Aanschrijving nr. 3 dd. 11.01.1973
AANSCHRIJVING 73/003
Aanschrijving nr. 3 dd. 11.01.1973
Deze aanschrijving werd vervangen door de Circulaire 3/1973 bijwerking 2008, nr. AOIF 1/2008 (E.T.675.10) dd. 02.01.2008
Deze aanschrijving werd volledig vervangen door de Circulaire nr. AOIF 1/2006 dd. 02.01.2006
Addendum: zie circulaire nr. AOIF 41/2006 (E.T.111.889) dd. 20.11.2006
Addendum: zie circulaire nr. AOIF 29/2003 (E.T.105.428) dd. 06.11.2003
Deze aanschrijving werd volledig vervangen door de aanschrijving nr. 22 dd. 21.08.2002
Deze aanschrijving werd gewijzigd door de aanschrijving nr. 14 dd. 22.09.1992
Deze aanschrijving werd volledig vervangen door de aanschrijving nr. 10 dd. 24.11.1988
Invoer
Bijzondere wijze van betalen
INHOUD Voorwerp 1 - 6 I. Personen die de bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen 7 II. Invoeren waarop deze wijze kan bepalen betrekking heeft. 8 - 9 III. Voorwaarden waaraan de bijzondere wijze van betalen is onderworpen. 10 A. VERGUNNING. Indiening van de aanvraag. 11 Inwerkingtreding van de vergunning. 12 Duur van de vergunning. 13 Afzien van de vergunning. 14 Wijziging of intrekking van de vergunning. 15 Wijziging of verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige. 16 B. VOORUITBETALING VAN DE BELASTING VERSCHULDIGD TER ZAKE VAN INVOER. 17 Bedrag van de vooruitbetaling. 18 Wijze van betaling. 19 - 22 Herziening van het bedrag van de vooruitbetaalde belasting. 23(1) - 23(4) Teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting. Oorzaak van teruggaaf. 24 Wijze van teruggaaf. 25 - 27 C. BIJ DE INVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN. Invoerdocumenten. 28 D. BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN. 29 - 31 IV. Bijzondere bepalingen voor de belastingplichtigen die een vergunning op grond van artikel 22 van hel koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 hebben bekomen. 32(1) Aanvraag van de vergunning. 32(2) Bedrag van de vooruit te betalen belasting. 33 Herziening van de vooruitbetaalde belasting. 34 Boekhoudkundige verplichtingen. 35 Gevolgen voor de vergunning verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18. 36 BIJLAGE I - Aanvraag om vergunning BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V Voorwerp. 1. Deze aanschrijving stelt een bijzondere wijze van betalen van de B.T.W. in voor de invoer van goederen die niet bedoeld is in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 (2) m.b.t. de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. Ten einde de formaliteiten bij de invoer van goederen te vereenvoudigen, wordt aan de belastingplichtigen, die daartoe een vergunning hebben verkregen, toegestaan de belasting niet op het ogenblik van de aangifte ten verbruik te voldoen, maar die betaling te verleggen naar het binnenland .
2. Artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 machtigt de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde, aan belastingplichtigen die de in artikel 50, § 1, 3°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, een vergunning te verlenen om onder de daarin gestelde voorwaarden de wegens invoer verschuldigde B.T.W. niet te betalen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting wordt opgenomen als verschuldigde belasting in voornoemde periodieke aangifte.
3. Om te voorkomen dat die wijze van betalen nadeel zou berokkenen aan de Schatkist, moeten de belastingplichtigen, die deze regeling willen toepassen, als B.T.W. een bedrag vooruitbetalen dat gelijk is aan een twaalfde (z. evenwel de speciale toestand bedoeld in de nrs. 321 tot 33 hierna) van de belastingen die ze het voorgaande jaar volgens de normale wijze van betalen bij invoer hebben voldaan.
4. In de logische gedachtengang van die regeling ontslaat de vooruitbetaling de belastingplichtige niet van de verplichting in vak 13 van de maand-, kwartaal- of jaaraangifte als verschuldigde belasting een bedrag op te nemen dat overeenstemt met het bedrag van de belasting dat voorkomt op de documenten die tijdens die maand, dat kwartaal of dat jaar werden gevalideerd in verband met de invoeren welke in de loop van die periode werden gedaan.
5. De belastingplichtigen die de verlegging van betaling toepassen moeten ieder jaar het vooruitbetaalde bedrag herzien. Bij die herziening dienen zij rekening te houden met de belasting die werd voldaan voor de invoeren gedaan tijdens het voorgaande jaar.
Wanneer die herziening een bedrag geeft dat groter is dan hetgeen in werkelijkheid bij wijze van vooruitbetaling werd gestort, moet een bijkomende betaling worden gedaan. In het tegenovergestelde geval wordt het te veel betaalde teruggegeven.
6. Wanneer, om gelijk welke reden, een einde wordt gesteld aan de bijzondere wijze van betalen, moet de belastingplichtige de belasting bij invoer voldoen volgens de normale regeling die voor de betaling van die belasting geldt. Maar hij kan terugbetaling bekomen van de vooruitbetaalde belasting overeenkomstig het bepaalde in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969.
I. Personen die de bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen.
7. De bijzondere wijze van betalen, bedoeld in deze aanschrijving, kan worden aangevraagd door alle belastingplichtigen die hier te lande zijn gevestigd of die hier een vaste inrichting hebben en die overeenkomstig artikel 50, § 1, 3°, van het B.T.W.-Wetboek en artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, periodieke aangiften indienen.
De belastingplichtigen die in het buitenland gevestigd zijn en hier te lande geen vaste inrichting hebben, en die toch deze wijze van betalen willen toepassen, zijn gehouden periodieke aangiften in te dienen door bemiddeling van een aansprakelijke vertegenwoordiger. In dat geval moet, alvorens de aanvraag waarvan sprake in nr. 11 hierna wordt ingediend, een aansprakelijke vertegenwoordiger erkend zijn door het Centraal B.T.W.-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Van Orleystraat 15, te 1000 Brussel.
II. Invoeren waarop deze wijze van bepalen betrekking heeft.
8. Wanneer de in nr. 7 bedoelde belastingplichtigen de vergunning hebben verkregen om de bijzondere wijze van betalen toe te passen, moeten zij de in deze aanschrijving voorgeschreven regels naleven voor alle aan de B.T.W. onderworpen invoeren, die de belasting opeisbaar maken bij het indienen van de aangifte ten verbruik, onder voorbehoud van het bepaalde in nr. 9, 2de lid, hierna.
9. Deze aanschrijving is niet alleen toepasselijk op de invoer van goederen over andere grenzen dan de Belgisch-Luxemburgse of Belgisch-Nederlandse grens, maar ook op de invoer van goederen over laatstgenoemde grenzen wanneer het gaat om invoeren die niet zijn bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7.
Ze vindt in principe geen toepassing wanneer de goederen met vrijstelling van B.T.W. worden ingevoerd op grond van een vergunning verleend bij toepassing van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 (3) betreffende de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten op het stuk van de B.T.W., d.w.z. wanneer de goederen tijdelijk worden ingevoerd om door een in België gevestigde loonbewerker te worden bewerkt, verwerkt of hersteld voor rekening van een in het buitenland gevestigde opdrachtgever. De loonbewerker kan evenwel, in plaats van zich op die vrijstelling te beroepen, ook invoeren met verlegging van de betaling ingevolge de bij toepassing van deze aanschrijving uitgereikte vergunning. In dat geval moet de loonbewerker het bedrag van de wegens invoer verschuldigde B.T.W. mede opnemen in vak 13 van zijn periodieke B.T.W.-aangifte (z. nr. 30 hierna); bovendien komt dat B.T.W.-bedrag in aanmerking voor het bepalen van de vooruit te betalen som (z. nr. 18).
III. Voorwaarden waaraan de bijzondere wijze van betalen is onderworpen.
10. De bijzondere wijze van betalen is onderworpen aan de volgende voorwaarden.
A. VERGUNNING.
Indiening van de aanvraag.
11. Om de bijzondere wijze van betalen te mogen toepassen moet de belastingplichtige een aanvraag richten aan het volgende adres :
Ministerie van Financiën
Centrale administratie van de B.T.W.
2de dienst - 5de directie
Rijksadministratief Centrum
Financietoren - Bus 39
Kruidtuinlaan 50
1010 BRUSSEL
De aanvraag moet in drievoud worden ingediend op briefpapier van de aanvrager en volgens het model in bijlage 1.
De administratie kan weigeren de vergunning te verlenen wanneer zij de op het spel zijnde belangen miniem acht. De vergunning wordt in de regel niet uitgereikt wanneer het bedrag dat overeenkomstig het bepaalde in nr. 17 als B.T.W. moet worden vooruitbetaald, minder bedraagt dan 250,00 EUR (10.000 frank) (*).
Zij reikt de vergunning evenmin uit wanneer uit het administratief onderzoek dat na het indienen van de aanvraag werd ingesteld, blijkt dat de betrokkene zijn verplichtingen inzake B.T.W. niet nauwgezet naleeft, inzonderheid wat betreft het indienen van zijn periodieke aangiften en het betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit die aangiften blijkt binnen de termijnen gesteld bij het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969.
[(*) Omzetting naar euro : aanschrijving 101.564 dd.19.12.2001 (inwerkingtreding 01.01.2002)]
Inwerkingtreding van de vergunning.
12. De vergunning is toepasselijk voor alle invoeren die worden gedaan vanaf de datum waarop de vergunning werd verleend.
