Circulaire nr. 10/2012 d.d. 18.10.2012

(Circulaire AFZ nr. 7/2012)

W. Succ. - art. 40

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4de dienst - 2e directie

PATRIMONIUMDOCUMENTATIE

Kadaster, registratie en domeinen

Bijlagen: 2

In het Belgisch Staatsblad van 28 juni 2012, 1ste editie, werd de programmawet van 22 juni 2012 bekendgemaakt.

Artikel 43 van die programmawet verkort de bestaande termijnen voor indiening van een aangifte van nalatenschap of van overgang bij overlijden met 1 maand Deze wijziging is van toepassing op de nalatenschappen die openvallen vanaf 1 augustus 2012 (artikel 44, eerste lid, van vermelde programmawet).

Voor de nalatenschappen die openvallen vanaf 1 augustus 2012 bedraagt de termijn voor indiening van de aangifte dus:

  • 4 maanden indien het overlijden zich in België heeft voorgedaan;

  • 5 maanden indien het overlijden zich in een ander Europees land heeft voorgedaan (1);

  • 6 maanden indien het overlijden zich buiten Europa heeft voorgedaan.

----------

(1) D.w.z. alle landen van Europa inclusief hun niet-continentale en overzeese gebieden (o.a. Azoren, Canarische eilanden, Martinique, Réunion) (Cursus successierechten van de Fod Financiën, nr. f 08.01., Ed. 1 oktober 2011, www.fisconetplus.be).

Deze indieningstermijnen zijn tevens van toepassing op "de overeenkomstig artikel 37 van het Wetboek der successierechten in te leveren nieuwe aangiften, wanneer de gebeurtenis, de akte, of het vonnis waardoor overeenkomstig artikel 40 van hetzelfde Wetboek de termijn voor de inlevering van de aangifte begint te lopen, zich voordoet, wordt gesteld of wordt uitgesproken vanaf 1 augustus 2012" (artikel 44, tweede lid, van voormelde programmawet).

Er wordt opgemerkt dat, wat de in het Waalse Gewest te lokaliseren rechten betreft, de federale wetgever zich er uiteraard van onthouden heeft om het laatste lid van artikel 40, ingevoegd bij het Waalse decreet van 3 juni 2011 (2), te wijzigen. Dit brengt mee dat wat de aangiften betreft die bij toepassing van artikel 37, 7°, W. Succ. W. moeten worden ingediend, de dies a quo van de termijn niet wordt gewijzigd maar dat in voorkomend geval de nieuwe termijn wel toepassing vindt.

----------

(2) Cf. noot nr. 10 in de Franstalige versie van circulaire nr. 8/2011 van 28 oktober 2011: "Artikel 5 van het decreet van 3 juni 2011 bepaalt dat: "Er wordt een lid 6 in artikel 40 ingevoegd van het Wetboek van successierechten, luidend als volgt: (...)". Dat artikel 5 moet als volgt worden gelezen: "Artikel 40 van het Wetboek der successierechten wordt aangevuld met het volgende lid: (...)".".

Het betreffende lid bepaalt: " In geval van intrekking van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), gaat de termijn voor de nieuwe aangifte bedoeld in artikel 37, 7°, in te rekenen van de datum van de beslissing waarbij alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel van de vrijstelling genieten erover ingelicht zijn dat de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk uiteindelijk niet besloten liggen in de omtrek van aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk uiteindelijk niet besloten liggen in de omtrek van een gebied aangewezen als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 of, bij ontstentenis, te rekenen van de uiterste datum voor het verkrijgen van een aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in § 4 van artikel 55bis.".

Voor het overige is het uiteraard zo dat de wijziging van de in voormeld artikel 40 bepaalde indieningstermijnen een weerslag heeft op alles wat verbonden is met die indieningstermijnen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:

  • het tijdig aanvragen en bekomen van een verlenging van de indieningstermijn; daartoe moeten het verzoek gedaan en de beslissing bekomen worden binnen de 4, 5 of 6 maanden vanaf het overlijden (of van de gebeurtenis die de indiening van een nieuwe aangifte nodig maakt);

  • de verjaringstermijnen gebaseerd op de termijn voor indiening (inzonderheid in geval van niet aangifte van goederen);

  • de schorsing van de invordering van het recht bij toepassing van artikel 80 W. Succ.; wanneer een legaat ten voordele van een rechtspersoon van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte onderworpen is aan een machtiging of een goedkeuring door de overheid, kan de invordering – op schriftelijke aanvraag door die rechtspersoon – worden geschorst tot het einde van de zesde, zevende of achtste maand na de machtiging of de goedkeuring al naargelang het overlijden heeft plaatsgehad in België, in een ander Europees land dan België of buiten Europa.

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 28 juni 2012

Programmawet van 22 juni 2012

(...)

TITEL 7. - Financiën

(...)

HOOFDSTUK 3. - Wetboek der successierechten

Art. 43. In artikel 40, eerste lid, van het Wetboek der successierechten, vervangen bij de wet van 9 mei 1959, worden de woorden "vijf", "zes" en "zeven" respectievelijk vervangen door de woorden "vier", "vijf" en "zes".

