Aanschrijving nr. 17 dd. 07.11.1980

AANSCHRIJVING 80/017

Aanschrijving nr. 17 dd. 07.11.1980


Kredieten, leningen of voorschotten
Voordeel ingevolge wetten inzake economische expansie
Artikel 93duodecies W.BTW.


INHOUDSTAFEL Nrs. Onderwerp van de aanschrijving 1-2 Wettelijke bepaling 3 Hoofdstuk I : De wettelijke bepalingen inzake economische expansie en de voordelen bedoeld door artikel 93duodecies van het W.BTW. De bevoegde overheid en de kredietinstellingen 4-14 a) Wettelijke bepalingen 4 b) Bedoelde voordelen 5-7 c) De bevoegde overheid voor het toekennen van de rentetoelage 8 d) De bevoegde overheid voor het toekennen van de Staatswaarborg 9 e) Recente wijziging ten aanzien van de bevoegdheid 10 f) De openbare kredietinstellingen of -organismen 11-12 g) De private kredietinstellingen 13-14 Hoofdstuk II : Het attest bedoeld door artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek 15 a) Bestemming 16-17 b) Verplichtingen van de belastingplichtige 18-19 c) De bevoegde ambtenaar 20-24 d) Inhoud van het attest 25-26 e) Eisbare belastingen en toebehoren 27 f) Tijdstip waarop het attest wordt uitgereikt 28-29 g) Gevolgen voor de kredietinstelling 30-32 h) Gevolgen voor de overheid, die het voordeel ter bevordering van de economische expansie toekent 33-35 i) Gevolgen voor de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor 36 j) Inkomstenbelastingen 37 k) Inwerkingtreding 38 Bijlagen I - II - III Onderwerp van de aanschrijving.

1. Ingevolge artikel 73 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980) worden een hoofdstuk XVII en een artikel 93duodecies in het BTW- Wetboek ingevoegd. Het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 nr. 39 (Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1980) regelt de toepassing van voormeld artikel. De tekst van die wettelijke bepaling en van het ter uitvoering ervan genomen koninklijk besluit is, als bijlage, bij deze aanschrijving gevoegd (z. bijlage I).

2. Deze aanschrijving behandelt de nieuwe bepalingen die, met betrekking tot kredieten, leningen of voorschotten, die gepaard gaan met een voordeel verleend of aangevraagd in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake economische expansie, verplichtingen opleggen aan de kredietinstellingen en -organismen, aan de belastingplichtige die het voordeel heeft verkregen of aangevraagd, aan de overheid, die het voordeel toekent, alsook aan de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.

Wettelijke bepaling.

3. Artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek bepaalt dat openbare of private kredietinstellingen of -organismen de fondsen van kredieten, leningen of voorschotten, waarvoor een voordeel in het kader van de wetten inzake economische expansie werd verleend of aan de bevoegde overheid is aangevraagd, noch geheel noch gedeeltelijk mogen vrijgeven tenzij de genieter of de aanvrager van het voordeel hun een attest overlegt waaruit blijkt dat in zijnen hoofde ofwel geen belastingen, ofwel een bepaald bedrag aan belastingen of toebehoren eisbaar is. In dat laatste geval worden de vorm en de termijnen, die in het attest zijn voorzien voor de betaling van de verschuldigde bedragen, in een bijzonder beding in de beslissing tot toekenning van het voordeel opgenomen.

Hoofdstuk I
De wettelijke bepalingen inzake economische expansie en de voordelen bedoeld door artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek. De bevoegde overheid en de kredietinstellingen.

De wettelijke bepalingen.

4. De wettelijke bepalingen inzake economische expansie zijn de wet van 17 juli 1959 (Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1959) tot invordering en ordening van maatregelen ter bevordering van de nationale economische expansie en de oprichting van nieuwe industrieën, de wet van 30 december 1970 (Belgisch Staatsblad van 1 januari 1971) betreffende de regionale economische expansie en Titel I, hoofdstuk I, van de wet van 4 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 17 augustus 1978) betreffende de economische heroriëntering en inzonderheid de economische expansie van de kleine en middelgrote ondernemingen.

Bedoelde voordelen.

5. De drie evengenoemde basiswetten voorzien in verscheidene soorten van voordelen en tegemoetkomingen ter bevordering van de nationale en de regionale economische expansie en die van de kleine en middelgrote ondernemingen.

