Circulaire nr. AFZ/2003-0136 - AFZ/2003-0912 (AFZ 3/2005) van 08.02.2005
CIRC 08.02.05/1
GEWEST
Bevoegdheid van het Waalse Gewest
ONROERENDE VOORHEFFING
Aanslagvoet van de OV
Vermindering van de OV
Vrijstelling van de OV
VERMINDERING VAN DE OV
Vermindering voor gehandicapte persoon
Vermindering voor kinderlast
Vermindering voor persoon ten laste
VRIJSTELLING VAN DE OV
Materieel en outillering
Onroerend goed aangewend als serviceflat
Onroerend goed gebruikt voor de opvang en huisvesting van personen met een handicap
Onroerend goed gebruikt voor de opvang van kinderen onder drie jaar
Bevoegdheid van het Waalse Gewest
ONROERENDE VOORHEFFING
Aanslagvoet van de OV
Vermindering van de OV
Vrijstelling van de OV
VERMINDERING VAN DE OV
Vermindering voor gehandicapte persoon
Vermindering voor kinderlast
Vermindering voor persoon ten laste
VRIJSTELLING VAN DE OV
Materieel en outillering
Onroerend goed aangewend als serviceflat
Onroerend goed gebruikt voor de opvang en huisvesting van personen met een handicap
Onroerend goed gebruikt voor de opvang van kinderen onder drie jaar
Commentaar op de decreten van 22.10.2003 en op het programmadecreet van 18.12.2003 van het Ministerie van het Waalse Gewest inzake onroerende voorheffing.
Aan al de ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie en van de sector directe belastingen - directie invordering.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire geeft een eerste commentaar op de decreten van 22.10.2003 van het Ministerie van het Waalse Gewest houdende wijziging van de artikelen 253, 255, 257, 258 en 518 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 19.11.2003) en van de artikelen 14 tot 15bis van het programmadecreet van 18.12.2003 houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken (BS 6.2.2004).
2. Het decreet van 22.10.2003 houdende wijziging van de artikelen 253, 255 en 518 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), hierna D1 22.10.2003 genoemd, past de aanslagvoet aan van de goederen welke onderworpen zijn aan de onroerende voorheffing, wijzigt de minimale gebruikswaarde van het materieel en de outillage onderworpen aan de onroerende voorheffing en voorziet in de bevriezing van de indexering van het kadastraal inkomen dat als uitgangspunt dient voor het berekenen van de onroerende voorheffing op het materieel en de outillage aan de index van het jaar 2002.
3
. Het decreet van 22.10.2003 houdende wijziging van de artikelen 257 en 258, WIB 92, hierna D2 22.10.2003 genoemd, voorziet in de hervorming van het stelsel van de verminderingen van de onroerende voorheffing.
4. Het programmadecreet van 18.12.2003 houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken voorziet, voor wat de onroerende voorheffing in het Waalse Gewest betreft
, in het in aanmerking nemen van de wettelijk samenwonende bij het berekenen van de verminderingen van de onroerende voorheffing (art. 14 en 15) en in de uitbreiding van het toepassingsveld van de vrijstellingen voor onroerende goederen die aan een bepaalde bestemming beantwoorden (art 15bis).
II. WETTELIJKE BEPALINGEN
A.
Decreet van 22.10.2003 houdende wijziging van de artikelen 253, 255 en 518, WIB 92
5.
Art. 2. - Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998 alsmede bij het decreet van 6 december 2001, gewijzigd als volgt :
1°… ;
2° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
"4° van het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, als dat kadastraal inkomen, berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484, niet hoger is dan 795 euro per kadastraal perceel;";
1°… ;
2° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
"4° van het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, als dat kadastraal inkomen, berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484, niet hoger is dan 795 euro per kadastraal perceel;";
3° … ;
4° in punt 1°, worden de woorden", met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar" toegevoegd na de woorden "in artikel 12, § 1".
6.
