Circulaire nr. Ci.RH.243/450.982 van 07.07.1993

CIRC 07.07.93/1
Bull. nr. 730, pag. 2137
AFSCHRIJVING
Afschrijvingsannuïteit
Degressieve afschrijving

FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Degressieve afschrijving
Degressieve afschrijvingen
Commentaar op art. 2, W. 28.12.1992 houdende
fiscale, financiële en diverse bepalingen.
Inhoudsopgave I. WETTEKST 1 II. DRAAGWIJDTE 2 III. BEPERKTE AFSCHRIJVINGEN A. Algemeen 3 B. Voorbeeld 6 C. Boekjaar van abnormale duur 7 D. Voorbeelden 8 IV. INWERKINGTREDING 10
I. WETTEKST
1. Art. 2, W. 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V. 2212 - Bull. 725), heeft art. 64, WIB 92 met het volgende lid aangevuld :
"Het bedrag van de degressieve afschrijvingsannuïteit mag in geen geval meer bedragen dan 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde".
Krachtens art. 30, § 9 van die wet is voormeld art. 2 van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 01.01.1992.
II. DRAAGWIJDTE
2. Deze maatregel beoogt inzonderheid een einde te maken aan de zeer hoge afschrijvingsannuïteiten die voortvloeiden uit het degressief afschrijven van activa op zeer korte termijn.
Voortaan mag de degressieve afschrijvingsannuïteit in geen geval meer bedragen dan 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de desbetreffende activa.
III. BEPERKTE AFSCHRIJVING
A. Algemeen
3. De hier besproken maatregel wijzigt niet de bestaande regels van de degressieve afschrijvingen, noch wat de berekeningswijze, noch wat de aard van de daarvoor in aanmerking komende activa betreft.
Dienaangaande gelden bij voortduur de regels volgens welke :
  • het degressieve afschrijvingspercentage ten hoogste het dubbele van het lineaire afschrijvingspercentage mag bedragen;
  • de degressieve afschrijving op de residuwaarde wordt toegepast en niet op de aanschaffings- of beleggingswaarde (behalve het eerste jaar);
  • van de degressieve afschrijving terug naar de lineaire afschrijving mag worden overgeschakeld zodra de degressieve afschrijvingsannuïteit lager is dan de lineaire;
  • bepaalde activa van het stelsel van degressieve afschrijving uitgesloten zijn (*).
(*) Voor de recentste wijzigingen dienaangaande wordt inzonderheid verwezen naar art. 63, WIB 92, waarvan de inhoud werd besproken in de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 (Ci.D.19/416.334 nrs. I/380 tot 389, 6e aflevering van 10.10.1990 - Bull. 699) en naar art. 41, KB/WIB, zoals het laatst werd gewijzigd door art. 1, KB 05.08.1991 (V. 2130 - Bull. 710) en besproken in de circ. 18.02.1993, Ci.RH.243/438.444 (Bull. 726).
De enige nieuwigheid bestaat erin dat voor de vaste activa die vanaf 01.01.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht, een absoluut maximum met betrekking tot de degressieve afschrijvingsannuïteit wordt gesteld. Dit maximum is gelijk aan 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de desbetreffende activa.
4. De aandacht wordt erop gevestigd dat de in de wet vastgelegde maximumgrens op de annuïteit slaat en niet op het afschrijvingspercentage. Dit percentage mag dus meer bedragen dan 40 % (b.v. het dubbele van 25 % voor een actief met een normale gebruiksduur van 4 jaar).
De annuïteit zelf daarentegen mag nooit 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde overschrijden en moet dus in voorkomend geval worden afgestopt. Daarbij wordt opgemerkt dat de absolute grens van 40 % steeds (dus ook het 2e jaar, enz.) wordt berekend op de aanschaffings- of beleggingswaarde en niet op de residuwaarde.

