Circulaire nr. Ci.RH.241/469.269 van 28.02.1997
CIRC 28.02.97/1
Bull. nr. 770, pag. 756
BEROEPSKOSTEN
Uitgave betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap.
PLAATSELIJK WERKGELEGENHEIDSAGENTSCHAP
Uitgave betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap.
Uitgave betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap.
PLAATSELIJK WERKGELEGENHEIDSAGENTSCHAP
Uitgave betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nrs I. VOORWOORD.................................................... 1 II. WETTEKSTEN A. WIB 92 1. W 30.03.1994............................................. 2 2. W 21.12.1994............................................. 10 B. KB/WIB 92 1. KB 12.08.1994............................................ 18 2. KB 24.08.1994............................................ 20 3. KB 01.09.1995............................................ 22 III. GECOÖRDINEERDE TEKSTEN A. WIB 92....................................................... 25 B. KB/WIB 92.................................................... 30 IV. COMMENTAAR 1. Inleiding.................................................... 31 2. Kort overzicht van het systeem van de PWA-cheques............ 32 A. Toegelaten activiteiten.................................. 33 B. Duur van de prestaties................................... 34 C. Vergoeding............................................... 35 D. Organisatie.............................................. 36 3. Fiscaal regime van de PWA-vergoedingen....................... 40 4. Belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van de PWA's A. Algemeen................................................. 42 B. Fiscaal regime van de uitgaven........................... 44 1. Uitgaven gedaan in het kader van het privé-leven......... 45 2. Uitgaven gedaan in het kader van de beroepswerkzaamheid...................................... 46 3. Uitgaven gedaan in het kader van de beroepswerkzaamheid en in het kader van het privé-leven...................... 47 C. Bedoelde belastingplichtigen............................. 48 D. Voorwaarden voor de toekenning van de vermindering....... 49 E. Bedrag van de vermindering 1. Bedrag................................................... 50 2. Gezinsuitgaven........................................... 51 3. Berekening van de belastingvermindering.................. 52 4. Voorbeeld................................................ 53 F. Bewijsmiddel............................................. 54 G. Aangifte in de PB en in de BNI/nat.pers. ................ 57V. INWERKINGTREDING............................................. 59 Bijlage 1
| I. | VOORWOORD |
1. De fiscale bepalingen inzake de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA) zijn geregeld door 2 wetten en 3 koninklijke besluiten.
De W 21.12.1994 heeft de W 30.03.1994 reeds gedeeltelijk vervangen en aangevuld.
De KB 12.08.1994 en 24.08.1994 werden ingetrokken (D.w.z. dat het dwingend karakter ervan werd opgeheven vanaf hun inwerkingtreding, zodat deze teksten geacht worden nooit enig dwingend karakter te hebben gehad) door een derde KB 01.09.1995.
Al de fiscale bepalingen, die het voorwerp waren van die twee wetten en drie koninklijke besluiten, worden hierna hernomen.
Tevens wordt een gecoördineerde tekst toegevoegd.
Enkel de gecoördineerde tekst van deze bepalingen zal het voorwerp zijn van een commentaar.
Al de hiervoor genoemde bepalingen hebben dezelfde datum van inwerkingtreding namelijk aj. 1995 (inkomsten van het jaar 1994).
| II. | WETTEKSTEN |
| A. | WIB 92 |
1. W 30.03.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (V 2297-Bull.739)
| Art. | 3 |
2. In artikel 31 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 74 van de Wet van 28 december 1992, wordt tussen het tweede en het derde lid een als volgt luidend lid ingevoegd:
"Als vergoedingen vermeld in het tweede lid, 4°, worden beschouwd, de door plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen betaalde vergoedingen tot het beloop van het maximumbedrag vastgesteld in de ter zake geldende regeling".
| Art. | 6 |
3. In Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een nieuwe Onderafdeling IIquater ingevoegd luidend als volgt:
"Onderafdeling IIquater. - Vermindering voor uitgaven betaald aan plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen".