Art. 3. - Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 255 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994 en aangevuld bij het decreet van 1 december 1988, vervangen als volgt :
"Art. 255.- § 1. De onroerende voorheffing bedraagt 1,25 % van het kadastraal inkomen zoals het vastgelegd is op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig artikel 518.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen toebehorend aan bouwmaatschappijen die door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zijn erkend, voor eigendommen die als sociale woningen worden verhuurd en aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en aan gemeenten toebehoren, alsmede voor eigendommen die aan de Nationale Landmaatschappij of aan door haar erkende maatschappijen toebehoren en als sociale woningen worden verhuurd.
"Art. 255.- § 1. De onroerende voorheffing bedraagt 1,25 % van het kadastraal inkomen zoals het vastgelegd is op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig artikel 518.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen toebehorend aan bouwmaatschappijen die door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zijn erkend, voor eigendommen die als sociale woningen worden verhuurd en aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en aan gemeenten toebehoren, alsmede voor eigendommen die aan de Nationale Landmaatschappij of aan door haar erkende maatschappijen toebehoren en als sociale woningen worden verhuurd.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 %, enerzijds, voor woningen toebehorend aan de Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij alsmede aan door haar erkende maatschappijen en, anderzijds, voor eigendommen van het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen) die verhuurd worden in het kader van zijn huurtegemoetkomingsverrichtingen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, bedraagt de onroerende voorheffing voor het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, 1,25 % van het kadastraal inkomen berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484 en vermenigvuldigd met de coëfficiënt verkregen na deling van het gemiddelde van de prijsindexen van het jaar 2002 door het gemiddelde van de prijsindexen van de jaren 1988 en 1989."
7.
Art. 4. - Wat het Waalse Gewest betreft, worden in artikel 518, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de leestekens ", § 1, " ingevoegd tussen "255" en "en 277".
8.
Art. 5.- Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2004.
9.
Art. 2.- § 1. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen als volgt :
"Die vermindering bedraagt 250 euro voor een groot-oorlogsverminkte en 125 euro voor een gehandicapte persoon, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar de door de groot-oorlogsverminkte of de gehandicapte persoon betrokken woning gelegen is)];".
"Die vermindering bedraagt 250 euro voor een groot-oorlogsverminkte en 125 euro voor een gehandicapte persoon, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar de door de groot-oorlogsverminkte of de gehandicapte persoon betrokken woning gelegen is)];".
§ 2. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257, 3°, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen als volgt :
"Die vermindering bedraagt 250 euro voor iedere gehandicapte persoon ten laste en 125 euro voor ieder niet- gehandicapt kind ten laste, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];".
"Die vermindering bedraagt 250 euro voor iedere gehandicapte persoon ten laste en 125 euro voor ieder niet- gehandicapt kind ten laste, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];".
§ 3. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aangevuld met een 3°bis, luidend als volgt :
"3°bis. een vermindering van de onroerende voorheffing betreffende het onroerend goed betrokken door het hoofd van een gezin met een persoon ten laste die niet bedoeld wordt in 3° en die deel uitmaakt van zijn gezin of van het gezin van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, met uitzondering van de echtgenoot of wettelijk samenwonende.
Die vermindering bedraagt 125 euro voor iedere persoon ten laste bedoeld in het vorige lid, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];".
Die vermindering bedraagt 125 euro voor iedere persoon ten laste bedoeld in het vorige lid, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)];".
§ 4. Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aangevuld met het volgende lid :
"De Waalse Regering kan het bedrag van de bovenvermelde verminderingen van 125 en 250 euro verhogen om ze geheel of gedeeltelijk aan de evolutie van de levensduurte aan te passen.
Een ontwerp van decreet tot bekrachtiging van de aldus genomen besluiten zal door de Waalse Regering bij de Waalse Gewestraad aanhangig gemaakt worden, onmiddellijk als hij vergadert of bij de opening van zijn eerstkomende zitting."
Een ontwerp van decreet tot bekrachtiging van de aldus genomen besluiten zal door de Waalse Regering bij de Waalse Gewestraad aanhangig gemaakt worden, onmiddellijk als hij vergadert of bij de opening van zijn eerstkomende zitting."
10.