Duur van de vergunning.
13. De vergunning wordt in principe verleend voor onbepaalde duur.
Afzien van de vergunning.
14. De belanghebbende mag op ieder ogenblik afzien van de vergunning. In dat geval moet hij de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder hij ressorteert per aangetekend schrijven op de hoogte brengen. Het afzien van de vergunning is in principe definitief.
Wijziging of intrekking van de vergunning.
15. De administratie behoudt zich het recht voor om op gelijk welk tijdstip de voorwaarden of de formaliteiten waarvan de vergunning afhankelijk werd gesteld geheel of gedeeltelijk te wijzigen of om de vergunning in te trekken. Zo zal de vergunning worden ingetrokken indien de houder de opgelegde voorwaarden niet naleeft .
Onverminderd, in voorkomend geval, de bij de wet uitgevaardigde straffen, zal de vergunning onmiddellijk worden ontnomen aan iedere persoon die er misbruik van maakt of tracht te maken of die op gelijk welke wijze de controleopdracht van de ambtenaren van de administratie belemmert.
ledere intrekking van vergunning wordt door de hoofdcontroleur van de B.T.W. per aangetekende brief aan de belanghebbende genotificeerd. Het afgeven van de brief aan de post geldt als notificatie vanaf de volgende dag.
Vanaf de dag die op deze notificatie volgt kan de vergunning niet meer worden ingeroepen.
Wijziging of verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige.
16. De belastingplichtige, die de vergunning bekomen heeft, mag de vergunning niet meer toepassen wanneer hij :
B. VOORUITBETALING VAN DE BELASTING VERSCHULDIGD TER ZAKE VAN INVOER.
17. De vergunning wordt slechts verleend indien een bedrag als B.T.W. wordt vooruitbetaald; het vooruit te betalen bedrag wordt vastgesteld onder nr. 18. De modaliteiten van die betaling en van de teruggaaf worden toegelicht in de nrs. 19 tot 27.
Bedrag van de vooruitbetaling.
18. Het bedrag van de vooruitbetaling moet in principe door de aanvrager zelf berekend worden; dat bedrag is gelijk aan een twaalfde van de belasting die door de belastingplichtige werd betaald (4) en/of waarvoor hij bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek vrijstelling heeft bekomen (z. nr. 33, 1°), en dit voor de invoeren waarop deze aanschrijving toepasselijk is en die hij gedaan heeft gedurende de vier kalenderkwartalen die de aanvraag om vergunning voorafgaan (z. voorbeelden in bijlage II van de onderhavige aanschr.). Wanneer de aanvrager tijdens de bedoelde periode geen invoeren heeft gedaan of pas in de loop van die periode voor het eerst heeft ingevoerd, vermeldt hij de bedragen van de invoeren die hij, volgens zijn vooruitzichten, zal doen tijdens de volgende twaalf maanden; op de aanvraag moet uitdrukkelijk worden vermeld dat het vooruitzichten betreft.
Ten aanzien van de belastingplichtigen die een vergunning hebben bekomen op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 wordt het bedrag van de vooruit te betalen belasting evenwel vastgesteld op de wijze uiteengezet in nr. 33 hierna.
Wijze van betaling.
19. Het bedrag van de vooruit te betalen belasting moet ineens worden gestort op het ontvangkantoor van de B.T.W. waarvan de benaming en het postrekeningnummer aan betrokkene worden medegedeeld na ontvangst van de aanvraag tot verkrijging van de vergunning. Het mag in geen geval gestort worden op postrekening nr. 000-2003000-47 van de B.T.W.- ontvangsten te Brussel.
20. De storting moet ontvangen zijn binnen de drie maanden na het verzenden van de brief waarbij de administratie de belastingplichtige uitnodigt de vooruitbetaling te doen.
21. De betaling wordt gedaan :
De betaling kan niet worden vervangen door een bankgarantie.
22. Het betalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : naam en adres van de belastingplichtige, zijn B.T.W.registratienummer, evenals de volgende vermelding : "vooruitbetaling aanschr. 3/1973 - nr. E.T.." (aangevuld door het nummer dat voorkomt op de brief waarin de administratie de belastingplichtige verzoekt de vooruitbetaling te doen).
Herziening van het bedrag van de vooruitbetaalde belasting.
23(1). De houder van de vergunning is ertoe gehouden ieder jaar voor 20 april het bedrag van de vooruitbetaalde belasting te herzien en de administratie op de hoogte te brengen van het resultaat van die herziening (z. bijlagen III t/m V al naargelang het geval). Wanneer de vergunning werd verleend tussen 1 januari en 20 april van een bepaald jaar, moet de eerste herziening evenwel slechts gebeuren in de loop van het daaropvolgende jaar, uiterlijk op 20 april.
23(2). Wanneer het twaalfde deel van de totale belasting die werd of moet worden betaald voor de invoeren van het verlopen kalenderjaar (5) (6) groter is dan de vooruitbetaalde belasting, moet de belastingplichtige ten laatste op 20 april, op de postrekening van het ontvangkantoor van de B.T.W. waaronder hij ressorteert en op de wijze aangeduid in nr. 21, een bijkomend bedrag storten gelijk aan het verschil tussen beide bedragen (z. 1ste voorbeeld van bijlage II).
Het betalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : naam en adres van de belastingplichtige, zijn B.T.W.-registratienummer, evenals de volgende vermelding : "vooruitbetaling aanschr. 3/1973 - nr. E.T.." (aangevuld door het nummer van de vergunning).
Hij moet bovendien, op dat ogenblik, aan het ontvangkantoor een brief met kennisgeving van de herziening zenden, in drie exemplaren, conform het model van bijlage III.
23(3). Is het twaalfde deel van de totale belasting die werd of moet worden voldaan voor de invoeren van het verlopen kalenderjaar (7) (8) kleiner dan het bedrag van de vooruitbetaalde belasting (z. 1ste voorbeeld, cijfers 7 en 8 van bijlage II), dan heeft de belastingplichtige de keus om al of niet teruggaaf te vragen van het verschil.
Wanneer hij teruggaaf vraagt, moet hij handelen op de wijze als uiteengezet in de nrs. 25 en 26 hierna. Wanneer hij daarentegen geen teruggaaf vraagt van het verschil, omdat het te gering is of om enige andere reden, dan zendt hij voor 20 april aan de hoofdcontroleur van het B.T.W.-controlekantoor waaronder hij ressorteert een brief in twee exemplaren conform het model van bijlage IV.
23(4). Opgemerkt wordt dat de loonbewerker die zich beroept op de vrijstelling van B.T.W. bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977, maar de goederen niet wederuitvoert binnen de gestelde termijn, ertoe gehouden is de B.T.W. waarvan vrijstelling werd verleend bij invoer op te nemen in de rubriek "Herziening" van de aangifte die moet worden ingediend voor het tijdvak in de loop waarvan de gestelde termijn verstrijkt. In dat geval moet de loonbewerker, houder van de in deze aanschrijving bedoelde vergunning, bij de berekening en de herziening van het vooruitbetaalde bedrag eveneens rekening houden met bedoelde regularisatie (z. nr. 9, 2de lid).
Teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting.
Oorzaak van teruggaaf.
24. De vooruitbetaalde belasting wordt geheel of gedeeltelijk aan de belastingplichtige teruggegeven wanneer :
Wijze van teruggaaf.
25. de teruggaaf wordt gedaan met inachtneming van het bepaalde in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969.
De belastingplichtige bekomt teruggaaf door toerekening; hij neemt de voor teruggaaf vatbare belasting op in kader V, letter b, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaal- of jaaraangifte, die betrekking heeft op de periode waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
26. Overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 moet de belastingplichtige, om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen, een document opstellen dat overeenstemt met het in bijlage V van de onderhavige aanschrijving gegeven model van kennisgeving. Dat document moet worden ingeschreven in het register van teruggaaf (z. aanschr. 78/1970, nr. 31). Het wordt opgesteld in drie exemplaren. Twee hiervan worden gehecht aan de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan.
27. Wanneer, in de gevallen bedoeld in nr.24, 4° en 5°, de betrokkene geen teruggaaf door toerekening heeft bekomen in de laatste periodieke aangifte die hij heeft ingediend, dan moet hij een aanvraag tot teruggaaf indienen bij de hoofdcontroleur van het B.T.W.-kantoor waaronder hij ressorteert (z. kon. besl. nr. 4, art. 9). 23
C. BIJ DE INVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN.
Invoerdocumenten.
28. De belastingplichtigen die een vergunning hebben verkregen moeten, voor elke invoer waarvoor de B.T.W. verschuldigd is, op het invoerkantoor een Enig document overleggen dat als aangifte ten verbruik wordt gebezigd (9).
De aangever moet op eigen verantwoordelijkheid de code "G" aanbrengen in de kolom (WB) van vak 47 van het Enig document die betrekking heeft op de wijze van betaling. Bovendien moet vak 48 van dat document worden aangevuld met het nummer van de uitgereikte vergunning.
D. BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN.
29. De als aangiften ten verbruik gebezigde Enige documenten moeten worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen. Overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 7, is de belastingplichtige gehouden op het voor de geadresseerde bestemde exemplaar van dat document een verwijzing naar de factuur aan te brengen en op de factuur een verwijzing naar het document .
30. Het bedrag van de B.T.W., waarvan het als aangifte ten verbruik gebezigde Enig document de verschuldigdheid vaststelt, wordt opgenomen in vak 13 van de maand-, kwartaal of jaaraangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de aangifte ten verbruik van de ingevoerde goederen heeft plaatsgehad .