6. De voordelen inzake economische expansie bedoeld door artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek staan evenwel uitsluitend in verband met kredieten, leningen of voorschotten die door openbare of private kredietinstellingen of -organismen worden verstrekt.

7. Met betrekking tot kredieten en leningen verleend door openbare of private kredietinstellingen worden door de wetten van 17 juli 1959 en 30 december 1970 de voordelen tot stimulering van de economische expansie toegekend in de vorm van rentetoelagen (z. art. 3 van de wet van 17 juli 1959 en de art. 6 en 12 van de wet van 30 december 1970) en het geven van staatswaarborg voor terugbetaling van de aangegane leningen (z. art. 4 van de wet van 17 juli 1959 en art. 19 van de wet van 30 december 1970) en door de wet van 4 augustus 1978 in de vorm van rentetoelage (z. art. 1 van de wet van 4 augustus 1978).

De bevoegde overheid voor het toekennen van de rentetoelage.

8. De beslissing tot het verlenen van het voordeel van de rentetoelage op grond van de wet van 17 juli 1959 wordt genomen door de minister van Economische Zaken of door de minister van Middenstand (z. art. 14 van het kon. besl. van 17 augustus 1959), deze toegekend op grond van de wet van 30 december 1970 door de evengenoemde ministers en de minister die Streekeconomie onder zijn bevoegdheid heeft (z. art. 1 van de wet van 30 december 1970) en deze toegekend op grond van de wet van 4 augustus 1978 door de minister of staatssecretaris die de economische expansie van de kleine en de middelgrote ondernemingen onder zijn bevoegdheid heeft (z. art. 29 van de wet van 4 augustus 1978).

De bevoegde overheid voor het verlenen van de Staatswaarborg.

9. De beslissing tot het verlenen van de staatswaarborg wordt genomen samen door de minister van Financiën en de minister van Economisch Zaken of de minister van Middenstand (z. art. 16 van het kon. besl. van 17 augustus 1959 en art. 15 van het kon. besl. van 18 augustus 1959 in stand gehouden door art. 1 van het kon. besl. van 6 januari 1971).

Recente wijziging ten aanzien van de bevoegdheid.

10. Door de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980) zijn wijzigingen gebracht in de bevoegdheden betreffende het economisch beleid van het land en de gewesten. Te zijner tijd zullen die wijzigingen worden medegedeeld.

De openbare kredietinstellingen of -organisaties.

11. De artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 17 augustus 1959 en de artikelen 7 en 8 van het koninklijk besluit van 18 augustus 1959, in stand gehouden door artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 januari 1971, erkennen onderstaande openbare kredietinstellingen als bevoegd om kredieten toe te kennen in het kader van de wetten inzake economische expansie van 17 juli 1959 en 30 december 1970 :



de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid;
de Nationale Kas voor Beroepskrediet;
de Algemene Spaar- en Lijfrentekas;
het Gemeentekrediet van België;
het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet;
de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling;
de Europese Investeringsbank;
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal;
Euratom.
12. De openbare kredietinstellingen vermeld in nr. 11, 1° tot 5°, kunnen naar luid van artikel 3 van de wet van 4 augustus 1978 kredieten toestaan waarvoor rentetoelagen worden toegekend in toepassing van artikel 1 van diezelfde wet.

De private kredietinstellingen.

13. De private kredietinstellingen die bij koninklijk besluit van 7 januari 1969, in stand gehouden door artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 januari 1971, zijn erkend om kredieten toe te kennen in toepassing van de wetten van 17 juli 1959 en 30 december 1970 zijn vermeld in een bijlage II aan deze aanschrijving.

14. De rentetoelagen, toegekend in toepassing van de wet van 4 augustus 1978, worden ook verleend voor kredieten toegestaan door de private kredietinstellingen beheerst door het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 (z. art. 3 van de wet van 4 augustus 1978).

Hoofdstuk II
Het attest bedoeld door artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek.

15. Het attest bedoeld door artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek en waarvan een exemplaar als bijlage bij deze aanschrijving is gevoegd bevat twee delen (z. bijlage III).

Het eerste deel - de aanvraag - is bestemd om te worden ingevuld door de belastingplichtige aan wie het krediet of de lening of het voorschot is of zal worden toegekend en waarvoor een voordeel in toepassing van de wetten inzake economische expansie wordt aangevraagd. Het tweede deel wordt ingevuld door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder die belastingplichtige ressorteert.

