Circulaire 2017/C/10 betreffende de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten
Maximumbedragen voor de toepassing van de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten – PB en BNI/nat.pers. – AJ. 2017.
Personenbelasting ; berekening van de belasting ; belastingvermindering ; bijkomende vermindering voor pensioenen ; bijkomende vermindering voor vervangingsinkomsten
FOD Financiën, 09.03.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit –Personenbelasting
1. Overeenkomstig artikel 154 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), wordt een bijkomende vermindering verleend wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten.
2. De bijkomende vermindering bedoeld in de artikelen 154, § 2, 243, tweede lid, 243/1 en 244, WIB 92, is gelijk aan de belasting die overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 153, WIB 92, wanneer het totale netto-inkomen:
a) uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten en het totale bedrag van die inkomsten niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering dat kan worden toegekend na de eerste twaalf maanden van volledige werkloosheid, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen.
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2017 15.568,12 euro;
b) uitsluitend bestaat uit werkloosheidsuitkeringen (ongeacht of de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar al dan niet de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt) en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering dat kan worden toegekend tijdens de eerste twaalf maanden van volledige werkloosheid.
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2017 17.631,14 euro;
c) uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het bedrag van die inkomsten niet hoger is dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering dat kan worden toegekend na de eerste twaalf maanden van volledige werkloosheid, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen.
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2017 17.297,91 euro (15.568,12 euro x 10/9).
3. De in nr. 2, a hiervoor uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige uitsluitend zowel inkomsten vermeld in nr. 2, b (werkloosheidsuitkeringen), als inkomsten vermeld in nr. 2, c (wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen), heeft verkregen.
Dat maximum bedraagt in deze gevallen dus ook 15.568,12 euro voor het aj. 2017.
4. De aandacht wordt erop gevestigd dat, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de totale netto-inkomens van de beide echtgenoten moeten worden samengeteld voor de toepassing van de in nr. 2 bedoelde bijkomende verminderingen.
Interne ref.: 709.131
