Aanschrijving nr. 3 dd. 01.02.1995
AANSCHRIJVING 95/003
Aanschrijving nr. 3 dd. 01.02.1995
BTW-Revue nr. 112, blz. 179
Deze aanschrijving wordt met ingang van 01.01.1996 opgeheven (zie opheffingsbepalingen aanschrijving nr. 7 dd. 28.09.1998)].
Vrijstelling art. 41, § 1, 8°, W.BTW
Diensten voor belastingplichtigen in andere Lidstaat
Draagwijdte.
INHOUD
I. Onderwerp
II. Uiteenzetting van de problemen
III. Beslissing
I. ONDERWERP
Artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, voorziet in de vrijstelling van belasting voor bepaalde diensten, waaronder de werkzaamheden die betrekking hebben op lichamelijk roerende goederen, verricht voor belastingplichtigen die in een andere Lid-Staat voor de BTW zijn geïdentificeerd en die op grond van de Achtste (79/1072/EEG) of Dertiende (86/560/EEG) richtlijn in aanmerking zouden komen voor de teruggaaf van de belasting die verschuldigd zou zijn indien die op die diensten was geheven.
Deze vrijstelling is gebaseerd op beschikking 93/555/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 waarbij België gemachtigd wordt een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 2, punt 1, en artikel 17 van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting.
Aanschrijving nr. 9 van 13 april 1994 zet de algemene regeling van deze vrijstelling uiteen.
Deze aanschrijving preciseert de draagwijdte ervan.
II. UITEENZETTING VAN DE PROBLEMEN
1. Toepassingsperiode van de bepaling
Deze bepaling verstrijkt in principe op de datum die de Raad van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van het aannemen van een wijziging van Richtlijn 77/388/EEG (Zesde Richtlijn) zou hebben bepaald, doch uiterlijk per 31 december 1994 (cfr. aanschr. 9/1994, nr. 6).
2. Omvang van de vrijstelling
De vrijstelling kan slechts worden toegestaan in de mate dat de BTW zou kunnen worden afgetrokken overeenkomstig de artikelen 45 tot 48 van het Wetboek indien zij in rekening werd gebracht aan een in België gevestigde belastingplichtige.
Zo beperkt met name artikel 45, § 2, eerste lid, van het Wetboek, het recht op aftrek tot maximum 50 % voor diensten met betrekking tot automobielen voor personenvervoer, behoudens de uitzonderingen opgesomd in de punten a), b), en c) van artikel 45, § 2, tweede lid, van het Wetboek. Dit betekent dat, in de meeste gevallen, de vrijstelling slechts van toepassing is ten belope van 50 % wanneer een voertuig vanuit een andere Lid-Staat wordt verzonden naar België om hier te worden hersteld.
III. BESLISSING
1. Toepassingsperiode van de vrijstelling
Rekening houdend met het feit dat de wijziging van bovengenoemde richtlijn niet tot stand kwam binnen de gestelde termijn, werd er beslist dat de vrijstelling waarin wordt voorzien door artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, tot nader order van toepassing blijft na 31 december 1994.
2. Omvang van de vrijstelling
Rekening houdend met de problemen van de dienstverrichter om de omvang van het recht op aftrek te kennen van zijn afnemer die in een andere Lid-Staat gevestigd is (het kan gaan om een gemengde of een gedeeltelijke belastingplichtige; cfr. art. 46 en volg., van het Wetboek), werd er beslist dat in België gevestigde dienstverrichters, die diensten verstrekken in de zin van artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, aan afnemers die in een andere Lid-Staat gevestigd zijn, hun diensten mogen factureren met volledige vrijstelling van de BTW in de mate dat de verklaring die hen werd afgegeven geen melding maakt van enige beperking van het recht op aftrek in hoofde van de afnemer van de dienst.