Bestemming.

16. Het attest wordt in drie exemplaren opgemaakt. Het eerste exemplaar wordt door de aanvrager van het voordeel inzake economische expansie aan de kredietinstelling overgelegd; het tweede wordt door de BTW-ontvanger aan de bevoegde overheid (z. nrs. 8 tot 10) gezonden en het derde wordt door de BTW-ontvanger in het dossier van de betrokken aanvrager opgeborgen.

17. Op eenvoudig verzoek gericht aan een BTW-ontvangkantoor worden de nodige exemplaren van het attest aan de belastingplichtige of aanvrager van het voordeel overhandigd alsmede aan de openbare of private kredietinstellingen die de in artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek bedoelde kredieten, leningen of voorschotten toekennen.

Verplichtingen van de belastingplichtige.

18. De belastingplichtige, die aan een openbare of private kredietinstelling een krediet, lening of voorschot aanvraagt, waarvoor tevens op grond van de wetten van 17 juli 1959, 30 december 1970 en 4 augustus 1978 een voordeel in de vorm van rentetoelage of staatswaarborg wordt aangevraagd, is gehouden een aanvraag te doen in drie exemplaren (z. nr. 15) bij de BTW-ontvanger die bevoegd is het attest uit te reiken bedoeld in artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek.

19. Indien de betrokken belastingplichtige daartoe volmacht geeft mag het attest worden aangevraagd door de kredietinstelling aan wie het krediet, de lening of het voorschot is gevraagd.

De bevoegde ambtenaar.

20. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 39 van 17 oktober 1980 bepaalt dat de ambtenaar bedoeld in artikel 93duodecies van het BTW- Wetboek de ontvanger is van het BTW-ontvangkantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert door wie de in dat artikel bedoelde kredieten, leningen of voorschotten zijn aangevraagd.

21. Wanneer de belastingplichtige een natuurlijk persoon is, ressorteert hij onder het BTW-ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin hij zijn woonplaats heeft. Nochtans indien die belastingplichtige zijn werkzaamheid buiten zijn woonplaats uitoefent, ressorteert hij onder het BTW-ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin hij zijn administratieve zetel of, in voorkomend geval, zijn voornaamste administratieve zetel heeft.

22. Is de belastingplichtige een rechtspersoon dan ressorteert hij onder het BTW-ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin zich de maatschappelijke zetel bevindt. Zo naast die zetel ook nog een administratieve zetel bestaat, die als zodanig is erkend en van waaruit de rechtspersoon daadwerkelijk wordt geleid en bestuurd, wordt die laatste zetel in aanmerking genomen voor het bepalen van het bevoegd kantoor. Zo er verschillende administratieve zetels zijn, komt de voornaamste zetel in aanmerking.

23. Wanneer de belastingplichtige een natuurlijk of een rechtspersoon is, die in het buitenland is gedomicilieerd of gevestigd maar hier te lande een vaste inrichting heeft, wordt voor het bepalen van het BTW- ontvangkantoor, waaronder hij ressorteert, de vaste inrichting en eventueel de vaste hoofdinrichting of de als belangrijkste opgegeven hoofdinrichting in aanmerking genomen.

24. Met betrekking tot personen die deel uitmaken van een feitelijke vereniging wordt voor het bepalen van het BTW-ontvangkantoor waaronder zij ressorteren de administratieve zetel van de vereniging in aanmerking genomen.

Inhoud van het attest.

25. In het eerste deel (de aanvraag) van het attest worden de hiernavolgende gegevens vermeld of aangebracht :

1° voornaam, naam en adres van de belastingplichtige. Betreft het een rechtspersoon dan worden benevens de benaming en het adres van de maatschappelijke zetel of voornaamste administratieve zetel ook de naam en hoedanigheid van de ondertekenaar van het eerste deel vermeld;

2° BTW-registratienummer, in voorkomen geval voorafgegaan door een kenletter;

3° het identificatie-etiket dat op de maand- of kwartaalaangifte van de belastingplichtige wordt gekleefd;

4° de benaming en adres van de openbare of private kredietinstelling die het krediet, de lening of het voorschot verleent;

5° benaming en adres van de overheid bij wie in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake economische expansie een voordeel wordt aangevraagd;

6° aard van het voordeel en datum en benaming van de wet die het voordeel instelt;

7° datum van indiening van de aanvraag tot verkrijging van het voordeel;

8° datum en handtekening van de belastingplichtige of van de persoon die handelt in zijn naam;

9° aanduiding zo reeds een aanvraag voor hetzelfde krediet, lening of voorschot is ingediend : datum van die aanvraag en datum van het attest.