| Art. | 7 |
4. In hetzelfde Wetboek wordt een als volgt luidend artikel 145^21 ingevoegd:
"Artikel 145^21. Binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^2 en 145^22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap voor prestaties geleverd door een langdurig uitkeringsgerechtigd volledig werkloze of door een volledig werkloze die ingeschreven is als werkzoekende en geniet van het bestaansminimum".
| Art. | 8 |
5. In hetzelfde Wetboek wordt een als volgt luidend artikel 145^22 ingevoegd:
"Artikel 145^22. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de in artikel 145^21 vermelde uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen".
| Art. | 9 |
6. In hetzelfde Wetboek wordt een als volgt luidend artikel 145^23 ingevoegd:
"Artikel 145^23. Wanneer de aanslag op naam van de beide echtgenoten wordt gevestigd, worden de in artikel 145^21 vermelde uitgaven evenredig omgedeeld op ieders inkomensdeel".
| Art. | 10 |
7. Artikel 146, 3°, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende bepaling:
", met inbegrip van de door de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen betaalde vergoedingen tot het beloop van het maximumbedrag vastgesteld in de ter zake geldende regeling".
| Art. | 12 |
8. In artikel 154 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
| 1° | het 3° wordt vervangen door de volgende bepaling: 3° wanneer het inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van: |
- de vergoedingen betaald door een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap tot het beloop van het maximumbedrag vastgesteld in de ter zake geldende regeling;
- de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen indien de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt";
| 2° | ...". |
| Art. | 29 |
9. § 1. 1° De artikelen 1 tot 11, 12, 1°, 13 tot 19, 21, 22 en 27 treden in werking vanaf het aanslagjaar 1995.
...
2. W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen (V 2350-Bull.746)
| Art. | 91 |
10. Artikel 31, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 30 maart 1994, wordt opgeheven.
| Art. | 92 |
11. Artikel 38 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 6 van de Wet van 28 juli 1992, bij artikel 1 van de Wet van 6 augustus 1993 en bij artikel 7 van de Wet van 6 juli 1994, wordt aangevuld als volgt:
"13° de vergoedingen verkregen voor prestaties geleverd in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen".
| Art. | 93 |
12. Het opschrift van titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIquater, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 6 van de Wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt:
"Onderafdeling IIquater. - Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen".
| Art. | 94 |
13. Artikel 145^21 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7 van de Wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt:
"Art. 145^21. - Binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^2 en 145^22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 73.000 frank die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werkloze in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen.
Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de P.W.A.-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen."
| Art. | 95 |
14. In artikel 146, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 10 van de Wet van 30 maart 1994, worden de woorden "met inbegrip van de door de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen betaalde vergoedingen tot het beloop van het maximumbedrag vastgesteld in de ter zake geldende regeling" geschrapt.
| Art. | 96 |
15. Artikel 154, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 12 van de Wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt:
"3° wanneer het inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, indien de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;".
| Art. | 97 |
16. In artikel 243, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 36 van de Wet van 6 juli 1994, worden de woorden "145^17 tot 145^20" vervangen door de woorden "145^17 tot 145^23".
| Art. | 98 |
17. De artikelen 91 tot 97 treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1995.
B. KB/WIB 92
1. KB 12.08.1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 (V 2332-Bull.743)
| Art. | 1 |
18. In hoofdstuk I van het KB/WIB 92 wordt, onmiddellijk na artikel 63, een afdeling XXVbis, bevattende een artikel 63bis, ingevoegd, luidend als volgt:
"Afdeling XXVbis. - Belastingvermindering voor uitgaven betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 145^22).
Art. 63bis. De in artikel 145^21 vermelde uitgaven komen slechts voor belastingvermindering in aanmerking in zover ze niet meer bedragen dan 80.000 F".
Art. 2
19. Dit besluit is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1995.
2. KB 24.08.1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 (V 2333-Bull.743)
| Art. | 1 |
20. Een artikel 63ter, luidend als volgt, wordt in het KB/WIB 92 ingevoegd:
"Art. 63ter. Onverminderd artikel 63bis komen de in artikel 145^21 vermelde uitgaven slechts voor belastingvermindering in aanmerking:
| 1° | ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die PWA-cheques die in de loop van dezelfde belastbaar tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd; |
| 2° | op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest voorlegt vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques." |
Art. 2
21. Dit besluit is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1995.
| 3. | KB 01.09.1995 tot wijziging van het KB/WIB 92 (V 2416-Bull.755) |
| Art. | 13 |
22. In hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt, onmiddellijk na artikel 63^9, ingevoegd door artikel 12 van dit besluit, een afdeling XXVsexies, die artikel 63^10 bevat, ingevoegd, luidend als volgt:
"Afdeling XXVsexies. Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 145^22).
