Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 27.08.1993
CIRC 27.08.93/1
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 27.08.1993
Bull. nr. 731, pag. 2777
AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING
Invulling van de aangifte
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Vergoeding voor reiskosten
LOONFICHE
Fiche 281.10 (bijdrage in de reiskosten)
VERGOEDING
Reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding
Commentaar op art. 6, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen.
19e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
INHOUDSTABEL I. WETTEKST I/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/302 III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN I/304 IV. VOORWAARDEN A. Algemeen I/305 B. Regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer I/306 C. Abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer I/308 D. Woon-werkverkeer I/309 V. BEPERKINGEN A. Algemeen I/310 B. Samenvattende tabel I/311 VI. BEDRIJFSVOORHEFFING I/312 VII. LOONFICHE EN AANGIFTE PB I/313 VIII. INWERKINGTREDING I/316 Bijlagen : 2 I. WETTEKST
Art. 38, 9°, WIB 92
I/301
Vrijgesteld zijn :
Evenwel, wanneer de verplichte werkgeversbijdrage kleiner is dan 10.000 frank, wordt de vrijstelling uitgebreid tot de totale bijdrage van de werkgever, begrensd tot de prijs van het sociaal abonnement en met een maximumbedrag van 10.000 frank;
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
I/302
Art. 6, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 31.07.1992, V. 2185, Bull. 719) heeft art. 38, 9°, WIB gewijzigd.
Art. 38, 9°, WIB 92, dat is ingevoegd door art. 32, W. 20.07.1991, is besproken in het kader van de circ. 28.07.1992, Ci.RH.241/436.174 (Bull. 719, blz. 2196 tot 2205).
Voor het aj. 1992 (inkomsten van 1991) werd de vrijstelling van 5.000 F per jaar van de vergoedingen door een werkgever toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling, tot 10.000 F verhoogd, wanneer de werknemer aantoonde dat hij regelmatig een abonnement bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer had genomen.
De gestelde grens van 10.000 F heeft echter tot gevolg dat een werknemer die een afstand aflegt van meer dan ongeveer 30 km, gediscrimineerd wordt ten opzichte van een collega die minder kilometers moet doen. Inderdaad de bij koninklijk besluit bepaalde verplichte werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de NMBS ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden overtreft voor een afstand van meer dan 30 km op jaarbasis de grens van 10.000 F. Bijgevolg verhoogt het belastbaar inkomen naar rato van de afgelegde afstand woonplaats - werkplaats met het gedeelte van de vergoeding dat hoger is dan 10.000 F.
I/303
Vanaf het aj. 1993 (inkomsten van 1992) wordt die discriminatie opgeheven door de verplichte werkgeversbijdrage, zoals die bij KB is vastgesteld, integraal van belasting vrij te stellen.
Wanneer de verplichte bijdrage van de werkgever kleiner is dan 10.000 F maar hij meer bijdraagt in de prijs van het abonnement dan die verplichte bijdrage, dan wordt de vrijstelling uitgebreid tot de werkelijke bijdrage, maar beperkt tot de prijs van het sociaal abonnement met een maximum echter van 10.000 F (bedrag dat ingevolge indexering tot 11.000 F is verhoogd voor aj. 1993).
III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN
I/304
Deze maatregel geldt voor de werknemers (als bedoeld in art. 30, 1°, WIB 92) die van hun werkgever vergoedingen ontvangen als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling. Hij is niet van toepassing op bestuurders of werkende vennoten.
IV. VOORWAARDEN
A. Algemeen
I/305
Het genot van de vrijstelling en het maximumbedrag ervan (5.000 F, 10.000 F of het bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage) is afhankelijk van de wijze waarop de werknemer zijn beroepskosten bepaalt (forfait of werkelijk bedrag) en van de wijze waarop hij eventueel van het openbaar vervoer gebruik maakt (regelmatig gebruiker al dan niet met een abonnement).
Het stelsel kan als volgt worden samengevat :
a) Werknemers van wie de beroepskosten overeenkomstig art. 51, WIB 92 forfaitair worden bepaald (en die geen abonnement hebben) :
Een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F per jaar wordt toegekend aan de werknemers die aanspraak maken op het wettelijke forfait inzake beroepskosten. Het is daarbij zonder belang of zij al of niet regelmatig gebruik maken van het gemeenschappelijk openbaar vervoer.
b) Werknemers die hun werkelijke beroepskosten aftrekken en die regelmatig het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebruiken doch geen abonnement hebben :
Een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F per jaar wordt toegekend aan werknemers die hun werkelijke beroepskosten aftrekken (met inbegrip, in voorkomend geval, van het forfait van 6 F/km), op voorwaarde dat zij regelmatig gebruik maken van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, doch op dit laatste geen abonnement hebben.
c) Werknemer die regelmatig een abonnement hebben op het gemeenschappelijk openbaar vervoer :
Voor een werknemer die bij zijn aangifte in de PB een door een maatschappij voor gemeenschappelijk openbaar vervoer uitgereikt attest voegt, waaruit blijkt dat hij tijdens het belastbare tijdperk regelmatig een abonnement bij deze maatschappij heeft genomen voor zijn verplaatsingen van huis naar het werk en terug, wordt het vrijgestelde bedrag van 5.000 F verhoogd tot het bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement (of tot het totale bedrag van de bijdrage in dat abonnement, begrensd evenwel tot 10.000 F, voor indexering).
Het is daarbij zonder belang of de betrokkene zijn werkelijke beroepskosten aftrekt of het wettelijk forfait.
d) Werknemers die hun werkelijke beroepskosten aftrekken en niet regelmatig het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebruiken :
Aan deze werknemers (ook zij die slechts toevallig van het openbaar vervoer gebruik maken) wordt geen enkele vrijstelling verleend.
B. Regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer
I/306
Het "regelmatig gebruik" van het gemeenschappelijk openbaar vervoer -zonder abonnement- geeft slechts recht op een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F.
Met "regelmatig" wordt bedoeld dat de gebruiker een ononderbroken opeenvolgende reeks van vervoerbewijzen moet kunnen voorleggen in verband met de periode waarin hij of zij zich naar zijn of haar werk verplaatst (Vers. Comm. Fin., Kamer, 1990-1991, St. 1641/10, blz. 46).
Bij de beoordeling van het regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van het beroep, zoals deeltijdse arbeid, beperkte leeropdracht, enz. (idem).
Het volstaat echter niet een paar toevallige vervoerbewijzen voor te leggen die b.v. verband kunnen houden met het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer op de dag dat de privé-wagen een onderhoudsbeurt krijgt of bij uitzonderlijk slecht weer, enz. (Memorie van Toelichting, Kamer, 1990-1991, St. 1641/1, blz. 17).
I/307
Er kan best regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer zijn zonder dat de werknemer een abonnement heeft. Zo kunnen personen die dagelijks de trein nemen en daartoe een Go-Pas of halve-prijskaartjes (grote gezinnen) gebruiken aan de voorwaarde van regelmatigheid voldoen (Vers. Comm. Fin., Kamer, 1990-1991, St. 1641/10, blz. 44).
C. Abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer
I/308
Zoals gezegd in nr. I/305, c, moet de vrijstelling van de verplichtte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement aan een dubbele voorwaarde voldoen :
De vorm van dit attest kan vrij door die maatschappij worden bepaald, doch moet minstens de volgende gegevens bevatten :
1. benaming van de maatschappij;
2. naam, voornaam en adres van de geabonneerde;
3. de afgelegde reisweg (*);
4. aantal afgelegde kilometers;
5. nummer en geldigheidsperiodes van het abonnement,
6. totale prijs van het abonnement;
7. bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement;
8. datum van het attest;
9. handtekening of naamstempel van de vertegenwoordiger van de maatschappij.
(*) Wanneer de door de geabonneerde afgelegde reisweg tijdens het jaar is gewijzigd, moet de maatschappij voor gemeenschappelijk openbaar vervoer dit preciseren.
D. Woon-werkverkeer
I/309
Alhoewel de Wetgever de bedoeling heeft het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer te bevorderen, is het geenszins vereist dat de verplaatsingen volledig of hoofdzakelijk met het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebeuren. De respectievelijk in nr. I/305, b en c, bedoelde beperkingen zijn ook van toepassing als de werknemer slechts een deel van het traject tussen zijn woonplaats en zijn plaats van tewerkstelling -regelmatig maar met of zonder abonnement- met het openbaar vervoer aflegt (b.v. van huis naar het station met de wagen en van het station tot het werk met de trein).
In dergelijk geval wordt de ontvangen vergoeding, bijvoorbeeld voor de autokosten van huis naar het station of naar de bushalte, niet in aanmerking genomen voor de berekening van de beperkingen bedoeld in nr. I/305, c (voorbeeld : verplichte terugbetaling van het abonnement 8.000 F plus terugbetaling autokosten 4.000 F : vrijstelling beperkt tot 8.000 F).
V. BEPERKINGEN
A. Algemeen
I/310
De regels ter zake kunnen als volgt worden samengevat :
(*) De vrijstelling van deze bijdrage is niet beperkt tot werknemers van wie het jaarinkomen een bepaald maximum (900.000 F, verhoogd tot 1.200.000 F vanaf 1993) niet overschrijdt. (cf. Senaat, buitengewone zitting, 1991-1992, stuk 425-2, blz. 72).
B. Samenvattende tabel
I/311 ==================================================================== | Door de belasting- | Wijze van aftrek van | Maximum | | plichtige afgelegde woon- | de beroepskosten | vrijstelling | | werkverplaatsingen | | | | ---------------------------|----------------------|---------------| | a) geen regelmatig ge- | werkelijke beroeps- | NIHIL | | bruik van het gemeen- | kosten | | | schappelijk openbaar | | | | vervoer | | | | b) idem | wettelijk forfait | 5.000 F | | c) regelmatig gebruik van | werkelijke beroeps- | 5.000 F | | het gemeenschappelijk | kosten | | | openbaar vervoer (doch | | | | geen abonnement) | | | | d) idem | wettelijk forfait | 5.000 | | e) regelmatig abonnement | | | | op het gemeenschappe- | | | | lijk openbaar vervoer. | | | | Verplichte werkgevers- | werkelijke beroeps- | totale bij- | | bijdrage in het abon- | kosten | drage van de | | nement is lager dan | of | werkgever | | 10.000 F | wettelijk forfait | (verplichte + | | | | vrijwillige | | | | bijdrage in | | | | de prijs van | | | | het abonne- | | | | ment), maar | | | | beperkt tot | | | | 10.000 F | | f) regelmatig abonnement | | | | op het gemeenschappe- | | | | lijk openbaar vervoer. | | | | Verplichte werkgevers- | werkelijke beroeps- | | | bijdrage in het abon- | kosten | verplichte | | nement is hoger dan | of | werkgevers- | | 10.000 F | wettelijk forfait | bijdrage | ==================================================================== VI. BEDRIJFSVOORHEFFING
I/312
Indien de verkrijger van de tegemoetkoming aan zijn werkgever bevestigt dat hij het wettelijk forfait inzake beroepskosten vraagt of dat hij regelmatig het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebruikt voor de ganse verplaatsing van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling of voor een deel ervan, mag de werkgever bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing reeds rekening houden met een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F per jaar (dit is 417 F per maand) van de bedoelde vergoedingen.
De wet verbiedt van het bedrag van de voormelde vergoedingen meer dan 5.000 F vrij te stellen in het stadium van de heffing van de BV.
VII. LOONFICHE EN AANGIFTE PB
I/313
Het bedrag van de bijdrage van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer moet niet worden opgenomen onder de gewone bezoldigingen van vak 2, a, kenletter T, van het loonfiche dat aan de verkrijger wordt uitgereikt. Vak 9 van het voormelde fiche met betrekking tot de tijdens het jaar 1992 betaalde of toegekende bezoldigingen van werknemers, is ingrijpend gewijzigd en ziet er thans als volgt uit : Vak 9 op de voorzijde van het loonfiche : ----------------------------------------- 9. Bijdrage in de reiskosten (4) : a).......... b).......... |=====|============| c).......... d) Totaal | V | | |=====|============| Voetnoot (4) op de keerzijde van het loonfiche ---------------------------------------------- (4) a) Verplichte bijdrage in het abonnement, b) Vrijwillige bijdrage in het abonnement, c) Andere terugbetalingen van kosten van het woon- werkverkeer. De terugbetalingen van kosten van woon-werkverkeer moeten in principe als volgt in van 9 worden vermeld :
I. De werknemer heeft regelmatig een abonnement op het gemeenschappelijk
openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro).
A. De werkgever draagt alleen bij in de reiskosten van de werknemer met het gemeenschappelijk openbaar vervoer :
(*) Voor werknemers met een abonnement dat geen melding maakt van de afstand, mag de verplichte werkgeversbijdrage om praktische redenen op 50 % van de prijs worden bepaald.
B. De werkgever draagt bij in de reiskosten van de werknemer, zowel voor verplaatsingen met het gemeenschappelijk openbaar vervoer als voor andere verplaatsingen : de totale in 1992 betaalde bijdrage (te vermelden in vak 9, d tegenover kenletter "V", moet als volgt worden uitgesplitst :
II. De werknemer heeft niet regelmatig een abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer.
De bijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer moet integraal in vak 9, c en 9, d (tegenover kenletter "V") worden vermeld.
BELANGRIJKE OPMERKING
I/314
Gelet op de moeilijkheden die talrijke werkgevers ondervinden om vak 9 van het loonfiche 281.10 correct in de vullen, worden zij uitzonderlijk gemachtigd om tegenover de kenletter "V" van vak 9 van dit fiche met betrekking tot de tijdens het jaar 1992 betaalde of toegekende bezoldigingen van werknemers, het totale bedrag van hun bijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer te vermelden en dit alleen mits zij in de onmogelijkheid verkeren het totale bedrag over te verschillende rubrieken van het voormelde vak 9 uit te splitsen.
Voorbeeld
Een belastingplichtige uit Gijzegem gebruikt vanaf 02.01.1992 het gemeenschappelijk openbaar vervoer, in casu de trein, om zich naar zijn werk in Brussel te begeven. Hij ontvangt van zijn werkgever een maandelijkse vergoeding voor zijn reiskosten met de wagen van zijn woonplaats naar het station te Aalst.
Aantal kilometers op de treinkaart vermeld : 32 km.
Deze treinkaart werd niet geldig gemaakt voor de maanden augustus en december 1992.
De totale bijdrage van de werkgever bedraagt 22.000 F.
Op het attest van de NMBS is onder de rubriek "verplichte bijdrage van de werkgever in de prijs van het abonnement" een bedrag van 12.160 F vermeld.