Art. 3.- Wat het Waalse Gewest betreft, wordt artikel 258, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen als volgt :
"De verminderingen bepaald bij artikel 257, 1° à 3°bis, mogen slechts betrekking hebben op één enkele woning, die eventueel door belanghebbende aangewezen moet worden.
De vermindering bepaald bij artikel 257, 1°, wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit als het desbetreffende bedrag van het inkomen hoger is dan één vierde van het kadastrale inkomen van de gezamenlijke woning."
De vermindering bepaald bij artikel 257, 1°, wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit als het desbetreffende bedrag van het inkomen hoger is dan één vierde van het kadastrale inkomen van de gezamenlijke woning."
11.
Art. 4. - Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2004.
C.
Programmadecreet van 18 december 2003 houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken
Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de fiscaliteit
……
Afdeling 5.- Wijziging in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
12.
Art. 14.- § 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 257, 3°, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de woorden "of de wettelijk samenwonende" ingevoegd na de woorden "met inbegrip van de echtgenoot".
§ 2. Paragraaf 1 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005.
13.
Art. 15.- § 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 258, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, de woorden "in artikel 257, 1° tot 3°" vervangen door de woorden "in artikel 257, 1° tot 3°bis, ".
§ 2. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden in artikel 259 van hetzelfde Wetboek, de woorden "in artikel 257, 2° en 3°" vervangen door de woorden "in artikel 257, 2° tot 3°bis, ".
§ 3. De paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 januari 2004.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 treden in werking op 1 januari 2004.
14.
Art. 15bis.- In artikel 253, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, na de woorden "met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar", de woorden "evenals de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van gehandicapte personen" toevoegen.
III. INWERKINGTREDING
15. De nieuwe bepalingen van de decreten van 22.10.2003 en de artikelen 15 en 15bis van het programmadecreet van 18.12.2003 treden in werking op 1 januari 2004.
De wettelijke bepaling van artikel 14 van het programmadecreet van 18.12.2003 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005.
IV. COMMENTAAR OP DE WETTELIJKE BEPALINGEN
A.
Algemeen
16. Sinds het invoeren van de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, in werking getreden op 1 januari 2002, is het Waalse Gewest bevoegd, op grond van de artikelen 3, eerste lid, 5°, en 4, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen van de onroerende voorheffing op het grondgebied van het Waalse Gewest, te wijzigen.
B.
Artikel 253, WIB 92
17. Overeenkomstig artikel 12, WIB 92, dat het kadastraal inkomen vrijstelt van de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen, heeft het Waalse Gewest de vrijstelling van onroerende voorheffing, voorzien in artikel 253, 1°, WIB 92, uitgebreid naar serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar (art. 2, D1 22.10.2003) evenals de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van personen met een handicap (art. 15bis, Programmadecreet 18.12.2003).
Hoewel het begrip "soortgelijke weldadigheidsinstellingen" vervat in artikel 12, WIB 92, de voormelde infrastructuren reeds omvat, voor zover zij geen winstoogmerk nastreven, achtte de gewestelijke wetgever het toch wenselijk, teneinde alle interpretatieverschillen met de fiscale administratie te vermijden, deze elementen toe te voegen aan de naamlijst.
18. Met het doel de economische expansie te bevorderen, heeft het Waalse Gewest eveneens een vrijstelling van de onroerende voorheffing ingevoerd voor het materieel en de outillage wanneer het kadastraal inkomen niet hoger is dan 795 EUR per kadastraal perceel. Dit kadastraal inkomen vormt een waarde voor indexering.
Het kadastraal inkomen van het materieel en de outillage is, in principe, gelijk aan 5,3 % van de gebruikswaarde die wordt verondersteld gelijk te zijn aan 30 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde als nieuw, eventueel vermeerderd met de kosten der opeenvolgende veranderingen. Artikel 484, WIB 92, verduidelijkt dat het materieel en de outillage slechts in aanmerking worden genomen ingeval hun gebruikswaarde een door de Koning bepaald minimum bereikt, zonder dat dit laatste 4.000 EUR mag overtreffen. De Koning heeft de minimum gebruikswaarde vastgesteld op 3.000 EUR (KB 10.10.1979).