Art. 63^10. De in artikel 145^21 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde uitgaven komen slechts voor belastingvermindering in aanmerking:
| 1° | ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd; |
| 2° | op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques". |
Art. 20
23. Ingetrokken worden:
| 1° | het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingvermindering voor uitgaven betaald aan een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap; |
| 2° | het koninklijk besluit van 24 augustus 1994 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van belastingvermindering voor uitgaven betaald voor in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen te verrichten prestaties. |
Art. 21
24. ...
| § | 5. Artikel 13 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1995. |
§ 6. Artikel 20 treedt in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
| III. | GECOORDINEERDE TEKSTEN |
A. WIB 92
Art. 38, WIB 92
25. "Vrijgesteld zijn :
.....
13° de vergoedingen verkregen voor prestaties geleverd in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen."
Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling I, Onderafdeling IIquater, WIB 92
26. "Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen."
| Art. | 145^21, WIB 92 |
"Binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^2 en 145^22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 73.000 frank die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werkloze in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen.
Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen."
| Art. | 145^22, WIB 92 |
27. "De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de in artikel 145^21 vermelde uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen."
| Art. | 145^23, WIB 92 |
28. "Wanneer de aanslag op naam van de beide echtgenoten wordt gevestigd, worden de in artikel 145^21 vermelde uitgaven evenredig omgedeeld op ieders inkomensdeel."
| Art. | 243, WIB 92 |
...
29. "De artikelen 126 tot 129, 145^1, 1° en 4°, 145^2 tot 145^7, 145^17 tot 145^23, 157 tot 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing."
| B. | KB/WIB 92 |
30. Afdeling XXVsexies. Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 145^22).
"Art. 63^10. De in artikel 145^21 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde uitgaven komen slechts voor belastingvermindering in aanmerking:
| 1° | ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd; |
| 2° | op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques. |
| IV. | COMMENTAAR |
1. Inleiding
31. Art. 38, 13°, WIB 92, voert de vrijstelling in van de door werklozen verkregen vergoedingen voor prestaties geleverd in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (afgekort PWA).
Tegelijkertijd wordt een belastingvermindering ingevoerd voor de uitgaven betaald voor prestaties verricht door een werkloze in het kader van PWA's (hierna PWA-prestaties genoemd).
Deze belastingvermindering is het voorwerp van de art. 145^21 tot 145^23, 243, 3de lid, WIB 92, en van het art. 63^10 KB/WIB 92, dat de ter zake geldende toepassingsvoorwaarden vastlegt.
| 2. | Kort overzicht van het systeem van de PWA-cheques |
32. In de praktijk richt het systeem van de PWA-cheques zich tot privé-personen, tot de plaatselijke overheden, tot niet commerciële verenigingen, tot onderwijsinstellingen en, tot de land- en tuinbouwsector.
| A. | Toegelaten activiteiten |
33. Het KB 10.05.1994 tot uitvoering van art. 73, W 30.03.1994 houdende sociale bepalingen en tot invoeging van een art. 79bis in het KB 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering, bepaalt welke de toegelaten activiteiten zijn.