Art. 44. Artikel 43 is van toepassing op de nalatenschappen die openvallen vanaf 1 augustus 2012.

Het is tevens van toepassing op de overeenkomstig artikel 37 van het Wetboek der successierechten in te leveren nieuwe aangiften, wanneer de gebeurtenis, de akte, of het vonnis waardoor overeenkomstig artikel 40 van hetzelfde Wetboek de termijn voor de inlevering van de aangifte begint te lopen, zich voordoet, wordt gesteld of wordt uitgesproken vanaf 1 augustus 2012.

HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan het Wetboek diverse rechten en taksen

(...)

Bijlage 2

Geconsolideerde teksten van de gewijzigde bepalingen in het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten

Artikel 40 - Tekst van toepassing in het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest

(gewijzigd bij de artikelen 10 van de wet van 9 mei 1959, 5 van het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en 50 van de wet van 9 mei 2007 en 43 van de programmawet van 22 juni 2012)

De termijn voor het inleveren van de aangifte van nalatenschap is vier maand, te rekenen van de datum van het overlijden, wanneer dit zich in het Rijk heeft voorgedaan; vijf maand, wanneer het overlijden in een ander land van Europa, en zes maand, indien het overlijden buiten Europa heeft plaats gehad.

In geval van gerechtelijke verklaring van overlijden, begint de termijn te lopen, zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

Gaat het om een aan een rechtspersoon gedaan legaat, zo loopt de voor de nieuwe aangifte in artikel 37, 1°, voorziene termijn te rekenen van de datum der machtiging of goedkeuring.

In geval van intreden van voorvallen voorzien in artikel 37, 2° tot 4°, loopt de termijn, indien het gaat om een betwist recht, te rekenen van de datum van het vonnis niettegenstaande verzet of beroep, of van de dading en, in de andere gevallen, te rekenen van de gebeurtenis.

In geval van ophouding van vruchtgebruik, loopt de termijn te rekenen van de datum van de onder artikel 37, 5°, bedoelde vermenging.

In geval van fideïcommis, loopt de termijn te rekenen van de datum der door het overlijden van de bezwaarde of anders teweeggebrachte devolutie. Zo de devolutie krachtens een contract bij vervroeging geschiedt, worden datum en plaats van het contract met datum en plaats van het overlijden gelijkgesteld.

Artikel 40 - Tekst enkel (1) van toepassing in het Waalse Gewest

(gewijzigd bij de artikelen 10 van de wet van 9 mei 1959, 5 van het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en 50 van de wet van 9 mei 2007, 5 van het decreet van 3 juni 2011 en 43 van de programmawet van 22 juni 2012)

----------

(1) Cf. noot nr. 10 in de Franstalige versie van circulaire nr. 8/2011 van 28 oktober 2011: "Artikel 5 van het decreet van 3 juni 2011 bepaalt dat: "Er wordt een lid 6 in artikel 40 ingevoegd van het Wetboek van successierechten, luidend als volgt: (...)". Dat artikel 5 moet als volgt worden gelezen: "Artikel 40 van het Wetboek der successierechten wordt aangevuld met het volgende lid: (...)".

De termijn voor het inleveren van de aangifte van nalatenschap is vier maand, te rekenen van de datum van het overlijden, wanneer dit zich in het Rijk heeft voorgedaan; vijf maand, wanneer het overlijden in een ander land van Europa, en zes maand, indien het overlijden buiten Europa heeft plaats gehad.

In geval van gerechtelijke verklaring van overlijden, begint de termijn te lopen, zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

Gaat het om een aan een rechtspersoon gedaan legaat, zo loopt de voor de nieuwe aangifte in artikel 37, 1°, voorziene termijn te rekenen van de datum der machtiging of goedkeuring.

In geval van intreden van voorvallen voorzien in artikel 37, 2° tot 4°, loopt de termijn, indien het gaat om een betwist recht, te rekenen van de datum van het vonnis niettegenstaande verzet of beroep, of van de dading en, in de andere gevallen, te rekenen van de gebeurtenis.

In geval van ophouding van vruchtgebruik, loopt de termijn te rekenen van den datum van de onder artikel 37, 5°, bedoelde vermenging.

In geval van fideïcommis, loopt de termijn te rekenen van den datum der door het overlijden van den bezwaarde of anders teweeggebrachte devolutie. Zoo de devolutie krachtens een contract bij vervroeging geschiedt, worden datum en plaats van het contract met datum en plaats van het overlijden gelijkgesteld.

In geval van intrekking van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), gaat de termijn voor de nieuwe aangifte bedoeld in artikel 37, 7°, in te rekenen van de datum van de beslissing waarbij alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel van de vrijstelling genieten erover ingelicht zijn dat de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk uiteindelijk niet besloten liggen in de omtrek van een gebied aangewezen als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 of, bij ontstentenis, te rekenen van de uiterste datum voor het verkrijgen van een aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in § 4 van artikel 55bis.

Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 479 / Kad. reg. en domeinen: EE/L 228