Circulaire nr. Ci.RH.861/543.369 dd. 23.07.2001
Bull. nr. 818, pag. 1706
ADMINISTRATIEVE GESCHILLENPROCEDURE
Bezwaarschrift
Ontheffing van ambtswege
BEZWAARSCHRIFT
Beslissing van de directeur
Delegatie van beslissingsmacht van de directeur
Indienen van het bezwaarschrift
Onderzoek van het bezwaarschrift
Ontvangstbewijs van het bezwaarschrift
CONTROLECENTRUM
Bevoegdheid van de controlecentra
ONTHEFFING VAN AMBTSWEGE
Beslissing van de directeur
Delegatie van beslissingsmacht van de directeur
Inkomstenbelastingen
Administratieve geschillenprocedure
Controlecentra
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2+
ALGEMEEN
1. Met ingang van het aanslagjaar 2000 moeten de controlecentra, op initiatief waarvan de aanslagen in de inkomstenbelastingen werden gevestigd (PB, Ven. B, BNI/nat.pers., BNI/Ven. en RPB), zelf instaan voor zowel de beslissingen over de bezwaarschriften tegen die aanslagen als voor de beslissingen die moeten worden genomen binnen het raam van de procedure van ambtshalve ontheffing.
In beginsel vermelden de aanslagbiljetten betreffende die aanslagen dat een eventueel bezwaarschrift moet worden ingediend bij het bevoegde controlecentrum.
Voor zover de regularisaties van het aanslagjaar 2000 en vorige samen op initiatief van het controlecentrum werden doorgevoerd en de belangrijkste aangevoerde grieven dezelfde zijn voor alle aanslagjaren, staat het controlecentrum in voor de afhandeling van het administratief beroep, zelfs als volgens de vermeldingen op het aanslagbiljet het bezwaarschrift tegen de ingekohierde aanslagen moet worden ingediend bij de directeur DB (aanslagjaar 1999 en vorige).
Vanaf 1 april 2001 moet ook elk controlecentrum zelf instaan voor de verdediging in rechte van de aanslagen die op zijn initiatief werden gevestigd en waaromtrent de directeur van het controlecentrum een beslissing heeft genomen of had moeten nemen over het bezwaarschrift of de vraag tot ambtshalve ontheffing.
De directeurs DB blijven voorlopig bevoegd om te beslissen over alle andere bezwaarschriften met inbegrip van die welke gericht zijn tegen aanslagen gevestigd door bemiddeling van de Administratie van de BBI.
RECHTSGROND
2. De directeur CC put zijn bevoegdheid om te beslissen binnen het raam van het georganiseerd administratief beroep uit de volgende teksten:
Daarenboven bepaalt artikel 366, WIB 92 dat het schriftelijk bezwaar kan worden ingediend bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd. Aangezien de wet niet spreekt over de directeur die de aanslag heeft gevestigd (overeenkomstig artikel 298, WIB 92 worden de kohieren immers door de directeur-generaal of door de gedelegeerde ambtenaar opgemaakt en uitvoerbaar verklaard) maar enkel over de directeur in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd, bestaat er geen wettelijk beletsel tegen de beslissing om de gewestelijke directeur van het controlecentrum ( en in voorkomend geval de directeur van gelieerd controlecentrum) te laten beslissen over bezwaarschriften tegen aanslagen die hij niet zelf heeft ingekohierd.
DELEGATIE VAN DE BESLISSINGSBEVOEGDHEID
3. De beslissingsmacht over de bezwaarschriften en de ambtshalve ontheffingen ligt in het beginsel bij de gewestelijke directeur of de directeur van het controlecentrum.
Krachtens de artikelen 375 en 376, WIB 92, kunnen de gewestelijke directeur of de directeur van het controlecentrum delegatie verlenen aan andere ambtenaren van dat centrum.
De delegatie geschiedt door middel van de volgende formule:
"Ondergetekende........(voornaam en naam), (Gewestelijk) directeur van het Controlecentrum te............, draagt bij deze aan de heer (of mevrouw)..........(voornaam + naam + graad), te.........de beslissingsmacht over die hem (haar) door de artikelen 375 en 376 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 werd verleend.