5. De nieuwe maatregel heeft tot gevolg dat :

a)
de beperking slechts die activa treft welke over minder dan 5 jaar degressief worden afgeschreven;
b)
de degressieve afschrijving voortaan in de regel over minsten 3 jaren wordt gespreid.
B. Voorbeeld
6. Aankoop in 1992 van een machine van 400.000 F, waarvan de normale afschrijvingsduur 4 jaar bedraagt.
Lineair afschrijvingspercentage : 25 %.
Lineair afschrijvingsannuïteit : 400.000 x 25 % = 100.000 F/
Degressief afschrijvingspercentage : 50 %
Fiscaal aanvaardbare afschrijvingen :
Jaar 1992
Degressieve afschrijvingsannuïteit : 400.000 x 50 % = 200.000 F,
te beperken tot het absolute maximum van 400.000 x 40 % = 160.000 F.
Jaar 1993
Fiscale residuwaarde : 400.000 - 160.000 = 240.000 F
Degressieve afschrijvingsannuïteit : 240.000 x 50 % = 120.000 F
Dit bedrag is lager dan het absolute maximumbedrag van 160.000 F en dus aanvaardbaar.
Jaar 1994
400.000 x 25 % = 100.000 F (lineaire afschrijving).
Dit bedrag is immers hoger dan de degressieve afschrijvingsannuïteit van 60.000 F, zijnde de fiscale residuwaarde (240.000 - 120.000) x 50 %.
Jaar 1995
Lineaire afschrijving
(100.000 F), echter beperkt tot de fiscale residuwaarde van 20.000 F (120.000 - 100.000).
C. Boekjaar van abnormale duur
7. Daar de in art. 64, tweede lid, WIB 92, gebruikte term "annuïteit" een bedrag op jaarbasis veronderstelt, moet de tot 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde beperkte afschrijvingsannuïteit ook in de passende mate worden verlaagd of verhoogd in alle gevallen waarin de eigenlijke afschrijvingsperiode minder of meer dan 12 maanden bedraagt (zie dienaangaande ook de nrs. 44/167 en 222, Com.I.B., en de circ. 16.03.1993, Ci.RH.243/448.410, Bull. 727).
D. Voorbeelden
Voorbeeld 1
8. Een op 01.07.1992 beginnende handelaar die een volledige boekhouding voert en zijn eerste boekjaar afsluit op 31.12.1993, koopt in augustus 1992 een actief van 600.000 F dat normaal over 4 jaar afschrijfbaar is.
Lineair afschrijvingspercentage : 25 %.
Lineair afschrijvingsannuïteit : 600.000 x 25 % = 150.000 F.
Degressief afschrijvingspercentage : 50 %.
Fiscaal aanvaardbare afschrijvingen.
Boekjaar 1992-1993
Normale degressieve afschrijvingsannuïteit : 600.000 x 50 % = 300.000 F,
te beperken tot het absolute maximum van 600.000 x 40 % = 240.000 F.
Verhoging voor een boekjaar van 18 maanden : 240.000 x 18/12 = 360.000 F
Boekjaar 1994
Fiscale residuwaarde : 600.000 - 360.000 = 240.000 F
Toepasselijke afschrijving : 600.000 x 25 % = 150.000 F (lineaire afschrijving)
Dit bedrag is immers hoger dan de degressieve afschrijvingsannuïteit van 120.000 F, zijnde de fiscale residuwaarde (240.000) x 50 %.
Boekjaar 1995
Lineaire afschrijving (150.000 F) echter beperkt tot de fiscale residuwaarde van 90.000 F (240.000 - 150.000).
Voorbeeld 2
9. Zelfde gegevens als in het eerste voorbeeld, doch het betreft een beoefenaar van een vrij beroep die zijn activiteit op 01.08.1992 aanvangt en uiteraard niet onderworpen is aan de wet op de jaarrekeningen.
Fiscaal aanvaardbare afschrijvingen.
Jaar 1992
Normale degressieve afschrijvingsannuïteit : 600.000 x 50 % = 300.000 F,
te beperken tot het absolute maximum van 600.000 x 40 % = 240.000 F.
Herleiding omwille van de beperkte activiteit in 1992 (5 maanden) : 240.000 x 5/12 = 100.000 F
Jaar 1993
Fiscale residuwaarde : 600.000 - 100.000 = 500.000 F
Degressieve afschrijvingsannuïteit : 500.000 x 50 % = 250.000 F,
te beperken tot het absolute maximumbedrag van 600.000 x 40 % = 240.000 F
Jaar 1994
Lineaire afschrijvingsannuïteit : 600.000 x 25 % = 150.000 F
Dit bedrag is immers hoger dan de degressieve afschrijvingsannuïteit van 130.000 F, zijde de fiscale residuwaarde (500.000 - 240.000) x 50 %.
Jaar 1995
Lineaire afschrijving : 600.000 x 25 % = 150.000 F, beperkt tot de fiscale residuwaarde van 110.000 F (260.000 - 150.000).
IV. INWERKINGTREDING
10. Krachtens art. 30, § 9, W. 28.12.1992 is de beperking van de degressieve afschrijvingsannuïteit tot 40 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde, van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 01.01.1992.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
G.A. DE GROOTE.