Circulaire nr. AFZ/2000-1026 dd. 21.09.2000
Bull. nr. 809, pag. 2716
AANSLAG VAN AMBTSWEGE
Kennisgeving van aanslag van ambtswege.
BERICHT VAN WIJZIGING
Antwoord op een bericht van wijziging
Kennisgeving aan de belastingplichtige van het aan zijn antwoord gegeven gevolg
KENNISGEVING VAN AANSLAG VAN AMBTSWEGE
Antwoord op een kennisgeving van aanslag van ambtswege
Kennisgeving aan de belastingplichtige van het aan zijn antwoord
gegeven gevolg.
WIJZIGING VAN DE AANGIFTE
Bericht van wijziging
Eerste commentaar op de art. 5 tot 7, W 30.06.2000 tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, die betrekking hebben op de aanslagprocedure inzake directe belastingen.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie van de directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
Hierna volgt een eerste commentaar op de art. 5 tot 7, W 30.06.2000 tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (BS 12.8.2000, err. BS 26.8.2000
1. De art. 5 tot 7, W 30.06.2000 luiden als volgt:
TITEL III. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 5. Artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met het volgende lid:
"Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen."
Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 352bis ingevoegd, luidende:
"Art. 352bis. - Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig artikel 351, derde lid, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen."
TITEL IV. - Inwerkingtreding
Art. 7. Artikel 2 is van toepassing op de inning van rechten en accijnzen die zijn ontstaan of, indien het geschil geen verband houdt met de inning van rechten en accijnzen, op de beschikkingen die zijn getroffen vanaf de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 3 en 4 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 5 en 6 treden in werking op 1 oktober 2000.
II. COMMENTAAR
2. Indien de administratie meent de inkomsten en andere gegevens te moeten wijzigen die in een geldige aangifte zijn vermeld of die de belastingplichtige schriftelijk heeft erkend, of indien zij in welbepaalde gevallen een aanslag van ambtswege meent te moeten vestigen, stelt ze de belastingplichtige met een gemotiveerd bericht (bericht van wijziging of kennisgeving van aanslag van ambtswege) in kennis van de nieuwe inkomsten of andere gegevens. De belastingplichtige beschikt dan over een wettelijk vastgelegde termijn om op dat bericht te reageren.
3. Door die wettelijk opgelegde motiveringsplicht liep deze procedure vooruit op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (W 29.7.1991).
4. Anderzijds is er geen enkele wetsbepaling die de administratie verplicht de opmerkingen te beantwoorden die de belastingplichtige in antwoord op het bericht van wijziging van zijn aangifte heeft geformuleerd (zie Com.IB 92, 346/3).
De administratieve onderrichtingen schrijven wel voor dat zoveel mogelijk in de vorm van een gewone brief gebruik wordt gemaakt van de kennisgeving aan de belastingplichtige van de mate waarin met de door hem gedane opmerkingen rekening wordt gehouden. De kennisgeving is in ieder geval nodig telkens wanneer belangrijke meningsverschillen blijven bestaan (zie Com.IB 92, 346/4).
Wat de kennisgeving van aanslag van ambtswege betreft, schrijven de administratieve onderrichtingen enkel voor dat rekening moet worden gehouden met de opmerkingen die de belastingplichtige voor de inkohiering van de aanslag zou formuleren en waaruit zou blijken dat de berekening van de belastbare basis een misslag bevat (zie Com.IB 92, 351/30, 2de lid). Evenwel mag niet uit het oog worden verloren dat, behoudens in de in de wet opgesomde gevallen, bij een aanslag van ambtswege de bewijslast van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens op de belastingplichtige rust (art. 352, WIB 92).
5. Hoewel dit administratieve standpunt volledig overeenstemt met de wettelijke bepalingen in het WIB 92, moet toch worden vastgesteld dat dit standpunt steeds moeilijker verenigbaar is met de regels van behoorlijk bestuur die sinds enkele jaren een belangrijke rol spelen bij de behandeling van fiscale dossiers. Wanneer de administratie derhalve niet antwoordt op de opmerkingen van de belastingplichtige, laat zij hem niet toe om te oordelen of er reden is tot het indienen van een bezwaarschrift en, desgevallend, om zijn verweermiddelen te organiseren. Dit is in strijd met de principes van behoorlijk bestuur zoals die vandaag worden aanvaard door de rechtspraak en de rechtsleer.
6. Om die redenen heeft de wetgever geoordeeld dat het nodig is uitdrukkelijk in de wet te zeggen dat de belastingplichtige moet worden geïnformeerd omtrent het gevolg dat de administratie heeft gegeven aan zijn antwoord op een bericht van wijziging of een kennisgeving van aanslag van ambtswege.
Die informatieverplichting slaat, zowel in geval van een bericht van wijziging als in geval van een kennisgeving van aanslag van ambtswege, op de vermelding van :
Deze verplichtingen zijn opgenomen in het nieuwe 5de lid van art. 346, WIB 92 (bericht van wijziging) en in een nieuw art. 352bis, WIB 92 (kennisgeving van aanslag van ambtswege).
7. De aandacht wordt erop gevestigd dat de Minister van Financiën tijdens de parlementaire besprekingen zelf heeft gesteld dat :
De nieuwe bepalingen treden in werking op 1.10.2000.
Namens de mininster :
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
AANSLAG VAN AMBTSWEGE
Kennisgeving van aanslag van ambtswege.
BERICHT VAN WIJZIGING
Antwoord op een bericht van wijziging
Kennisgeving aan de belastingplichtige van het aan zijn antwoord gegeven gevolg
KENNISGEVING VAN AANSLAG VAN AMBTSWEGE
Antwoord op een kennisgeving van aanslag van ambtswege
Kennisgeving aan de belastingplichtige van het aan zijn antwoord
gegeven gevolg.