Het gaat om activiteiten die niet worden aangetroffen in de reguliere arbeidscircuits. Dat zijn:
| 1° |
ten behoeve van natuurlijke personen:
a) thuishulp met huishoudelijk karakter;
b) hulp voor de bewaking of de begeleiding van zieken of kinderen;
c) hulp voor het verrichten van administratieve formaliteiten;
d) hulp voor het klein tuinonderhoud;
|
| 2° | ten behoeve van de lokale overheden, activiteiten beantwoordend aan noden waaraan niet tegemoet gekomen wordt door de reguliere arbeidscircuits, onder meer de bescherming van het leefmilieu; |
| 3° | ten behoeve van niet commerciële verenigingen en onderwijsinstellingen, activiteiten die door hun aard of door hun occasioneel karakter gewoonlijk verricht worden door vrijwilligers, inzonderheid de activiteiten van personen die hulp verlenen ter gelegenheid van sociale, culturele, sportieve, caritatieve of levensbeschouwelijke manifestaties; |
| 4° | ten behoeve van de land- en tuinbouwsector, de seizoens- en gelegenheidsgebonden activiteiten vastgesteld door de Ministers van Tewerkstelling en Arbeid en van Landbouw. |
| B. | Duur van de prestaties |
34. De PWA-prestaties mogen in hoofde van de werkloze niet meer bedragen dan 45 uur per maand. Nochtans mag voor de seizoensgebonden activiteiten in de land- en tuinbouwsector het maximum van 45 uur per maand worden overschreden zonder echter 540 uur per jaar te overschrijden.
| C. | Vergoeding |
35. Het PWA bepaalt het bedrag van de uurvergoeding die de begunstigde van een prestatie, hierna de "gebruiker" genoemd, verschuldigd is. Het bedrag van de vergoeding kan variëren per soort activiteit. Er mag eveneens een onderscheid worden gemaakt naargelang de gebruiker een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Bovendien kan een voorkeurstarief worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van gebruikers.
De uurvergoeding bedraagt ten minste 200 F en ten hoogste 300 F (voor de land- en tuinbouwsector varieert de uurvergoeding tussen 200 F en 250 F).
| D. | Organisatie |
36. De gebruiker moet een aanvraag indienen bij het PWA van de gemeente waarin het werk moet worden uitgevoerd. Hij moet de activiteit omschrijven op het "gebruikersformulier" dat hij ontvangt.
Vervolgens koopt de gebruiker PWA-cheques aan waarvan de aankoopwaarde overeenstemt met het bedrag van de uurvergoeding die hij verschuldigd is, vermeerderd met een bedrag tot dekking van de administratiekosten van de firma die de PWA-cheques uitgeeft.
De gebruiker kan bij de uitgever van de cheques een minimum van 10 PWA-cheques bestellen die op zijn naam worden uitgegeven. Hij voegt bij zijn bestelling het bewijs dat hij in het bezit is van een gevalideerd "gebruikersformulier" en hij betaalt de cheques vooruit. Vanaf het moment waarop hij in het bezit is van het gevalideerd "gebruikersformulier" kan hij bij het PWA eveneens PWA-cheques kopen die niet op naam zijn.
37. Enkel de PWA-cheques op naam worden door de uitgever van de voormelde PWA-cheques in aanmerking genomen voor het uitreiken van een fiscaal attest op naam van de gebruiker (uitsluitend voor natuurlijke personen). D.m.v. dat attest kan de gebruiker een belastingvermindering krijgen voor de uitgaven die hij heeft gedaan voor PWA-prestaties.
38. De gebruiker overhandigt aan de werkloze een PWA-cheque voor elk begonnen werkuur. De nominale waarde van de PWA-cheque moet overeenstemmen met de uurvergoeding die door het PWA op het gebruikersformulier is vermeld.
De werkloze overhandigt op het einde van elke maand een controlekaart en al de gedurende die maand ontvangen cheques aan de uitbetalingsinstelling (vakbond of HVW) die hem zijn werkloosheidsvergoeding en de aanvullende vergoeding ingevolge de toekenning van de PWA-cheques uitkeert. Het bedrag van de aanvullende vergoeding waarop de werkloze recht heeft, is vastgesteld op 150 F per PWA-cheque.
39. De uitbetalingsinstelling overhandigt vervolgens de uitbetaalde cheques aan de uitgever, die haar onmiddellijk 150 F per cheque, verhoogd met een bedrag tot dekking van haar administratiekosten, terugbetaalt.
Het saldo (d.w.z. het bedrag dat overblijft nadat het bedrag van 150 F en dat van de administratiekosten van de uitbetalingsinstelling werden afgetrokken van de nominale waarde van de PWA-cheques) wordt door de uitgever van de PWA-cheque als volgt verdeeld:
- 20 % wordt gestort aan het PWA tot dekking van de administratiekosten;
- 80 % wordt gestort aan de RVA voor de verzekering tegen arbeidsongevallen, voor de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, voor de centrale administratiekosten en voor een vermindering van het werkloosheidsbudget.
