niet het niet-tegenwerpbaar zijn van de akte van verkoop, cessie of inbreng is beoogd, maar wel het niet-tegenwerpbaar zijn van de juridische handeling zelf, los van elke akte (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991 -1992, stuk 444/1, blz. 93).
V/105
Ditzelfde standpunt werd reeds vroeger ingenomen (zie nr. 344/4 en 5, Com.IB 92).
C. Toevoeging van het begrip "geldsommen"
1. Bedoeling
V/106
In navolging van wat art. 344, WIB 92 (zie 344/1, Com.IB 92) tot hiertoe nastreefde, is het de bedoeling door de toevoeging van het begrip "geldsommen" te voorkomen dat de verkoop, cessie of inbreng van andere elementen (aandelen, obligaties, enz.) plaatsvindt vóór de beoogde transfer om op die manier aan de toepassingsvoorwaarden van vermeld art. te ontsnappen (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/9, blz. 161).
Het is de bedoeling de inbrengen van geldsommen te beogen, ongeacht of die sommen in contanten, met cheques of via overschrijving worden gestort (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/1, blz. 94).
2. Luxemburgse BEVEK's
V/107
Gelet op de nieuwe bepalingen is de vraag gesteld hoe het staat met de Luxemburgse BEVEK's waarvan de vergunning tot uitgifte werd verleend overeenkomstig de Belgische wetgeving. In zijn antwoord heeft de Minister onderstreept dat bedoelde BEVEK's, die zijn toegestaan en een openbaar karakter hebben (dat wil zeggen open voor het publiek), niet langer aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan soortgelijke inkomsten in België zijn onderworpen omdat de Belgische BEVEK's ook nagenoeg vrijgesteld zijn van belastingen (Gedr. St., Senaat, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 425-2, blz. 105).
D. Begunstigde van de verrichting
V/108
De bedoelde verkopen, cessies en inbrengen zijn degene gerealiseerd met een in art. 227, WIB 92, vermelde belastingplichtige die een gunstigere belastingregeling geniet in het land waar hij is gevestigd.
V/109
De verwijzing naar art. 227, WIB 92, veralgemeent het begrip van begunstigde van de verrichting tot elke persoon, die krachtens dat artikel aan de BNI onderworpen is. Praktisch gezien moet het toepassingsgebied van de bepaling evenwel niet worden gewijzigd (zie 344/2, Com.IB 92; zie eveneens V/110).
E. Herleiding van de tekst tot één enkel lid
V/110
Uitgaande van de nieuwe in art. 26 en 54, WIB 92, gebruikte terminologie, bevat de nieuwe tekst van art. 344, WIB 92, slechts één enkel lid, doch zulks vermindert geenszins de draagwijdte ervan (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/1, blz. 7).
F. Inwerkingtreding
V/111
De nieuwe tekst van art. 344, WIB 92, is van toepassing op de akten die zijn opgesteld vanaf 27.03.1992, dag van de aankondiging van de maatregel door de Regering.
III. TEGENBEWIJS
V/112
De manier waarop de belastingplichtige het wettelijk vermoeden van simulatie, dat door art. 344, WIB 92, aan de bedoelde verrichtingen wordt gehecht, kan teniet doen, is niet gewijzigd.
In dit verband wordt verwezen naar 344/6 en 7, Com.IB 92.
IV. VOORAFGAANDE FISCALE AKKOORDEN
V/113
Krachtens art. 345, § 1, 1°, WIB 92 geeft de Administratie der directe belastingen een voorafgaand schriftelijk akkoord omtrent het feit dat een verrichting als vermeld in art. 344, WIB 92, wel degelijk aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard beantwoordt.
De toepassingsregels van art. 345, WIB 92, zijn bepaald door KB 09.11.1992 tot oprichting van een commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden (V. 2207 - Bull. 723, blz. 35). Art. 345 WIB 92, maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke commentaar.
V. OPMERKING : ONROERENDE GOEDEREN
V/114
Het oorspronkelijk ontwerp tot wijziging van art. 344, WIB 92, beoogde eveneens de toevoeging van de woorden "onroerende goederen" aan de vermelde elementen.
