Aanschrijving nr. E.T.100.967 dd. 17.09.2001

AANSCHRIJVING ET100967

Aanschrijving nr. E.T.100.967 dd. 17.09.2001


BTW-revue, nr. 152, blz. 513

LEVERING VAN BRANDSTOFFEN EN SMEERMIDDELEN AAN BINNENSCHIPPERS
Vrijstelling
Binnenschipper
Bevoorrading


Aan alle diensten van de sector Taxatie (sector BTW)

Historiek

1. Inzake de bevoorrading van zee- en binnenschepen bepaalt artikel 42, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek:

"Van de belasting zijn vrijgesteld:

(...)

4° de levering aan eigenaars of gebruikers van in 1°, a, b, en c, bedoelde vaartuigen, van goederen bestemd voor de bevoorrading van die vaartuigen. De vrijstelling is nochtans niet toepasselijk op boordprovisie voor vaartuigen die gebruikt worden voor de kustvisserij, terwijl met betrekking tot oorlogsschepen de vrijstelling beperkt is tot de bevoorrading van de schepen die bedoeld zijn in de onderverdeling 89.01 A van het Tarief van invoerrechten en die het land verlaten met als bestemming een haven of een ankerplaats in het buitenland;

(...)

Het laatste lid van dit artikel 42, § 1, bepaalt bovendien dat de Koning de beperkingen en de voorwaarden bepaalt voor de toepassing van deze paragraaf.

Deze toepassingsvoorwaarden werden vastgelegd in het koninklijk besluit nr. 6 van 27 december 1977 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van internationaal verkeer, zee- en binnenschepen en luchtvaartuigen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 31 december 1977).

Artikel 2 van dit koninklijk besluit bepaalt ondermeer dat de vrijstellingen van artikel 42, § 1, van het BTW-Wetboek, worden aangetoond door stukken en bescheiden waarvan de aard en de vorm door of vanwege de Minister van Financiën worden bepaald.

Op basis van deze laatste bepaling legt de aanschrijving nr. 24 van 29 augustus 1978 de perken en voorwaarden vast voor de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 1, van het BTW-Wetboek. Hoofdstuk III behandelt meer specifiek de toepassingsmodaliteiten van artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het BTW-Wetboek.

Punt 39 van dit hoofdstuk bepaalt dat de vrijstelling van artikel 42, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek niet van toepassing is op de goederen bestemd voor de bevoorrading van binnenschepen aangewend voor de commerciële binnenvaart bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, d, van het BTW-Wetboek.

Niettemin, overeenkomstig punt 40 van deze aanschrijving wordt aangenomen dat, gelet op het feit dat schepen voor riviervaart meestal internationaal vervoer verrichten, en gelet op de bijzondere belastingregeling toepasselijk op bepaalde schippers, de leveringen aan boord van binnenschepen, van aan accijns onderworpen goederen bestemd voor de voortbeweging van deze schepen (motorbrandstof, smeerolie), niet onderworpen zijn aan de belasting. Deze vrijstelling geldt evenwel slechts in de mate waarin de douane voor deze producten vrijstelling van accijns verleent wegens uitvoer.

Welnu, precies voor deze handelingen voorziet artikel 15, lid 4, van de Richtlijn 77/388/EEG, geen enkele vrijstelling van de belasting voor de leveringen van goederen bestemd voor de bevoorrading van binnenschepen.

Deze richtlijn voorziet evenwel in haar artikel 27, lid 5, dat de Lid-Staten die op 1 januari 1977 bijzondere maatregelen als bedoeld in lid 1 toepasten, deze mogen handhaven op voorwaarde dat zij de Commissie vóór 1 januari 1978 van de maatregelen in kennis stellen en onder het voorbehoud dat die maatregelen, wanneer zij ten doel hebben de belastingheffing te vereenvoudigen, voldoen aan de in lid 1 omschreven voorwaarde.

Deze in kennisstelling, waartoe België is overgegaan op 29 december 1977, bevatte een geheel aan maatregelen waaronder enkele die betrekking hadden op binnenschippers:
  • betaling van de belasting gebeurt door de klant van de schipper die niet meer dan vijf boten mag exploiteren en in dat geval geen periodieke BTW-aangiften indient en afziet van elk recht op aftrek en
  • opschorting van betaling van de belasting voor de levering en de invoer van binnenschepen en de diensten die erop betrekking hebben.
Op 1 januari 1977 werd evenwel ook een vrijstelling toegepast voor de levering van brandstoffen en smeermiddelen aan binnenschippers, ongeacht of ze al dan niet onderworpen waren aan de bijzondere regeling van niet-indiening van periodieke aangiften.