Dat zelfde bedrag mag worden opgenomen in vak 21 van dezelfde aangifte, voor het gedeelte waarvan de aftrek bij toepassing van de artikelen 45 en 46 van het B.T.W.-Wetboek is toegestaan.
31. Wanneer de houder van de vergunning invoeren doet over de Belgisch-Luxemburgse of de Belgisch-Nederlandse grens waarvoor de verlegging van de betaling volgens artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7 toepasselijk is, dan moet bij iedere periodieke aangifte een document worden gevoegd waarin de volgende gegevens afzonderlijk zijn opgenomen :
het bedrag van de belasting verschuldigd ter zake van de invoeren over de Belgisch-Nederlandse of Belgisch-Luxemburgse grens met verlegging van de heffing en het bedrag van de belasting die wordt voldaan bij toepassing van de onderhavige aanschrijving.
IV. Bijzondere bepalingen voor de belastingplichtigen die een vergunning op grond van artikel 22 van hel koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 hebben bekomen.
32(1). De belastingplichtigen die een vergunning hebben bekomen op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 betreffende de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, zijn - onder voorbehoud van wat hierna is bepaald in de nrs. 33 tot 38 - gehouden tot de bij de nrs. 11 tot 31 omschreven verplichtingen.
Hieruit vloeit voort dat zelfs voor de invoeren waarvoor de vrijstellingsregeling van de in vorig lid bedoelde vergunning had kunnen worden ingeroepen, een als aangifte ten verbruik gebezigd Enig document moet worden geldig gemaakt met opgave van het bedrag van de belasting die ter zake van die invoeren opeisbaar is; overeenkomstig hetgeen in nr. 30 hierboven is bepaald, moet dat bedrag worden opgenomen in vak 13 van de door die belastingplichtigen periodiek ingediende aangiften. Dat zelfde bedrag mag eveneens worden opgenomen in vak 21 van dezelfde aangiften, onder voorbehoud van de in de artikelen 45 en 46 van het Wetboek bedoelde beperkingen.
Aanvraag van de vergunning.
32(2). Bij de aanvraag bedoeld in nr. 11 moet een kopie worden gevoegd van de titel van de vergunning die op grond van artikel 22 van voornoemd koninklijk besluit nr. 18 werd uitgereikt .
Bedrag van de vooruit te betalen belasting.
33. In afwijking van nr. 18, wordt het bedrag van de vooruit te betalen belasting als volgt bepaald :
Indien evenwel de vergunning van verlegging van heffing wordt uitgereikt in het jaar volgend op dat van de aanvraag, gelet op de betalingstermijn bepaald in nr. 20 hierboven, kan de administratie het vooruit te betalen bedrag aan B.T.W. herzien door rekening te houden met het percentage van vrijstelling dat door de vergunning van artikel 22 van voornoemd koninklijk besluit nr. 18 werd verleend voor het jaar waarin de eerstgenoemde vergunning wordt uitgereikt.
Om het bedrag van de vooruit te betalen belasting te bepalen, wordt geen rekening gehouden met de invoeren die de belastingplichtige, in zijn hoedanigheid van loonbewerker voor rekening van een in het buitenland gevestigde medecontractant, heeft gedaan met vrijstelling van de belasting op grond van een vergunning die hem bij toepassing van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 18 werd uitgereikt. Het blijft die belastingplichtige trouwens mogelijk de toepassing in te roepen van laatstgenoemde vergunning ofschoon hem een bij onderhavige aanschrijving bedoelde vergunning zou zijn uitgereikt (z. nr. 9, laatste lid).
Herziening van de vooruitbetaalde belasting.
34. Om het bedrag van de vooruitbetaalde belasting overeenkomstig nr. 23 te herzien, moet de belastingplichtige rekening houden met het percentage van vrijstelling dat hij heeft bekomen voor het jaar in de loop waarvan de herziening moet worden verricht (z. het 2de voorbeeld van bijlage II).
Boekhoudkundige verplichtingen.
35. Wanneer hij de bij onderhavige aanschrijving gestelde voorwaarden naleeft, is de belastingplichtige ervan ontslagen, maar dan alleen voor wat betreft de invoeren van goederen, de boekhouding te voeren die is voorgeschreven door de vergunning die hem bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 werd toegekend .
Gevolgen voor de vergunning verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18.
36. Gelet op de verlegging van de betaling moet de op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 verleende vergunning niet meer worden ingeroepen wanneer in deze aanschrijving bedoelde invoeren van goederen worden gedaan.
37. Bij het bepalen van het bedrag van de vooruit te betalen belasting werd rekening gehouden met het percentage van vrijstelling dat is vastgesteld in de vergunning die werd verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18. Op die wijze bekomt de houder van de vergunning die bij toepassing van onderhavige aanschrijving wordt uitgereikt voor zijn invoeren in feite de in artikel 43 van het Wetboek bedoelde vrijstelling.
Daaruit volgt dat, voor zijn aankopen hier te lande en voor de diensten die hem worden geleverd, hij de vrijstelling slechts mag inroepen ten belope van het percentage dat is vastgesteld in de vergunning die werd verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18.
NOTEN ----------- (1) Z. Revue nr. 65, blz. 678. (2) Z. Revue nr. 33, blz. 79. (3) Z. Revue nr. 33, blz. 109. (4) Er moet alleen rekening worden gehouden met de B.T.W. die verschuldigd is bij aangifte ten verbruik er wordt geen rekening gehouden met B.T.W. betreffende goederen die zich onder een douaneregeling van doorvoer, entrepot of tijdelijke opslag bevinden en rechtstreeks naar hel buitenland worden uitgevoerd zonder dat ze voor de toepassing van de B.T.W. ten verbruik zijn aangegeven. (5) Bij de eerste herziening mot het totaal van de belastingen de B.T.W. omvatten waarvan vrijstelling werd bekomen bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek (z. nr. 33. 1°). (6) Wanneer de onderneming beginnen invoeren is in de loop van het voorbije kalenderjaar, wordt de breuk 1/12 vervangen door een breuk met als teller 1 en als noemer het aantal maanden te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden. Voorbeeld : wanneer een belastingplichtige voor het eerst heeft ingevoerd op 10 augustus 1987, is de breuk die in aanmerking moet worden genomen voor de herziening in 1988 gelijk aan 1/5. (7) Bij de eerste herziening moet het totaal van de belastingen de B.T.W. omvatten waarvan vrijstelling werd bekomen bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek (z. nr. 33 1°). (8) Wanneer de onderneming beginnen invoeren is in de loop van het voorbije kalender jaar wordt de breuk l/12 vervangen door een breuk met als teller 1 en als noemer het aantal maanden te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden voorbeeld : wanneer een belastingplichtige voor het eerst heeft ingevoerd op 10 augustus 1987 is de breuk die in aanmerking moet worden genomen voor de herziening in 1988 gelijk aan 1/5. (9) Voor de regels die bij het gebruik van het Enig document moeten worden in acht genomen wordt verwezen naar de Instructie Enig document van de Administratie der douane en accijnzen. BIJLAGE I Aanvraag om vergunning.
(in drievoud in te dienen op briefpapier van de aanvrager)
De ondergetekende plak hier een identificatie-etiket
vraagt de vergunning aan om de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd ter zake van de invoer van goederen, te voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving van 11 januari 1973, nr. 3 (bijwerking 1988).
Hij verbindt zich er toe de voorwaarden van die vergunning na te leven en onder meer jaarlijks het bedrag te herzien van de als B.T.W. vooruit te betalen som.
Hij verklaart : a) dat het totaal van de maatstaven van heffing van de B.T.W. betreffende de invoeren bedoeld in de aanschrijving - gedaan tijdens de vier voorbije kalenderkwartalen (1) - volgens de vooruitzichten voor de volgende twaalf maanden (1) ..................................................................... ..................................................... F (2) bedraagt; b) dat het overeenkomstig bedrag aan B.T.W. ............................ ..................................................................... ..................................................... F (2) bedraagt; c) dat de vooruit te betalen som ....................................... ..................................................................... ..................................................... F (2) bedraagt; d) - voor het lopende jaar een vergunning te hebben bekomen op grond van artikel 43 van het B.T.W.-Wetboek en van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 waarvan een kopie van de titel van de vergunning wordt bijgevoegd; het percentage van vrijstelling verleend door de vergunning bedraagt ........ pct. (3); - voor het lopende jaar geen vergunning te hebben verkregen op grond van artikel 43 van het B.T.W.-Wetboek en van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 (3). Opgemaakt in drie exemplaren, Te ..................., ............................................. (handtekening, naam en hoedanigheid) (4) NOTEN ------------ (1) Alleen de passende melding kopiëren, zie ter zake het onderscheid gemaakt in nr. 18. (2) Voluit geschreven. (3) Alleen de passende melding kopiëren. (4) De ondertekenaar moet gemachtigd zijn de belastingplichtige financieel te verbinden. Wanneer de ondertekenaar handelt als lasthebber van de aanvrager, dient bij de aanvraag een fotokopie van de volmacht te worden gevoegd, die het mandaat bevestigt en er de draagwijdte van bepaalt. 1ste voorbeeld. A, in België gevestigde belastingsplichtige, vraagt op 5 april 1986 de vergunning A, is geen houder van een vergunning uitgereikt bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18.
