Circulaire nr. 3/2016 d.d. 11.04.2016
Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Successierechten - Wijziging waarderingsregel openbare effecten
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Algemene Administratie van de PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Operationele expertise en ondersteuning
Juridische Expertise
Dossier nr. E.E./L 281B
2 bijlagen
In het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2015 werd de ordonnantie van 29 juli 2015 tot wijziging van artikel 21, III, van het Wetboek der Successierechten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bekendgemaakt.
Deze ordonnantie wijzigt artikel 21, III, van het Wetboek der Successierechten, zoals dat geldt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna W.Succ.Br.).
Deze circulaire bevat een eerste commentaar bij de nieuwe bepaling.
Bijlage 1 bevat de tekst van de ordonnantie. De geconsolideerde tekst van het gewijzigde artikel 21, III, van het W.Succ.Br. gaat in bijlage 2.
Commentaar
1. Wijziging van artikel 21, III, W.Succ.Br.
1.1. Ratio legis.
Volgens het artikel 21, III, W.Succ.Br., zoals het luidde sinds 14 december 2012, werden de in de prijscourant opgenomen Belgische openbare effecten(1) gewaardeerd volgens de prijscourant van de maand van het overlijden of van één van de twee daaropvolgende maanden.
Overeenkomstig artikel 21, III/ter, W.Succ.Br werden EER-openbare effecten(2) en Belgische openbare effecten die niet in de prijscourant zijn opgenomen, gewaardeerd op basis van de gemiddelde slotkoers van de maand van het overlijden of van één van de twee daaropvolgende maanden.
Omdat de koersinformatie voor de belastingplichtige niet altijd vrij toegankelijk is en het ook vaak tijdrovend is om voor al de aan te geven effecten de gemiddelde slotkoers voor drie verschillende maanden te berekenen en te vergelijken, wordt afgestapt van deze waarderingsregels.
De nieuwe waarderingsregel, die geldt voor alle Belgische en EER-openbare effecten, biedt de erfgenaam de vrijheid tussen drie vaste data en zorgt daardoor voor een belangrijke administratieve vereenvoudiging.
1.2. Nieuwe waarderingsregel geldend voor alle Belgische en EER-openbare effecten(3).
Voor de successies die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te lokaliseren zijn, geldt voortaan voor alle Belgische en EER-openbare effecten dezelfde waarderingsregel.
Al deze openbare effecten dienen in de aangifte van nalatenschap gewaardeerd te worden volgens de beurswaarden ervan.
De prijscourant(4) is dus niet langer een instrument om de waarde van deze openbare effecten te waarderen.
1.3. Het begrip beurswaarde.
Onder beurswaarde wordt de slotkoers verstaan zoals bepaald op basis van de koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.
Het woord “slotkoers” moet, bij gebreke van een bijzondere definitie, begrepen worden in de normale betekenis, zijnde de laatst genoteerde koers van een effect op een handelsdag.
Met “gespecialiseerde pers en/of gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen” wordt verwezen naar bronnen waarvan de correctheid normaal niet in vraag wordt gesteld. Bedoeld wordt de papieren of elektronische publicaties van de “beurzen” zelf, van bankinstellingen of van gespecialiseerde dagbladen en andere media die slotkoersen publiceren van in de lidstaten van de EER genoteerde effecten.
De door de aangevers geraadpleegde bron voor de opgegeven beurswaarden moet in de aangifte worden opgegeven.
1.4. Verplichte keuze van één referentiedag.
1.4.1. Alle Belgische en EER-openbare effecten moeten worden aangegeven volgens de beurswaarde op eenzelfde datum.
De aangevers kunnen kiezen tussen:
- de beurswaarde op de datum van het overlijden;
- de beurswaarde op dezelfde datum van één maand na het overlijden;
- of de beurswaarde op dezelfde datum van twee maanden na het overlijden.
Voorbeelden:
| Datum van overlijden | Datums die kunnen gekozen worden | ||
|---|---|---|---|
| 9 september | 9 september | 9 oktober | 9 november |
| 30 januari | 30 januari | 28 februari, of in een schrikkeljaar, 29 februari | 30 maart |
| 31 januari | 31 januari | 28 februari, of in een schrikkeljaar, 29 februari | 31 maart |
| 31 maart | 31 maart | 30 april | 31 mei |
| 30 juni | 30 juni | 30 juli | 30 augustus |
| 31 juli | 31 juli | 31 augustus | 30 september |
1.4.2. De aangevers mogen slechts één van deze datums kiezen en die keuze geldt voor alle nagelaten waarden.
Indien de waarderingen zijn gedaan volgens de beurswaarde op verschillende datums en de fout in de aangifte wordt opgemerkt vóór het verstrijken van de verbeteringstermijn, dan zal de ontvanger de aangevers verzoeken deze vóór het verstrijken van die termijn recht te zetten.