In een met reden omkleed advies daterend van 25 juli 2001 en gericht aan het Koninkrijk België, stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen vast dat inzake de bevoorrading van schepen, enkel de binnenschippers die gebruik maken van de bijzondere regeling bedoeld in de aanschrijving nr. 109 van 31 december 1970, gewijzigd door de aanschrijvingen nrs. 84 van 14 mei 1971 en 2 van 4 januari 1973 (zijnde de binnenschippers die niet meer dan vijf boten exploiteren) binnen de voorwaarden vallen om te kunnen genieten van de afwijking voorzien in artikel 27, lid 5, van de Richtlijn 77/388/EEG. Dit betekent dat de Commissie enkel de vrijstelling aanvaardt voor de levering van brandstoffen en smeermiddelen aan de hierboven vernoemde binnenschippers. De leveringen van deze goederen aan binnenschippers-indieners van periodieke aangiften moeten aan de BTW worden onderworpen volgens het gemeen recht.

2. Bijgevolg heeft onderhavige aanschrijving als doel vanaf 1 januari 2002 de voorwaarden voor de toekenning van de vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het BTW-Wetboek dusdanig te wijzigen om in overeenstemming te zijn met de Europese wetgeving.

Maatregelen

Aanschrijving nr. 24 van 29 augustus 1978

3. Punt 40 wordt opgeheven. Worden eveneens opgeheven alle mogelijke bijzondere vergunningen of machtigingen die in het verleden werden uitgereikt met betrekking tot de vrijstelling van de BTW voor de levering van brandstoffen en smeermiddelen aan binnenschippers.

Regeling van de binnenschippers die niet meer dan vijf boten exploiteren

4. Om de binnenschippers bedoeld in de aanschrijving nr. 109 van 31 december 1970, gewijzigd door de aanschrijvingen nrs. 84 van 14 mei 1971 en 2 van 4 januari 1973, toe te laten om te kunnen blijven genieten van vrijstelling van de belasting voor de leveringen van goederen voor de bevoorrading, wordt een vergunningsstelsel ingevoerd.

Voorwaarden

5. In afwijking van punt 39 van de aanschrijving nr. 24 van 29 augustus 1978, kunnen de hierboven bedoelde belastingplichtigen door middel van een bijzondere vergunning genieten van de vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het BTW-Wetboek, evenwel enkel voor de levering van goederen bestemd voor de voortbeweging van de binnenschepen bestemd voor de commerciële binnenvaart bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, d, van het BTW-Wetboek (brandstoffen en smeermiddelen zoals gedefinieerd in artikel 4, tweede lid, 2°, van bovengenoemd koninklijk besluit nr. 6 van 27 december 1977), en voor zover aan de hierna vermelde voorwaarden wordt voldaan:
  • binnenschipper zijn, d.w.z. op een zelfstandige wijze vervoer te water verrichten;
  • overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek geïdentificeerd zijn in België voor de belasting over de toegevoegde waarde;
  • gebruikmaken van de bepalingen van de aanschrijving nr. 109 van 31 december 1970, gewijzigd door de aanschrijvingen nrs. 84 van 14 mei 1971 en 2 van 4 januari 1973, wat ondermeer inhoudt:
    • niet meer dan vijf boten exploiteren;
    • afzien van ieder recht op aftrek van de BTW op goederen die hij heeft verkregen of ingevoerd of op de diensten die hem werden verstrekt;
    • dat de gehele werkzaamheid als belastingplichtige bestaat in het verrichten van vervoer te water, wat iedere andere activiteit uitsluit.
Modaliteiten van de vergunning

6. De aanvraag voor een vergunning, vergezeld van een rechtvaardiging dat de bovenvermelde voorwaarden vervuld zijn, moet worden gericht aan het BTW-controlekantoor in wiens ambtsgebied de binnenschipper is geïdentificeerd als belastingplichtige, of, voor de nieuwe belastingplichtigen, zijn zetel heeft of, bij gebrek, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.

