Aanschrijving nr. 65 dd. 27.04.1971

AANSCHRIJVING 71/065

Aanschrijving nr. 65 dd. 27.04.1971


Verplichting
Voldoening van de belasting
Intercommunale
Maatstaf van heffing
Distributienet
Gas
Elektriciteit
Water
Elektriciteitsdistributie
Waterdistributie
Gasdistributie
Regie
Beheer
Aansluiting
Levering met een doorlopend karakter
Doorlopend karakter
Doorlopende levering
Gemeente


I. Facturering van de leveringen.

Voor de facturering door de distributiebedrijven ten aanzien van hun leveringen van water, gas en elektriciteit en hun bijkomende prestaties worden de volgende afwijkingen van de bepalingen van de artikelen 1, 2 en 7, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, toegestaan :

a. Geen termijn wordt opgelegd voor de uitreiking van de facturen aan de abonnenten;

b. Op de facturen moet de datum waarop ze worden uitgereikt, niet worden vermeld, maar de verbruiksperiode waarop ze betrekking hebben en, in voorkomend geval, de datum waarop de stand van de meter werd opgenomen, moet er steeds op voorkomen;

c. Het nummer van de abonnent mag als volgnummer gelden;

d. De maatstaf van heffing moet niet noodzakelijk op de factuur voorkomen, maar de totale prijs (inclusief BTW), het bedrag van de belasting en het BTW-tarief moeten erop vermeld zijn;

e. De facturen mogen in een enkel exemplaar worden opgemaakt;

f. Voor de aanduiding van de klant aanvaardt de administratie, wanneer het een niet-belastingplichtige is, dat het volstaat het bezet onroerend goed of het bezet gedeelte van een onroerend goed te vermelden; indien de klant daarentegen een BTW-belastingplichtige is, kan de factuur slechts als regelmatig worden aangemerkt en als bewijs voor de aftrek gelden indien de naam en het adres van de betrokkene erop voorkomen.

II. Bijkomende prestaties.

De bedragen die de bedrijven voor water-, gas- en elektriciteits- voorziening aan hun abonnenten vragen voor diverse bijkomende prestaties (aansluitingskosten, goedkeuring, controle of verplaatsing van installaties, gebruik, onderhoud, herstelling of verzwaring van de meters, enz.) zijn factoren van de verkoopprijs en bijgevolg aan dezelfde regeling als de verkoopprijs zelf onderworpen,

III. Heffingsregeling.

De bedrijven voor water-, gas- en elektriciteitsvoorziening zijn gemachtigd om de op hun leveringen en hun bijkomende prestaties verschuldigde BTW te voldoen naar mate van de incassering van de prijs, ongeacht of de klant al dan niet belastingplichtige is. Welteverstaan verzet de administratie er zich niet tegen dat sommige bedrijven, zoals in het stelsel van de met het zegel gelijkgestelde taksen, voor al hun handelingen of voor een gedeelte ervan en inzonderheid voor de leveringen van hoogspanningselektriciteit, hun periodieke BTW-aangiften opmaken aan de hand van hun factureringen in plaats van volgens hun incasseringen.

IV. Overgangsperiode 1970-1971.

afgeschaft

V. Statuut van de gemeenten met een distributiedienst.

Wanneer de intercommunale maatschappijen voor water-, gas- of elektriciteitsvoorziening de aangesloten gemeenten geheel ontlasten van de zorg voor de levering en de verdeling aan de verbruikers, mag men eenvoudigheidshalve aannemen dat ze voor die levering en voor die verdeling in de plaats treden van die gemeenten. De BTW is dus verschuldigd en moet dus worden toegepast door die maatschappijen alsof ze het water, het gas of de elektriciteit rechtstreeks aan de verbruikers van de gemeente leverden.

Voor die leveringen zijn bedoelde gemeenten vrijgesteld van alle formaliteiten ten aanzien van de BTW, terwijl die formaliteiten gezamenlijk in hun plaats worden vervuld door de beherende maatschappijen.

De gemeenten die hun eigen distributiedienst hebben, moeten daarentegen de formaliteiten die aan iedere BTW-belastingplichtige zijn opgelegd, vervullen en zijn dus onder meer gehouden een registratienummer aan te vragen op het BTW-controlekantoor waaronder ze ressorteren.

VI. Listing.

Er wordt aan herinnerd dat de bedrijven voor water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, krachtens de aanschrijving nr. 93, van 22 december 1970, voor het jaar 1971 ervan vrijgesteld zijn de in artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek bedoelde jaarlijkse opgave op te maken voor hun leveringen van water, gas en elektriciteit.