Voor de invoeren die hij heeft gedaan vanaf 1 april 1985 tot 31 maart 1986 heeft A de volgende bedragen aan B.T.W. voldaan : 1° goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens met verlegging van de heffing : 1.000.000 F 2° goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens zonder verlegging van de heffing : 2.000.000 F 3° goederen ingevoerd uit Frankrijk : 8.800.000 F ------------ ------------- 1.000.000 F 10.800.000 F Theoretisch schema van de door A in de loop van de jaren 1986, 1987 en 1988 gedane handelingen. 1 Berekening van de vooruit te betalen som : 10.800.000 F : 12 = 900.000 F. 2 O5.04.1986 Aanvraag om vergunning. 3 10.04.1986 Storting van de som van 900.000 F op PR van het ontvangkantoor van de B.T.W. 4 18.04.1986 Uitreiking van de vergunning door de Centrale administratie. Onmiddellijk na ontvangst van de vergunning, mag A goederen invoeren en de B.T.W. voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving. 5 10.04.1987 A herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som. Gedurende het jaar 1986 heeft A invoeren gedaan bedoeld in de aanschrijving en heeft hij de som van 12.000.000 F als B.T.W. voldaan, op aangiften ten verbruik (voor de uitreiking van de vergunning) en in vak 13 van zijn maandaangiften (vanaf de uitreiking van de vergunning). Berekening van de vooruit te betalen som : 12.000.000 F : 12 = 1.000.000 F Reeds vooruitbetaald : 900.000 F ----------- Blijft te betalen : 100.000 F 6 20.04.1987 Storting van de som van 100.000 F op PR van hetontvangkantoor van de B.T.W. en verzending aan dit ontvangkantoor van bijlage III in drie exemplaren. 7 10.04.1988 A herziet het bedrag van de vooruitgestorte som. Gedurende het jaar 1987 heeft A in de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan, waarvoor hij in vak 13 van zijn maandaangiften als B.T.W. de som van 8.400.000 F heeft voldaan. Berekening van de vooruit te betalen som : 8.400.000 F : 12 = 700.000 F Reeds vooruitbetaald : 1.000.000 F ----------- Terug te geven : 300.000 F 8 20.4.1988 Op voorwaarde dat het document bedoeld in nr. 26 van de aanschrijving werd opgemaakt, mag A dat bedrag van 300.000 F opnemen in kader V, b, van zijn maandaangifte 2de voorbeeld. B, in België gevestigde belastingplichtige, vraagt op 12 april 1986 de verleggingsregeling aan; de vergunning wordt hem op 25 april 1986 verleend.B is houder van een vergunning uitgereikt bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluitnr. 18. Het percentage van de vrijstelling voor het jaar 1986 is vastgesteld op 90 pct.
Voor de invoeren die hij heeft gedaan vanaf 1 april 1985 tot 31 maart 1986 : 1° heeft B de volgende bedragen aan B.T.W. voldaan : a) voor goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens met verlegging van de heffing : 1.000.000 F b) voor goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens zonder verlegging van de heffing : 2.000.000 F c) voor goederen ingevoerd uit Frankrijk : 5.200.000 F 2° heeft B voor de goederen ingevoerd uit Frankrijk de vrijstelling van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 ingeroepen tot beloop van : 28 800.000 F ------------ ------------- 1.000.000 F 36.000.000 F Theoretisch schema van de door B in de loop van de jaren 1986, 1987 en 1988 gedane handelingen. 1. Berekening van de vooruit te betalen som : 36.000.000 F : 120 = 300.000 F. 2. 12.04.1986 Aanvraag om vergunning. 3. 19.04.1986 Storting van de som van 300.000 F op PR van het ontvangkantoor van de B.T.W. 4. 23.04.1986 Uitreiking van de vergunning door de Centrale administratie. Onmiddellijk na ontvangst van de vergunning, mag goederen invoeren en de B.T.W. voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving. Vanaf deze datum is B, voor wat betreft zijn invoeren, niet meer gehouden de boekhouding te voeren voorgeschreven door de vergunning die hem bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 werd toegekend. 5. 10.04.1987. B herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som. Gedurende het jaar 1986 heeft B door de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan waarvoor hij op aangiften ten verbruik en in vak 13 van zijn maandaangiften (vanaf de uitreiking van de vergunning) als B.T.W. heeft voldaan : 43.200.000 F en heeft hij de vrijstelling van artikel 43 van het Wetboek (voor de uitreiking van de vergunning) ingeroepen tot beloop van : 4.800.000 F ------------- 48.000.000 F Voor het jaar 1987 wordt het percentage van de vrijstelling van artikel 43 van het Wetboek verminderd tot 75 pct. Berekening van de vooruit te betalen som : 48.000.000 F x 1/48 = 1.000.000 F Reeds vooruitbetaald : 300.000 F ------------ Blijft te betalen : 700.000 F 6 20.04.1987 Storting van de som van 700.000 F op PR van het ontvangkantoor van de B.T.W. 7 10.04.1988 B herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som. Gedurende het jaar 1987 heeft B in de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan, waarvoor hij als B.T.W. in het vak 13 van zijn maandaangiften de som voldaan heeft van 60.000.000 F. Voor het jaar 1988 wordt het percentage van de vrijstelling vastgesteld op 90 pct. Berekening van de vooruit te betalen som : 60.000.000 F : 120 = 500.000 F Reeds vooruitbetaald : 1.000.000 F ----------- Terug te geven : 500.000 F 8. 20.4.1988 Op voorwaarde dat het document bedoeld in nr. 26 van de aanschrijving werd opgemaakt, mag B dat bedrag van 500.000 F opnemen in kader V, b, van zijn maandaangifte BIJLAGE III (Op te stellen op briefpapier van de belastingplichtige en in drievoud toe te sturen aan het ontvangkantoor van de B.T.W. waaronder belanghebbende ressorteert) ...................., ..................... Betreft : Belasting over de toegevoegde waarde. (plak hier Vooruitbetaling voor de invoeren. identificatie-etiket) Vergunning nr. E.T. ................. Mijnheer de Rekenplichtige, Ik breng U ter kennis dat de herziening van de B.T.W. die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op ..................................., onder het nr. E.T. ..............., als volgt moet plaatsvinden. Vooruit te betalen voor het jaar 19... : .......... .F Reeds vooruitbetaald : ........... F ------------- Bijkomende vooruit te betalen B.T.W. : ............F Ik betaal ..................F, op .......19 ........., door middel (van een postgiro) (1) (van een storting op een postkantoor) (1) (van een storting door bemiddeling van een bank, enz.) (1) (Handtekening) NOOT ---------- (1) Alleen de passende melding kopiëren. BIJLAGE IV (Op te stellen op briefpapier van de belastingplichtige en in tweevoud toe te sturen aan het controlekantoor van de B.T.W. waaronder belanghebbende ressorteert) .............................., ................................... Betreft : Belasting over de toegevoegde waarde. (Plak hier Vooruitbetaling voor de invoeren. een Vergunning nr. E.T....................... identificatie-etiket) Mijnheer de Hoofdcontroleur, Ik breng U ter kennis dat de herziening van de B.T.W. die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op ......................, onder het nr. E.T. .................., als volgt moet plaatsvinden. Vooruit te betalen voor het jaar 19.. : .......... F Reeds vooruitbetaald : .......... F ------------ Verschil : .......... F Ik vraag geen teruggaaf van dit verschil. (Handtekening) BIJLAGE V (Op te stellen op briefpapier van de belastingplichtige en in drievoud toe te sturen aan het controlekantoor van de B.T.W. waaronder belanghebbende ressorteert) ................................., ................................... Betreft : Belasting over de toegevoegde waarde. (plak hier Vooruitbetaling voor de invoeren. een Vergunning nr. E.T................... identificatie-etiket) Mijnheer de Hoofdcontroleur, Ik breng U ter kennis dat de herziening van de B.T.W. die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op ......................, onder het nr. E.T., ..................., als volgt moet plaatsvinden. Vooruit te betalen voor het jaar 19.. : ..............F Reeds vooruitbetaald : ..............F --------------- Terug te geven : ............. F Ik heb het bedrag van ................................................ .......................................................................F (1) opgenomen in kader V, b, van mijn maandaangifte met betrekking tot de handelingen van de maand ................. .(2). (of) in rubriek V van mijn kwartaalaangifte met betrekking tot de handelingen van het ......kwartaal (2). (of) in rubriek V van mijn jaaraangifte met betrekking tot de handelingen van het jaar 19..(2). (Handtekening) NOTEN ---------- (1) Het terug te geven bedrag voluit schrijven. (2) Alleen de passende melding kopiëren.