Wanneer de werkgever niet over de in nr. I/313 bedoelde gegevens beschikt kan hij zich er toe beperken tegenover de kenletter "V" van vak 9 van het loonfiche nr. 281.10 van het jaar 1992 het totale bedrag van zijn bijdrage in de reiskosten van het woon-werkverkeer ten belope van 22.000 F in te schrijven.
Het bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement wordt als volgt bepaald :
In die veronderstelling moet de belastingplichtige in vak II, A, 8, van zijn aangifte PB vermelden :
I/315
De ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap hebben vanaf 01.07.1992 de mogelijkheid om zich bij de NMBS een abonnement aan te schaffen waarvoor zijzelf alleen de prijs van het abonnement verminderd met de verplichte werkgeversbijdrage moeten betalen. Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betaalt die werkgeversbijdrage rechtstreeks aan de NMBS.
Hoewel die werkgeversbijdrage in principe een belastbaar voordeel is, heeft het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap ze om technische redenen niet in rubriek 9 van het loonfiche 281.10 van het jaar 1992 vermeld. Met betrekking tot treinabonnementen maken de rubrieken a, d en de kenletter V van vak 9 van het loonfiche, dus alleen melding van de verplichte werkgeversbijdrage die voor de periode 01.01. tot 30.06.1992 aan de ambtenaren zijn terugbetaald.
De NMBS reikt bovendien twee afzonderlijke attesten uit. Een attest, dat al de in nr. I/308 opgesomde gegevens bevat, heeft betrekking op de periode tot 30.06.1992. Een tweede attest heeft betrekking op de periode vanaf 01.07.1992 en maakt geen melding van de prijs van het abonnement noch van de verplichte werkgeversbijdragen. Voor het overige bevat het al de nodige gegevens.
De ambtenaren van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap moeten in vak II, A, 8, a (code 254) van hun aangifte in de PB het totaal bedrag van de werkgeversbijdrage (kenletter V van het loonfiche 281.10) invullen. Aangezien het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap alleen volgens de wettelijke criteria bijdraagt in de kosten van het woon-werkverkeer dat met het openbaar vervoer wordt afgelegd, mag dit bedrag als vrijgesteld worden overgenomen in vak II, A, 8, b.
VIII. INWERKINGTREDING
I/316
Krachtens art. 47, § 2, W. 28.07.1992 treden de bepalingen van art. 6 van dezelfde wet in werking met ingang van het aj. 1993 (inkomsten 1992).
Bijlage I
10 DECEMBER 1990. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij de Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, inzonderheid op artikel 1;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 juli 1962 tot vaststelling van het bedrag en de wijze van betaling van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 januari 1989;
Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de prijzen voor het vervoer van reizigers op het net van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge het koninklijk besluit nr. 174 van 30 december 1982 moeten worden verhoogd op 1 januari 1991;
Overwegende dat met die tariefverhoging een aanpassing van het bedrag van de werkgeversbijdrage in de abonnementen moet samengaan;
Overwegende dat de niet-aanpassing van de werkgeversbijdrage een gevoelige en onevenwichtige stijging zou teweegbrengen van het deel gedragen door de sociale categorieën met de laagste inkomens;
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeerswezen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. - De tabellen met het bedrag van de bijdrage in de prijs van het sociaal abonnement voor werklieden en bedienden, gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juli 1962, worden vervangen door de bij dit besluit gevoerde tabel.
Art. 2. - Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1991.
Art. 3. - Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 december 1990.
De Minister van Verkeerswezen,
Bijlage
BIJDRAGE VAN DE WERKGEVERS IN DE PRIJS VAN HET SOCIAAL ABONNEMENT (TREINKAART) 1e OF 2e KLAS VOOR WERKLIEDEN EN BEDIENDEN ========================================================================== | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | geldig voor | geldig voor | geldig voor | geldig voor Tariefafstand | een week | een maand | drie maanden | een jaar | - | - | - | - (in km) | Wekelijkse | Maandelijkse | Drie- | Jaarlijkse | | | maandelijkse | | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | de werkgever | de werkgever | de werkgever | de werkgever ---------------|--------------|--------------|--------------|------------- 0 - 3 | 110 | 390 | 1.085 | 4.255 4 | 117 | 420 | 1.175 | 4.605 5 | 127 | 455 | 1.265 | 4.960 6 | 135 | 480 | 1.335 | 5.245 7 | 142 | 505 | 1.410 | 5.525 8 | 150 | 530 | 1.480 | 5.810 9 | 155 | 555 | 1.550 | 6.090 10 | 162 | 580 | 1.625 | 6.375 11 | 171 | 610 | 1.710 | 6.710 12 | 179 | 640 | 1.785 | 6.995 13 | 188 | 670 | 1.870 | 7.335 14 | 195 | 695 | 1.935 | 7.610 15 | 203 | 720 | 2.015 | 7.900 16 | 212 | 750 | 2.095 | 8.230 17 | 219 | 775 | 2.175 | 8.520 18 | 224 | 800 | 2.245 | 8.810 19 | 233 | 835 | 2.325 | 9.135 20 | 242 | 865 | 2.415 | 9.475 21 | 248 | 885 | 2.475 | 9.715 22 | 257 | 915 | 2.560 | 10.040 23 | 266 | 945 | 2.640 | 10.370 24 | 272 | 965 | 2.700 | 10.600 25 | 281 | 995 | 2.790 | 10.955 26 | 287 | 1.030 | 2.875 | 11.285 27 | 295 | 1.055 | 2.945 | 11.560 28 | 302 | 1.080 | 3.020 | 11.855 29 | 311 | 1.110 | 3.105 | 12.190 30 | 319 | 1.135 | 3.175 | 12.465 31 - 33 | 331 | 1.180 | 3.305 | 12.975 34 - 36 | 352 | 1.255 | 3.520 | 13.815 37 - 39 | 373 | 1.330 | 3.725 | 14.620 40 - 42 | 392 | 1.400 | 3.920 | 15.415 43 - 45 | 416 | 1.480 | 4.145 | 16.270 46 - 48 | 436 | 1.550 | 4.345 | 17.055 49 - 51 | 457 | 1.625 | 4.555 | 17.885 52 - 54 | 470 | 1.680 | 4.695 | 18.425 55 - 57 | 482 | 1.720 | 4.805 | 18.865 58 - 60 | 496 | 1.770 | 4.950 | 19.440 61 - 65 | 510 | 1.820 | 5.095 | 20.005 66 - 70 | 533 | 1.900 | 5.320 | 20.890 71 - 75 | 555 | 1.975 | 5.530 | 21.715 76 - 80 | 573 | 2.045 | 5.730 | 22.500 81 - 85 | 596 | 2.125 | 5.955 | 23.365 86 - 90 | 617 | 2.200 | 6.155 | 24.165 91 - 95 | 638 | 2.280 | 6.375 | 25.050 96 - 100 | 658 | 2.350 | 6.570 | 25.810 101 - 105 | 680 | 2.425 | 6.785 | 26.655 106 - 110 | 703 | 2.505 | 7.005 | 27.515 111 - 115 | 722 | 2.580 | 7.210 | 28.325 116 - 120 | 746 | 2.660 | 7.445 | 29.245 121 - 125 | 766 | 2.730 | 7.640 | 30.010 126 - 130 | 785 | 2.805 | 7.850 | 30.830 131 - 135 | 809 | 2.885 | 8.075 | 31.710 136 - 140 | 829 | 2.960 | 8.275 | 32.480 141 - 145 | 847 | 3.030 | 8.465 | 33.255 146 en meer | 869 | 3.105 | 8.675 | 34.085 Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 10 december 1990.