De Waalse regering wenste de minimale drempel van de kadastrale legger te verhogen tot 15.000 EUR. De minimale waarde wordt niettemin bepaald in het kader van de vaststelling van het kadastraal inkomen dat uitsluitend behoort tot de bevoegdheid van de federale overheid. Vandaar dat het Gewest gebruik heeft gemaakt van de wettelijke bepalingen voorzien in artikel 4, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, en zodus het materieel en de outillage heeft vrijgesteld van de onroerende voorheffing voor zover dat de gebruikswaarde het bedrag van 15.000 EUR niet overschrijdt of dat de beleggings- of aanschaffingswaarde het bedrag van 50.000 EUR niet overschrijdt.
C.
Artikel 255, WIB 92
19. Het Waalse Gewest behoudt het tarief van de onroerende voorheffing op 1,25 % van het kadastraal inkomen voor de goederen gelegen in Wallonië, maar breidt het toepassingsgebied van het verminderd tarief van 0,8 % uit enerzijds, voor woningen toebehorend aan de Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij alsmede aan door haar erkende maatschappijen en, anderzijds, voor eigendommen van het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen) die verhuurd worden in het kader van zijn huurtegemoetkomingsverrichtingen.
20. Teneinde de dynamiek van de Waalse bedrijven weer op gang te brengen, heeft het Gewest, naast de hierboven beschreven uitbreiding van de vrijstelling van de onroerende voorheffing, eveneens de bevriezing van de indexering van het kadastraal inkomen van het materieel en de outillage ingevoerd door de verwijzing naar artikel 518, WIB 92, op te heffen.
Voor de toepassing van artikel 255, WIB 92, wordt onder "kadastraal inkomen, zoals dit is vastgesteld op 1 januari van het aanslagjaar" verstaan, in principe, het kadastraal inkomen aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, zoals voortvloeit uit artikel 518, WIB 92.
Daar het Gewest niet bevoegd is om de wijze waarop het federaal kadastraal inkomen wordt vastgesteld, te wijzigen, heeft zij aan artikel 255, WIB 92, een tweede paragraaf toegevoegd die de regels voor het berekenen van de onroerende voorheffing voor het materieel en de outillage wijzigt : de belastbare grondslag wordt bepaald door het kadastraal inkomen, zoals bedoeld in de artikelen 483 en 484, te vermenigvuldigen met de indexeringscoëfficiënt bevroren op het niveau van het jaar 2002.
D.
Artikel 257, WIB 92
21. Het door de Waalse decreetgever nagestreefde doel is alle rechthebbende personen op een vermindering van de onroerende voorheffing op een gelijkwaardige manier te behandelen, ongeacht de opcentiemen die van toepassing zijn in de plaats waar het goed zich bevindt en ongeacht het kadastraal inkomen van de woning.
22. Om dit doel te bereiken heeft het Waalse Gewest het stelsel van de procentuele vermindering van de onroerende voorheffing van 10 en 20 % voorzien in de federale wetgeving vervangen door een stelsel van forfaitaire verminderingen respectievelijk vastgesteld op 125 EUR x [100/(100 + totaal van de opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie)] en op 250 EUR x [100/(100 + totaal van de opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie)].
23. De door de Waalse decreetgever ingevoerde verminderingen zijn rechtstreeks verrekend op het gewestelijke aandeel van de onroerende voorheffing krachtens artikel 255, WIB 92. De gemeentelijke en provinciale opcentiemen worden op dit verminderde bedrag berekend.
