Circulaire nr. Ci.RH.243/603.437 (AOIF Nr. 24/2010) d.d. 12.03.2010

Personenbelasting

Vennootschapsbelasting

Beroepskosten

Groepsverzekering

Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

Pensioenfonds

Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds

Belastingstelsel van de bijdragen gestort ter uitvoering van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood of van een aanvullende pensioentoezegging inzake een rust- en/of overlevingspensioen met het oog op de vorming van een rente of van een kapitaal :

- vaststelling van het wettelijk rustpensioen waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van het globaal bedrag van de toekenning bij leven dat gevestigd kan worden d.m.v. bijdragen die aftrekbaar zijn als beroepskosten;

- indexering van de lopende renten.

Bedragen van toepassing voor het jaar 2009.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C .

INLEIDING

1. Deze circulaire geeft, voor het jaar 2009, de bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van bijdragen welke overeenkomstig artikel 59, WIB 92, als beroepskosten aftrekbaar zijn.

GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDIGINGEN - WETTELIJK RUST­PENSIOEN

A. Werknemers

2. De in nr. 59/40 en 59/Bijlage/1, Com.IB 92, beoogde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het jaar 2009 47.171,84 EUR.

B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn

3. Het wettelijk rustpensioen van de bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn, mag worden geraamd op 25 % van hun bruto-inkomen, zonder dat het resultaat lager of hoger mag zijn dan respectievelijk het jaarlijks vast te stellen minimum- of maximumpensioen (zie het nr. 3, circulaire nr. Ci.RH.243/563.402 van 3.8.2004).

4. Voor het jaar 2009 bedraagt het wettelijk minimumpensioen 10.485,68 EUR; het maximumpensioen is vastgesteld op 14.813,24 EUR.

INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN

5. Met betrekking tot de in nr. 59/Bijlage/2, Com.IB 92, uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de indexering, gelden voor het jaar 2009 de volgende bedragen (zie ook de nrs. 59/67 en 68, Com.IB 92) :

1° beperking van het aanvangsbedrag van de lopende jaarrente : 69.663,06 EUR voor renten die in 2009 ingegaan zijn;

2° indexeringscoëfficiënten met betrekking tot de voor het jaar 2009 verschuldigde renten :

Renten ingegaan in

Indexeringscoëfficiënt

1985 of vroeger

0,6084

1986, 1987 of 1988

0,5460

1989

0,5157

1990

0,4859

1991

0,4282

1992

0,3728

1993

0,3459

1994

0,3195

1995 of 1996

0,2936

1997

0,2682

1998 of 1999

0,2434

2000

0,2190

2001

0,1951

2002

0,1717

2003

0,1487

2004

0,1262

2005

0,1041

2006

0,0824

2007 of 2008

0,0612

2009

0

3° toe te voegen bedrag (m.b.t. vóór 1992 ingegane renten) : 3.368,04 EUR, voor renten betaald in 2009.

NAMENS DE MINISTER :

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :

De Eerste Attaché van financiën, De Eerste Attaché van financiën,

M. DE KEYSER D. DELVAUX