....................(plaats)
....................(datum)
.....................(handtekening)".
DE PROCEDURE INZAKE HET ADMINISTRATIEF BEROEP
4. Er wordt verwezen naar de nummers 3 tot 89 van de circulaire Ci.RH.863/530.827 van 18 september 2000.
In het bijzonder wordt verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur - zie de nummers 60 tot 74 van de bovenvermelde circulaire.
BIJZONDER GEVAL
Eerste geval
5. De kans bestaat dat, hoewel volgens de vermeldingen op het aanslagbiljet het bezwaarschrift moet worden ingediend bij een bepaald controlecentrum, het bezwaarschrift toch wordt ingediend bij een directeur DB of een andere directeur CC.
Het bezwaarschrift dat conform is aan artikel 371, WIB 92 wordt als een tijdig bezwaarschrift beschouwd.
De volgende mogelijkheden kunnen zich voordoen.
Tweede geval
6. Het controlecentrum heeft de belastingtoestand van verschillende jaren herzien maar volgens de vermeldingen op de onderscheiden aanslagbiljetten moet voor bepaalde aanslagjaren het bezwaarschrift worden ingediend bij de directeur DB terwijl voor andere aanslagjaren de bezwaarschriften moeten ingediend bij de directeur CC;
INWERKINGTREDING
7. Deze onderrichtingen zijn onmiddellijk van toepassing.
Eerlang zullen aanvullende instructies worden gegeven over de praktische toepassing van deze circulaire.
De Directeur-generaal,
J.-C. TILLIET
ADMINISTRATIEVE GESCHILLENPROCEDURE
Bezwaarschrift
Ontheffing van ambtswege
BEZWAARSCHRIFT
Beslissing van de directeur
Delegatie van beslissingsmacht van de directeur
Indienen van het bezwaarschrift
Onderzoek van het bezwaarschrift
Ontvangstbewijs van het bezwaarschrift
CONTROLECENTRUM
Bevoegdheid van de controlecentra
ONTHEFFING VAN AMBTSWEGE
Beslissing van de directeur
Delegatie van beslissingsmacht van de directeur
Inkomstenbelastingen
Administratieve geschillenprocedure
Controlecentra
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2+
ALGEMEEN
1. Met ingang van het aanslagjaar 2000 moeten de controlecentra, op initiatief waarvan de aanslagen in de inkomstenbelastingen werden gevestigd (PB, Ven. B, BNI/nat.pers., BNI/Ven. en RPB), zelf instaan voor zowel de beslissingen over de bezwaarschriften tegen die aanslagen als voor de beslissingen die moeten worden genomen binnen het raam van de procedure van ambtshalve ontheffing.
In beginsel vermelden de aanslagbiljetten betreffende die aanslagen dat een eventueel bezwaarschrift moet worden ingediend bij het bevoegde controlecentrum.
Voor zover de regularisaties van het aanslagjaar 2000 en vorige samen op initiatief van het controlecentrum werden doorgevoerd en de belangrijkste aangevoerde grieven dezelfde zijn voor alle aanslagjaren, staat het controlecentrum in voor de afhandeling van het administratief beroep, zelfs als volgens de vermeldingen op het aanslagbiljet het bezwaarschrift tegen de ingekohierde aanslagen moet worden ingediend bij de directeur DB (aanslagjaar 1999 en vorige).
Vanaf 1 april 2001 moet ook elk controlecentrum zelf instaan voor de verdediging in rechte van de aanslagen die op zijn initiatief werden gevestigd en waaromtrent de directeur van het controlecentrum een beslissing heeft genomen of had moeten nemen over het bezwaarschrift of de vraag tot ambtshalve ontheffing.
De directeurs DB blijven voorlopig bevoegd om te beslissen over alle andere bezwaarschriften met inbegrip van die welke gericht zijn tegen aanslagen gevestigd door bemiddeling van de Administratie van de BBI.