| Voorbeeld : | geïndexeerd KI = 1.000 EUR; aandeel Gewest = 1,25 %; aandeel provincie = 1.000; aandeel gemeente = 3.000; gehandicapte belastingplichtige; | ||
| Procentueel stelsel : |
Gewest = 1.000 EUR x 1,25 % = 12,50 EUR
Prov + Gem = 12,50 EUR x (4.000/100) = + 500,00 EUR
OV basis = 512,50 EUR
Vermindering handicap = 512,50 EUR x 20 % = -102,50 EUR
Verschuldigde OV = 410,00 EUR
|
12,50 EUR
+ 500,00 EUR
512,50 EUR
-102,50 EUR
410,00 EUR
| |
| Forfaitair stelsel : |
Gewest = 1.000 EUR x 1,25 % = 12,50 EUR
Vermindering = 250 EUR x [100/(100 + 4.000)] = - 6,10 EUR
Aandeel Gewest = 6,40 EUR
Prov + Gem = 6,40 EUR x (4.000/100) = + 256,00 EUR
Verschuldigde OV = 262,40 EUR
|
12,50 EUR
- 6,10 EUR
6,40 EUR
+ 256,00 EUR
262,40 EUR
| |
Bij vergelijking van het procentueel met het forfaitair stelsel wordt vastgesteld dat het fiscaal voordeel verbonden aan de forfaitaire vermindering bij gelijke opcentiemen proportioneel afneemt met de stijging van het geïndexeerd kadastraal inkomen. Bij de kaap van om en bij de 2.500 EUR, vertaalt zich dit in een toename van de verschuldigde onroerende voorheffing ten aanzien van het uiteindelijk verkregen resultaat in het stelsel van de procentuele vermindering.
Bij gelijk kadastraal inkomen wisselt het fiscaal voordeel verbonden aan de forfaitaire vermindering eveneens af naargelang het bedrag van de opcentiemen die van toepassing zijn in de woonplaats waar het goed zich bevindt. Het fiscaal voordeel zal hoger zijn wanneer de opcentiemen laag zijn en zal, omgekeerd, lager zijn wanneer de opcentiemen hoog zijn.
24. Er dient opgemerkt te worden dat de bedragen van de forfaitaire verminderingen niet jaarlijks automatisch worden geïndexeerd, in tegenstelling tot de belastbare grondslag. Teneinde haar budgettaire doelstellingen te bereiken, heeft de Waalse regering aan artikel 257, WIB 92 een bepaling toegevoegd, die in de mogelijkheid voorziet om de bedragen van de verminderingen te verhogen teneinde deze volledig of gedeeltelijk aan te passen aan de evolutie van de kosten van levensonderhoud. Bij gebrek aan een jaarlijkse aanpassing zal deze nieuwe maatregel dus een vermindering van het fiscaal voordeel in het stelsel van de forfaitaire vermindering, teweegbrengen.
25. Om de gezinshereniging te bevorderen heeft de Waalse decreetgever, aan artikel 257, WIB 92, onder 3°bis
, een nieuwe groep begunstigden van de forfaitaire vermindering van de onroerende voorheffing toegevoegd, namelijk de hoofden van een gezin met personen ten laste, andere dan de kinderen en gehandicapte personen bedoeld in artikel 257, 3°, WIB 92, en die deel uitmaakt van hun gezin of van het gezin van hun echtgenoot of wettelijk samenwonende, met uitzondering van de echtgenoot of wettelijk samenwonende.
De forfaitaire vermindering bedraagt, per persoon ten laste, 125 EUR x [100/(100 + totaal van de opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie)].
26. Voor wat betreft de uitbreiding van de vermindering "gezinshoofd" van de onroerende voorheffing ten gunste van de wettelijk samenwonenden, ingevoegd in artikel 257, 3°, tweede lid, WIB 92, beantwoordt deze maatregel aan de bezorgdheid voor rechtszekerheid. Overwegende dat een verklaring van wettelijke samenwoning een verbintenis van rechten en plichten doet ontstaan tussen twee personen, meent de Waalse decreetgever dat deze personen op fiscaal vlak niet meer als buitenstaanders dienen beschouwd te worden. Inderdaad, artikel 259, WIB 92, bepaalt dat de vermindering niet van toepassing is op het gedeelte van de woning dat wordt bewoond door personen die geen deel uitmaken van het gezin van het gezinshoofd.