7. De aanvragen om een vergunning voor het bekomen van de vrijstelling moeten worden ingediend bij het bevoegde BTW-controlekantoor vóór 1 december 2001. Zoniet kan de Administratie niet verzekeren dat de vergunning zal worden afgeleverd vóór 1 januari 2002. In afwachting van het verkrijgen van de vergunning zal de binnenschipper verplicht zijn vanaf 1 januari 2002 de BTW te betalen en vervolgens teruggaaf te vragen aan zijn leverancier van zodra hij in het bezit is van de vergunning.

8. Na te hebben onderzocht of aan de hierboven vermelde voorwaarden werd voldaan, levert het bevoegde controlekantoor een vergunning af met onbeperkte geldigheidsduur. Nochtans zal de bedoelde vergunning uitdrukkelijk vermelden dat ze iedere geldigheid verliest van zodra aan één van de voorwaarden niet meer is voldaan of als ze ten onrechte wordt gebruikt.

9. Het indienen van een aanvraag voor het bekomen van een vergunning houdt automatisch in dat de aanvrager akkoord gaat om op ieder verzoek van de ambtenaren, belast met de controle van de BTW, alle boorddocumenten van alle geëxploiteerde schepen voor te leggen, om hen toe te laten de gegrondheid van de aanvraag te verifiëren.

10. Het toekennen van de vergunning houdt voor de Administratie ambtshalve het recht in om op gelijk welk tijdstip alle boorddocumenten te consulteren van alle geëxploiteerde schepen door de begunstigde van deze vergunning.

11. De vergunning moet in ieder geval worden beschouwd als zijnde ingetrokken, zelfs zonder tussenkomst van de Administratie:
  • indien aan één van de voorwaarden vermeld onder nr. 5 niet meer wordt voldaan;
  • indien de begunstigde ze heeft gebruikt voor andere doeleinden dan deze waarvoor ze werd afgeleverd. In dat geval kan een nieuwe vergunning enkel nog worden toegekend door het bevoegde controlekantoor na formeel akkoord van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, Centrale diensten, Sector BTW.
12. In de hierboven bedoelde gevallen zal de belasting, de interesten en de boeten worden ingevorderd in hoofde van de binnenschipper op basis van artikel 51bis van het BTW-Wetboek.

Leveringen in België

13. De binnenschipper reikt aan zijn leverancier een bestelbon uit die benevens zijn hoedanigheid, een omschrijving bevat van de bestelde bevoorradingsgoederen. Op deze bestelbon evenals op de door de leverancier uit te reiken factuur, dient de volgende vermelding te worden aangebracht: "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het BTW-Wetboek. Vergunning nr. E.T. 100.967/... van ...".

Aankopen in een andere Lidstaat van de Europese Unie

14. Artikel 28quater, A, van de Richtlijn 77/388/EEG, is niet van toepassing als brandstoffen en smeermiddelen aan in België geïdentificeerde binnenschippers worden geleverd in een andere Lidstaat door een aldaar gevestigde leverancier. Bijgevolg mag het Belgisch BTW-nummer evenmin worden ingeroepen. De BTW is in deze Lidstaat in principe verschuldigd over de levering. De toepassing van een eventuele vrijstelling of de uitoefening van het recht op aftrek is afhankelijk van de wettelijke bepaling van kracht in deze Lidstaat.

Invoer

15. De invoer van de bedoelde goederen met vrijstelling van de BTW vindt plaats onder dekking van een aangifte ten verbruik bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992. De aangifte ten verbruik wordt opgesteld op naam van de binnenschipper, begunstigde van de vergunning bedoeld in onderhavige aanschrijving en geadresseerde van de bedoelde goederen bestemd voor de bevoorrading. Op deze aangifte ten verbruik voor de BTW, die moet worden ingediend op het bevoegde douanekantoor, moet in vak 44 volgende vermelding worden aangebracht: "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het BTW-Wetboek. Vergunning nr. E.T. 100.967/... van ...". Het origineel of een kopie van de vergunning moet op het ogenblik van de aangifte ten verbruik worden voorgelegd op het genoemde douanekantoor.

Inwerkingtreding

16. Onderhavige aanschrijving treedt in werking op 1 januari 2002.



Namens de Minister:
Voor de Directeur-generaal,
M. Lamy
A. Vanden Abbeele
Auditeurs-generaal, dienstchef