Circulaire nr. Ci.R.9 EUR/322.923 dd. 04.12.1981
Circulaire nr. Ci.R9.EUR/322.923 dd. 04.12.1981
INTERNATIONALE AMBTENAREN
Personeelsleden van Eurocontrol
INTERNATIONALE ORGANISATIES
Eurocontrol
Belastingregeling met betrekking tot :
- Eurocontrol;
- de personeelsleden van Eurocontrol.
M. de Gew. dir. - Adj.-dir. - Insp. - Insp. A - Compt. insp. - Hfd.cr. - Ontv. - Leid. C.T.K. - Leid. Doc.c.- B.V. te
1. Het op 21 november 1978 ondertekende Protocol tot wijziging van het Additioneel Protocol van 6 juli 1970 bij het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart "Eurocontrol" van 13 december 1960, werd bij de Wet van 27 november 1980 (Belgisch Staatsblad van 24 maart 1981) goedgekeurd. Overeenkomstig zijn art. 3, 3, is het Protocol van 21 november 1978, op 1 januari 1981 in werking getreden (d.i. de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarin de laatste van de ondertekenende Staten is overgegaan tot de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring).
Dit Protocol heeft inzonderheid ten doel een belasting ten bate van de Organisatie in te stellen op de lonen en salarissen die door Eurocontrol aan de Directeur-generaal, de personeelsleden en de Permanent gedelegeerde ervan, worden uitgekeerd. Vanaf de datum van toepassing van die belasting worden de salarissen en lonen vrijgesteld van nationale inkomstenbelastingen. In verband met het fiscaal statuut van Eurocontrol zelf, wordt door het Protocol van 21 november 1978 geen enkele wijziging ingevoerd zodat ter zake art. 21 van het genoemde Internationale Verdrag van toepassing blijft.
Fiscaal statuut van "Eurocontrol".
2. Overeenkomstig art. 21, § 3 van het Internationale Verdrag is de organisatie "Eurocontrol" vrijgesteld van alle directe belastingen welke zouden kunnen worden geheven ten aanzien van haar zelf, haar eigendommen, bezittingen en inkomsten.
Die vrijstelling houdt inzonderheid in dat :
- de inkomsten uit onroerende goederen waarvan de organisatie in België eventueel eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, niet aan de O.V. (daaronder begrepen de opcentiemen ten behoeve van de provincies, de agglomeraties en de gemeenten) mogen worden onderworpen. Dit neemt echter niet weg dat de O.V. verschuldigd blijft door de eigenaar m.b.t. onroerende goederen die door Eurocontrol zijn gehuurd en waarvoor zij de met de eigenaar de verbintenis heeft aangegaan de O.V. te dragen;
- de roerende inkomsten die de Organisatie verkrijgt, van de R.V. zijn vrijgesteld; de Organisatie bekomt die vrijstelling onder dezelfde voorwaarden en op dezelfde wijze als andere internationale instellingen die van Belgische belastingen zijn vrijgesteld (naar gelang van de aard der inkomsten kunnen hiervoor worden geraadpleegd, Com.I.B., nrs. 164/ 97, 164/169, 164/210, 164/244 of 164/253);
- de verkeersbelasting door de organisatie niet is verschuldigd op de autovoertuigen die aan haar toebehoren en door haar worden gebruikt.
Fiscaal statuut van het personeel.
3. De Directeur-generaal, de personeelsleden en de Permanent gedelegeerde van de Organisatie zijn vrijgesteld van nationale inkomstenbelastingen op de salarissen en lonen die hun door de Organisatie worden uitgekeerd met ingang van 1 januari 1981, datum van invoering van de interne belasting (stafheffing) ten bate van de Organisatie (art. I, 1).
De belastingvrijstelling waarvan sprake moet t.a.v. de genoemde werknemers van Eurocontrol worden verleend door de Verdragsluitende Staat waar zij feitelijk wonen, en zulks ongeacht hun nationaliteit.
4. In verband daarmede worde opgemerkt :
a) dat die vrijstelling in België op overeenkomstige wijze ook geldt voor de aanvullende belasting die ten behoeve van de agglomeraties en de gemeenten op de personenbelasting wordt geheven;
b) dat de bovenvermelde salarissen en lonen die van Belgische belasting zijn vrijgesteld, niettemin in aanmerking komen om het tarief te bepalen van de belasting die op de overige inkomsten van de betrokkenen verschuldigd is (methode van progressievoorbehoud);
c) dat de vrijstelling van Belgische belasting niet van toepassing is :
- op wedden en vergoedingen die de Organisatie aan haar plaatselijke medewerkers uitkeert (onder plaatselijke medewerkers worden verstaan, werknemers die geen aanspraak hebben op de bepalingen van het statuut van het personeel van Eurocontrol en die ter plaatse met een tijdelijk kontrakt zijn aangeworven om uitvoerende functies te vervullen);
- op pensioenen en soortgelijke uitkeringen die door de Organisatie aan haar gewezen ambtenaren of aan rechthebbenden worden uitgekeerd.