De Minister van Verkeerswezen,
Bijlage II
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
10 FEBRUARI 1992. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, inzonderheid op artikel 1;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 juli 1962 tot vaststelling van het bedrag en de wijze van betaling van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 december 1990;
Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de prijzen voor het vervoer van reizigers op het net van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge het koninklijk besluit nr. 174 van 30 december 1982 moeten worden verhoogd op 31 januari 1992;
Overwegende dat met die tariefverhoging een aanpassing van het bedrag van de werkgeversbijdrage in de abonnementen moet samengaan;
Overwegende dat de niet-aanpassing van de werkgeversbijdrage een gevoelige en onevenwichtige stijging zou teweegbrengen van het deel gedragen door de sociale categorieën met de laagste inkomens;
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeerswezen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. - De tabellen met het bedrag van de bijdrage in de prijs van het sociaal abonnement voor werklieden en bedienden, gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juli 1962, worden vervangen door de bij dit besluit gevoerde tabel.
Art. 2. - Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 januari 1992.
Art. 3. - Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 februari 1992.
De Minister van Verkeerswezen,
Bijlage
BIJDRAGE VAN DE WERKGEVERS IN DE PRIJS VAN HET SOCIAAL ABONNEMENT (TREINKAART) 1e OF 2e KLAS VOOR WERKLIEDEN EN BEDIENDEN ========================================================================== | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | geldig voor | geldig voor | geldig voor | geldig voor Tariefafstand | een week | een maand | drie maanden | een jaar | - | - | - | - (in km) | Wekelijkse | Maandelijkse | Drie- | Jaarlijkse | | | maandelijkse | | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | de werkgever | de werkgever | de werkgever | de werkgever ---------------|--------------|--------------|--------------|------------- 0 - 3 | 110 | 405 | 1.135 | 4.040 4 | 120 | 440 | 1.255 | 4.370 5 | 128 | 470 | 1.320 | 4.700 6 | 135 | 500 | 1.390 | 4.965 7 | 143 | 525 | 1.465 | 5.230 8 | 150 | 550 | 1.540 | 5.495 9 | 158 | 580 | 1.615 | 5.755 10 | 163 | 605 | 1.685 | 6.020 11 | 171 | 635 | 1.775 | 6.335 12 | 179 | 660 | 1.850 | 6.595 13 | 188 | 695 | 1.940 | 6.920 14 | 195 | 720 | 2.015 | 7.175 15 | 203 | 745 | 2.085 | 7.440 16 | 212 | 775 | 2.175 | 7.750 17 | 217 | 805 | 2.250 | 8.020 18 | 224 | 830 | 2.325 | 8.295 19 | 233 | 860 | 2.405 | 8.590 20 | 242 | 895 | 2.500 | 8.915 21 | 248 | 915 | 2.560 | 9.135 22 | 257 | 945 | 2.645 | 9.435 23 | 263 | 975 | 2.730 | 9.745 24 | 269 | 1.000 | 2.790 | 9.960 25 | 279 | 1.030 | 2.885 | 10.290 26 | 287 | 1.060 | 2.975 | 10.605 27 | 295 | 1.085 | 3.040 | 10.855 28 | 302 | 1.115 | 3.120 | 11.130 29 | 311 | 1.145 | 3.205 | 11.445 30 | 316 | 1.170 | 3.280 | 11.695 31 - 33 | 331 | 1.220 | 3.420 | 12.205 34 - 36 | 352 | 1.305 | 3.645 | 13.020 37 - 39 | 375 | 1.385 | 3.870 | 13.805 40 - 42 | 395 | 1.460 | 4.085 | 14.585 43 - 45 | 416 | 1.545 | 4.325 | 15.425 46 - 48 | 439 | 1.625 | 4.535 | 16.200 49 - 51 | 460 | 1.705 | 4.760 | 17.010 52 - 54 | 476 | 1.760 | 4.910 | 17.545 55 - 57 | 487 | 1.805 | 5.035 | 17.980 58 - 60 | 502 | 1.855 | 5.200 | 18.555 61 - 65 | 518 | 1.915 | 5.355 | 19.115 66 - 70 | 541 | 2.000 | 5.600 | 19.990 71 - 75 | 563 | 2.085 | 5.825 | 20.810 76 - 80 | 584 | 2.160 | 6.050 | 21.590 81 - 85 | 607 | 2.245 | 6.290 | 22.455 86 - 90 | 629 | 2.325 | 6.510 | 23.245 91 - 95 | 652 | 2.420 | 6.755 | 24.125 96 - 100 | 672 | 2.495 | 6.970 | 24.880 101 - 105 | 695 | 2.575 | 7.205 | 25.725 106 - 110 | 718 | 2.660 | 7.445 | 26.575 111 - 115 | 742 | 2.740 | 7.670 | 27.385 116 - 120 | 766 | 2.830 | 7.920 | 28.290 121 - 125 | 787 | 2.905 | 8.135 | 29.055 126 - 130 | 809 | 2.990 | 8.370 | 29.875 131 - 135 | 832 | 3.075 | 8.610 | 30.745 136 - 140 | 853 | 3.150 | 8.825 | 31.515 141 - 145 | 873 | 3.235 | 9.045 | 32.285 146 en meer | 885 | 3.315 | 9.270 | 33.115 Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 10 februari 1992.
De Minister van Verkeerswezen,
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 27.08.1993
Bull. nr. 731, pag. 2777
AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING
Invulling van de aangifte
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Vergoeding voor reiskosten
LOONFICHE
Fiche 281.10 (bijdrage in de reiskosten)
VERGOEDING
Reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding
Commentaar op art. 6, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen.
19e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
INHOUDSTABEL I. WETTEKST I/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/302 III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN I/304 IV. VOORWAARDEN A. Algemeen I/305 B. Regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer I/306 C. Abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer I/308 D. Woon-werkverkeer I/309 V. BEPERKINGEN A. Algemeen I/310 B. Samenvattende tabel I/311 VI. BEDRIJFSVOORHEFFING I/312 VII. LOONFICHE EN AANGIFTE PB I/313 VIII. INWERKINGTREDING I/316 Bijlagen : 2 I. WETTEKST
Art. 38, 9°, WIB 92
I/301
Vrijgesteld zijn :
| 1° | tot 8° ..... |
| 9° | in zover zij niet meer dan 5.000 frank per jaar bedragen, de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling aan de werknemers, waarvan de beroepskosten forfaitair worden bepaald overeenkomstig artikel 51 of die regelmatig het openbaar gemeenschappelijk vervoer gebruiken voor die verplaatsing; bij de vestiging van de belasting ten name van de werknemers, wordt de vrijstelling van die vergoedingen verhoogd tot het bedrag van de bijdrage van de werkgever in de prijs van het sociaal abonnement dat wordt vastgesteld ter uitvoering van de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies gelden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden voor de werknemers die, in hun aangifte in de inkomstenbelastingen van het aanslagjaar waarvoor op de vrijstelling aanspraak wordt gemaakt, door middel van een attest van een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer, aantonen dat zij tijdens het belastbare tijdperk regelmatig een abonnement hebben genomen bij die maatschappij voor hun verplaatsing tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling. |
| 10° | ..... |
| 11° | ..... |
I/302
Art. 6, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 31.07.1992, V. 2185, Bull. 719) heeft art. 38, 9°, WIB gewijzigd.
