Circulaire nr. Ci.R9.NL/392.562 dd. 06.08.1992

CIRC 06.08.92/1

Circulaire nr. Ci.R9.NL/392.562 dd. 06.08.1992


Bull. nr. 721, pag. 2910

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Heffingsbevoegdheid.
Nederland.

GRENSARBEIDER
Heffingsbevoegdheid.


Richtlijnen i.v.m. de toepassing van art. 15, § 3, 1° van het Belgisch-Nederlandse dubbelbelastingverdrag (grensarbeidersregeling).

Reeds enige tijd bestond er tussen de Belgische en de Nederlandse belastingautoriteiten verschil van inzicht over de interpretatie van de destijds, voor de toepassing van de in art. 15, § 3, 1°, van het Belgisch- Nederlandse dubbelbelastingverdrag neergelegde grensarbeidersregeling overeengekomen aanvullende regels in de gevallen waarin grensarbeiders een beperkt aantal dagen buiten de grensstreek werkzaam zijn (zie Com.Ov. nr. 15/62).

Er werd destijds de volgende regeling getroffen :

  • de hoedanigheid van grensarbeider wordt niet geweigerd aan de grensarbeider, inwoner van een van de twee Staten, die ten hoogste 45 werkdagen per kalenderjaar zijn werkzaamheden in dienst van zijn werkgever uitoefent in een buiten de grensstreek van de andere Staat gelegen plaats.
  • indien een werknemer echter zijn werkzaamheden als grensarbeider gedurende een kortere periode dan een kalenderjaar heeft uitgeoefend, bedraagt de afwijking waarvan sprake hiervoor 20 % van de werkdagen in die periode, doch in geen geval meer dan 45 dagen.


Inzonderheid werd dienaangaande de vraag gesteld of arbeidswerkdagen gepresteerd in de woonstaat van de werknemer of in derde landen in aanmerking dienen te worden genomen voor het vaststellen van het aantal werkdagen buiten de grensstreek van de andere Staat. Ook werd gevraagd of in voormelde regeling gehele werkdagen worden bedoeld.

Ter oplossing van dit interpretatieprobleem is recentelijk met de Nederlandse Belastingadministratie op grond van art. 26, § 3 van voormeld verdrag overeengekomen dat voor de toepassing van vorenbedoelde regeling een halve werkdag of een kwart werkdag als een gehele werkdag wordt aangemerkt, terwijl de werkdagen die door een grensarbeider worden doorgebracht in de woonstaat en in een derde staat niet in aanmerking worden genomen;

Eveneens in het kader van voormeld art. 26, § 3 werd overeengekomen dat de hoedanigheid van grensarbeider evenmin geweigerd wordt aan de grensarbeider, inwoner van een van de twee Staten, die als chauffeur in dienst van een transportonderneming vanuit een vast punt in de grensstreek van de andere Staat zijn werkzaamheden aanvangt, ongeacht of die werkzaamheden worden verricht in en buiten de grensstreek, in de woonstaat of in een derde staat.

Het bovenstaande is van toepassing vanaf het inkomstenjaar 1992, alsmede voor de inkomstenjaren daarvoor indien voor die jaren bezwaarschriften zijn ingediend.