Aanschrijving nr. 3 dd. 11.01.1973
Deze aanschrijving werd vervangen door de Circulaire 3/1973 bijwerking 2008, nr. AOIF 1/2008 (E.T.675.10) dd. 02.01.2008
Deze aanschrijving werd volledig vervangen door de Circulaire nr. AOIF 1/2006 dd. 02.01.2006
Addendum: zie circulaire nr. AOIF 41/2006 (E.T.111.889) dd. 20.11.2006
Addendum: zie circulaire nr. AOIF 29/2003 (E.T.105.428) dd. 06.11.2003
Deze aanschrijving werd volledig vervangen door de aanschrijving nr. 22 dd. 21.08.2002
Deze aanschrijving werd gewijzigd door de aanschrijving nr. 14 dd. 22.09.1992
Deze aanschrijving werd volledig vervangen door de aanschrijving nr. 10 dd. 24.11.1988
Invoer
Bijzondere wijze van betalen
INHOUD Voorwerp 1 - 6 I. Personen die de bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen 7 II. Invoeren waarop deze wijze kan bepalen betrekking heeft. 8 - 9 III. Voorwaarden waaraan de bijzondere wijze van betalen is onderworpen. 10 A. VERGUNNING. Indiening van de aanvraag. 11 Inwerkingtreding van de vergunning. 12 Duur van de vergunning. 13 Afzien van de vergunning. 14 Wijziging of intrekking van de vergunning. 15 Wijziging of verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige. 16 B. VOORUITBETALING VAN DE BELASTING VERSCHULDIGD TER ZAKE VAN INVOER. 17 Bedrag van de vooruitbetaling. 18 Wijze van betaling. 19 - 22 Herziening van het bedrag van de vooruitbetaalde belasting. 23(1) - 23(4) Teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting. Oorzaak van teruggaaf. 24 Wijze van teruggaaf. 25 - 27 C. BIJ DE INVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN. Invoerdocumenten. 28 D. BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN. 29 - 31 IV. Bijzondere bepalingen voor de belastingplichtigen die een vergunning op grond van artikel 22 van hel koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 hebben bekomen. 32(1) Aanvraag van de vergunning. 32(2) Bedrag van de vooruit te betalen belasting. 33 Herziening van de vooruitbetaalde belasting. 34 Boekhoudkundige verplichtingen. 35 Gevolgen voor de vergunning verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18. 36 BIJLAGE I - Aanvraag om vergunning BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V Voorwerp. 1. Deze aanschrijving stelt een bijzondere wijze van betalen van de B.T.W. in voor de invoer van goederen die niet bedoeld is in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 (2) m.b.t. de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. Ten einde de formaliteiten bij de invoer van goederen te vereenvoudigen, wordt aan de belastingplichtigen, die daartoe een vergunning hebben verkregen, toegestaan de belasting niet op het ogenblik van de aangifte ten verbruik te voldoen, maar die betaling te verleggen naar het binnenland .
2. Artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 machtigt de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde, aan belastingplichtigen die de in artikel 50, § 1, 3°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, een vergunning te verlenen om onder de daarin gestelde voorwaarden de wegens invoer verschuldigde B.T.W. niet te betalen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting wordt opgenomen als verschuldigde belasting in voornoemde periodieke aangifte.
3. Om te voorkomen dat die wijze van betalen nadeel zou berokkenen aan de Schatkist, moeten de belastingplichtigen, die deze regeling willen toepassen, als B.T.W. een bedrag vooruitbetalen dat gelijk is aan een twaalfde (z. evenwel de speciale toestand bedoeld in de nrs. 321 tot 33 hierna) van de belastingen die ze het voorgaande jaar volgens de normale wijze van betalen bij invoer hebben voldaan.
4. In de logische gedachtengang van die regeling ontslaat de vooruitbetaling de belastingplichtige niet van de verplichting in vak 13 van de maand-, kwartaal- of jaaraangifte als verschuldigde belasting een bedrag op te nemen dat overeenstemt met het bedrag van de belasting dat voorkomt op de documenten die tijdens die maand, dat kwartaal of dat jaar werden gevalideerd in verband met de invoeren welke in de loop van die periode werden gedaan.
5. De belastingplichtigen die de verlegging van betaling toepassen moeten ieder jaar het vooruitbetaalde bedrag herzien. Bij die herziening dienen zij rekening te houden met de belasting die werd voldaan voor de invoeren gedaan tijdens het voorgaande jaar.
Wanneer die herziening een bedrag geeft dat groter is dan hetgeen in werkelijkheid bij wijze van vooruitbetaling werd gestort, moet een bijkomende betaling worden gedaan. In het tegenovergestelde geval wordt het te veel betaalde teruggegeven.
6. Wanneer, om gelijk welke reden, een einde wordt gesteld aan de bijzondere wijze van betalen, moet de belastingplichtige de belasting bij invoer voldoen volgens de normale regeling die voor de betaling van die belasting geldt. Maar hij kan terugbetaling bekomen van de vooruitbetaalde belasting overeenkomstig het bepaalde in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969.
I. Personen die de bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen.
7. De bijzondere wijze van betalen, bedoeld in deze aanschrijving, kan worden aangevraagd door alle belastingplichtigen die hier te lande zijn gevestigd of die hier een vaste inrichting hebben en die overeenkomstig artikel 50, § 1, 3°, van het B.T.W.-Wetboek en artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, periodieke aangiften indienen.
De belastingplichtigen die in het buitenland gevestigd zijn en hier te lande geen vaste inrichting hebben, en die toch deze wijze van betalen willen toepassen, zijn gehouden periodieke aangiften in te dienen door bemiddeling van een aansprakelijke vertegenwoordiger. In dat geval moet, alvorens de aanvraag waarvan sprake in nr. 11 hierna wordt ingediend, een aansprakelijke vertegenwoordiger erkend zijn door het Centraal B.T.W.-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Van Orleystraat 15, te 1000 Brussel.
II. Invoeren waarop deze wijze van bepalen betrekking heeft.
8. Wanneer de in nr. 7 bedoelde belastingplichtigen de vergunning hebben verkregen om de bijzondere wijze van betalen toe te passen, moeten zij de in deze aanschrijving voorgeschreven regels naleven voor alle aan de B.T.W. onderworpen invoeren, die de belasting opeisbaar maken bij het indienen van de aangifte ten verbruik, onder voorbehoud van het bepaalde in nr. 9, 2de lid, hierna.
9. Deze aanschrijving is niet alleen toepasselijk op de invoer van goederen over andere grenzen dan de Belgisch-Luxemburgse of Belgisch-Nederlandse grens, maar ook op de invoer van goederen over laatstgenoemde grenzen wanneer het gaat om invoeren die niet zijn bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7.
Ze vindt in principe geen toepassing wanneer de goederen met vrijstelling van B.T.W. worden ingevoerd op grond van een vergunning verleend bij toepassing van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 (3) betreffende de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten op het stuk van de B.T.W., d.w.z. wanneer de goederen tijdelijk worden ingevoerd om door een in België gevestigde loonbewerker te worden bewerkt, verwerkt of hersteld voor rekening van een in het buitenland gevestigde opdrachtgever. De loonbewerker kan evenwel, in plaats van zich op die vrijstelling te beroepen, ook invoeren met verlegging van de betaling ingevolge de bij toepassing van deze aanschrijving uitgereikte vergunning. In dat geval moet de loonbewerker het bedrag van de wegens invoer verschuldigde B.T.W. mede opnemen in vak 13 van zijn periodieke B.T.W.-aangifte (z. nr. 30 hierna); bovendien komt dat B.T.W.-bedrag in aanmerking voor het bepalen van de vooruit te betalen som (z. nr. 18).
III. Voorwaarden waaraan de bijzondere wijze van betalen is onderworpen.
10. De bijzondere wijze van betalen is onderworpen aan de volgende voorwaarden.
A. VERGUNNING.
Indiening van de aanvraag.
11. Om de bijzondere wijze van betalen te mogen toepassen moet de belastingplichtige een aanvraag richten aan het volgende adres :
Ministerie van Financiën
Centrale administratie van de B.T.W.
2de dienst - 5de directie
Rijksadministratief Centrum
Financietoren - Bus 39
Kruidtuinlaan 50
1010 BRUSSEL
De aanvraag moet in drievoud worden ingediend op briefpapier van de aanvrager en volgens het model in bijlage 1.
De administratie kan weigeren de vergunning te verlenen wanneer zij de op het spel zijnde belangen miniem acht. De vergunning wordt in de regel niet uitgereikt wanneer het bedrag dat overeenkomstig het bepaalde in nr. 17 als B.T.W. moet worden vooruitbetaald, minder bedraagt dan 250,00 EUR (10.000 frank) (*).
Zij reikt de vergunning evenmin uit wanneer uit het administratief onderzoek dat na het indienen van de aanvraag werd ingesteld, blijkt dat de betrokkene zijn verplichtingen inzake B.T.W. niet nauwgezet naleeft, inzonderheid wat betreft het indienen van zijn periodieke aangiften en het betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit die aangiften blijkt binnen de termijnen gesteld bij het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969.
[(*) Omzetting naar euro : aanschrijving 101.564 dd.19.12.2001 (inwerkingtreding 01.01.2002)]
Inwerkingtreding van de vergunning.
12. De vergunning is toepasselijk voor alle invoeren die worden gedaan vanaf de datum waarop de vergunning werd verleend.
Duur van de vergunning.
13. De vergunning wordt in principe verleend voor onbepaalde duur.
Afzien van de vergunning.
14. De belanghebbende mag op ieder ogenblik afzien van de vergunning. In dat geval moet hij de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder hij ressorteert per aangetekend schrijven op de hoogte brengen. Het afzien van de vergunning is in principe definitief.
Wijziging of intrekking van de vergunning.
15. De administratie behoudt zich het recht voor om op gelijk welk tijdstip de voorwaarden of de formaliteiten waarvan de vergunning afhankelijk werd gesteld geheel of gedeeltelijk te wijzigen of om de vergunning in te trekken. Zo zal de vergunning worden ingetrokken indien de houder de opgelegde voorwaarden niet naleeft .