Art. 38, 9°, WIB 92, dat is ingevoegd door art. 32, W. 20.07.1991, is besproken in het kader van de circ. 28.07.1992, Ci.RH.241/436.174 (Bull. 719, blz. 2196 tot 2205).
Voor het aj. 1992 (inkomsten van 1991) werd de vrijstelling van 5.000 F per jaar van de vergoedingen door een werkgever toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling, tot 10.000 F verhoogd, wanneer de werknemer aantoonde dat hij regelmatig een abonnement bij een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer had genomen.
De gestelde grens van 10.000 F heeft echter tot gevolg dat een werknemer die een afstand aflegt van meer dan ongeveer 30 km, gediscrimineerd wordt ten opzichte van een collega die minder kilometers moet doen. Inderdaad de bij koninklijk besluit bepaalde verplichte werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de NMBS ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden overtreft voor een afstand van meer dan 30 km op jaarbasis de grens van 10.000 F. Bijgevolg verhoogt het belastbaar inkomen naar rato van de afgelegde afstand woonplaats - werkplaats met het gedeelte van de vergoeding dat hoger is dan 10.000 F.
I/303
Vanaf het aj. 1993 (inkomsten van 1992) wordt die discriminatie opgeheven door de verplichte werkgeversbijdrage, zoals die bij KB is vastgesteld, integraal van belasting vrij te stellen.
Wanneer de verplichte bijdrage van de werkgever kleiner is dan 10.000 F maar hij meer bijdraagt in de prijs van het abonnement dan die verplichte bijdrage, dan wordt de vrijstelling uitgebreid tot de werkelijke bijdrage, maar beperkt tot de prijs van het sociaal abonnement met een maximum echter van 10.000 F (bedrag dat ingevolge indexering tot 11.000 F is verhoogd voor aj. 1993).
III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN
I/304
Deze maatregel geldt voor de werknemers (als bedoeld in art. 30, 1°, WIB 92) die van hun werkgever vergoedingen ontvangen als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling. Hij is niet van toepassing op bestuurders of werkende vennoten.
IV. VOORWAARDEN
A. Algemeen
I/305
Het genot van de vrijstelling en het maximumbedrag ervan (5.000 F, 10.000 F of het bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage) is afhankelijk van de wijze waarop de werknemer zijn beroepskosten bepaalt (forfait of werkelijk bedrag) en van de wijze waarop hij eventueel van het openbaar vervoer gebruik maakt (regelmatig gebruiker al dan niet met een abonnement).
Het stelsel kan als volgt worden samengevat :
a) Werknemers van wie de beroepskosten overeenkomstig art. 51, WIB 92 forfaitair worden bepaald (en die geen abonnement hebben) :
Een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F per jaar wordt toegekend aan de werknemers die aanspraak maken op het wettelijke forfait inzake beroepskosten. Het is daarbij zonder belang of zij al of niet regelmatig gebruik maken van het gemeenschappelijk openbaar vervoer.
b) Werknemers die hun werkelijke beroepskosten aftrekken en die regelmatig het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebruiken doch geen abonnement hebben :
Een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F per jaar wordt toegekend aan werknemers die hun werkelijke beroepskosten aftrekken (met inbegrip, in voorkomend geval, van het forfait van 6 F/km), op voorwaarde dat zij regelmatig gebruik maken van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, doch op dit laatste geen abonnement hebben.
c) Werknemer die regelmatig een abonnement hebben op het gemeenschappelijk openbaar vervoer :
Voor een werknemer die bij zijn aangifte in de PB een door een maatschappij voor gemeenschappelijk openbaar vervoer uitgereikt attest voegt, waaruit blijkt dat hij tijdens het belastbare tijdperk regelmatig een abonnement bij deze maatschappij heeft genomen voor zijn verplaatsingen van huis naar het werk en terug, wordt het vrijgestelde bedrag van 5.000 F verhoogd tot het bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement (of tot het totale bedrag van de bijdrage in dat abonnement, begrensd evenwel tot 10.000 F, voor indexering).
Het is daarbij zonder belang of de betrokkene zijn werkelijke beroepskosten aftrekt of het wettelijk forfait.
d) Werknemers die hun werkelijke beroepskosten aftrekken en niet regelmatig het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebruiken :
Aan deze werknemers (ook zij die slechts toevallig van het openbaar vervoer gebruik maken) wordt geen enkele vrijstelling verleend.
B. Regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer
I/306
Het "regelmatig gebruik" van het gemeenschappelijk openbaar vervoer -zonder abonnement- geeft slechts recht op een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F.
Met "regelmatig" wordt bedoeld dat de gebruiker een ononderbroken opeenvolgende reeks van vervoerbewijzen moet kunnen voorleggen in verband met de periode waarin hij of zij zich naar zijn of haar werk verplaatst (Vers. Comm. Fin., Kamer, 1990-1991, St. 1641/10, blz. 46).
Bij de beoordeling van het regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van het beroep, zoals deeltijdse arbeid, beperkte leeropdracht, enz. (idem).
Het volstaat echter niet een paar toevallige vervoerbewijzen voor te leggen die b.v. verband kunnen houden met het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer op de dag dat de privé-wagen een onderhoudsbeurt krijgt of bij uitzonderlijk slecht weer, enz. (Memorie van Toelichting, Kamer, 1990-1991, St. 1641/1, blz. 17).
I/307
Er kan best regelmatig gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer zijn zonder dat de werknemer een abonnement heeft. Zo kunnen personen die dagelijks de trein nemen en daartoe een Go-Pas of halve-prijskaartjes (grote gezinnen) gebruiken aan de voorwaarde van regelmatigheid voldoen (Vers. Comm. Fin., Kamer, 1990-1991, St. 1641/10, blz. 44).
C. Abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer
I/308
Zoals gezegd in nr. I/305, c, moet de vrijstelling van de verplichtte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement aan een dubbele voorwaarde voldoen :
| 1° | de werknemer moet regelmatig een abonnement hebben gehad op het gemeenschappelijk openbaar vervoer voor zijn verplaatsing van huis naar het werk en terug; |
| 2° | deze omstandigheid moet worden aangetoond door middel van een attest dat aan de werknemer wordt uitgereikt door de maatschappij voor gemeenschappelijk openbaar vervoer. |
1. benaming van de maatschappij;
2. naam, voornaam en adres van de geabonneerde;
3. de afgelegde reisweg (*);
4. aantal afgelegde kilometers;
5. nummer en geldigheidsperiodes van het abonnement,
6. totale prijs van het abonnement;
7. bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement;
8. datum van het attest;
9. handtekening of naamstempel van de vertegenwoordiger van de maatschappij.
(*) Wanneer de door de geabonneerde afgelegde reisweg tijdens het jaar is gewijzigd, moet de maatschappij voor gemeenschappelijk openbaar vervoer dit preciseren.
D. Woon-werkverkeer
I/309
Alhoewel de Wetgever de bedoeling heeft het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer te bevorderen, is het geenszins vereist dat de verplaatsingen volledig of hoofdzakelijk met het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebeuren. De respectievelijk in nr. I/305, b en c, bedoelde beperkingen zijn ook van toepassing als de werknemer slechts een deel van het traject tussen zijn woonplaats en zijn plaats van tewerkstelling -regelmatig maar met of zonder abonnement- met het openbaar vervoer aflegt (b.v. van huis naar het station met de wagen en van het station tot het werk met de trein).