26. Het tweede deel van het attest wordt met volgende gegevens aangevuld door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert :



nauwkeurige aanduiding van het BTW-ontvangkantoor;
  • ofwel dat geen belastingen of toebehoren in hoofde van de belastingplichtige, vermeld in de aanvraag van het attest, eisbaar zijn;
  • ofwel de bedragen, die als BTW, als verminderde geldboete en als kosten in hoofde van de belastingplichtige, vermeld in de aanvraag van het attest, eisbaar zijn;


3° datum vanaf wanneer de wettelijke interest verschuldigd is, percentage ervan en bedrag waarover hij wordt berekend;

4° moratoire interesten bedoeld in artikel 91, § 4, van het BTW- Wetboek;



datum waarop de verschuldigde bedragen moeten worden betaald;
6° indien aan de betrokken belastingplichtige ter betaling van de verschuldigde bedragen een aflossingsplan werd toegestaan, voorwaarden en modaliteiten van dat aflossingsplan;

7° datum en handtekening van de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de betrokken belastingplichtige ressorteert.

Eisbare belastingen en toebehoren.

27. Niettegenstaande verzet, betwisting of beroep worden voor de toepassing van artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek als eisbare belastingen of toebehoren aangemerkt de als BTW, interesten, geldboeten en kosten verschuldigde bedragen waarvoor aan de ontvanger van het bevoegde ontvangkantoor opdracht tot invordering werd gegeven.

Tijdstip waarop het attest wordt uitgereikt.

28. De datum van uitreiking van het attest mag niet meer dan één maand de datum van de aanvraag tot verkrijging van het voordeel inzake economische expansie voorafgaan, noch na deze datum vallen.

Het attest moet door de ontvanger van het bevoegde BTW-ontvangkantoor worden uitgereikt binnen acht dagen na indiening van de aanvraag.

29. Er moet opgemerkt worden dat per krediet, lening of voorschot, waarvoor een voordeel inzake economische expansie wordt aangevraagd, de uitreiking van slechts één attest volstaat.

Evenwel wanneer de beslissing tot toekenning van het voordeel niet is genomen binnen de zes maanden te rekenen van de datum van het attest moet door de belastingplichtige een nieuw attest worden voorgelegd.

Gevolgen voor de kredietinstelling.

30. Wanneer uit het attest blijkt dat geen belastingen en/of toebehoren in hoofde van de belastingplichtige eisbaar zijn mogen de openbare of private kredietinstellingen de toegekende fondsen vrijgeven.

31. Zo integendeel belastingen en/of toebehoren eisbaar zijn in hoofde van de betrokken belastingplichtige, mogen de fondsen tot beloop van het bedrag van die belastingen en/of toebehoren niet worden vrijgegeven.

In het geval bedoeld in nr. 29, tweede lid, hoeft de kredietinstelling of het kredietorganisme met de gegevens van het nieuwe attest slechts rekening te houden in de mate dat de fondsen nog niet zijn vrijgegeven vóór het verstrijken van de termijn van zes maanden.

32. Die verbodsbepaling houdt evenwel op van zodra aan de betrokken kredietinstelling een attest wordt overgelegd dat op vraag van de belastingplichtige wordt opgemaakt door de bevoegde ontvanger en waaruit blijkt dat die eisbare belastingen en/of toebehoren zijn betaald.

Gevolgen voor de overheid, die het voordeel ter bevordering van de economische expansie toekent.

33. Een exemplaar van het attest wordt door de ontvanger van het BTW- ontvangkantoor aan de overheid gezonden, bij wie het voordeel ter bevordering van de economische expansie wordt aangevraagd.

34. Wanneer uit het attest blijkt dat in hoofde van de betrokken belastingplichtige belastingen en/of toebehoren eisbaar zijn, bepaalt de beslissing tot toekenning van het voordeel inzake economische expansie dat de kredietinstelling of het kredietorganisme de fondsen niet geheel mag vrijgeven tenzij de betrokkene bewijst dat hij zijn fiscale schuld heeft betaald (z. nr. 32).