RECHTSGROND
2. De directeur CC put zijn bevoegdheid om te beslissen binnen het raam van het georganiseerd administratief beroep uit de volgende teksten:
| a) | artikel 95 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen (BS van 27.3.1999 - V 2673) waarbij artikel 87 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 wordt vervangen door de volgende bepaling : "Art. 87. - De Administratie van de bijzondere belastinginspectie en de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en hun ambtenaren hebben d e bevoegdheden die door de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake belastingen, rechten en taksen worden verleend aan de fiscale administraties en aan hun ambtenaren. |
| b) | artikel 19 van het koninklijk besluit van 18 december 1998 houdende oprichting enerzijds van de Administratie van het kadaster, de registratie en domeinen en van de Administratie van de invordering en anderzijds van de graad van auditeur-generaal, dienstchef, en houdende hervorming van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, dat het volgende stelt "§ 1.- Elk polyvalent controlecentrum bedoeld in artikel 17, 2° heeft de volgende bevoegdheden: |
| 1° | de verificatie van de toestand van natuurlijke of rechtspersonen inzake de volgende belastingen en taksen, inkomstenbelastingen; met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen; BTW; met het zegel gelijkgestelde taksen; jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, op de kredietinstellingen en op de verzekeringsondernemingen en de jaarlijkse taks op de coördinatiecentra. De Minister van Financiën kan de bevoegdheid van de polyvalente controlecentra uitbreiden tot de verificatie van andere belastingen en taksen die hij aanduidt na advies van het Directiecomité van de fiscale administraties; |
| 2° | de behandeling van de betwistingen als gevolg van de in 1° bedoelde verificaties, evenals de betwistingen ten gronde die opduiken betreffende de dossiers behandeld door de beheercentra die gehecht zijn aan het controlecentrum. Het controlecentrum kan ook belast worden met de behandeling van betwistingen die opduiken in het raam van verificaties uitgevoerd door de controlediensten van de Administratie der directe belastingen en van de sector BTW, van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen; |
| 3° | de verdediging voor de verschillende rechtsinstanties van de dossiers betreffende de betwistingen behandeld door het controlecentrum. Het controlecentrum kan ook belast worden met de verdediging voor de verschillende rechtsinstanties van de dossiers betreffende betwistingen behandeld door de beheercentra die gehecht zijn aan het controlecentrum. |
Daarenboven bepaalt artikel 366, WIB 92 dat het schriftelijk bezwaar kan worden ingediend bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd. Aangezien de wet niet spreekt over de directeur die de aanslag heeft gevestigd (overeenkomstig artikel 298, WIB 92 worden de kohieren immers door de directeur-generaal of door de gedelegeerde ambtenaar opgemaakt en uitvoerbaar verklaard) maar enkel over de directeur in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd, bestaat er geen wettelijk beletsel tegen de beslissing om de gewestelijke directeur van het controlecentrum ( en in voorkomend geval de directeur van gelieerd controlecentrum) te laten beslissen over bezwaarschriften tegen aanslagen die hij niet zelf heeft ingekohierd.
DELEGATIE VAN DE BESLISSINGSBEVOEGDHEID
3. De beslissingsmacht over de bezwaarschriften en de ambtshalve ontheffingen ligt in het beginsel bij de gewestelijke directeur of de directeur van het controlecentrum.
Krachtens de artikelen 375 en 376, WIB 92, kunnen de gewestelijke directeur of de directeur van het controlecentrum delegatie verlenen aan andere ambtenaren van dat centrum.
De delegatie geschiedt door middel van de volgende formule:
"Ondergetekende........(voornaam en naam), (Gewestelijk) directeur van het Controlecentrum te............, draagt bij deze aan de heer (of mevrouw)..........(voornaam + naam + graad), te.........de beslissingsmacht over die hem (haar) door de artikelen 375 en 376 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 werd verleend.
....................(plaats)
....................(datum)
.....................(handtekening)".