Niettemin, voor wat betreft de dienstprestaties met betrekking tot automobielen voor personenvervoer, mogen bovengenoemde dienstverrichters hun diensten factureren waarbij uitsluitend en op stelselmatige wijze de beperking gesteld door artikel 45, § 2, eerste lid, van het Wetboek, wordt toegepast : vrijstelling van belasting tot 50 % van het gefactureerde bedrag en toepassing van de Belgische BTW op de resterende 50 %, wat overeenkomt met het gedeelte niet aftrekbare BTW voor een belastingplichtige in België bij gelijkaardige handelingen (art. 76, § 2, en 45, § 2, van het Wetboek).
3. Na te komen verplichtingen in België
In het kader van de huidige aanschrijving moeten volgende verplichtingen in België door de dienstverrichters die hier voor BTW- doeleinden geïdentificeerd zijn worden vervuld :
Aanschrijving nr. 3 dd. 01.02.1995
BTW-Revue nr. 112, blz. 179
Deze aanschrijving wordt met ingang van 01.01.1996 opgeheven (zie opheffingsbepalingen aanschrijving nr. 7 dd. 28.09.1998)].
Vrijstelling art. 41, § 1, 8°, W.BTW
Diensten voor belastingplichtigen in andere Lidstaat
Draagwijdte.
INHOUD
I. Onderwerp
II. Uiteenzetting van de problemen
| 1. | Toepassingsperiode van de bepaling. |
| 2. | Omvang van de vrijstelling. |
| 1. | Toepassingsperiode van de vrijstelling. |
| 2. | Omvang van de vrijstelling. |
| 3. | Na te komen verplichtingen in België. |
Artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, voorziet in de vrijstelling van belasting voor bepaalde diensten, waaronder de werkzaamheden die betrekking hebben op lichamelijk roerende goederen, verricht voor belastingplichtigen die in een andere Lid-Staat voor de BTW zijn geïdentificeerd en die op grond van de Achtste (79/1072/EEG) of Dertiende (86/560/EEG) richtlijn in aanmerking zouden komen voor de teruggaaf van de belasting die verschuldigd zou zijn indien die op die diensten was geheven.
Deze vrijstelling is gebaseerd op beschikking 93/555/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 waarbij België gemachtigd wordt een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 2, punt 1, en artikel 17 van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting.
Aanschrijving nr. 9 van 13 april 1994 zet de algemene regeling van deze vrijstelling uiteen.
Deze aanschrijving preciseert de draagwijdte ervan.
II. UITEENZETTING VAN DE PROBLEMEN
1. Toepassingsperiode van de bepaling
Deze bepaling verstrijkt in principe op de datum die de Raad van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van het aannemen van een wijziging van Richtlijn 77/388/EEG (Zesde Richtlijn) zou hebben bepaald, doch uiterlijk per 31 december 1994 (cfr. aanschr. 9/1994, nr. 6).
2. Omvang van de vrijstelling
De vrijstelling kan slechts worden toegestaan in de mate dat de BTW zou kunnen worden afgetrokken overeenkomstig de artikelen 45 tot 48 van het Wetboek indien zij in rekening werd gebracht aan een in België gevestigde belastingplichtige.
Zo beperkt met name artikel 45, § 2, eerste lid, van het Wetboek, het recht op aftrek tot maximum 50 % voor diensten met betrekking tot automobielen voor personenvervoer, behoudens de uitzonderingen opgesomd in de punten a), b), en c) van artikel 45, § 2, tweede lid, van het Wetboek. Dit betekent dat, in de meeste gevallen, de vrijstelling slechts van toepassing is ten belope van 50 % wanneer een voertuig vanuit een andere Lid-Staat wordt verzonden naar België om hier te worden hersteld.
III. BESLISSING
1. Toepassingsperiode van de vrijstelling
Rekening houdend met het feit dat de wijziging van bovengenoemde richtlijn niet tot stand kwam binnen de gestelde termijn, werd er beslist dat de vrijstelling waarin wordt voorzien door artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, tot nader order van toepassing blijft na 31 december 1994.