Wordt de fout pas vastgesteld na de verbeteringstermijn of wordt ze, na verzoek, binnen die termijn niet rechtgezet, dan zal de administratie de waardering doen volgens de beurswaarde op datum van het overlijden.
1.4.3. De aangevers moeten de gekozen datum uitdrukkelijk vermelden in de aangifte.
Indien de gekozen datum niet wordt vermeld in de aangifte zal ook in dit geval de ontvanger de aangevers verzoeken het ontbreken van deze verplichte vermelding (of de fout) recht te zetten indien dit voor het einde van de verbeteringstermijn wordt vastgesteld.
Wordt pas na de verbeteringstermijn vastgesteld dat deze verplichte vermelding ontbreekt (of foutief is) of wordt dit binnen die termijn niet rechtgezet, dan zal de administratie de waardering doen volgens de beurswaarden op datum van het overlijden.
1.4.4. Geen notering op de gekozen datum.
Wanneer er op een van die datums geen notering is, geldt de beurswaarde op de eerstvolgende dag waarop er opnieuw een notering wordt vastgesteld.
Indien op de gekozen datum één of meer openbare effecten niet genoteerd werden, moeten deze effecten worden gewaardeerd volgens de beurswaarde op de eerstvolgende dag waarop opnieuw een waardering wordt vastgesteld.
Eens de datum voor de waardering van de wel genoteerde effecten is gekozen, ligt dus ook de datum vast voor de op de gekozen datum niet genoteerde effecten: het is die van de dag van de eerstvolgende notering. Wordt toch een andere noteringsdag gekozen en wordt de fout niet rechtgezet binnen de verbeteringstermijn dan kan de administratie de notering op de wettelijk bepaalde dag in de plaats stellen indien dat resulteert in een hogere belasting.
Voorbeeld.
X is overleden op 29 september 2015.
Zijn nalatenschap begrijpt een portefeuille openbare effecten: 1000 aandelen a, 500 aandelen b, 750 aandelen c en 100 aandelen d.
De aangevers kiezen voor een waardering volgens de beurswaarde op datum van het overlijden.
De aandelen c en d zijn op die datum niet genoteerd: de datum van hun eerstvolgende notering is respectievelijk 30 september en 1 oktober.
De in de aangifte op te nemen waardering is dus:
- voor de aandelen a: 1000 x de notering op 29/09/2015;
- voor de aandelen b: 500 x de notering op 29/09/2015;
- voor de aandelen c: 750 x de notering op 30/09/2015;
- voor de aandelen d: 100 x de notering op 01/10/2015.
Indien de aandelen c ook gewaardeerd zouden zijn volgens hun notering op 1 oktober 2015, en deze foute waardering is niet tijdig door de aangevers rechtgezet, dan kan de administratie deze in het belang van de Schatkist (in geval van een aanzienlijk hogere beurswaarde op 30 september 2015 dan op 1 oktober 2015) vervangen op basis van hun notering op 30 september 2015.
1.5. Prijscourant.
Er wordt nog opgemerkt dat de wijzigingen aangebracht aan artikel 21, III, W.Succ.Br. bij onderhavige ordonnantie niet van toepassing zijn voor de jaarlijkse taks tot vergoeding der successierechten. De bestaande federale wettekst - zoals vóór enige wijziging ervan door de Brusselse ordonnantiegever - blijft van toepassing.
De prijscourant blijft eveneens van toepassing voor de bepaling van de belastbare grondslag voor de heffing van het schenkingsrecht (artikel 133, tweede lid, W.Reg.Br.), voor wat betreft de waardering van de openbare effecten die erin zijn opgenomen.
2. Inwerkingtreding.
De wijziging van artikel 21, III, W.Succ.Br. is van toepassing op overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 september 2015, de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking van de ordonnantie in het Belgisch Staatsblad.
De nieuwe tekst is dus van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 september 2015.
Namens de Minister:
André DE BRUYNE
Adviseur-generaal
[⇑(1)Voor de definitie van Belgische openbare effecten in deze context: zie opmerking over de terminologie in circulaire nr. 8/2013, punt 2.2. in fine
⇑(2)Voor de definitie van EER-openbare effecten in deze context: zie opmerking over de terminologie in circulaire nr. 8/2013, punt 2.2. in fine.