Onverminderd, in voorkomend geval, de bij de wet uitgevaardigde straffen, zal de vergunning onmiddellijk worden ontnomen aan iedere persoon die er misbruik van maakt of tracht te maken of die op gelijk welke wijze de controleopdracht van de ambtenaren van de administratie belemmert.
ledere intrekking van vergunning wordt door de hoofdcontroleur van de B.T.W. per aangetekende brief aan de belanghebbende genotificeerd. Het afgeven van de brief aan de post geldt als notificatie vanaf de volgende dag.
Vanaf de dag die op deze notificatie volgt kan de vergunning niet meer worden ingeroepen.
Wijziging of verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige.
16. De belastingplichtige, die de vergunning bekomen heeft, mag de vergunning niet meer toepassen wanneer hij :
| 1° | de hoedanigheid van belastingplichtige verliest; |
| 2° | onderworpen wordt aan een regeling die hem ontslaat van het indienen van periodieke aangiften; |
| 3° | een buitenlandse belastingplichtige is die hier te lande geen vaste inrichting heeft en hier te lande ook geen aansprakelijke vertegenwoordiger meer heeft voor de toepassing van de B.T.W. |
17. De vergunning wordt slechts verleend indien een bedrag als B.T.W. wordt vooruitbetaald; het vooruit te betalen bedrag wordt vastgesteld onder nr. 18. De modaliteiten van die betaling en van de teruggaaf worden toegelicht in de nrs. 19 tot 27.
Bedrag van de vooruitbetaling.
18. Het bedrag van de vooruitbetaling moet in principe door de aanvrager zelf berekend worden; dat bedrag is gelijk aan een twaalfde van de belasting die door de belastingplichtige werd betaald (4) en/of waarvoor hij bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek vrijstelling heeft bekomen (z. nr. 33, 1°), en dit voor de invoeren waarop deze aanschrijving toepasselijk is en die hij gedaan heeft gedurende de vier kalenderkwartalen die de aanvraag om vergunning voorafgaan (z. voorbeelden in bijlage II van de onderhavige aanschr.). Wanneer de aanvrager tijdens de bedoelde periode geen invoeren heeft gedaan of pas in de loop van die periode voor het eerst heeft ingevoerd, vermeldt hij de bedragen van de invoeren die hij, volgens zijn vooruitzichten, zal doen tijdens de volgende twaalf maanden; op de aanvraag moet uitdrukkelijk worden vermeld dat het vooruitzichten betreft.
Ten aanzien van de belastingplichtigen die een vergunning hebben bekomen op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 wordt het bedrag van de vooruit te betalen belasting evenwel vastgesteld op de wijze uiteengezet in nr. 33 hierna.
Wijze van betaling.
19. Het bedrag van de vooruit te betalen belasting moet ineens worden gestort op het ontvangkantoor van de B.T.W. waarvan de benaming en het postrekeningnummer aan betrokkene worden medegedeeld na ontvangst van de aanvraag tot verkrijging van de vergunning. Het mag in geen geval gestort worden op postrekening nr. 000-2003000-47 van de B.T.W.- ontvangsten te Brussel.
20. De storting moet ontvangen zijn binnen de drie maanden na het verzenden van de brief waarbij de administratie de belastingplichtige uitnodigt de vooruitbetaling te doen.
21. De betaling wordt gedaan :
| 1° | Hetzij door middel van een postgiro; |
| 2° | hetzij door middel van een storting op een postkantoor; |
| 3° | hetzij door middel van een storting door bemiddeling van een in België gevestigde bank, of van een instelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten, een onderneming bedoeld in artikel 1, tweede lid, 3°, van hetzelfde koninklijk besluit, een door de Nationale Kas voor beroepskrediet erkende kredietvereniging of een door het Nationaal Instituut voor landbouwkrediet erkende kredietkas. |
22. Het betalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : naam en adres van de belastingplichtige, zijn B.T.W.registratienummer, evenals de volgende vermelding : "vooruitbetaling aanschr. 3/1973 - nr. E.T.." (aangevuld door het nummer dat voorkomt op de brief waarin de administratie de belastingplichtige verzoekt de vooruitbetaling te doen).
Herziening van het bedrag van de vooruitbetaalde belasting.
23(1). De houder van de vergunning is ertoe gehouden ieder jaar voor 20 april het bedrag van de vooruitbetaalde belasting te herzien en de administratie op de hoogte te brengen van het resultaat van die herziening (z. bijlagen III t/m V al naargelang het geval). Wanneer de vergunning werd verleend tussen 1 januari en 20 april van een bepaald jaar, moet de eerste herziening evenwel slechts gebeuren in de loop van het daaropvolgende jaar, uiterlijk op 20 april.
23(2). Wanneer het twaalfde deel van de totale belasting die werd of moet worden betaald voor de invoeren van het verlopen kalenderjaar (5) (6) groter is dan de vooruitbetaalde belasting, moet de belastingplichtige ten laatste op 20 april, op de postrekening van het ontvangkantoor van de B.T.W. waaronder hij ressorteert en op de wijze aangeduid in nr. 21, een bijkomend bedrag storten gelijk aan het verschil tussen beide bedragen (z. 1ste voorbeeld van bijlage II).
Het betalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : naam en adres van de belastingplichtige, zijn B.T.W.-registratienummer, evenals de volgende vermelding : "vooruitbetaling aanschr. 3/1973 - nr. E.T.." (aangevuld door het nummer van de vergunning).
Hij moet bovendien, op dat ogenblik, aan het ontvangkantoor een brief met kennisgeving van de herziening zenden, in drie exemplaren, conform het model van bijlage III.
23(3). Is het twaalfde deel van de totale belasting die werd of moet worden voldaan voor de invoeren van het verlopen kalenderjaar (7) (8) kleiner dan het bedrag van de vooruitbetaalde belasting (z. 1ste voorbeeld, cijfers 7 en 8 van bijlage II), dan heeft de belastingplichtige de keus om al of niet teruggaaf te vragen van het verschil.
Wanneer hij teruggaaf vraagt, moet hij handelen op de wijze als uiteengezet in de nrs. 25 en 26 hierna. Wanneer hij daarentegen geen teruggaaf vraagt van het verschil, omdat het te gering is of om enige andere reden, dan zendt hij voor 20 april aan de hoofdcontroleur van het B.T.W.-controlekantoor waaronder hij ressorteert een brief in twee exemplaren conform het model van bijlage IV.
23(4). Opgemerkt wordt dat de loonbewerker die zich beroept op de vrijstelling van B.T.W. bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977, maar de goederen niet wederuitvoert binnen de gestelde termijn, ertoe gehouden is de B.T.W. waarvan vrijstelling werd verleend bij invoer op te nemen in de rubriek "Herziening" van de aangifte die moet worden ingediend voor het tijdvak in de loop waarvan de gestelde termijn verstrijkt. In dat geval moet de loonbewerker, houder van de in deze aanschrijving bedoelde vergunning, bij de berekening en de herziening van het vooruitbetaalde bedrag eveneens rekening houden met bedoelde regularisatie (z. nr. 9, 2de lid).
Teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting.
Oorzaak van teruggaaf.
24. De vooruitbetaalde belasting wordt geheel of gedeeltelijk aan de belastingplichtige teruggegeven wanneer :
| 1° | hij van de vergunning afziet (z. nr. 14); |
| 2° | de vergunning wordt ingetrokken (z. nr. 15); |
| 3° | teveel werd betaald (z. nr. 231); |
| 4° | de betrokkene de hoedanigheid van belastingplichtige verliest of wanneer hij onderworpen wordt aan een regeling die hem ontslaat van het indienen van periodieke aangiften (z. nr. 16) 5° de belastingplichtige, die hier te lande geen vaste inrichting heeft, geen aansprakelijke vertegenwoordiger meer heeft (z. nr. 16) |
25. de teruggaaf wordt gedaan met inachtneming van het bepaalde in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969.
De belastingplichtige bekomt teruggaaf door toerekening; hij neemt de voor teruggaaf vatbare belasting op in kader V, letter b, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaal- of jaaraangifte, die betrekking heeft op de periode waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
26. Overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 moet de belastingplichtige, om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen, een document opstellen dat overeenstemt met het in bijlage V van de onderhavige aanschrijving gegeven model van kennisgeving. Dat document moet worden ingeschreven in het register van teruggaaf (z. aanschr. 78/1970, nr. 31). Het wordt opgesteld in drie exemplaren. Twee hiervan worden gehecht aan de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan.
27. Wanneer, in de gevallen bedoeld in nr.24, 4° en 5°, de betrokkene geen teruggaaf door toerekening heeft bekomen in de laatste periodieke aangifte die hij heeft ingediend, dan moet hij een aanvraag tot teruggaaf indienen bij de hoofdcontroleur van het B.T.W.-kantoor waaronder hij ressorteert (z. kon. besl. nr. 4, art. 9). 23
C. BIJ DE INVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN.
Invoerdocumenten.
28. De belastingplichtigen die een vergunning hebben verkregen moeten, voor elke invoer waarvoor de B.T.W. verschuldigd is, op het invoerkantoor een Enig document overleggen dat als aangifte ten verbruik wordt gebezigd (9).
De aangever moet op eigen verantwoordelijkheid de code "G" aanbrengen in de kolom (WB) van vak 47 van het Enig document die betrekking heeft op de wijze van betaling. Bovendien moet vak 48 van dat document worden aangevuld met het nummer van de uitgereikte vergunning.
D. BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN.
29. De als aangiften ten verbruik gebezigde Enige documenten moeten worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen. Overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 7, is de belastingplichtige gehouden op het voor de geadresseerde bestemde exemplaar van dat document een verwijzing naar de factuur aan te brengen en op de factuur een verwijzing naar het document .