35. De overheid die het voordeel ter bevordering van de economische expansie verleent, stelt de kredietinstelling, die het krediet, de lening of het voorschot toekent, in kennis van de beslissing waarin het beding ter aanzuivering van de belastingschuld is opgenomen.

Gevolgen voor de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor.

36. Met betrekking tot de in hoofde van een belastingplichtige eisbare belastingen en/of toebehoren, ontslaat de uitreiking van het attest bedoeld in artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor niet van de opdracht verder alle nodige maatregelen ter invordering van de verschuldigde bedragen te nemen.

Inkomstenbelastingen.

37. Inzake inkomstenbelastingen is een regeling identiek aan degene die hierboven is uiteengezet van toepassing.

Inwerkingtreding.

38. Artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek treedt in werking op 1 november 1980 (z. wet van 8 augustus 1980, betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, art. 89, § 1, 4°).

Dit betekent dat het in voormeld artikel bedoelde attest moet worden overgelegd voor de kredieten, leningen of voorschotten waarvoor een voordeel inzake economische expansie wordt aangevraagd na 31 oktober 1980 of waarvoor dit is gevraagd sedert meer dan zes maanden en de beslissing tot toekenning van dat voordeel nog niet is genomen op 1 november 1980.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


A. LACROIX


BIJLAGE I/1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980.

8 augustus 1980 - Wet betreffende de budgettaire voorstellen 1979 - 1980.

Bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde

"Hoofdstuk XVII

Verplichtingen van kredietinstellingen of -organismen

Art. 93duodecies. - Wanneer openbare of private kredietinstellingen of -organismen kredieten, leningen of voorschotten toekennen waarvoor een voordeel werd verleend in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake economische expansie of waarvoor een dergelijk voordeel is aangevraagd aan de bevoegde overheid, mogen zij de fondsen noch geheel noch gedeeltelijk vrijgeven, tenzij nadat de genieter of aanvrager hun een attest heeft overgelegd dat is uitgereikt door de bevoegde ambtenaar en waaruit blijkt :

1° ofwel dat geen belastingen of toebehoren in zijnen hoofde eisbaar zijn;

2° ofwel dat een bepaald bedrag aan belastingen of bijbehoren in zijnen hoofde eisbaar is, in welk geval de betaling van de verschuldigde bedragen, in de vorm en binnen de termijnen voorzien in het attest, het voorwerp moet uitmaken van een bijzonder beding in de beslissing tot toekenning van het voordeel.

De Koning regelt de toepassing van dit artikel."

BIJLAGE I/2

Zie Koninklijk besluit nr. 39 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 93duodecies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

BIJLAGE II

Private kredietinstellingen die door de Minister van Financiën tot juni 1981 erkend werden om kredieten toe te staan en te beheren in het kader van de wetten op de economische expansie.

Koninklijk besluit van 23 mei 1979

Algemeen Beroepskrediet N.V., Gent.

Antwerps Beroepskrediet, Antwerpen.

Antwerpsche Hypotheekkas AN-HYP, Antwerpen.

Antwerpse Diamantbank, Antwerpen.

Amsterdamse Bank voor België, Antwerpen.

Bank IPPA, Antwerpen.

Bank J. Van Breda C°, Lier.

Bank voor Koophandel van Brussel, Brussel.

Bank van Brussel, Brussel.

Bank van Parijs en de Nederlanden (België), Brussel.

Bank Financia, Brussel.

Bank van Roeselare en West-Vlaanderen N.V., Roeselare.

Bank of America, Antwerpen.

Bank of Nova Scotia, Brussel.

Banque Commerciale de Liège, Liège.

Banque Borsu, Huy.

Banque de la Société financière bruxelloise, Brussel.

Banque de Crédit Liégeois, Liège.

Banque Dubois, Liège.

Banque Lambert, Brussel.

Banque Populaire, Verviers.

Banque Sud Belge, Charleroi.

Banque Nationale de Paris, Brussel.

Banque Jules Joire Cie, Brussel.

Banque européenne de Crédit à moyen terme, Brussel.

Banque Drèze, Verviers.

Banque Italo-Belge, Brussel.

Banque Copine, Namur.

Banco di Roma (Belgique) N.V., Brussel.