2. Omvang van de vrijstelling
Rekening houdend met de problemen van de dienstverrichter om de omvang van het recht op aftrek te kennen van zijn afnemer die in een andere Lid-Staat gevestigd is (het kan gaan om een gemengde of een gedeeltelijke belastingplichtige; cfr. art. 46 en volg., van het Wetboek), werd er beslist dat in België gevestigde dienstverrichters, die diensten verstrekken in de zin van artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, aan afnemers die in een andere Lid-Staat gevestigd zijn, hun diensten mogen factureren met volledige vrijstelling van de BTW in de mate dat de verklaring die hen werd afgegeven geen melding maakt van enige beperking van het recht op aftrek in hoofde van de afnemer van de dienst.
Niettemin, voor wat betreft de dienstprestaties met betrekking tot automobielen voor personenvervoer, mogen bovengenoemde dienstverrichters hun diensten factureren waarbij uitsluitend en op stelselmatige wijze de beperking gesteld door artikel 45, § 2, eerste lid, van het Wetboek, wordt toegepast : vrijstelling van belasting tot 50 % van het gefactureerde bedrag en toepassing van de Belgische BTW op de resterende 50 %, wat overeenkomt met het gedeelte niet aftrekbare BTW voor een belastingplichtige in België bij gelijkaardige handelingen (art. 76, § 2, en 45, § 2, van het Wetboek).
3. Na te komen verplichtingen in België
In het kader van de huidige aanschrijving moeten volgende verplichtingen in België door de dienstverrichters die hier voor BTW- doeleinden geïdentificeerd zijn worden vervuld :
| 1° | in het bezit zijn van een verklaring betreffende de hoedanigheid van belastingplichtige van de ontvanger van de dienst. De dienstverrichters mogen hun diensten die ze verstrekken aan een belastingplichtige die in een andere Lid-Staat gevestigd is, slechts vrijstellen voor zover ze in het bezit zijn van een verklaring die de hoedanigheid van belastingplichtige van de ontvanger van de dienst aantoont en die is uitgereikt door de bevoegde dienst van de Lid-Staat waar de ontvanger is gevestigd. Daaruit volgt dat dienstverrichters, BTW-belastingplichtigen in België, die sedert 1 januari 1994 van deze afwijking gebruik hebben gemaakt en die dus hun diensten gefactureerd hebben met vrijstelling van belasting, eveneens in het bezit moeten zijn van deze verklaring. Wanneer ze op die manier gehandeld zouden hebben zonder in het bezit te zijn van deze verklaring, moeten ze deze nog a posteriori vragen teneinde hun toestand te regulariseren. De vrijstelling zal geweigerd worden voor dienstverrichters die niet in het bezit zijn van deze verklaring. De enkele aanduiding van het BTW- identificatienummer van de ontvanger van de dienst is niet voldoende. |
| 2° | in ieder geval moet op de factuur worden vermeld : |
- het BTW-identificatienummer van de ontvanger van de dienst;
- wat betreft de maatstaf van heffing :
3° in de periodieke aangifte vermelden :
- ofwel de maatstaf van heffing die vrijgesteld is van de belasting en "artikel 41, § 1, 8°, a), b), c), of d) van het Wetboek" in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting;
- ofwel, indien het gaat om een dienstverrichting onderworpen aan de beperkingen van artikel 45, § 2, van het Wetboek :
. de maatstaf van heffing (50 %) die onderworpen is aan de belasting, alsook het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting;
. maatstaf van heffing (50 %) die vrijgesteld is van belasting en "artikel 41, § 1, 8°, b), van het Wetboek" in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting;
. "aanschrijving nr. 3 van 1 februari 1995". Niettemin is, voor wat betreft de automobielen, een verwijzing naar beslissing nr. E.T. 82.086 van 14 december 1994 eveneens geldig.
- voor de diensten zonder beperking van het recht op aftrek : deze bedragen in vak 47;
- wat betreft de diensten onderworpen aan de beperking gesteld door artikel 45, § 2, van het Wetboek :
- het bedrag van de dienstverrichting dat onderworpen is aan de belasting (50 % van het gefactureerde bedrag) in rooster 03;
- het bedrag van de dienstverrichting vrijgesteld van belasting (de resterende 50 % van het gefactureerde bedrag) in vak 47;
- de verschuldigde BTW in vak 54.
J. DECUYPER
Bron: FisconetPlus