In dergelijk geval wordt de ontvangen vergoeding, bijvoorbeeld voor de autokosten van huis naar het station of naar de bushalte, niet in aanmerking genomen voor de berekening van de beperkingen bedoeld in nr. I/305, c (voorbeeld : verplichte terugbetaling van het abonnement 8.000 F plus terugbetaling autokosten 4.000 F : vrijstelling beperkt tot 8.000 F).
V. BEPERKINGEN
A. Algemeen
I/310
De regels ter zake kunnen als volgt worden samengevat :
| a) | over het algemeen moet de vrijstelling worden beperkt tot het werkelijke bedrag van de bijdrage van de werkgever, indien het tijdens het jaar uitgekeerde bedrag lager is dan het toepasselijke maximum van 5.000 F; |
| b) | de grens van 5.000 F kan enkel worden overschreden indien de werknemer regelmatig gebruik maakt van een abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer; de vrijstelling is dan gelijk aan de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement (*) (met uitsluiting van elke andere bijdrage van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer dat op een andere manier wordt afgelegd dan met het gemeenschappelijk openbaar vervoer waarop een abonnement is genomen, indien de voormelde verplichte bijdrage reeds meer dan 5.000 F bedraagt); |
| c) | de vrijstelling in kwestie wordt verhoogd tot de totale werkgeversbijdrage (d.w.z. de verplichte bijdrage (*) in de prijs van het abonnement verhoogd met de vrijwillige bijdrage in dezelfde prijs) wanneer de verplichte werkgeversbijdrage lager is dan 10.000 F (te indexeren bedrag). Deze vrijstelling moet dan evenwel begrensd tot de prijs van het abonnement en met een maximumbedrag van 10.000 F (te indexeren bedrag). |
B. Samenvattende tabel
I/311 ==================================================================== | Door de belasting- | Wijze van aftrek van | Maximum | | plichtige afgelegde woon- | de beroepskosten | vrijstelling | | werkverplaatsingen | | | | ---------------------------|----------------------|---------------| | a) geen regelmatig ge- | werkelijke beroeps- | NIHIL | | bruik van het gemeen- | kosten | | | schappelijk openbaar | | | | vervoer | | | | b) idem | wettelijk forfait | 5.000 F | | c) regelmatig gebruik van | werkelijke beroeps- | 5.000 F | | het gemeenschappelijk | kosten | | | openbaar vervoer (doch | | | | geen abonnement) | | | | d) idem | wettelijk forfait | 5.000 | | e) regelmatig abonnement | | | | op het gemeenschappe- | | | | lijk openbaar vervoer. | | | | Verplichte werkgevers- | werkelijke beroeps- | totale bij- | | bijdrage in het abon- | kosten | drage van de | | nement is lager dan | of | werkgever | | 10.000 F | wettelijk forfait | (verplichte + | | | | vrijwillige | | | | bijdrage in | | | | de prijs van | | | | het abonne- | | | | ment), maar | | | | beperkt tot | | | | 10.000 F | | f) regelmatig abonnement | | | | op het gemeenschappe- | | | | lijk openbaar vervoer. | | | | Verplichte werkgevers- | werkelijke beroeps- | | | bijdrage in het abon- | kosten | verplichte | | nement is hoger dan | of | werkgevers- | | 10.000 F | wettelijk forfait | bijdrage | ==================================================================== VI. BEDRIJFSVOORHEFFING
I/312
Indien de verkrijger van de tegemoetkoming aan zijn werkgever bevestigt dat hij het wettelijk forfait inzake beroepskosten vraagt of dat hij regelmatig het gemeenschappelijk openbaar vervoer gebruikt voor de ganse verplaatsing van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling of voor een deel ervan, mag de werkgever bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing reeds rekening houden met een vrijstelling van ten hoogste 5.000 F per jaar (dit is 417 F per maand) van de bedoelde vergoedingen.
De wet verbiedt van het bedrag van de voormelde vergoedingen meer dan 5.000 F vrij te stellen in het stadium van de heffing van de BV.
VII. LOONFICHE EN AANGIFTE PB
I/313
Het bedrag van de bijdrage van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer moet niet worden opgenomen onder de gewone bezoldigingen van vak 2, a, kenletter T, van het loonfiche dat aan de verkrijger wordt uitgereikt. Vak 9 van het voormelde fiche met betrekking tot de tijdens het jaar 1992 betaalde of toegekende bezoldigingen van werknemers, is ingrijpend gewijzigd en ziet er thans als volgt uit : Vak 9 op de voorzijde van het loonfiche : ----------------------------------------- 9. Bijdrage in de reiskosten (4) : a).......... b).......... |=====|============| c).......... d) Totaal | V | | |=====|============| Voetnoot (4) op de keerzijde van het loonfiche ---------------------------------------------- (4) a) Verplichte bijdrage in het abonnement, b) Vrijwillige bijdrage in het abonnement, c) Andere terugbetalingen van kosten van het woon- werkverkeer. De terugbetalingen van kosten van woon-werkverkeer moeten in principe als volgt in van 9 worden vermeld :
I. De werknemer heeft regelmatig een abonnement op het gemeenschappelijk
openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro).
A. De werkgever draagt alleen bij in de reiskosten van de werknemer met het gemeenschappelijk openbaar vervoer :
| 1. | De bijdrage is beperkt tot het bedrag van de in het koninklijk besluit van 10.02.1992 (Belgisch Staatsblad van 29 februari 1992) bepaalde werkgeversbijdrage in het abonnement (verplichtte bijdragen) (*) : de bijdrage moet respectievelijk worden vermeld in vak 9, a en 9, d (tegenover kenletter "V"); |
| 2. | De bijdrage van de werkgever in de prijs van het abonnement is hoger dan de verplichte bijdrage : de totale bijdrage (te vermelden in vak 9, d tegenover kenletter "V") moet als volgt worden uitgesplitst : |
- verplichte bijdrage in de prijs van het abonnement : te vermelden in vak 9, a;
- vrijwillige bijdrage in dezelfde prijs : te vermelden in vak 9, b.
(*) Voor werknemers met een abonnement dat geen melding maakt van de afstand, mag de verplichte werkgeversbijdrage om praktische redenen op 50 % van de prijs worden bepaald.
B. De werkgever draagt bij in de reiskosten van de werknemer, zowel voor verplaatsingen met het gemeenschappelijk openbaar vervoer als voor andere verplaatsingen : de totale in 1992 betaalde bijdrage (te vermelden in vak 9, d tegenover kenletter "V", moet als volgt worden uitgesplitst :
- verplichte bijdrage in de prijs van het abonnement : te vermelden in vak 9, a:
- vrijwillige bijdrage in dezelfde prijs : te vermelden in vak 9, b;
- andere terugbetalingen van reiskosten : te vermelden in vak 9, c.
II. De werknemer heeft niet regelmatig een abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer.
De bijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer moet integraal in vak 9, c en 9, d (tegenover kenletter "V") worden vermeld.
BELANGRIJKE OPMERKING
I/314
Gelet op de moeilijkheden die talrijke werkgevers ondervinden om vak 9 van het loonfiche 281.10 correct in de vullen, worden zij uitzonderlijk gemachtigd om tegenover de kenletter "V" van vak 9 van dit fiche met betrekking tot de tijdens het jaar 1992 betaalde of toegekende bezoldigingen van werknemers, het totale bedrag van hun bijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer te vermelden en dit alleen mits zij in de onmogelijkheid verkeren het totale bedrag over te verschillende rubrieken van het voormelde vak 9 uit te splitsen.