Belgische Noordkredietbank, Brussel.

Belgische Bank voor Industrie, Brussel.

Beneluxbank, Antwerpen.

Beleggings- en Kredietkantoor voor de Middenstand, Brussel.

Beroepskrediet voor de Middenstand van O.-Vlaanderen, Zottegem.

Beroepskrediet voor de Middenstand van W.-Vlaanderen, Wervik.



B.A.C.Centrale Depositokas, Brussel.
Belgische Maatschappij voor Scheepvaartkrediet, Antwerpen.

Belgische Zee- en Binnenvaartkredietmaatschappij "CREDITMAR", Gent.

Belgische Hypotheekmaatschappij en Spaarkas IPPA, Antwerpen.

Brabantse Kas voor Beroepskrediet, Brussel.

Brugse Krediet- en Depositobank, Brugge.

Caisse de Crédit Professionnel et de Dépôts du Hainaut, Tournai.

Caisse de Crédit Professionnel et de Dépôts de Liège, Liège.

Caisse de Crédit Professionnel et de Dépôts, Namur.

Caisse de Crédit Professionnel et de Dépôts, S.C., Verviers.

Caisse Luxembourgeoise de Crédit Professionnele, Arlon.

Centrale Hypotheek- en Verzekeringskas, Brussel.

Centrum Bank, Mechelen.

Centrale Raiffeisenkas van de Belgische Boerenbond, Leuven.

Chemical Bank, Brussel.

Continental Bank, Brussel.

Coopérative de Crédit Professionnel à la petite Industrie et au petit
Commerce de Bassin de Charleroi, Charleroi.

Comptoir de Dépôts et de Crédit Professionnel, Verviers.

Codep Coöperatieve Vennootschap, Brussel.

Crédit Commercial de Mons, Mons.

Crédit général de Belgique, Brussel.

Crédit Lyonnais, Brussel.

Crédit Union-Liège, S.C. de Crédit Professionnel et de Dépôts de l'Union
des Classes Moyennes, Liège.

Deposito- en Kredietkas voor de Middenstand, Leuven.

Europabank, Gent.

First National City Bank, Brussel.

First National Bank of Chicago, Brussel.

Financiële Vennootschap voor Limburg en Kempenland, Hasselt.

Financiële Vennootschap voor Antwerpen en Het Waasland, Antwerpen.

Caisse Fédérale du Crédit Professionnel, Moeskroen.

Société Générale de Banque, Brussel.

Geoffrey's Bank, Brussel.

Gewestelijke Bank, Antwerpen.

Gewestelijk Beroepskrediet, Mechelen.

Handelsbank, Antwerpen.

Handelsdiscontobank, Brussel.

Hypotheek- en Spaarmaatschappij van Antwerpen, Antwerpen.



MM.Jean Degroof C°, Brussel.
Kredietbank, Brussel.

Kredietkasse für Handel und Handwerk, Eupen.

Lloyd's Bank (Belgium), Brussel.

Limburgse Deposito- en Kredietkas, Hasselt.

Maatschappij tot Bevordering van de Economische Bedrijvigheid in
West-Vlaanderen, Brugge.

Middenstands- Deposito- en Kredietkantoor van Mechelen, Mechelen.

Morgan Guaranty Trust Company, Brussel.



MM.Nagelmaeckers Fils C°, Liège.
O.-Vlaams Beroepskrediet S.V., Zele.



O.de Schaetzen C°, Liège.
Private Kas - Frederic Jacobs - Paul van den Bosch - Jean Cruysmans C°,
Brussel.

Provinciale Beroepskredietkas voor de Middenstand, Brussel.

Regionale Kas voor Beroepskrediet, Menen.

Société Française de Banque et de Dépôts, Brussel.

Société Alsacienne de Banque.

Société financière Luxembourg-Meuse, Arlon.

United California Bank.

Westminster Foreign Bank Limited, Brussel.

Manufactures Hanover Bank Belgium N.V., Brussel (Voorheen : Werken- en
Discontobank, Brussel).

Westvlaams Beroepskrediet, Brugge.

Hypothecaire Beleggingskas, Antwerpen.

Bank of Tokyo, Brussel.

American Express International Banking Corporation, Brussel.

