14.03.2011 - Omzendbrief D.I. 530.11 - D.D. 305.349
DOUANEPROCEDURES
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN INZAKE AANBRENGING VAN GOEDEREN OP DE PLAATS VAN AANGIFTE EN CONTROLE DAAROP | D.I. 530.11 |
D.D. 305.349 |
Brussel, 14 maart 2011.
A. DOEL VAN DE OMZENDBRIEF
- Onderhavige omzendbrief wil duidelijk stellen welke de formaliteiten zijn inzake het aanbrengen van de goederen die op het vlak van de aangifte van goederen moeten worden nageleefd en waarvan de betrokken diensten de naleving ervan moeten contro- leren. Zowel de verscheidenheid van de toegepaste douaneregelingen als de al dan niet vereenvoudigde of geautomatiseerde procedures en/of de toepassing van de noodprocedure betreffende de aangifte van goederen vergemakkelijken het optreden van het douane- personeel niet, noch van de aangever die daardoor eventueel in de war kan worden gebracht. Er moet evenwel worden vermeden dat de douanereglementering terzake niet correct zou worden toegepast.
Bon O.S.D. nr. A/I 54/11
B. ALGEMEEN PRINCIPE BETREFFENDE DE AANBIEDING VAN GOEDEREN IN HET KADER VAN EEN
DOUANEAANGIFTE
- Als algemeen principe geldt tot nu toe nog altijd dat de goederen die in het kader van een douaneaangifte worden aange- geven steeds op de in die aangifte bepaalde plaats moeten worden aangeboden. De bedoeling is de douane op een zekere wijze in de mogelijkheid te stellen de goederen eventueel te controleren volgens de methoden die zij daarvoor het best meent te moeten hanteren. De aanbieding van de goederen vult de eerste vereiste in namelijk dat de douaneaangifte wel degelijk slaat op reële goederen die een bepaalde douanebestemming moeten volgen.
- De plaatsen waar goederen mogen worden aangeboden zijn publieke of particuliere laad- en losplaatsen, of de eigen instellingen van vergunninghouders domiciliëring. Ieder van die plaatsen is geïdentificeerd met een locatiecode (UN/LO-code) die in vak 30 van de douaneaangifte moet worden vermeld. De plaats die op de aangifte wordt vermeld of die als plaats van aanbrengen van de goederen is gekend bepaalt eveneens voor de douane welke controledienst voor de eventuele controle zal worden ingeschakeld. Dit geldt dus in alle gevallen ook wanneer een vereenvoudigde procedure zou worden toegepast. Het kan terzake ook om een containerterminal gaan.
C. OVERBRENGING ONDER EN BEËINDIGING VAN DE DOUANEREGELING
- Voor de overbrenging van niet-communautaire goederen tussen plaatsen in het douanegebied van de Gemeenschap is, anders dan dit het geval is voor goederen in het vrije verkeer, een opschor- tende douaneregeling vereist. Deze opschortende douaneregeling is normaal een doorvoerregeling, maar kan ook een overbrenging zijn van goederen die zicht reeds onder een andere opschortende douane- regeling bevinden, (douane-entrepot, actieve veredeling, tijdelijke in- voer of behandeling onder douanetoezicht), als de bepalingen van de toegepaste vergunning dit toelaat.
- Opdat niet-communautaire goederen onder een nieuwe douaneregeling zouden kunnen worden aangegeven moet de vorige douaneregeling zijn beëindigd op de in die regeling voorziene wijze en later zoals die regeling dat voorziet ook worden aangezuiverd.
- Vermits die niet-communautaire goederen zich onder die opschortende regelingen bevinden moeten zij ook worden vervoerd naar de plaatsen waar dit vervoer mag worden beëindigd. Voor de regeling communautair douanevervoer is dit het kantoor van bestem- ming dat in de NCTS-aangifte is vermeld of een ander douane- kantoor op voorwaarde dat dan op dit douanekantoor de formali- teiten voor beëindiging van die regeling worden gesteld. Hetzelfde principe geldt voor de vereenvoudigde regeling voor doorvoer door de lucht, over zee of via het spoor. Dit is niet anders voor het vervoer onder dekking van een carnet TIR. Op die kantoren zal de douane vaststellen of het vervoer binnen de daartoe gestelde termijn is ge- schiedt en of de zending in dezelfde staat op dit kantoor is aange- komen. Voor de andere hiervoor genoemde opschortende douane- regelingen zal de plaats waar de goederen moeten worden aan- gebracht in het kader van die regelingen de plaats zijn waar, naar- gelang van de regeling, ze worden opgeslagen of verwerkt of waar zij de Europese Unie verlaten of naar een andere douaneregeling worden overgedragen. Ook voor die regelingen moet de over- brenging binnen de daartoe gestelde termijnen zijn geschied.