Deze laatste maatregel treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005. Overeenkomstig artikel 126, WIB 92, zoals gewijzigd door artikel 19, B, van de wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS 20.9.2001), zullen,
vanaf het aanslagjaar 2005, de wettelijk samenwonenden een gezin vormen en zullen zij noodzakelijkerwijs een gezamenlijke fiscale aangifte moeten indienen.
E.
Artikel 258, WIB 92
27. Het door de Waalse decreetgever nagestreefde doel om alle personen voor de toepassing van de in artikel 257, 2° en 3°bis, WIB 92, voorziene forfaitaire verminderingen op een gelijkwaardige manier te behandelen komt verder tot uiting door de aanpassing van de in artikel 258, WIB 92, opgenomen bepalingen.
28. In het federaal stelsel worden de verminderingen, ingevolge artikel 257, WIB 92, niet verleend voor het gedeelte van de woning dat voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid wordt gebruikt wanneer het kadastraal inkomen dat daarop betrekking heeft meer bedraagt dan een vierde van het kadastraal inkomen van de volledige woning.
29. Door de Waalse hervorming geldt deze beperking voortaan enkel nog voor het toekennen van een vermindering van de onroerende voorheffing voor bescheiden woning, zoals bedoeld in artikel 257, 1°, WIB 92.
F.
Artikel 259, WIB 92
30. Het toepassingsgebied van de verminderingen die van de huur aftrekbaar zijn, wordt, voor wat betreft het Waalse Gewest, uitgebreid tot de vermindering zoals bedoeld in artikel 257, 3°bis, WIB 92.
G.
Artikel 518, WIB 92
31. Het invoeren, voor wat betreft het Waalse Gewest, van een nieuwe belastbare grondslag van de onroerende voorheffing inzake materieel en outillage, die voorziet in het bevriezen van het in aanmerking te nemen kadastraal inkomen op het niveau van het jaar 2002, vereist een aanpassing van artikel 518, WIB 92, door er de verwijzing naar artikel 255, WIB 92, uitsluitend voor wat betreft het materieel en de outillage, op te heffen.
NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
BIJLAGE
OFFICIEUZE COORDINATIE
(Inwerkingtreding vanaf 1 januari 2004, behalve strijdig beding)
Art. 253, WIB 92 (Waals Gewest)
(Inwerkingtreding vanaf 1 januari 2004, behalve strijdig beding)
Art. 253, WIB 92 (Waals Gewest)
Van de onroerende voorheffing wordt het kadastraal inkomen vrijgesteld :
1° van de in artikel 12, § 1,
met inbegrip van de serviceflats en opvanginfrastructuren voor kinderen onder drie jaar (ingevoegd door art. 2, 4°, D1 22.10.03) [evenals de infrastructuur voor de opvang en huisvesting van gehandicapte personen - (ingevoegd door art. 15bis, programmadecreet - inwerkingtreding vanaf aanslagjaar 2005)], vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goederen;
2° van de in artikel 231, § 1, 1°, vermelde onroerende goederen;
3° van onroerende goederen die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt : de vrijstelling is van de drie voorwaarden samen afhankelijk;
4° van het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, als dat kadastraal inkomen, berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484, niet hoger is dan 795 euro per kadastraal perceel (ingevoegd door art. 2, 2°, D1 22.10.03);
5° van onroerende goederen gelegen in het Waalse Gewest en erkend als Natura 2000-gebied, natuur- of bosreservaat
(gewijzigd bij art. 2, 3°, D1 22.10.03).
Art. 255, WIB 92 (Waals Gewest)
§ 1. De onroerende voorheffing bedraagt 1,25 % van het kadastraal inkomen zoals het vastgelegd is op 1 januari van het aanslagjaar,
overeenkomstig artikel 518.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 % voor woningen toebehorend aan bouwmaatschappijen die door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zijn erkend, voor eigendommen die als sociale woningen worden verhuurd en aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en aan gemeenten toebehoren, alsmede voor eigendommen die aan de Nationale Landmaatschappij of aan door haar erkende maatschappijen toebehoren en als sociale woningen worden verhuurd.