Barclays Bank International
Spaarkrediet, Antwerpen
Crédit Foncier de Belgique
The Mitsui Bank Limited
Koninklijk besluit van 18.7.1974

The Sumitomo Bank Limited
Koninklijk besluit van 25.2.1975

Crédit Mutuel Hypothécaire
Koninklijk besluit van 25.2.1975

Security Pacific National Bank
Koninklijk besluit van 2.3.1976

Mitsubishi Bank (Europe) N.V.
Koninklijk besluit van 30.6.1976

Banque Andes N.V.
Koninklijk besluit van 3.11.1976

Nippon European Bank N.V.
Koninklijk besluit van 3.11.1976

M.T.B.C. Schroder Bank N.V.
Koninklijk besluit van 29.3.1977

The Taiyo Kobe Bank Ltd
Koninklijk besluit van 29.3.1977

Bankunie N.V.
Koninklijk besluit van 29.3.1977

Belgolaise (Banque Belgo-Zaïroise) N.V.
Koninklijk besluit van 14.4.1978

The Sanwa Rank Limited, vennootschap naar Japans recht
Koninklijk besluit van 14.4.1978

Algemene Bank Nederland N.V., vennootschap naar Nederlands recht,
Koninklijk besluit van 14.4.1978

DIPO, société anversoise de Dépôts et d'Hypothèques N.V.
Koninklijk besluit van 14.4.1978

ASPA, Caisse d'Epargne Privé N.V.
Koninklijk besluit van 14.4.1978

Atlanta, Verzekering, Hypotheek- en Spaarmaatschappij N.V.
Deutsche Bank, N.V.
Commerzbank N.V.
Europese Kredietbank N.V.
Fidisco N.V.
Koninklijk besluit van 23 mei 1978

N.V. Internationale Handels- en Diamantbank
Antwerpen - Nr. 30.391
Koninklijk besluit van 27.11.1979

N.V. Europese Hypotheekmaatschappij en Spaarkas
Antwerpen - Nr. 30.356
Koninklijk besluit van 27.11.1979

Bank Tiense Depositokas, N.V. te Tienen -
Nr. 30.395
Koninklijk besluit van 5.8.1980

BIJLAGE III Attest bedoeld door artikel 93duodecies van het BTW-Wetboek. Eerste deel ----------- AANVRAAG 1. (voornaam, naam, benaming en adres van de belastingplichtige) ............................................................. ............................................................. ............................................................. 2. BTW-Registratienummer : + -----------------------------+ +-----------------------------+ 3. Kleef hier het identificatie- etiket dat op de maand- of kwartaalaangifte wordt gekleefd 4. (Benaming en adres van de openbare of private kredietinstelling of -organisme) ................................................ ............................................................... ............................................................... 5. (Benaming en adres van de overheid aan wie het voordeel inzake economische expansie is aangevraagd) .......................... ............................................................... 6. Aard van het voordeel : rentetoelage, staatswaarborg op grond van de wet van : +---------------+ +---------------+ 7. De datum van de aanvraag tot verkrijging van het voordeel : +---------------+ +---------------+ 8. Datum en handtekening : ------------------------ (1) Schrappen wat niet past. Nr. 565 Tweede Deel ----------- ATTEST (1) 1. De ondergetekende ................................................ hoofd van het BTW-Ontvangkantoor te .............................. .................................................................. verklaart dat : 2. in hoofde van de hierbovengenoemde belastingplichtige geen BTW of toebehoren eisbaar zijn. 3. in hoofde van de hierbovengenoemde belastingplichtige de navolgende bedragen eisbaar zijn : - als BTW : - als verminderde geldboete : - als kosten : 4. de interest van 1 pct. per maand van rechtswege +---------------+ verschuldigd is over ............... F vanaf : +---------------+ 5. de moratoire interesten tegen de rentevoet van +---------------+ ...... pct. verschuldigd zijn over ....... F vanaf: +---------------+ 6. de verschuldigde bedragen moeten worden betaald op :+---------------+ +---------------+ 7. aan de belastingplichtige een aflossingsplan werd toegestaan houdende maandelijkse afbetalingen van minstens ........ F te betalen vanaf : +---------------+ +---------------+ 8. Datum en handtekening : ------------------------ (1) Zeer belangrijk : dit attest is slechts geldig voor een termijn van zes maanden te rekenen vanaf zijn datum, zo binnen deze termijn de beslissing tot toekenning van het voordeel niet is genomen.