V/115
Door een amendement van de Regering is van deze toevoeging afgezien. Naar aanleiding daarvan heeft de Minister onderstreept (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/9, blz. 162) dat de inbreng van onroerende goederen in een buitenlandse vennootschap geen aanleiding geeft tot een fiscaal voordeel en bijgevolg niet in de in art. 344, WIB 92, bedoelde hypothesen, moet worden opgenomen. Als het gaat om in België gelegen onroerende goederen blijven de inkomsten ervan immers in België belastbaar, terwijl de inkomsten ervan immers in België belastbaar, terwijl de inkomsten van in het buitenland gelegen onroerende goederen over het algemeen zijn vrijgesteld op grond van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting (de woorden "over het algemeen" verwijzen naar de gebruikelijke regel inzake de toekenning van de bevoegdheid om belastingen te heffen op meerwaarden die op onroerende goederen werden verwezenlijkt).
Bull. nr. 731, pag. 2717
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Inbreng van geldsommen aan niet-inwoners
INBRENG
Inbreng van geldsommen aan niet-inwoners
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op art. 35 en 47, § 11, W 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen betreffende de in bepaalde gevallen niet aan de Administratie der directe belastingen tegenstelbare inbrengen van geldsommen aan niet-inwoners, die aan een gunstigere belastingregeling zijn onderworpen.
INHOUDSTAFEL I. WETTEKST V/101 II. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN A. Inleiding V/102 B. Weglating van het woord "akte" V/104 C. Toevoeging van het begrip "geldsommen" 1. Bedoeling V/106 2. Luxemburgse BEVEK's V/107 D. Begunstigde van de verrichting V/108 E. Herleiding van de tekst tot één enkel lid V/110 F. Inwerkingtreding V/111 III. TEGENBEWIJS V/112 IV. VOORAFGAANDE FISCALE AKKOORDEN V/113 V. OPMERKING : ONROERENDE GOEDEREN V/114I. WETTEKST
| W. | 28.07.1992 |
Art. 35
| Art. | 344, WIB 92, wordt vervangen door volgende bepaling : |
Art. 47, § 11
"Artikel 35 is van toepassing op de akten die vanaf 27 maart 1992 zijn opgesteld".
II. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN
A. Inleiding
V/102
Overeenkomstig het vroegere art. 344, 1e lid, WIB 92, kan aan de administratie der directe belastingen niet worden tegengeworpen de akte van verkoop, cessie of inbreng van aandelen, obligaties, schuldvorderingen of andere titels tot vestiging van leningen, uitvindingsoctrooien, fabricageprocédés, fabrieks- of handelsmerken, en alle andere, soortelijke rechten, aan een in het buitenland gevestigde holdingvennootschap die er onderworpen is aan een belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht, tenzij de belastingplichtige bewijst dat de verrichting aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard tegemoet komt, of wel dat hij voor de verrichting een werkelijke tegenwaarde heeft ontvangen die een bedrag aan inkomsten opbrengt waarop in België een werkelijke belastingdruk weegt die, vergeleken met de belastingdruk welke zonder die verrichting zou bestaan, als normaal kan worden aangemerkt.
Krachtens het 2e lid van genoemd art. geldt hetzelfde voor de akte van verkoop, cessie of inbreng van de vermelde elementen, aan een persoon of onderneming gevestigd in een belastingparadijs.
V/103
Art. 35, W. 28.07.1992, heeft aan de voorgaande bepaling de volgende wijzigingen aangebracht :
- het woord "akte" is weggelaten;
- de "geldsommen" zijn toegevoegd aan de elementen die het voorwerp van de bedoelde verrichtingen kunnen zijn;
- de begunstigde van de verrichtingen wordt omschreven door verwijzing naar art. 227, WIB 92, betreffende de personen onderworpen aan de BNI;
- art. 344, WIB 92, bestaat nog slechts uit één lid.
V/104
De weglating van het woord "akte" in art. 344, WIB 92, werd door de Raad van State geadviseerd. Zij is verantwoord door het feit dat niet het niet-tegenwerpbaar zijn van de akte van verkoop, cessie of inbreng is beoogd, maar wel het niet-tegenwerpbaar zijn van de juridische handeling zelf, los van elke akte (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991 -1992, stuk 444/1, blz. 93).
V/105
Ditzelfde standpunt werd reeds vroeger ingenomen (zie nr. 344/4 en 5, Com.IB 92).
C. Toevoeging van het begrip "geldsommen"
1. Bedoeling
V/106
In navolging van wat art. 344, WIB 92 (zie 344/1, Com.IB 92) tot hiertoe nastreefde, is het de bedoeling door de toevoeging van het begrip "geldsommen" te voorkomen dat de verkoop, cessie of inbreng van andere elementen (aandelen, obligaties, enz.) plaatsvindt vóór de beoogde transfer om op die manier aan de toepassingsvoorwaarden van vermeld art. te ontsnappen (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/9, blz. 161).