30. Het bedrag van de B.T.W., waarvan het als aangifte ten verbruik gebezigde Enig document de verschuldigdheid vaststelt, wordt opgenomen in vak 13 van de maand-, kwartaal of jaaraangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de aangifte ten verbruik van de ingevoerde goederen heeft plaatsgehad .
Dat zelfde bedrag mag worden opgenomen in vak 21 van dezelfde aangifte, voor het gedeelte waarvan de aftrek bij toepassing van de artikelen 45 en 46 van het B.T.W.-Wetboek is toegestaan.
31. Wanneer de houder van de vergunning invoeren doet over de Belgisch-Luxemburgse of de Belgisch-Nederlandse grens waarvoor de verlegging van de betaling volgens artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7 toepasselijk is, dan moet bij iedere periodieke aangifte een document worden gevoegd waarin de volgende gegevens afzonderlijk zijn opgenomen :
het bedrag van de belasting verschuldigd ter zake van de invoeren over de Belgisch-Nederlandse of Belgisch-Luxemburgse grens met verlegging van de heffing en het bedrag van de belasting die wordt voldaan bij toepassing van de onderhavige aanschrijving.
IV. Bijzondere bepalingen voor de belastingplichtigen die een vergunning op grond van artikel 22 van hel koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 hebben bekomen.
32(1). De belastingplichtigen die een vergunning hebben bekomen op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 betreffende de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, zijn - onder voorbehoud van wat hierna is bepaald in de nrs. 33 tot 38 - gehouden tot de bij de nrs. 11 tot 31 omschreven verplichtingen.
Hieruit vloeit voort dat zelfs voor de invoeren waarvoor de vrijstellingsregeling van de in vorig lid bedoelde vergunning had kunnen worden ingeroepen, een als aangifte ten verbruik gebezigd Enig document moet worden geldig gemaakt met opgave van het bedrag van de belasting die ter zake van die invoeren opeisbaar is; overeenkomstig hetgeen in nr. 30 hierboven is bepaald, moet dat bedrag worden opgenomen in vak 13 van de door die belastingplichtigen periodiek ingediende aangiften. Dat zelfde bedrag mag eveneens worden opgenomen in vak 21 van dezelfde aangiften, onder voorbehoud van de in de artikelen 45 en 46 van het Wetboek bedoelde beperkingen.
Aanvraag van de vergunning.
32(2). Bij de aanvraag bedoeld in nr. 11 moet een kopie worden gevoegd van de titel van de vergunning die op grond van artikel 22 van voornoemd koninklijk besluit nr. 18 werd uitgereikt .
Bedrag van de vooruit te betalen belasting.
33. In afwijking van nr. 18, wordt het bedrag van de vooruit te betalen belasting als volgt bepaald :
| 1° | bij het bedrag van de belasting dat werkelijk is betaald voor de invoeren waarop deze aanschrijving van toepassing is en die worden gedaan gedurende de periode die zich uitstrekt over de vier kalenderkwartalen, die de datum van de aanvraag tot vergunning voorafgaan, wordt het bedrag van de belasting gevoegd dat voorkomt op de aangiften ten verbruik die werden geldig gemaakt in de loop van dezelfde periode bij toepassing van de op grond van artikel 22 van voormeld koninklijk besluit nr. 18 verleende vergunning; |
| 2° | de aldus bekomen som wordt vermenigvuldigd met 1/120, 1/48, 1/24 of 1/17 naargelang voor het jaar, tijdens hetwelk de in onderhavige aanschrijving bedoelde vergunning wordt aangevraagd, een percentage van vrijstelling werd bekomen van respectievelijk 90 pct., 75 pct., 50 pct. of 30 pct. (z. het 2de voorbeeld in bijlage II). |
Om het bedrag van de vooruit te betalen belasting te bepalen, wordt geen rekening gehouden met de invoeren die de belastingplichtige, in zijn hoedanigheid van loonbewerker voor rekening van een in het buitenland gevestigde medecontractant, heeft gedaan met vrijstelling van de belasting op grond van een vergunning die hem bij toepassing van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 18 werd uitgereikt. Het blijft die belastingplichtige trouwens mogelijk de toepassing in te roepen van laatstgenoemde vergunning ofschoon hem een bij onderhavige aanschrijving bedoelde vergunning zou zijn uitgereikt (z. nr. 9, laatste lid).
Herziening van de vooruitbetaalde belasting.
34. Om het bedrag van de vooruitbetaalde belasting overeenkomstig nr. 23 te herzien, moet de belastingplichtige rekening houden met het percentage van vrijstelling dat hij heeft bekomen voor het jaar in de loop waarvan de herziening moet worden verricht (z. het 2de voorbeeld van bijlage II).
Boekhoudkundige verplichtingen.
35. Wanneer hij de bij onderhavige aanschrijving gestelde voorwaarden naleeft, is de belastingplichtige ervan ontslagen, maar dan alleen voor wat betreft de invoeren van goederen, de boekhouding te voeren die is voorgeschreven door de vergunning die hem bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 werd toegekend .
Gevolgen voor de vergunning verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18.
36. Gelet op de verlegging van de betaling moet de op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 verleende vergunning niet meer worden ingeroepen wanneer in deze aanschrijving bedoelde invoeren van goederen worden gedaan.
37. Bij het bepalen van het bedrag van de vooruit te betalen belasting werd rekening gehouden met het percentage van vrijstelling dat is vastgesteld in de vergunning die werd verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18. Op die wijze bekomt de houder van de vergunning die bij toepassing van onderhavige aanschrijving wordt uitgereikt voor zijn invoeren in feite de in artikel 43 van het Wetboek bedoelde vrijstelling.
Daaruit volgt dat, voor zijn aankopen hier te lande en voor de diensten die hem worden geleverd, hij de vrijstelling slechts mag inroepen ten belope van het percentage dat is vastgesteld in de vergunning die werd verleend op grond van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18.
NOTEN ----------- (1) Z. Revue nr. 65, blz. 678. (2) Z. Revue nr. 33, blz. 79. (3) Z. Revue nr. 33, blz. 109. (4) Er moet alleen rekening worden gehouden met de B.T.W. die verschuldigd is bij aangifte ten verbruik er wordt geen rekening gehouden met B.T.W. betreffende goederen die zich onder een douaneregeling van doorvoer, entrepot of tijdelijke opslag bevinden en rechtstreeks naar hel buitenland worden uitgevoerd zonder dat ze voor de toepassing van de B.T.W. ten verbruik zijn aangegeven. (5) Bij de eerste herziening mot het totaal van de belastingen de B.T.W. omvatten waarvan vrijstelling werd bekomen bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek (z. nr. 33. 1°). (6) Wanneer de onderneming beginnen invoeren is in de loop van het voorbije kalenderjaar, wordt de breuk 1/12 vervangen door een breuk met als teller 1 en als noemer het aantal maanden te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden. Voorbeeld : wanneer een belastingplichtige voor het eerst heeft ingevoerd op 10 augustus 1987, is de breuk die in aanmerking moet worden genomen voor de herziening in 1988 gelijk aan 1/5. (7) Bij de eerste herziening moet het totaal van de belastingen de B.T.W. omvatten waarvan vrijstelling werd bekomen bij toepassing van artikel 43 van het Wetboek (z. nr. 33 1°). (8) Wanneer de onderneming beginnen invoeren is in de loop van het voorbije kalender jaar wordt de breuk l/12 vervangen door een breuk met als teller 1 en als noemer het aantal maanden te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden voorbeeld : wanneer een belastingplichtige voor het eerst heeft ingevoerd op 10 augustus 1987 is de breuk die in aanmerking moet worden genomen voor de herziening in 1988 gelijk aan 1/5. (9) Voor de regels die bij het gebruik van het Enig document moeten worden in acht genomen wordt verwezen naar de Instructie Enig document van de Administratie der douane en accijnzen. BIJLAGE I Aanvraag om vergunning.
(in drievoud in te dienen op briefpapier van de aanvrager)
De ondergetekende plak hier een identificatie-etiket
vraagt de vergunning aan om de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd ter zake van de invoer van goederen, te voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving van 11 januari 1973, nr. 3 (bijwerking 1988).
Hij verbindt zich er toe de voorwaarden van die vergunning na te leven en onder meer jaarlijks het bedrag te herzien van de als B.T.W. vooruit te betalen som.
Hij verklaart : a) dat het totaal van de maatstaven van heffing van de B.T.W. betreffende de invoeren bedoeld in de aanschrijving - gedaan tijdens de vier voorbije kalenderkwartalen (1) - volgens de vooruitzichten voor de volgende twaalf maanden (1) ..................................................................... ..................................................... F (2) bedraagt; b) dat het overeenkomstig bedrag aan B.T.W. ............................ ..................................................................... ..................................................... F (2) bedraagt; c) dat de vooruit te betalen som ....................................... ..................................................................... ..................................................... F (2) bedraagt; d) - voor het lopende jaar een vergunning te hebben bekomen op grond van artikel 43 van het B.T.W.-Wetboek en van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 waarvan een kopie van de titel van de vergunning wordt bijgevoegd; het percentage van vrijstelling verleend door de vergunning bedraagt ........ pct. (3); - voor het lopende jaar geen vergunning te hebben verkregen op grond van artikel 43 van het B.T.W.-Wetboek en van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 (3). Opgemaakt in drie exemplaren, Te ..................., ............................................. (handtekening, naam en hoedanigheid) (4) NOTEN ------------ (1) Alleen de passende melding kopiëren, zie ter zake het onderscheid gemaakt in nr. 18. (2) Voluit geschreven. (3) Alleen de passende melding kopiëren. (4) De ondertekenaar moet gemachtigd zijn de belastingplichtige financieel te verbinden. Wanneer de ondertekenaar handelt als lasthebber van de aanvrager, dient bij de aanvraag een fotokopie van de volmacht te worden gevoegd, die het mandaat bevestigt en er de draagwijdte van bepaalt. 1ste voorbeeld. A, in België gevestigde belastingsplichtige, vraagt op 5 april 1986 de vergunning A, is geen houder van een vergunning uitgereikt bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18.