WIJZIGING VAN DE AANGIFTE
Bericht van wijziging
Eerste commentaar op de art. 5 tot 7, W 30.06.2000 tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, die betrekking hebben op de aanslagprocedure inzake directe belastingen.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie van de directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
Hierna volgt een eerste commentaar op de art. 5 tot 7, W 30.06.2000 tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (BS 12.8.2000, err. BS 26.8.2000
- V 2841, Bull. 808), die betrekking hebben op de aanslagprocedure inzake directe belastingen.
1. De art. 5 tot 7, W 30.06.2000 luiden als volgt:
TITEL III. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 5. Artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met het volgende lid:
"Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen."
Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 352bis ingevoegd, luidende:
"Art. 352bis. - Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig artikel 351, derde lid, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen."
TITEL IV. - Inwerkingtreding
Art. 7. Artikel 2 is van toepassing op de inning van rechten en accijnzen die zijn ontstaan of, indien het geschil geen verband houdt met de inning van rechten en accijnzen, op de beschikkingen die zijn getroffen vanaf de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 3 en 4 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 5 en 6 treden in werking op 1 oktober 2000.
II. COMMENTAAR
2. Indien de administratie meent de inkomsten en andere gegevens te moeten wijzigen die in een geldige aangifte zijn vermeld of die de belastingplichtige schriftelijk heeft erkend, of indien zij in welbepaalde gevallen een aanslag van ambtswege meent te moeten vestigen, stelt ze de belastingplichtige met een gemotiveerd bericht (bericht van wijziging of kennisgeving van aanslag van ambtswege) in kennis van de nieuwe inkomsten of andere gegevens. De belastingplichtige beschikt dan over een wettelijk vastgelegde termijn om op dat bericht te reageren.
3. Door die wettelijk opgelegde motiveringsplicht liep deze procedure vooruit op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (W 29.7.1991).
4. Anderzijds is er geen enkele wetsbepaling die de administratie verplicht de opmerkingen te beantwoorden die de belastingplichtige in antwoord op het bericht van wijziging van zijn aangifte heeft geformuleerd (zie Com.IB 92, 346/3).
De administratieve onderrichtingen schrijven wel voor dat zoveel mogelijk in de vorm van een gewone brief gebruik wordt gemaakt van de kennisgeving aan de belastingplichtige van de mate waarin met de door hem gedane opmerkingen rekening wordt gehouden. De kennisgeving is in ieder geval nodig telkens wanneer belangrijke meningsverschillen blijven bestaan (zie Com.IB 92, 346/4).
Wat de kennisgeving van aanslag van ambtswege betreft, schrijven de administratieve onderrichtingen enkel voor dat rekening moet worden gehouden met de opmerkingen die de belastingplichtige voor de inkohiering van de aanslag zou formuleren en waaruit zou blijken dat de berekening van de belastbare basis een misslag bevat (zie Com.IB 92, 351/30, 2de lid). Evenwel mag niet uit het oog worden verloren dat, behoudens in de in de wet opgesomde gevallen, bij een aanslag van ambtswege de bewijslast van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens op de belastingplichtige rust (art. 352, WIB 92).
5. Hoewel dit administratieve standpunt volledig overeenstemt met de wettelijke bepalingen in het WIB 92, moet toch worden vastgesteld dat dit standpunt steeds moeilijker verenigbaar is met de regels van behoorlijk bestuur die sinds enkele jaren een belangrijke rol spelen bij de behandeling van fiscale dossiers. Wanneer de administratie derhalve niet antwoordt op de opmerkingen van de belastingplichtige, laat zij hem niet toe om te oordelen of er reden is tot het indienen van een bezwaarschrift en, desgevallend, om zijn verweermiddelen te organiseren. Dit is in strijd met de principes van behoorlijk bestuur zoals die vandaag worden aanvaard door de rechtspraak en de rechtsleer.
6. Om die redenen heeft de wetgever geoordeeld dat het nodig is uitdrukkelijk in de wet te zeggen dat de belastingplichtige moet worden geïnformeerd omtrent het gevolg dat de administratie heeft gegeven aan zijn antwoord op een bericht van wijziging of een kennisgeving van aanslag van ambtswege.
Die informatieverplichting slaat, zowel in geval van een bericht van wijziging als in geval van een kennisgeving van aanslag van ambtswege, op de vermelding van :
- de opmerkingen van de belastingplichtige waarmee geen rekening wordt gehouden bij het vestigen van de aanslag;
- de motieven die de beslissing van de administratie rechtvaardigen.
Deze verplichtingen zijn opgenomen in het nieuwe 5de lid van art. 346, WIB 92 (bericht van wijziging) en in een nieuw art. 352bis, WIB 92 (kennisgeving van aanslag van ambtswege).
7. De aandacht wordt erop gevestigd dat de Minister van Financiën tijdens de parlementaire besprekingen zelf heeft gesteld dat :
- hij verwacht dat ingevolge de motivatieplicht het aantal beroepen bij de rechtbank zal verminderen en dat, wanneer de beslissingen (bedoeld worden de beslissingen om de opmerkingen van de belastingplichtige niet te aanvaarden) duidelijk worden gemotiveerd, de contacten met de belastingplichtige vlotter zullen verlopen (Parl. st., Kamer, Doc. 50 0438/003, blz. 9);
- de nieuwe bepalingen kunnen voorkomen dat administratief beroep wordt ingesteld en echte bezwaarschriften worden ingediend tegen het aanslagbiljet (Parl. st., Senaat, zitting 1999-2000, 2-443/2, blz. 2).
De nieuwe bepalingen treden in werking op 1.10.2000.
Namens de mininster :
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
Bron: FisconetPlus