Het is de bedoeling de inbrengen van geldsommen te beogen, ongeacht of die sommen in contanten, met cheques of via overschrijving worden gestort (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/1, blz. 94).
2. Luxemburgse BEVEK's
V/107
Gelet op de nieuwe bepalingen is de vraag gesteld hoe het staat met de Luxemburgse BEVEK's waarvan de vergunning tot uitgifte werd verleend overeenkomstig de Belgische wetgeving. In zijn antwoord heeft de Minister onderstreept dat bedoelde BEVEK's, die zijn toegestaan en een openbaar karakter hebben (dat wil zeggen open voor het publiek), niet langer aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan soortgelijke inkomsten in België zijn onderworpen omdat de Belgische BEVEK's ook nagenoeg vrijgesteld zijn van belastingen (Gedr. St., Senaat, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 425-2, blz. 105).
D. Begunstigde van de verrichting
V/108
De bedoelde verkopen, cessies en inbrengen zijn degene gerealiseerd met een in art. 227, WIB 92, vermelde belastingplichtige die een gunstigere belastingregeling geniet in het land waar hij is gevestigd.
V/109
De verwijzing naar art. 227, WIB 92, veralgemeent het begrip van begunstigde van de verrichting tot elke persoon, die krachtens dat artikel aan de BNI onderworpen is. Praktisch gezien moet het toepassingsgebied van de bepaling evenwel niet worden gewijzigd (zie 344/2, Com.IB 92; zie eveneens V/110).
E. Herleiding van de tekst tot één enkel lid
V/110
Uitgaande van de nieuwe in art. 26 en 54, WIB 92, gebruikte terminologie, bevat de nieuwe tekst van art. 344, WIB 92, slechts één enkel lid, doch zulks vermindert geenszins de draagwijdte ervan (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/1, blz. 7).
F. Inwerkingtreding
V/111
De nieuwe tekst van art. 344, WIB 92, is van toepassing op de akten die zijn opgesteld vanaf 27.03.1992, dag van de aankondiging van de maatregel door de Regering.
III. TEGENBEWIJS
V/112
De manier waarop de belastingplichtige het wettelijk vermoeden van simulatie, dat door art. 344, WIB 92, aan de bedoelde verrichtingen wordt gehecht, kan teniet doen, is niet gewijzigd.
In dit verband wordt verwezen naar 344/6 en 7, Com.IB 92.
IV. VOORAFGAANDE FISCALE AKKOORDEN
V/113
Krachtens art. 345, § 1, 1°, WIB 92 geeft de Administratie der directe belastingen een voorafgaand schriftelijk akkoord omtrent het feit dat een verrichting als vermeld in art. 344, WIB 92, wel degelijk aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard beantwoordt.
De toepassingsregels van art. 345, WIB 92, zijn bepaald door KB 09.11.1992 tot oprichting van een commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden (V. 2207 - Bull. 723, blz. 35). Art. 345 WIB 92, maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke commentaar.
V. OPMERKING : ONROERENDE GOEDEREN
V/114
Het oorspronkelijk ontwerp tot wijziging van art. 344, WIB 92, beoogde eveneens de toevoeging van de woorden "onroerende goederen" aan de vermelde elementen.
V/115
Door een amendement van de Regering is van deze toevoeging afgezien. Naar aanleiding daarvan heeft de Minister onderstreept (Gedr. St., Kamer, Buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/9, blz. 162) dat de inbreng van onroerende goederen in een buitenlandse vennootschap geen aanleiding geeft tot een fiscaal voordeel en bijgevolg niet in de in art. 344, WIB 92, bedoelde hypothesen, moet worden opgenomen. Als het gaat om in België gelegen onroerende goederen blijven de inkomsten ervan immers in België belastbaar, terwijl de inkomsten ervan immers in België belastbaar, terwijl de inkomsten van in het buitenland gelegen onroerende goederen over het algemeen zijn vrijgesteld op grond van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting (de woorden "over het algemeen" verwijzen naar de gebruikelijke regel inzake de toekenning van de bevoegdheid om belastingen te heffen op meerwaarden die op onroerende goederen werden verwezenlijkt).
Bron: FisconetPlus