Voor de invoeren die hij heeft gedaan vanaf 1 april 1985 tot 31 maart 1986 heeft A de volgende bedragen aan B.T.W. voldaan : 1° goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens met verlegging van de heffing : 1.000.000 F 2° goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens zonder verlegging van de heffing : 2.000.000 F 3° goederen ingevoerd uit Frankrijk : 8.800.000 F ------------ ------------- 1.000.000 F 10.800.000 F Theoretisch schema van de door A in de loop van de jaren 1986, 1987 en 1988 gedane handelingen. 1 Berekening van de vooruit te betalen som : 10.800.000 F : 12 = 900.000 F. 2 O5.04.1986 Aanvraag om vergunning. 3 10.04.1986 Storting van de som van 900.000 F op PR van het ontvangkantoor van de B.T.W. 4 18.04.1986 Uitreiking van de vergunning door de Centrale administratie. Onmiddellijk na ontvangst van de vergunning, mag A goederen invoeren en de B.T.W. voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving. 5 10.04.1987 A herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som. Gedurende het jaar 1986 heeft A invoeren gedaan bedoeld in de aanschrijving en heeft hij de som van 12.000.000 F als B.T.W. voldaan, op aangiften ten verbruik (voor de uitreiking van de vergunning) en in vak 13 van zijn maandaangiften (vanaf de uitreiking van de vergunning). Berekening van de vooruit te betalen som : 12.000.000 F : 12 = 1.000.000 F Reeds vooruitbetaald : 900.000 F ----------- Blijft te betalen : 100.000 F 6 20.04.1987 Storting van de som van 100.000 F op PR van hetontvangkantoor van de B.T.W. en verzending aan dit ontvangkantoor van bijlage III in drie exemplaren. 7 10.04.1988 A herziet het bedrag van de vooruitgestorte som. Gedurende het jaar 1987 heeft A in de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan, waarvoor hij in vak 13 van zijn maandaangiften als B.T.W. de som van 8.400.000 F heeft voldaan. Berekening van de vooruit te betalen som : 8.400.000 F : 12 = 700.000 F Reeds vooruitbetaald : 1.000.000 F ----------- Terug te geven : 300.000 F 8 20.4.1988 Op voorwaarde dat het document bedoeld in nr. 26 van de aanschrijving werd opgemaakt, mag A dat bedrag van 300.000 F opnemen in kader V, b, van zijn maandaangifte 2de voorbeeld. B, in België gevestigde belastingplichtige, vraagt op 12 april 1986 de verleggingsregeling aan; de vergunning wordt hem op 25 april 1986 verleend.B is houder van een vergunning uitgereikt bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluitnr. 18. Het percentage van de vrijstelling voor het jaar 1986 is vastgesteld op 90 pct.
Voor de invoeren die hij heeft gedaan vanaf 1 april 1985 tot 31 maart 1986 : 1° heeft B de volgende bedragen aan B.T.W. voldaan : a) voor goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens met verlegging van de heffing : 1.000.000 F b) voor goederen ingevoerd over de Belgisch-Nederlandse grens zonder verlegging van de heffing : 2.000.000 F c) voor goederen ingevoerd uit Frankrijk : 5.200.000 F 2° heeft B voor de goederen ingevoerd uit Frankrijk de vrijstelling van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 ingeroepen tot beloop van : 28 800.000 F ------------ ------------- 1.000.000 F 36.000.000 F Theoretisch schema van de door B in de loop van de jaren 1986, 1987 en 1988 gedane handelingen. 1. Berekening van de vooruit te betalen som : 36.000.000 F : 120 = 300.000 F. 2. 12.04.1986 Aanvraag om vergunning. 3. 19.04.1986 Storting van de som van 300.000 F op PR van het ontvangkantoor van de B.T.W. 4. 23.04.1986 Uitreiking van de vergunning door de Centrale administratie. Onmiddellijk na ontvangst van de vergunning, mag goederen invoeren en de B.T.W. voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving. Vanaf deze datum is B, voor wat betreft zijn invoeren, niet meer gehouden de boekhouding te voeren voorgeschreven door de vergunning die hem bij toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 18 werd toegekend. 5. 10.04.1987. B herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som. Gedurende het jaar 1986 heeft B door de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan waarvoor hij op aangiften ten verbruik en in vak 13 van zijn maandaangiften (vanaf de uitreiking van de vergunning) als B.T.W. heeft voldaan : 43.200.000 F en heeft hij de vrijstelling van artikel 43 van het Wetboek (voor de uitreiking van de vergunning) ingeroepen tot beloop van : 4.800.000 F ------------- 48.000.000 F Voor het jaar 1987 wordt het percentage van de vrijstelling van artikel 43 van het Wetboek verminderd tot 75 pct. Berekening van de vooruit te betalen som : 48.000.000 F x 1/48 = 1.000.000 F Reeds vooruitbetaald : 300.000 F ------------ Blijft te betalen : 700.000 F 6 20.04.1987 Storting van de som van 700.000 F op PR van het ontvangkantoor van de B.T.W. 7 10.04.1988 B herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som. Gedurende het jaar 1987 heeft B in de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan, waarvoor hij als B.T.W. in het vak 13 van zijn maandaangiften de som voldaan heeft van 60.000.000 F. Voor het jaar 1988 wordt het percentage van de vrijstelling vastgesteld op 90 pct. Berekening van de vooruit te betalen som : 60.000.000 F : 120 = 500.000 F Reeds vooruitbetaald : 1.000.000 F ----------- Terug te geven : 500.000 F 8. 20.4.1988 Op voorwaarde dat het document bedoeld in nr. 26 van de aanschrijving werd opgemaakt, mag B dat bedrag van 500.000 F opnemen in kader V, b, van zijn maandaangifte BIJLAGE III (Op te stellen op briefpapier van de belastingplichtige en in drievoud toe te sturen aan het ontvangkantoor van de B.T.W. waaronder belanghebbende ressorteert) ...................., ..................... Betreft : Belasting over de toegevoegde waarde. (plak hier Vooruitbetaling voor de invoeren. identificatie-etiket) Vergunning nr. E.T. ................. Mijnheer de Rekenplichtige, Ik breng U ter kennis dat de herziening van de B.T.W. die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op ..................................., onder het nr. E.T. ..............., als volgt moet plaatsvinden. Vooruit te betalen voor het jaar 19... : .......... .F Reeds vooruitbetaald : ........... F ------------- Bijkomende vooruit te betalen B.T.W. : ............F Ik betaal ..................F, op .......19 ........., door middel (van een postgiro) (1) (van een storting op een postkantoor) (1) (van een storting door bemiddeling van een bank, enz.) (1) (Handtekening) NOOT ---------- (1) Alleen de passende melding kopiëren. BIJLAGE IV (Op te stellen op briefpapier van de belastingplichtige en in tweevoud toe te sturen aan het controlekantoor van de B.T.W. waaronder belanghebbende ressorteert) .............................., ................................... Betreft : Belasting over de toegevoegde waarde. (Plak hier Vooruitbetaling voor de invoeren. een Vergunning nr. E.T....................... identificatie-etiket) Mijnheer de Hoofdcontroleur, Ik breng U ter kennis dat de herziening van de B.T.W. die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op ......................, onder het nr. E.T. .................., als volgt moet plaatsvinden. Vooruit te betalen voor het jaar 19.. : .......... F Reeds vooruitbetaald : .......... F ------------ Verschil : .......... F Ik vraag geen teruggaaf van dit verschil. (Handtekening) BIJLAGE V (Op te stellen op briefpapier van de belastingplichtige en in drievoud toe te sturen aan het controlekantoor van de B.T.W. waaronder belanghebbende ressorteert) ................................., ................................... Betreft : Belasting over de toegevoegde waarde. (plak hier Vooruitbetaling voor de invoeren. een Vergunning nr. E.T................... identificatie-etiket) Mijnheer de Hoofdcontroleur, Ik breng U ter kennis dat de herziening van de B.T.W. die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op ......................, onder het nr. E.T., ..................., als volgt moet plaatsvinden. Vooruit te betalen voor het jaar 19.. : ..............F Reeds vooruitbetaald : ..............F --------------- Terug te geven : ............. F Ik heb het bedrag van ................................................ .......................................................................F (1) opgenomen in kader V, b, van mijn maandaangifte met betrekking tot de handelingen van de maand ................. .(2). (of) in rubriek V van mijn kwartaalaangifte met betrekking tot de handelingen van het ......kwartaal (2). (of) in rubriek V van mijn jaaraangifte met betrekking tot de handelingen van het jaar 19..(2). (Handtekening) NOTEN ---------- (1) Het terug te geven bedrag voluit schrijven. (2) Alleen de passende melding kopiëren.
Bron: FisconetPlus