⇑(3)Effecten die niet onder de nieuwe waarderingsregel vallen, moeten overeenkomstig artikel 19 W.Succ. geschat worden op hun verkoopwaarde ten dage van het overlijden.
⇑(4)De waarderingen in de prijscourant zijn gebaseerd op het gemiddelde van de maandnoteringen. De nieuwe waarderingsregel verwijst daarentegen naar een slotkoers op een welbepaalde dag.]
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2015
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
29 JULI 2015. - Ordonnantie tot wijziging van artikel 21, III, van het Wetboek der Successierechten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt:
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 21 van het Wetboek der Successierechten, gewijzigd bij ordonnantie van 22 november 2012, wordt punt III vervangen door wat volgt:
« III. Voor financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling op Belgische of buitenlandse gereglementeerde markten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 5° en 6°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en voor Belgische of buitenlandse multilaterale handelsfaciliteiten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van de voormelde wet, volgens de beurswaarden ervan.
Onder beurswaarde wordt de slotkoers verstaan zoals bepaald op basis van de koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.
De aangevers kunnen kiezen uit de beurswaarde op datum van overlijden, de beurswaarde op datum van een maand na het overlijden of de beurswaarde op datum van twee maanden na het overlijden.
Wanneer er op een van die data geen notering is, geldt de beurswaarde op de eerstvolgende dag waarop er opnieuw een notering wordt vastgesteld. Indien er op de gekozen datum voor bepaalde van de aan te geven waarden wel en voor andere geen notering is, moeten laatstbedoelde waarden worden aangegeven volgens de beurswaarden op de eerstvolgende dag waarop er wel een notering is.
De aangevers mogen slechts een van de voormelde data kiezen, die zal gelden voor al de nagelaten waarden. De aangevers geven hun keuze aan in de aangifte, waarin zij tevens de door hen geraadpleegde bron voor de opgegeven beurswaarden vermelden.».
Art. 3. In artikel 21 van het Wetboek der Successierechten, gewijzigd bij ordonnantie van 22 november 2012, wordt punt IIIter opgeheven.
Art. 4. Deze ordonnantie treedt in werking voor overlijdens die plaatsvinden vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 29 juli 2015
Bijlage 2
Geconsolideerde tekst van artikel 21, III, W.Succ.Br.
Artikel 21.
In afwijking van artikel 19, wordt de belastbare waarde der tot de nalatenschap behorende goederen als volgt vastgesteld:
… (ongewijzigd)
III. Voor financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling op Belgische of buitenlandse gereglementeerde markten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 5° en 6°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en voor Belgische of buitenlandse multilaterale handelsfaciliteiten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van de voormelde wet, volgens de beurswaarden ervan.
Onder beurswaarde wordt de slotkoers verstaan zoals bepaald op basis van de koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.
De aangevers kunnen kiezen uit de beurswaarde op datum van overlijden, de beurswaarde op datum van een maand na het overlijden of de beurswaarde op datum van twee maanden na het overlijden.
Wanneer er op een van die data geen notering is, geldt de beurswaarde op de eerstvolgende dag waarop er opnieuw een notering wordt vastgesteld. Indien er op de gekozen datum voor bepaalde van de aan te geven waarden wel en voor andere geen notering is, moeten laatstbedoelde waarden worden aangegeven volgens de beurswaarden op de eerstvolgende dag waarop er wel een notering is.
De aangevers mogen slechts een van de voormelde data kiezen, die zal gelden voor al de nagelaten waarden. De aangevers geven hun keuze aan in de aangifte, waarin zij tevens de door hen geraadpleegde bron voor de opgegeven beurswaarden vermelden.
III/bis. Voor de financiële instrumenten, in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, of de aandelen in de zin van artikel 60bis, § 4, die niet bedoeld worden in II en III, wanneer het overlijden plaatsgevonden heeft tussen 1 mei 2008 en 31 december 2009, volgens de koerswaarde van het goed of, bij gebreke van koerswaarde, volgens een door de aangever te ramen verkoopwaarde van het goed, ofwel op de dag van het overlijden ofwel op de laatste dag van de tweede, derde, vierde of vijfde maand volgend op de maand van het overlijden, op voorwaarde dat de belanghebbenden hun keuze vermelden in de aangifte.
Slechts één datum mag gekozen worden; die is toepasselijk op al de nagelaten waarde bedoeld in dit III/bis.
III/ter. [...]
... (ongewijzigd)