DE PROCEDURE INZAKE HET ADMINISTRATIEF BEROEP
4. Er wordt verwezen naar de nummers 3 tot 89 van de circulaire Ci.RH.863/530.827 van 18 september 2000.
In het bijzonder wordt verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur - zie de nummers 60 tot 74 van de bovenvermelde circulaire.
BIJZONDER GEVAL
Eerste geval
5. De kans bestaat dat, hoewel volgens de vermeldingen op het aanslagbiljet het bezwaarschrift moet worden ingediend bij een bepaald controlecentrum, het bezwaarschrift toch wordt ingediend bij een directeur DB of een andere directeur CC.
Het bezwaarschrift dat conform is aan artikel 371, WIB 92 wordt als een tijdig bezwaarschrift beschouwd.
De volgende mogelijkheden kunnen zich voordoen.
| a) | De directeur DB is samen met de directeur CC territoriaal bevoegd. De directeur DB staat in voor de ontvangstmelding aan de bezwaarindiener maar het bezwaarschrift wordt voor onderzoek en beslissing doorgestuurd naar het bevoegde controlecentrum. De directeur DB stelt de bezwaarindiener hiervan in kennis. De directeur CC krijgt een kopie van die ontvangstmelding. |
| b) | Het controlecentrum waarbij het bezwaarschrift wordt ingediend is niet het controlecentrum dat vermeldt staat op het aanslagbiljet maar is niettemin territoriaal bevoegd. De directeur CC die het bezwaarschrift heeft ontvangen handelt overeenkomstig de richtlijnen vermeld in punt a. |
| c) | Het bezwaarschrift wordt ingediend bij een directeur DB die niet territoriaal bevoegd is. De directeur DB handelt overeenkomstig de richtlijnen vermeld in nr. 366/35, Com.IB 92. |
| d) | Het bezwaarschrift wordt ingediend bij een controlecentrum dat niet territoriaal bevoegd is. De directeur CC handelt overeenkomstig de richtlijnen vermeld in nr. 366/35, Com.IB 92. |
6. Het controlecentrum heeft de belastingtoestand van verschillende jaren herzien maar volgens de vermeldingen op de onderscheiden aanslagbiljetten moet voor bepaalde aanslagjaren het bezwaarschrift worden ingediend bij de directeur DB terwijl voor andere aanslagjaren de bezwaarschriften moeten ingediend bij de directeur CC;
| a) | De bezwaarschriften worden ingediend volgens de aanwijzingen op de aanslagbiljetten. In dat geval staat de directeur DB in voor de ontvangstmelding van de bezwaarschriften die bij hem werden ingediend maar de bezwaarindiener wordt in de ontvangstmelding in kennis gesteld van het feit dat zijn bezwaarschrift zal worden onderzocht door het controlecentrum. De directeur DB stuurt het bezwaarschrift samen met de kopie van de ontvangstmelding naar het bevoegde controlecentrum. |
| b) | Ondanks verschillende aanwijzingen op de aanslagbiljetten worden alle bezwaarschriften ingediend bij de territoriaal bevoegde directeur DB. De bezwaarschriften die conform artikel 371, WIB 92 zijn, worden als tijdige en geldige bezwaarschriften aangemerkt zelfs indien sommige in beginsel moesten ingediend zijn bij het bevoegde controlecentrum. Er wordt verder gehandeld zoals in punt a, hiervoor. |
| c) | Ondanks verschillende aanwijzingen in de aanslagbiljetten worden alle bezwaarschriften ingediend bij de territoriaal bevoegde directeur CC. De bezwaarschriften die conform artikel 371, WIB 92 zijn, worden als tijdige en geldige bezwaarschriften aangemerkt zelfs indien sommige in beginsel moesten ingediend zijn bij de directeur DB. |
7. Deze onderrichtingen zijn onmiddellijk van toepassing.
Eerlang zullen aanvullende instructies worden gegeven over de praktische toepassing van deze circulaire.
De Directeur-generaal,
J.-C. TILLIET
Bron: FisconetPlus