Werkzoekenden die recht hebben op het bestaansminimum worden met werklozen gelijkgesteld. De PWA-cheques die aan deze werkzoekenden worden uitgereikt, worden uitbetaald door het OCMW dat hen het bestaansminimum uitkeert.
| 3. | Fiscaal regime van de PWA-vergoedingen |
40. De inkomsten verkregen in het kader van de PWA's zijn volledig vrijgesteld op grond van art. 38, 13°, WIB 92.
De werkloosheidsvergoeding zelf blijft belastbaar als vervangingsinkomen (Verslag van de Commissie voor de Financiën, Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting 1994-1995, Doc. 1630/4, blz. 2).
Belangrijke opmerking
41. De vergoedingen (bedrag van 160 F per gepresteerd uur verminderd met een afhouding bestemd om de werklozen te verzekeren tegen arbeidsongevallen) uitbetaald aan werklozen tewerkgesteld in het kader van de PWA's vóór de invoering van de nieuwe regeling en gekwalificeerd als aanvullende werkloosheidsvergoeding, zijn daarentegen belastbare beroepsinkomsten als bedoeld in art. 31, 2de lid, 4°, WIB 92. Er wordt aan herinnerd dat die aanvullende werkloosheidsvergoedingen slechts daadwerkelijk aan de PB worden onderworpen vanaf 01.01.1990.
4. Belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van de PWA's
| A. | Algemeen |
42. Er wordt een belastingvermindering verleend aan belastingplichtigen, onderworpen aan de PB of aan de BNI/nat.pers., die een beroep doen op werklozen voor het verrichten van PWA-prestaties (art. 145^21 tot 145^23 en 243, 3de lid, WIB 92).
Opmerking
43. De belastingvermindering wordt eveneens verleend voor uitgaven betaald voor prestaties verricht door werklozen die vóór de invoering van het nieuwe stelsel regelmatig waren ingeschreven in een PWA maar die niet aan de door het nieuwe stelsel gestelde voorwaarden beantwoorden.
| B. | Fiscaal regime van de uitgaven |
44. Het is mogelijk dat diegene die uitgaven doet voor PWA-prestaties, zulks doet in het kader van zijn privé-leven of ten behoeve van zijn beroepswerkzaamheid.
| 1. | Uitgaven gedaan in het kader van het privé-leven |
45. De uitgaven gedaan voor PWA-prestaties die een privé-karakter hebben, kunnen in aanmerking komen voor de in art. 145^21, WIB 92, bedoelde belastingvermindering.
| 2. | Uitgaven gedaan in het kader van de beroepswerkzaamheid |
46. De uitgaven gedaan voor PWA-prestaties die een beroepskarakter hebben, zijn beroepskosten die in mindering komen van het brutobedrag van de beroepsinkomsten. Om die reden zijn zij bijgevolg uitgesloten van het voordeel van de belastingvermindering als bedoeld in art. 145^21, WIB 92.
Wanneer voornoemde uitgaven beroepskosten zijn, volgen zij het fiscaal regime dat daarop van toepassing is, met inbegrip van een eventuele beperking van de aftrekbaarheid (autokosten, enz.). Het ingevolge dergelijke beperking niet als beroepskosten aftrekbare gedeelte kan in geen enkel geval in aanmerking komen voor de belastingvermindering als bedoeld in art. 145^21, WIB 92.
3. Uitgaven gedaan in het kader van de beroepswerkzaamheid en in het kader van het privé-leven
47. Wanneer de uitgaven gedaan voor PWA-prestaties een gemengd karakter hebben, dat wil zeggen beroepsmatig en privé, wordt het beroepsmatig gedeelte uitgesloten van het voordeel van de belastingvermindering als bedoeld in art. 145^21, WIB 92, terwijl het privé-gedeelte wel voor de belastingvermindering kan in aanmerking komen.