Dat percentage wordt teruggebracht tot 0,8 %, enerzijds, voor woningen toebehorend aan de Waalse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij alsmede aan door haar erkende maatschappijen en, anderzijds, voor eigendommen van het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Waals huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen) die verhuurd worden in het kader van zijn huurtegemoetkomingsverrichtingen (ingevoegd door art. 3, D1 22.10.03).
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, bedraagt de onroerende voorheffing voor het materieel en de outillage bedoeld in artikel 471, § 3, 1,25 % van het kadastraal inkomen berekend overeenkomstig de artikelen 483 en 484 en vermenigvuldigd met de coëfficiënt verkregen na deling van het gemiddelde van de prijsindexen van het jaar 2002 door het gemiddelde van de prijsindexen van de jaren 1988 en 1989 (ingevoegd door art. 3, D1 22.10.03).
Art. 257, WIB 92 (Waals Gewest)
Art. 257, WIB 92 (Waals Gewest)
Op aanvraag van de belanghebbende wordt verleend :
1° een vermindering van een vierde van de onroerende voorheffing in verband met de door de belastingplichtige volledig betrokken woning, wanneer het kadastraal inkomen van zijn gezamenlijke in België gelegen onroerende goederen niet meer bedraagt dan 745 EUR.
Die vermindering wordt op 50 % gebracht voor een tijdperk van 5 jaar dat aanvangt met het eerste jaar waarvoor de onroerende voorheffing is verschuldigd, voor zover het een woning betreft die de belastingplichtige heeft doen bouwen of nieuwgebouwd heeft aangekocht, zonder het voordeel van een in de desbetreffende wetgeving bepaalde bouw- of aankooppremie;
2° een vermindering van de onroerende voorheffing in verband met de woning die wordt betrokken door een groot-oorlogsverminkte die het voordeel geniet van de wet van 13 mei 1929 of van artikel 13 van de wetten op de vergoedingspensioenen, gecoördineerd op 5 oktober 1948, of door een in de zin van artikel 135, eerste lid, 1°, gehandicapte persoon.
Die vermindering bedraagt 250 euro voor een groot-oorlogsverminkte en 125 euro voor een gehandicapte persoon, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar de door de groot-oorlogsverminkte of de gehandicapte persoon betrokken woning gelegen is)] (gewijzigd door art. 2, § 1, D2 22.10.03);
3° een vermindering van onroerende voorheffing in verband met het onroerend goed dat wordt betrokken door het hoofd van een gezin met ten minste twee kinderen in leven of met een in de zin van artikel 135, eerste lid, gehandicapte persoon.
Die vermindering bedraagt 250 euro voor iedere gehandicapte persoon ten laste, met inbegrip van de echtgenoot [of de wettelijk samenwonende - (vanaf aanslagjaar 2005, ingevoegd door art. 14, §§ 1 en 2, programmadecreet 18.12.03)], en 125 euro voor ieder niet- gehandicapt kind ten laste, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)] (gewijzigd door art. 2, § 2, D2 22.10.03);
Een kind dat gedurende de veldtochten 1914-1918 of 1940-1945 als militair, weerstander, politiek gevangene of burgerlijk oorlogsslachtoffer overleden of vermist is, wordt meegerekend alsof het in leven was;
Een kind dat gedurende de veldtochten 1914-1918 of 1940-1945 als militair, weerstander, politiek gevangene of burgerlijk oorlogsslachtoffer overleden of vermist is, wordt meegerekend alsof het in leven was;
3°bis een vermindering van de onroerende voorheffing betreffende het onroerend goed betrokken door het hoofd van een gezin met een persoon ten laste die niet bedoeld wordt in 3o en die deel uitmaakt van zijn gezin of van het gezin van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, met uitzondering van de echtgenoot of wettelijk samenwonende (ingevoegd door art. 2, § 3, D2 22.10.03).