Voorbeeld
Een belastingplichtige uit Gijzegem gebruikt vanaf 02.01.1992 het gemeenschappelijk openbaar vervoer, in casu de trein, om zich naar zijn werk in Brussel te begeven. Hij ontvangt van zijn werkgever een maandelijkse vergoeding voor zijn reiskosten met de wagen van zijn woonplaats naar het station te Aalst.
Aantal kilometers op de treinkaart vermeld : 32 km.
Deze treinkaart werd niet geldig gemaakt voor de maanden augustus en december 1992.
De totale bijdrage van de werkgever bedraagt 22.000 F.
Op het attest van de NMBS is onder de rubriek "verplichte bijdrage van de werkgever in de prijs van het abonnement" een bedrag van 12.160 F vermeld.
Wanneer de werkgever niet over de in nr. I/313 bedoelde gegevens beschikt kan hij zich er toe beperken tegenover de kenletter "V" van vak 9 van het loonfiche nr. 281.10 van het jaar 1992 het totale bedrag van zijn bijdrage in de reiskosten van het woon-werkverkeer ten belope van 22.000 F in te schrijven.
Het bedrag van de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement wordt als volgt bepaald :
- voor de maand januari 1992 (KB 10.12.1990 -BS 14.12.1990- m.b.t. het bedrag van de verplichte bijdrage voor die maand - bijlage 1) : 1.180 F
- voor de maanden februari tot juli 1992 en september tot november 1992 (KB 10.02.1992 -BS 29.02.1992- met betrekking tot het bedrag van de verplichte bijdrage voor de voormelde maanden - bijlage 2) : 1.220 x 9 = 10.980 F
- Totaal : 12.160 F
In die veronderstelling moet de belastingplichtige in vak II, A, 8, van zijn aangifte PB vermelden :
| a) | totaal bedrag : 22.000 F (code 254); |
| b) | vrijstelling : 12.160 F (code 255). |
De ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap hebben vanaf 01.07.1992 de mogelijkheid om zich bij de NMBS een abonnement aan te schaffen waarvoor zijzelf alleen de prijs van het abonnement verminderd met de verplichte werkgeversbijdrage moeten betalen. Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betaalt die werkgeversbijdrage rechtstreeks aan de NMBS.
Hoewel die werkgeversbijdrage in principe een belastbaar voordeel is, heeft het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap ze om technische redenen niet in rubriek 9 van het loonfiche 281.10 van het jaar 1992 vermeld. Met betrekking tot treinabonnementen maken de rubrieken a, d en de kenletter V van vak 9 van het loonfiche, dus alleen melding van de verplichte werkgeversbijdrage die voor de periode 01.01. tot 30.06.1992 aan de ambtenaren zijn terugbetaald.
De NMBS reikt bovendien twee afzonderlijke attesten uit. Een attest, dat al de in nr. I/308 opgesomde gegevens bevat, heeft betrekking op de periode tot 30.06.1992. Een tweede attest heeft betrekking op de periode vanaf 01.07.1992 en maakt geen melding van de prijs van het abonnement noch van de verplichte werkgeversbijdragen. Voor het overige bevat het al de nodige gegevens.
De ambtenaren van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap moeten in vak II, A, 8, a (code 254) van hun aangifte in de PB het totaal bedrag van de werkgeversbijdrage (kenletter V van het loonfiche 281.10) invullen. Aangezien het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap alleen volgens de wettelijke criteria bijdraagt in de kosten van het woon-werkverkeer dat met het openbaar vervoer wordt afgelegd, mag dit bedrag als vrijgesteld worden overgenomen in vak II, A, 8, b.
VIII. INWERKINGTREDING
I/316
Krachtens art. 47, § 2, W. 28.07.1992 treden de bepalingen van art. 6 van dezelfde wet in werking met ingang van het aj. 1993 (inkomsten 1992).
Bijlage I
10 DECEMBER 1990. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij de Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, inzonderheid op artikel 1;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 juli 1962 tot vaststelling van het bedrag en de wijze van betaling van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 januari 1989;
Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de prijzen voor het vervoer van reizigers op het net van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge het koninklijk besluit nr. 174 van 30 december 1982 moeten worden verhoogd op 1 januari 1991;
Overwegende dat met die tariefverhoging een aanpassing van het bedrag van de werkgeversbijdrage in de abonnementen moet samengaan;
Overwegende dat de niet-aanpassing van de werkgeversbijdrage een gevoelige en onevenwichtige stijging zou teweegbrengen van het deel gedragen door de sociale categorieën met de laagste inkomens;
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeerswezen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. - De tabellen met het bedrag van de bijdrage in de prijs van het sociaal abonnement voor werklieden en bedienden, gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juli 1962, worden vervangen door de bij dit besluit gevoerde tabel.
Art. 2. - Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1991.
Art. 3. - Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 december 1990.
(w.g.) BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Verkeerswezen,
(w.g.) J.-L. DEHAENE
Bijlage
BIJDRAGE VAN DE WERKGEVERS IN DE PRIJS VAN HET SOCIAAL ABONNEMENT (TREINKAART) 1e OF 2e KLAS VOOR WERKLIEDEN EN BEDIENDEN ========================================================================== | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | geldig voor | geldig voor | geldig voor | geldig voor Tariefafstand | een week | een maand | drie maanden | een jaar | - | - | - | - (in km) | Wekelijkse | Maandelijkse | Drie- | Jaarlijkse | | | maandelijkse | | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | de werkgever | de werkgever | de werkgever | de werkgever ---------------|--------------|--------------|--------------|------------- 0 - 3 | 110 | 390 | 1.085 | 4.255 4 | 117 | 420 | 1.175 | 4.605 5 | 127 | 455 | 1.265 | 4.960 6 | 135 | 480 | 1.335 | 5.245 7 | 142 | 505 | 1.410 | 5.525 8 | 150 | 530 | 1.480 | 5.810 9 | 155 | 555 | 1.550 | 6.090 10 | 162 | 580 | 1.625 | 6.375 11 | 171 | 610 | 1.710 | 6.710 12 | 179 | 640 | 1.785 | 6.995 13 | 188 | 670 | 1.870 | 7.335 14 | 195 | 695 | 1.935 | 7.610 15 | 203 | 720 | 2.015 | 7.900 16 | 212 | 750 | 2.095 | 8.230 17 | 219 | 775 | 2.175 | 8.520 18 | 224 | 800 | 2.245 | 8.810 19 | 233 | 835 | 2.325 | 9.135 20 | 242 | 865 | 2.415 | 9.475 21 | 248 | 885 | 2.475 | 9.715 22 | 257 | 915 | 2.560 | 10.040 23 | 266 | 945 | 2.640 | 10.370 24 | 272 | 965 | 2.700 | 10.600 25 | 281 | 995 | 2.790 | 10.955 26 | 287 | 1.030 | 2.875 | 11.285 27 | 295 | 1.055 | 2.945 | 11.560 28 | 302 | 1.080 | 3.020 | 11.855 29 | 311 | 1.110 | 3.105 | 12.190 30 | 319 | 1.135 | 3.175 | 12.465 31 - 33 | 331 | 1.180 | 3.305 | 12.975 34 - 36 | 352 | 1.255 | 3.520 | 13.815 37 - 39 | 373 | 1.330 | 3.725 | 14.620 40 - 42 | 392 | 1.400 | 3.920 | 15.415 43 - 45 | 416 | 1.480 | 4.145 | 16.270 46 - 48 | 436 | 1.550 | 4.345 | 17.055 49 - 51 | 457 | 1.625 | 4.555 | 17.885 52 - 54 | 470 | 1.680 | 4.695 | 18.425 55 - 57 | 482 | 1.720 | 4.805 | 18.865 58 - 60 | 496 | 1.770 | 4.950 | 19.440 61 - 65 | 510 | 1.820 | 5.095 | 20.005 66 - 70 | 533 | 1.900 | 5.320 | 20.890 71 - 75 | 555 | 1.975 | 5.530 | 21.715 76 - 80 | 573 | 2.045 | 5.730 | 22.500 81 - 85 | 596 | 2.125 | 5.955 | 23.365 86 - 90 | 617 | 2.200 | 6.155 | 24.165 91 - 95 | 638 | 2.280 | 6.375 | 25.050 96 - 100 | 658 | 2.350 | 6.570 | 25.810 101 - 105 | 680 | 2.425 | 6.785 | 26.655 106 - 110 | 703 | 2.505 | 7.005 | 27.515 111 - 115 | 722 | 2.580 | 7.210 | 28.325 116 - 120 | 746 | 2.660 | 7.445 | 29.245 121 - 125 | 766 | 2.730 | 7.640 | 30.010 126 - 130 | 785 | 2.805 | 7.850 | 30.830 131 - 135 | 809 | 2.885 | 8.075 | 31.710 136 - 140 | 829 | 2.960 | 8.275 | 32.480 141 - 145 | 847 | 3.030 | 8.465 | 33.255 146 en meer | 869 | 3.105 | 8.675 | 34.085 Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 10 december 1990.