Belangrijke opmerking
Voor de berekening van de belastingvermindering voor het aj. 1995 is enkel het privé-gedeelte van de uitgaven beperkt tot 80.000 F.
| C. | Bedoelde belastingplichtigen |
48. De belastingvermindering kan slechts worden verleend aan belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de PB of aan de BNI/nat.pers. en die uitgaven doen voor PWA-prestaties, voor zover deze uitgaven althans niet de aard van een beroepskost hebben.
| D. | Voorwaarden voor de toekenning van de vermindering |
49. Overeenkomstig art. 145^22, WIB 92, worden de voorwaarden waaraan de in art. 145^21, WIB 92, vermelde uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen, bij koninklijk besluit bepaald.
Deze voorwaarden zijn vastgesteld door art. 63^10, KB/WIB 92.
De uitgaven betaald voor PWA-prestaties komen slechts voor belastingvermindering in aanmerking:
| 1° | ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd; |
| 2° | op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt, vermeld in de reglementering betreffende de PWA's en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques (zie voorbeeld als bijlage). |
E. Bedrag van de vermindering
1. Bedrag
50. Art. 145^21, WIB 92, stelt dat binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de art. 145^2 en 145^22 van voormeld Wetboek, de belastingvermindering wordt berekend op de uitgaven:
| a) | tot ten hoogste 73.000 F. Na indexatie bedraagt dit bedrag echter 80.000 F voor aj. 1995. Dit bedrag geldt per kalenderjaar. Bij gehuwden geldt het maximumbedrag van 80.000 F niet per echtgenoot maar per gezin (zie ook nr 51); |
| b) | die geen beroepskosten zijn (zie nr 46); |
| c) | die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald. Het belastbaar tijdperk dat in aanmerking moet worden genomen voor de belastingvermindering is bijgevolg het jaar waarin de PWA-cheques werden betaald, zelfs wanneer ze pas en een later jaar worden gebruikt; |
| d) | die betaald zijn voor PWA-prestaties. In dit geval is het niet vereist dat de betaling van de uitgave rechtstreeks aan de PWA wordt gedaan, noch dat de betaling, aan wie de prestaties verricht, door de PWA zelf zou worden uitgevoerd. In de praktijk worden de betalingen aan de werklozen uitgevoerd door de vakbonden of door de HVW, die de werkloosheidsvergoedingen uitbetalen. Voor de werkzoekenden die het bestaansminimum genieten, worden de betalingen uitgevoerd door het OCMW. |
| 2. | Gezinsuitgaven |
51. Wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten is gevestigd, worden de uitgaven van het gezin, beperkt tot 80.000 F (geïndexeerd bedrag voor aj. 1995), evenredig verdeeld tussen beide echtgenoten op basis van het totale netto-inkomen van elke echtgenoot, d.w.z. het gezamenlijk belastbaar inkomen zoals het is vastgesteld vóór aftrek van de bestedingen bedoeld in art. 104, WIB 92, of daarmee gelijkgestelde uitgaven (onderhoudsuitkeringen, giften, enz.).
| 3. | Berekening van de belastingvermindering |
52. De vermindering wordt berekend tegen de bijzondere gemiddelde aanslagvoet bedoeld in art. 145^2, WIB 92, die voor het lange termijnsparen van toepassing is, zonder dat die aanslagvoet minder dan 30 %, noch meer dan 40 % mag bedragen.
Voor meer details betreffende de berekening van de bijzondere gemiddelde aanslagvoet wordt verwezen naar de richtlijnen verstrekt in de nrs 92 tot 98 van de circ. 19.10.1995, Ci.RH.331/461.833 (Bull. 755, blz. 3125), die mutatis mutandis van toepassing zijn.
| 4. | Voorbeeld |
53.
