Circulaire nr. Ci.RH.243/349.099 dd. 14.07.1994

CIRC 14.07.94/2

Circulaire nr. Ci.RH.243/349.099 dd. 14.07.1994


Bull. nr. 741, pag. 1824

BEROEPSKOSTEN
Vakantiegeld aan personeelsleden.


De vraag werd gesteld te weten in welke mate de bedragen die in de op 31.12.1993 afgesloten balansen zijn geboekt voor de uitbetaling van het vakantiegeld aan personeelsleden in 1994, als beroepskosten mogen worden aangemerkt.

Daar de circulaire (dd. 29.12.1993/zelfde referte), betreffende die zaak, aanleiding geeft tot bepaalde interpretatieproblemen, werd er beslist de volgende verduidelijkingen aan te brengen.

De uitsluiting van "het vakantiegeld zelf, de eindejaarspremies, de dertiende maand en andere gelijkaardige vergoedingen" uit de berekeningsgrondslag van het aftrekbare bedrag van het nog niet betaalde vakantiegeld, geldt, bij voortduur, alleen inzake bedienden. Die uitsluiting is immers nooit van toepassing geweest wat de werklieden en de leerlingen betreft.

Wat de werknemers betreft die de onderneming in de loop van het jaar hebben verlaten, gaat de administratie ermede akkoord, gelet o.m. op de totaal verschillende wijze van berekening en betaling van het vakantiegeld voor werklieden en bedienden, dat de lonen van werklieden (en leerlingen) die de onderneming verlaten hebben in de berekeningsgrondslag van het aftrekbare bedrag van het nog niet betaalde vakantiegeld worden opgenomen. Wel te verstaan moeten de bezoldigingen van de bedienden die de onderneming verlaten hebben, zoals voorheen, uit die grondslag worden geweerd.

De belastingdiensten zullen onverwijld van die verduidelijkingen in kennis worden gesteld.