(w.g.) BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Verkeerswezen,
(w.g.) J.-L. DEHAENE
Bijlage II
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
10 FEBRUARI 1992. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, inzonderheid op artikel 1;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 juli 1962 tot vaststelling van het bedrag en de wijze van betaling van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 december 1990;
Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de prijzen voor het vervoer van reizigers op het net van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge het koninklijk besluit nr. 174 van 30 december 1982 moeten worden verhoogd op 31 januari 1992;
Overwegende dat met die tariefverhoging een aanpassing van het bedrag van de werkgeversbijdrage in de abonnementen moet samengaan;
Overwegende dat de niet-aanpassing van de werkgeversbijdrage een gevoelige en onevenwichtige stijging zou teweegbrengen van het deel gedragen door de sociale categorieën met de laagste inkomens;
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeerswezen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. - De tabellen met het bedrag van de bijdrage in de prijs van het sociaal abonnement voor werklieden en bedienden, gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juli 1962, worden vervangen door de bij dit besluit gevoerde tabel.
Art. 2. - Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 januari 1992.
Art. 3. - Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 februari 1992.
(w.g.) BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Verkeerswezen,
(w.g.) J.-L. DEHAENE
Bijlage
BIJDRAGE VAN DE WERKGEVERS IN DE PRIJS VAN HET SOCIAAL ABONNEMENT (TREINKAART) 1e OF 2e KLAS VOOR WERKLIEDEN EN BEDIENDEN ========================================================================== | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | Treinkaart | geldig voor | geldig voor | geldig voor | geldig voor Tariefafstand | een week | een maand | drie maanden | een jaar | - | - | - | - (in km) | Wekelijkse | Maandelijkse | Drie- | Jaarlijkse | | | maandelijkse | | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | bijdrage van | de werkgever | de werkgever | de werkgever | de werkgever ---------------|--------------|--------------|--------------|------------- 0 - 3 | 110 | 405 | 1.135 | 4.040 4 | 120 | 440 | 1.255 | 4.370 5 | 128 | 470 | 1.320 | 4.700 6 | 135 | 500 | 1.390 | 4.965 7 | 143 | 525 | 1.465 | 5.230 8 | 150 | 550 | 1.540 | 5.495 9 | 158 | 580 | 1.615 | 5.755 10 | 163 | 605 | 1.685 | 6.020 11 | 171 | 635 | 1.775 | 6.335 12 | 179 | 660 | 1.850 | 6.595 13 | 188 | 695 | 1.940 | 6.920 14 | 195 | 720 | 2.015 | 7.175 15 | 203 | 745 | 2.085 | 7.440 16 | 212 | 775 | 2.175 | 7.750 17 | 217 | 805 | 2.250 | 8.020 18 | 224 | 830 | 2.325 | 8.295 19 | 233 | 860 | 2.405 | 8.590 20 | 242 | 895 | 2.500 | 8.915 21 | 248 | 915 | 2.560 | 9.135 22 | 257 | 945 | 2.645 | 9.435 23 | 263 | 975 | 2.730 | 9.745 24 | 269 | 1.000 | 2.790 | 9.960 25 | 279 | 1.030 | 2.885 | 10.290 26 | 287 | 1.060 | 2.975 | 10.605 27 | 295 | 1.085 | 3.040 | 10.855 28 | 302 | 1.115 | 3.120 | 11.130 29 | 311 | 1.145 | 3.205 | 11.445 30 | 316 | 1.170 | 3.280 | 11.695 31 - 33 | 331 | 1.220 | 3.420 | 12.205 34 - 36 | 352 | 1.305 | 3.645 | 13.020 37 - 39 | 375 | 1.385 | 3.870 | 13.805 40 - 42 | 395 | 1.460 | 4.085 | 14.585 43 - 45 | 416 | 1.545 | 4.325 | 15.425 46 - 48 | 439 | 1.625 | 4.535 | 16.200 49 - 51 | 460 | 1.705 | 4.760 | 17.010 52 - 54 | 476 | 1.760 | 4.910 | 17.545 55 - 57 | 487 | 1.805 | 5.035 | 17.980 58 - 60 | 502 | 1.855 | 5.200 | 18.555 61 - 65 | 518 | 1.915 | 5.355 | 19.115 66 - 70 | 541 | 2.000 | 5.600 | 19.990 71 - 75 | 563 | 2.085 | 5.825 | 20.810 76 - 80 | 584 | 2.160 | 6.050 | 21.590 81 - 85 | 607 | 2.245 | 6.290 | 22.455 86 - 90 | 629 | 2.325 | 6.510 | 23.245 91 - 95 | 652 | 2.420 | 6.755 | 24.125 96 - 100 | 672 | 2.495 | 6.970 | 24.880 101 - 105 | 695 | 2.575 | 7.205 | 25.725 106 - 110 | 718 | 2.660 | 7.445 | 26.575 111 - 115 | 742 | 2.740 | 7.670 | 27.385 116 - 120 | 766 | 2.830 | 7.920 | 28.290 121 - 125 | 787 | 2.905 | 8.135 | 29.055 126 - 130 | 809 | 2.990 | 8.370 | 29.875 131 - 135 | 832 | 3.075 | 8.610 | 30.745 136 - 140 | 853 | 3.150 | 8.825 | 31.515 141 - 145 | 873 | 3.235 | 9.045 | 32.285 146 en meer | 885 | 3.315 | 9.270 | 33.115 Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 10 februari 1992.
(w.g.) BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Verkeerswezen,
(w.g.) J.-L. DEHAENE
Bron: FisconetPlus