Man Echtgenote Totaal totaal netto-inkomen 2.700.000 F 300.000 F 3.000.000 F persoonlijk verschuldigde onderhoudsuitkering (100.000 F x 80 %) - 80.000 F - 80.000 F ----------- --------- ----------- GBI: 2.620.000 F 300.000 F 2.920.000 F Uitgaven PWA: 40.000 F Voor de belastingvermindering in aanmerking te nemen bedrag - bij de man: 40.000 x 2.700.000/3.000.000 = 36.000 F - bij de vrouw: 40.000x 300.000/3.000.000 = 4.000 F Bepaling van de bijzondere gemiddelde aanslagvoet - bij de man: a) basisbelasting op 2.620.000 F: 1.214.200 F b) belasting op 150.000 F (vrijgesteld basisbedrag): - 37.500 F c) verschil: 1.176.700 F d) tarief van de belasting: (1.176.000x 100)/2.620.000 = 44,91 afgerond tot 44,9 Aangezien dit tarief hoger is dan 40 %, moet dit laatste percentage worden weerhouden. - bij de echtgenote: a) basisbelasting op 300.000 F: 77.350 F b) belasting op 150.000 F (vrijgesteld basisbedrag): - 37.500 F c) verschil: 39.850 F d) tarief van de belasting: (39.850 x 100)/300.000 = 13,28 afgerond tot 13,2 Aangezien dit tarief lager is dan 30 %, moet dit laatste percentage worden weerhouden. Bedragen van de vermindering - bij de man: 36.000 F x 40 % = 14.400 F - bij de echtgenoot: 4.000 F x 30 % = 1.200 F| F. | Bewijsmiddel |
54. Om van de in art. 145^21, WIB 92 bedoelde belastingvermindering te genieten, moet de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de PB of in de BNI/nat.pers., een fiscaal attest overleggen dat hem wordt uitgereikt door de uitgevers van de PWA-cheques (zie voorbeeld als bijlage).
Deze voorwaarde wordt opgelegd door art. 63^10, KB/WIB 92.
Overeenkomstig de bepalingen van het MB 04.08.1994 inzake de werkloosheidsreglementering (V 2330-Bull. 742), reikt de uitgever van de PWA-cheques jaarlijks, vóór 1 maart, een fiscaal attest uit aan de natuurlijke persoon die aanspraak kan maken op de bedoelde belastingvermindering.
De gegevens vermeld in de fiscale attesten worden door de uitgevers van de PWA-cheques vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin die PWA-cheques zijn uitgereikt aan de Administratie der directe belastingen toegestuurd.
| G. | Aangifte in de PB en in de BNI/nat.pers. |
55. De belastingplichige moet in zijn aangifte in de PB of de BNI/nat.pers. de nominale waarde vermelden van de PWA-cheques die gedurende het betreffende jaar door de uitgevers op zijn naam zijn uitgegeven, verminderd met de nominale waarde van de PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd.
56. Het aan te geven bedrag is op het fiscaal attest nr 281.80 vermeld (zie bijlage). De te vermelden waarde mag niet meer bedragen dan 80.000 F.
Het fiscaal attest vermeldt, naast de inlichtingen betreffende de gebruiker, het totaal bedrag van de nominale waarde van de aan de gebruiker uitgereikte PWA-cheques die hij gedurende het beoogde belastbare tijdperk heeft betaald.
Dat bedrag wordt evenwel verminderd met het totaal bedrag van de nominale waarde van de PWA-cheques die de gebruiker, met het oog op de terugbetaling ervan, gedurende hetzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever van de PWA-cheques heeft terugbezorgd.
In de praktijk kan het gebeuren dat de terugbetaling van de nominale waarde van de PWA-cheques pas wordt uitgevoerd in het belastbare tijdperk dat volgt op het jaar waarin deze cheques zijn uitgereikt en aan de uitgever zijn terugbezorgd (bv. PWA-cheques, die in 1994 zijn uitgereikt, worden aan de uitgever terugbezorgd op 20.12.1994 en worden slechts op 10.01.1995 effectief aan de gebruiker terugbetaald).
In dergelijk geval moet het bedrag van de nominale waarde van de terugbezorgde PWA-cheques op naam, worden afgetrokken van het nominale bedrag van de uitgereikte PWA-cheques. Beide bedragen zijn bijgevolg vermeld op het attest nr 281.80 met betrekking tot het belastbare tijdperk waarin die cheques zijn uitgereikt.
Opmerking
57. Bij diefstal of verlies van PWA-cheques, wordt de nominale waarde van die PWA-cheques niet van de nominale waarde van de uitgereikte PWA-cheques afgetrokken en dus ook niet op het door de uitgever uitgereikte attest nr 281.80 vermeld.
