Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 6e afl. dd. 10.10.1990

CIRC 10.10.90/1

Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 6e afl. dd. 10.10.1990


Bull. nr. 699, pag. 3036

AFSCHRIJVINGEN
Afschrijfbare activa
Afschrijvingsannuïteit
Afschrijvingspercenten
Immateriële vaste activa

FISCALE BEPALINGEN 1989
Afschrijvingen
Immateriële vaste activa

IMMATERIELE VASTE ACTIVA
Begrip


Commentaar op art. 264, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (afschrijvingen op immateriële vaste activa).

AFSCHRIJVINGEN OP IMMATERIELE VASTE ACTIVA

INHOUDSTAFELNrs.
I.WETTEKSTI/380
II.ALGEMENE DRAAGWIJDTEI/381
III. IMMATERIEL VASTE ACTIVE
A.AlgemeenI/382
B.Audiovisuele werken
1.AardI/383
2.AfschrijvingenI/384
C.Onderzoek en ontwikkeling
1.AardI/385
2.AfschrijvingenI/386
D.Andere immateriële vaste activa
1.AardI/387
2.AfschrijvingenI/388
IV.INWERKINGTREDINGI/389
I. WETTEKST

I/380
Art. 264, W. 22.12.1989 voegt aan art. 48, WIB een als volgt luidende § 4 toe :

"§ 4. In afwijking van artikel 45, 4°, worden de immateriële vaste activa, met uitzondering van de investeringen in audiovisuele werken, afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan drie mag bedragen wanneer het gaat om investeringen in onderzoek en ontwikkeling, en niet minder dan vijf in de andere gevallen."

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

I/381
Met betrekking tot de afschrijving op immateriële vaste activa, brengt het nieuwe art. 48, § 4, WIB twee fundamentele wijzigingen aan, nl. :



1.de immateriële vaste activa mogen niet in eenmaal of degressief worden afgeschreven - alleen de afschrijving met vaste annuïteiten (of lineaire afschrijving) is toegestaan;
2.de afschrijvingsperiode bedraagt ten minste 5 jaar, behalve wanneer het investeringen in onderzoek en ontwikkeling betreft waarvoor de minimumtermijn tot 3 jaar is teruggebracht.
Deze twee wijzigingen gelden evenwel niet voor investeringen in audiovisuele werken.

III. IMMATERIELE VASTE ACTIVA

A. Algemeen

I/382
Art. 48, § 4, WIB is uitsluitend van toepassing op immateriële vaste activa. Volgens het KB 08.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, Bijlage, Hfdst. III, Deel 1, Rubriek II worden de immateriële vaste activa gevormd door :



a)de kosten van onderzoek en ontwikkeling;
b)de concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten;
c)de goodwill;
d)de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
Voor meer bijzonderheden nopens het begrip "immateriële vaste activa" wordt verwezen naar Com.IB 44/138 tot 44/139.9.

Deze bepaling geldt uiteraard ook voor beoefenaars van vrije beroepen en slaat inzonderheid op bestanddelen als cliënteel, goodwill, vestigingsrechten, notarisprotocol, enz.

Voor de toepassing van art. 48, § 4, WIB moeten de immateriële vaste activa in drie categorieën worden ingedeeld, nl. :



a)investeringen in audiovisuele werken;
b)investeringen in onderzoek en ontwikkeling;
c)andere.
B. Audiovisuele werken

1. Aard

I/383
Hier wordt inzonderheid de filmindustrie beoogd.

Daar noch in de tekst van art. 48, § 4, WIB, noch in de erop betrekking hebbende voorbereidende parlementaire werkzaamheden, enige verduidelijking of omschrijving van het begrip "audiovisuele werken" wordt gegeven, moet dat begrip volgens zijn algemeen geldende betekenis worden uitgelegd.

Derhalve is de in art. 48, § 4, WIB vermelde uitzondering van toepassing op audiovisuele werken van Belgische en van buitenlandse oorsprong, ongeacht de projectieduur, met inbegrip van filmjournaals en reclamefilms, videoclips, reclamespots, enz.

2. Afschrijvingen

I/384
De immateriële vaste activa met betrekking tot investeringen in audiovisuele werken blijven bij voortduur volgens de gewone regels afschrijfbaar.

Die activa kunnen dus lineair of degressief worden afgeschreven en de afschrijvingsperiode wordt volgens de gewone regels bepaald aan de hand van de normale gebruiksduur.

Wat het onderscheid tussen immateriële vaste activa en in éénmaal aftrekbare beroepskosten betreft, wordt tenslotte nog de aandacht gevestigd op het bepaalde in Com.IB 44/139.8.

C. Onderzoek en ontwikkeling

1. Aard

I/385
Inzake immateriële vaste activa moeten onder kosten van onderzoek en ontwikkeling worden verstaan kosten van onderzoek, vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van produkten, uitvindingen en know-how, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van de onderneming (cf. hogervermeld KB 08.10.1976, Bijlage, Hfdst. III., Deel 1, Rubriek II, tweede lid en Com.IB 44/138, derde lid).

Wat het boeken van die kosten als immateriële vaste activa betreft, wordt de aandacht tevens gevestigd op het bepaalde in Com.IB 44/155.

2. Afschrijvingen

I/386
De in nr. I/385 beoogde activa mogen slechts lineair worden afgeschreven over een periode van ten minste 3 jaar.

Eigenlijk betreft het hier grotendeels een wettelijke bekrachtiging van bestaande administratieve onderrichtingen (zie inzonderheid Com.IB 44/252.5, tweede lid).

D. Andere immateriële vaste activa

1. Aard

I/387
Hier worden alle immateriële activa beoogd die niet in de nrs. I/3853 en 385 hierboven bedoeld zijn.

Het betreft hier dus inzonderheid cliëntele, goodwill, concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten (zie Com.IB 44/138 tot 139.9) met betrekking tot andere investeringen dan investeringen in onderzoek en ontwikkeling of in audiovisuele werken.

2. Afschrijvingen

I/388
De in nr. I/387 beoogde activa mogen voortaan nog slechts lineair worden afgeschreven over een periode van tenminste 5 jaar.

IV. INWERKINGTREDING

I/389
De in nrs. I/380 tot I/388 besproken wijzigingen zijn voor het eerst van toepassing op de vanaf 01.01.1990 verworven of tot stand gebrachte immateriële vaste activa (cf. art. 333, § 1, 10°, W. 22.12.1989).

De inwerkingtreding is dus niet verbonden aan een bepaald aanslagjaar, maar wel aan het tijdstip van verwerving of totstandbrenging van de immateriële vaste activa.

In de PB kunnen die wijzigingen ten vroegste met ingang van het aj. 1991 toepassing vinden, namelijk op de eerste afschrijving van de vanaf 01.01.1990 verworven of tot stand gebrachte immateriële vaste activa (i.v.m. de voor die datum verworven of tot stand gebrachte activa blijven de vroegere regels van toepassing, ook voor het aj. 1991 en volgende, tot zolang die activa volledig zijn afgeschreven).