Die vermindering bedraagt 125 euro voor iedere persoon ten laste bedoeld in het vorige lid, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)] (ingevoegd door art. 2, § 3, D2 22.10.03);
Die vermindering bedraagt 125 euro voor iedere persoon ten laste bedoeld in het vorige lid, vermenigvuldigd met de breuk [100/(100 + bovenop de onroerende voorheffing totaal opcentiemen bepaald door de gemeente, de agglomeratie en de provincie waar het door het gezinshoofd betrokken onroerend goed gelegen is)] (ingevoegd door art. 2, § 3, D2 22.10.03);
4° kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing voor zover het belastbare kadastraal inkomen ingevolge artikel 15 kan worden verminderd.
De Waalse Regering kan het bedrag van de bovenvermelde verminderingen van 125 en 250 euro verhogen om ze geheel of gedeeltelijk aan de evolutie van de levensduurte aan te passen (ingevoegd door art. 2, § 4, D2 22.10.03).
Een ontwerp van decreet tot bekrachtiging van de aldus genomen besluiten zal door de Waalse Regering bij de Waalse Gewestraad aanhangig gemaakt worden, onmiddellijk als hij vergadert of bij de opening van zijn eerstkomende zitting (ingevoegd door art. 2, § 4, D2 22.10.03).
Art. 258, WIB 92 (Waals Gewest)
Een ontwerp van decreet tot bekrachtiging van de aldus genomen besluiten zal door de Waalse Regering bij de Waalse Gewestraad aanhangig gemaakt worden, onmiddellijk als hij vergadert of bij de opening van zijn eerstkomende zitting (ingevoegd door art. 2, § 4, D2 22.10.03).
Art. 258, WIB 92 (Waals Gewest)
De verminderingen ingevolge artikel 257, 1° tot
3°bis(gewijzigd bij art. 15, § 1, programmadecreet 18.12.03) worden beoordeeld naar de toestand op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar van de onroerende voorheffing wordt genoemd, en mogen worden samengevoegd.
De verminderingen bepaald bij artikel 257, 1° tot 3°bis, mogen slechts betrekking hebben op één enkele woning, die eventueel door belanghebbende aangewezen moet worden (gewijzigd bij art. 3, D2 22.10.03).
De vermindering bepaald bij artikel 257, 1°, wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit als het desbetreffende bedrag van het inkomen hoger is dan één vierde van het kadastrale inkomen van de gezamenlijke woning (gewijzigd bij art. 3, D2 22.10.03).
Art. 259, WIB 92 (Waals Gewest)
De vermindering bepaald bij artikel 257, 1°, wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit als het desbetreffende bedrag van het inkomen hoger is dan één vierde van het kadastrale inkomen van de gezamenlijke woning (gewijzigd bij art. 3, D2 22.10.03).
Art. 259, WIB 92 (Waals Gewest)
De verminderingen ingevolge artikel 257, 2° en
3°bis (gewijzigd bij art. 15, § 2, programmadecreet 18.12.03) zijn van de huur aftrekbaar niettegenstaande elk hiermee strijdig beding; zij zijn niet van toepassing op het gedeelte van de woning of van het onroerend goed dat wordt bewoond door personen die niet tot het gezin van de betrokken groot- oorlogsverminkte, van de gehandicapte of van het betrokken gezinshoofd behoren.
Art. 518, WIB 92 (Waals Gewest)
Voor de toepassing van de artikelen 7 tot 11, 16, 221, 1° en 222, 2°, 234, 1°,
255, § 1(gewijzigd bij art. 4, D1 22.10.03), en 277 wordt onder kadastraal inkomen verstaan het kadastraal inkomen aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk.
De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die verkregen wordt door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van de jaren 1988 en 1989.
In afwijking van artikel 178, § 1, worden de in artikel 16, § 4, vermelde bedragen van 4.081 EUR (basisbedrag 3.000 EUR) en 340 EUR (basisbedrag 250 EUR) aangepast met behulp van de coëfficiënt vermeld in het vorige lid.
De coëfficiënt wordt berekend overeenkomstig artikel 178, § 2, tweede lid.
Na toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond op de hogere of de lagere euro naargelang het cijfer van de centiemen al of niet vijftig bereikt.
Bron: FisconetPlus