Verplichting van de personeelsleden van Eurocontrol.
5. Geen enkele bepaling van het Protocol verleent exceptie van fiscale woonplaats aan de in nr. 3 vermelde Directeur-generaal, personeelsleden en gedelegeerde. Dit betekent dat de betrokkenen, inzover zij als Belgische rijksinwoners moeten worden beschouwd, jaarlijks een aangifte in de P.B. moeten overleggen. In deze aangifte moeten zij hun verschillende soorten van inkomsten en die van hun echtgenoot vermelden, ongeacht of deze inkomsten ingevolge het Protocol van nationale belasting zijn vrijgesteld.
Verplichting van de Organisatie.
6. De Organisatie zal jaarlijks, vóór 1 maart, aan de centrale belastingadministratie van de Staat waar de betrokken personeelsleden van Eurocontrol feitelijk wonen, individuele fiches doen toekomen waarop de volgende inlichtingen voorkomen, naar het geval :
- naam, hoedanigheid en adres van het personeelslid, het gewezen personeelslid of de rechthebbende;
- het bedrag van de ten bate van de Organisatie belastbare salarissen, lonen en vergoedingen (vóór inhouding van de stafheffing);
- het bedrag van de door de Organisatie uitbetaalde pensioenen of soortgelijke uitkeringen (vóór inhouding van de B.V.);
- het bedrag van de door de Organisatie op de vermelde salarissen, lonen en vergoedingen, ingehouden stafheffing;
- het bedrag van de op de pensioenen of soortgelijke uitkeringen ingehouden B.V.
Belastingheffing in België van de personeelsleden en de gewezen personeelsleden van Eurocontrol.
7. De personeelsleden die buiten hun door Eurocontrol uitgekeerde salarissen, lonen of vergoedingen in België belastbare inkomsten genieten, zijn in principe aan de P.B. onderworpen ter zake van die inkomsten, met inachtneming van het progressievoorbehoud.
De vrijgestelde salarissen, lonen en vergoedingen van Eurocontrol worden daarbij in aanmerking genomen voor hun nettobedrag (na aftrek van de stafheffing), vast te stellen volgens de gewone regelen die gelden voor bedrijfsinkomsten (Com.I.B. nr. 77/14).
De gewezen personeelsleden of hun rechthebbenden zijn, volgens de gewone interne regeling, aan de P.B. onderworpen op hun van de Organisatie verkregen pensioenen en soortgelijke uitkeringen zomede op hun eventuele andere inkomsten.
Wat de andere inkomsten betreft, moet er in voorkomend geval rekening worden gehouden met de bepalingen van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting.
8. Het Doc.c.-B.V. zal door het Hoofdbestuur in het bezit van de door Eurocontrol opgemaakte individuele fiches worden gesteld, met het verzoek deze zo spoedig mogelijk aan de bevoegde belastingdiensten te doen toekomen.
Briefwisseling met Eurocontrol.
9. Alle aan de Organisatie te richten verzoeken om inlichtingen en andere briefwisseling in verband met de fiscale toestand van Eurocontrol of de personeelsleden ervan moeten in tweevoud aan het Hoofdbestuur I/3 worden gestuurd. Deze richtlijn moet stipt worden nageleefd. Behalve in speciale gevallen mogen de verzoeken en briefwisseling zonder begeleidend schrijven worden opgestuurd, onder de vermelding "toepassing van dbr. nr. Ci.R9.EUR/322.923".
Terugwerkende kracht van het bepaalde in art. 3 van het Additioneel Protocol van 6.7.1970.
10. Ingevolge die bepaling moeten de Staten welke een belasting ontvangen, passende maatregelen treffen om een zo nauwkeurig mogelijke financiële tegemoetkoming overeenkomend met de geïnde belastingen te verlenen ten gunste van de begroting van de Organisatie.
Concreet komt dit erop neer, dat elke Verdragsluitende Partij het totale bedrag van de nationale belasting die op de door Eurocontrol tot 31.12.1980 betaalde salarissen en lonen werd geheven, aan de Organisatie moet afdragen.
Overeenkomstig art. 2 van het Protocol van 21 november 1978 blijven de verplichtingen uit hoofde van art. 3 van het Additioneel protocol van 6 juli 1970 gelden tot volledige voldoening van de schuldvorderingen en verplichtingen die uiterlijk betrekking kunnen hebben op de salarissen en lonen welke over het kalenderjaar 1980 door Eurocontrol werden betaald.
Bij de uitvoering van het bovenstaande is evenwel slechts het Hoofdbestuur betrokken.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal :
De Inspecteur-generaal,
R. VERHOEVEN.