- Wanneer de niet-communautaire goederen niet onder de hiervoor bepaalde omstandigheden naar de plaatsen worden aange- bracht ontstaat de douaneschuld in hoofde van die goederen zonder dat voor die goederen, om welke reden ook, nog vrijstelling kan wor- den ingeroepen. Het voldoen van de douaneschuld en de toepassing van de economische maatregelen doet geen afbreuk aan de boeten die wegens die inbreuk aan de aangever of de verantwoordelijke moeten worden opgelegd.
- Hetgeen voorafgaat is ook van toepassing op communau- taire goederen, die onder de regeling gemeenschappelijk douanever- voer zouden worden geplaatst met het oog op de uitvoer naar een EVA-land of een ander land, waarvoor het gemeenschappelijk douanevervoer mag worden toegepast (Lichtenstein, Andorra, San Marino, …) of voor verzending naar de niet-fiscale gebieden van de Gemeenschap onder intern communautair douanevervoer werden geplaatst alsmede voor de zendingen die in die omstan- digheden uit die landen of gebieden het grondgebied binnenkomen.
- Terzake zijn geen afwijkingen mogelijk. Alle anderslui- dende toepassingen zijn in strijd met de douanereglementering, die op korte termijn aanleiding zijn voor oneerlijke concurrentie en ten- slotte ook op al dan niet fiscale fraude. Ook in het kader van de noodprocedure wanneer de goederen met een aangifte voor commu- nautair of gemeenschappelijk douanevervoer op enig document wor- den aangebracht moet de regeling worden beëindigd en kan men over de goederen slechts beschikken nadat ze volgens de van toepas- sing zijnde regels werden vrijgegeven waarvoor de douane als bewijs daarvan de documenten zal aftekenen.
D. KANTOREN VAN BESTEMMING VOOR DOUANEVERVOER
- Wanneer de reglementering op het vlak van de doorvoer, communautair douanevervoer, gemeenschappelijk douanevervoer of TIR-vervoer voorschrijft dat de regeling waaronder de goederen moeten worden vervoerd op een kantoor van bestemming of een ander in § 6 bedoeld douanekantoor moeten worden beëindigd dan wordt hierdoor bedoeld :
- het op de doorvoeraangifte vermeld douanekantoor van bestemming met gebruikmaking van de normale procedure of de procedure van de vereenvoudigde aangifte;
- de instellingen van de vergunninghouder toegelaten geadres- seerde die afhangen van het op de doorvoeraangifte vermeld douane- kantoor van bestemming.
- De goederen blijven op de voormelde plaatsen ter be- schikking van de douane die de in § 6, hiervoor bedoelde vaststel- lingen kan doen (bijvoorbeeld de ongeschonden staat van de douane- verzegeling vaststellen). Dit is tot de goederen bij toepassing van de normale procedure in het kader van NCTS op dit kantoor door de bevoegde ambtenaar worden vrijgegeven. Bij toepassing van de regeling toegelaten geadresseerde zal de aangifte automatisch door het systeem worden vrijgegeven na afloop van de timer die daarvoor per individuele vergunninghouder is ingesteld. Wanneer geen NCTS of NCTS-TIR aangifte moet worden aangezuiverd wordt de vrijgave van de goederen gegeven door het aftekenen van het doorvoer- document waarmede de goederen zijn aangebracht.
- Wanneer de goederen bij toepassing van de normale pro- cedure op het kantoor van bestemming niet onder het stelsel van de tijdelijke opslag worden geplaatst of wanneer zij worden aangebracht in de instellingen van een toegelaten geadresseerde zullen de contro- lerende ambtenaren eveneens de controle verrichten van de aangifte waarmede de goederen een toegelaten douanebestemming moeten volgen.
E. SANCTIES EN GEVOLGEN
- Bij onregelmatigheden zullen bij toepassing van de ge- wone regels de toepasselijke sancties worden opgelegd. In dat ver- band wordt opgemerkt dat het begaan van herhaalde overtredingen van de douanewetgeving als het begaan van ernstige overtredingen van aard kan zijn om een bestaande vergunning vereenvoudiging in te trekken of een aanvraag voor een dergelijke vergunning te wei- geren. Bovendien kan het begaan van diezelfde overtredingen een reden zijn om een certificaat erkend marktdeelnemer (AEO) te wei- geren aan de overtreder.
Voor de Administrateur-generaal Douane en Accijnzen a.i. : De Auditeur-generaal van financiën d.d.,
G. CAPIAU
Bron: FisconetPlus