58. Voorbeelden
1. Mevrouw Janssens koopt in de maand februari 1994, 30 PWA-cheques uitgegeven op haar naam, met een nominale waarde van 250 F per cheque en bestemd voor privé-gebruik. Zij gebruikt niet alle PWA-cheques maar vraagt op het einde van het jaar aan de uitgever de ongebruikte PWA-cheques om te wisselen tegen PWA-cheques met een andere nominale waarde. Het fiscaal attest nr 281.80 vermeldt voor het aj. 1995 (inkomsten 1994) de volgende bedragen:
- Aangekochte cheques: 7.500 F (30 x 250 F)
- Terugbezorgde cheques: 0 F
- Bedrag te vermelden op de belastingaangifte: 7.500 F
2. Mevrouw Janssens koopt, in 1994, 30 PWA-cheques uitgegeven op haar naam. De cheques hebben een nominale waarde van 250 F per cheque en zijn bestemd voor privé-gebruik.
Op 20.12.1994 bezorgt ze 10 ongebruikte PWA-cheques terug aan de uitgever. De terugbetaling van de ongebruikte cheques gebeurt op 10.01.1995.
Het fiscaal attest nr 281.80 vermeldt voor het aj. 1995 (inkomsten 1994) de volgende bedragen:
- Aangekochte cheques: 7.500 F (30 x 250 F)
- Terugbezorgde cheques: 2.500 F (10 x 250 F, d.w.z. de nominale waarde van de 10 PWA-cheques)
- Bedrag te vermelden op de belastingaangifte: 5.000 F
3. Mevrouw Janssens koopt, in 1994, 30 PWA-cheques uitgegeven op haar naam. De cheques hebben een nominale waarde van 250 F per cheque en zijn bestemd voor privé-gebruik.
Op 05.01.1995 bezorgt ze 8 ongebruikte PWA-cheques terug aan de uitgever. De terugbetaling van de ongebruikte cheques gebeurt op 10.01.1995.
Het fiscaal attest nr 281.80 vermeldt voor het aj. 1995 (inkomsten 1994) de volgende bedragen:
- Aangekochte cheques: 7.500 F (30 x 250 F)
- Terugbezorgde cheques: 0 F
- Bedrag te vermelden op de belastingaangifte: 7.500 F
| V. | INWERKINGTREDING |
59. De bepalingen van de W 30.03.1994, van de W 21.12.1994, evenals van het KB 01.09.1995 zijn van toepassing met ingang van het aj. 1995 (inkomsten van het jaar 1994).
Voor de Directeur-generaal:De Auditeur-generaal,
V. KINDT
Bijlage 1
MULTI CHEQUE SERVICE De Heer Jan Pieters Leopoldstraat, 11 1000 Brussel Fiscaal attest betreffende de PWA-cheques Aanslagjaar 1995 Inkomsten van het jaar 1994 Voornaam: Jan Rijksregister nr: 11111111111 Aangekochte cheques Terugbezorgde cheques Aantal Nominale Bedrag Aantal Nominale Bedrag cheques Waarde cheques Waarde 90 200 18000 Totaal 18.000 BEF (A) Totaal 0 BEF (B) Op uw belastingaangifte tegenover de code 365 te vermelden bedrag. 18.000 BEF (1) Voor waar en echt verklaard, Michel Croisé, Directeur. 281.80 Dit attest dient U te voegen bij uw belastingaangifte. (1) Totaal A - Totaal B. Het tegenover de code 365 te vermelden bedrag moet worden beperkt tot 80.000 BEF. Bovendien, mag de waarde van de PWA-cheques die in het kader van de beroepswerkzaamheid zijn gebruikt niet tegenover de code 365 van de belastingaangifte worden vermeld. S.A. MULTI SERVICE CHEQUE N.V. RUE MARCHE-AUX-HERBES/GRASMARKT 105 B54 - 1000 BRUXELLES/BRUSSEL RCB/HRB: 583.663 - TVA/BTW: 453.326.332 - TEL.: 02/513.49.97 - FAX: 02/512.25.89Bron: FisconetPlus
